Een reisje

Enkele congresgangers...

Enkele congresgangers

Een onderwijsloopbaan van een gemiddelde docent – zo beschouw ik mijzelf – kabbelt van het begin als kwekeling tot aan de dood voor het schoolbord, nog hangend aan het infuus, kalmpjes voort. Hoogtepunten in het schooljaar zijn natuurlijk de tractaties van jarige collega’s, eens in de twee jaar de Nationale Onderwijs Tentoonstelling, en niet te vergeten het kerstpakket, wat bijvoorbeeld uit een aantal theezakjes in verschillende ondefinieerbare smaken uit de Wereldwinkel en een nuttig boekje bestaat. Dit jaar is daar, na ruim 30 dienstjaren, plotseling verandering in gekomen. Ja, niet in het Kerstpakket, dat is nog even geheim, maar vorige week werd mij gevraagd om een congres bij te wonen, in Finland nog wel. Dat is nog eens iets anders dan Lunteren of Nieuwegein. Nu meende ik altijd dat alleen de hogere onderwijscohorten tot dergelijke uitspattingen waren uitverkoren, dus u begrijpt dat ik wel even steun moest zoeken bij het meubilair. Het onderwijs roept mij, en dus, na rijp beraad en overleg tot diep in de nacht met mijn gezin, heb ik besloten aan dit verzoek gevolg te geven. Dergelijke offers moet je zo nu en dan brengen. Ik zal afreizen naar een oord dichtbij de poolcirkel, met een redelijk onuitsprekelijke naam, en de weersberichten vertellen mij dat het daar bij aankomst 7 graden zal zijn en dat er gedurende de vier dagen van mijn aanwezigheid een druilerige motregen zal vallen. Het is een agrarisch congres. De zaterdag vòòr de terugvlucht kan dan ook worden doorgebracht met het bezoeken van boerenbedrijven. Men kan ook een trektocht door de eeuwig zingende bossen maken. Lezertjes die mij een beetje kennen, zullen vermoeden dat ik nu niet direct voornemens ben om in een druilerige regen in een reeds vroeg vallende poolnacht een of andere mesthakselaar te gaan bezichtigen in het plaatsje Lukiokaulutus ( ik noem maar wat, waarvan ik vermoed dat dat een plaatsje is ) alwaar men “toimii yksi yleissivistävää lukiokoulutusta tarjoava”. Bovendien is mijn kennis van het Fins wat weggezakt. Ik zal zaterdag dus vermoedelijk op rendieren- of elandenjacht gaan, en maar hopen dat ik niet door poolkoude bevangen over een aantal eeuwen als een soort Ötztal-man door archeologen uit het ijs wordt gebikt. “Gezien zijn sjofele en armzalige kledij vermoeden we dat het een leerkracht is geweest”. Natuurlijk houd ik mijn trouwe lezertjes op de hoogte van mijn bevindingen.

Dag van de Leraar

Deze week was het de dag van de leraar. Bij mijn vrouw op school was gezorgd voor versiering en gebak, er stond een bloemetje.
Bij mij op school heerste bij binnenkomst in het pand enige verlatenheid. Het steeds groter wordend management-team van onze locatie had zich twee dagen teruggetrokken ergens in den lande, om de missie en visie maar weer eens onder de loep te nemen. Niks van die kenmerkende gezelligheid dus, die je altijd direct voelt als de directie wèl aanwezig is. Er waren geen bloemen, er was geen gebak, en de enige nieuwe versiering in de docentenkamer, prominent naast de trofeeënkast, bestond uit een soort zwart marmeren grafsteen, met daarin de naam van ons instituut gebeiteld. Eén en ander bleek vervaardigd te zijn op een scholenbeurs, waar sinds kort blijkbaar ook een school voor grafsteenhakkers het licht heeft gezien, waarvan de leerlingen allemaal volgens het competentie-gerichte leren aan hun meesterproef werken.
Nu is zo’n kast, waarin je onder andere een vergroot model op een stokje van een kakkerlak of teek of zoiets kunt aantreffen al niet bepaald een opbeurend geheel, en de zerk ernaast maakte de stemming er al niet feestelijker op. Sprak ik onlangs van een horror-kabinet, wel, zo’n prijzenkast kan met recht een rariteiten-kabinet genoemd worden: naast genoemde modellen vindt men daar ondermeer uitgestald: een boekje over 50 jaar agrarisch onderwijs ( op zijn kop neergezet trouwens ), een onbestemde verzameling prijzenbekers en twee grote stenen bierpullen, een geschenk van een partnerschool uit een voormalig oostblok-land. Verder nog een verzameling propjes papier, dode vliegen, een dartpijltje zonder punt en nog wat van die dingen.

Dag van de Leraar dus, en ook Dag van Respect, zo las ik vanochtend in de krant. Maandag komt ons geliefd management weer terug, verkwikt en verfrist, ondanks geleden ontberingen tijdens een nachtelijk roeitochtje ergens op de plassen bij Steenwijk. Dan is ook de gezelligheid weer terug in ons nu nog uitgestorven pand, en gaan wij als eenvoudige docenten weer mee profiteren van nieuwe uitdagingen die ons zullen worden voorgelegd. Wordt het toch nog een leuke dag van de leraar.

Timelapse

Timelapse: je maakt gedurende enkele uren om de zoveel seconden ( of minuten ) een foto van een traag bewegend object. Vervolgens maak je van al die foto’s een filmpje, en zie hier één van de aardige resultaten die op het net te vinden zijn. Hier zijn zeven uur in 21 seconden verpakt.

[wmv width=”480″ height=”300″]mms://www.granitebaysoftware.com/galleryClips/050915_CatNap_fast_1500k.wmv[/wmv]

Horror-kabinet

En smullen maar

Voor wie meent dat ik met de titel van dit stukje op het nu nog zittende kabinet Balkenende doel, wil ik snel vermelden dat ik mogelijke lezertjes niet met mijn politieke voor- of afkeuren willen ontmoedigen. Nee, dit stukje gaat gewoon over onderwijs in de ruimste zin des woords.

Het docentschap kan af en toe een redelijk onsmakelijke bezigheid zijn. Nu doel ik niet op allerlei kauwgom kauwende monden, die bij tijd en wijle open geulen ( om even te citeren uit “Bint” ). Ook heb ik het niet over over het zicht op strings in de meest waanzinnige modellen en motieven die nadrukkelijk zichtbaar worden als een leerling ook maar lichtjes gebogen over de computer hangt. En ik spreek ook niet over te korte naveltruitjes die bleke, witte vetrollen onthullen waartussen hier en daar nog onderdelen van allerlei piercings en tattoos te ontwaren zijn; “Sjonnie, my love”. Of over de aan doorgekookte groentensoep herinnerende geuren die sommige personen nadrukkelijk verspreiden. Neen, ik heb het nu specifiek over het onaangenaam verpozen in onze docentenkamer, naar men zou verwachten een bolwerk van beschaving en (geestelijke) reinheid. De docentenkamer, het sanhedrin waar je vroeger als eenvoudige leerling slechts bij hoge uitzondering een glimp van mocht opvangen, en waarbij je dan geregeld werd aangestaard alsof je iets was wat onder de plint vandaan kwam kruipen.

Onze moderne docentenkamer is een diverse malen verbouwd leslokaal, met het gebruikelijke doorsnee-interieur, een dartbord en veel nietszeggende lectuur op de tafels. Een beetje leerling loopt daar al mobiel bellend in en uit, de koptelefoon van de mp3-speler losjes in de oren geklemd. Veel koffievlekken ook, en naarmate je het keukentje nadert veel andere onbestemde ongerechtigheden die zich in meer of mindere mate aan vloer, kast of tafel hechten. De argeloze pedagoog die ’s ochtends als eerste deze gedoemde ruimte betreedt, wordt reeds van verre door een dreigend aanzwellend gezoem begroet, en moet zich vervolgens door een wolk van vliegen naar de koffieautomaat begeven, die na enig zoeken verborgen blijkt te zijn onder een krioelende massa zwarte vleugeltjes, pootjes, harige lijfjes en schildjes.
Men betreedt hier het onbetwiste domein van de huisvlieg, de Musca Domestica, een horror-kabinet van smikkelende, parende en ei-leggende geleedpotigen, die blijkbaar ons koffiezet-apparaat tot hoofdkwartier hebben gekozen. Daarbinnen is het warm en gezellig, suiker en melk in overvloed, eenvoudig te bereiken door het binnenkruipen in een smal tuitje, waaruit wij genoeglijk onze drankjes tappen.

Te verwachten is dat binnenkort de tweede docent die in alle vroegte het docenten-domein betreedt, wordt geconfronteerd met het in no-time kaalgevreten skelet van zijn collega, de benige hand geklemd om een koffiebekertje met nog lauwe inhoud. Nu was het afgelopen weekend in Wageningen “Wereld-insecten-eet-dag”, waar dan ook een record insecten-eten werd gebroken. Ik moet die Wageningers ernstig teleurstellen: dat record verbreken wij – zelfs onbewust! – binnen tien minuten na het betreden der docentenkamer. Een deel der docenten heeft dan behalve koffie, melk en suiker ook al het nodige insectenvlees geconsumeerd. Dat het slecht is gesteld met onze financiële situatie is natuurlijk algemeen bekend, maar dat we ons moeten verlagen tot het eten van insecten is toch wel een nieuw dieptepunt. Tijd om even weg te dromen tijdens het vullen van de bekertjes is er dus niet, men let scherp op of er mèt het bruine stroompje geen zwarte spartelende vormpjes meekomen, en als je koffie-crème hebt besteld, is het verdraaid lastig zoeken tussen al dat schuim, en vóór je het weet gilt de stoomfluit al weer ten teken dat de pauze reeds voorbij is. Ik zou dus willen voorstellen om hier en daar op de tafels wat kwispedoren te plaatsen, die tijdens het koffiedrinken zonder van je plaats te komen kunnen worden gevuld met uitgespuugd ongedierte. Onze begroting heeft daartoe vast nog wel ergens ruimte. Een verzoek aan het College van Bestuur is reeds onderweg. Iemand nog een kopje koffie?

Het interieur van ons koffiezet-apparaat

De formule van Bayes

“KCE dient aan de hand van landelijke kwaliteitsstandaarden de kwaliteit van de examens van alle beroepsopleidingen van (bekostigde en niet-bekostigde alsmede examen) instellingen met een CREBO-licentie te beoordelen. Daartoe heeft KCE kwaliteitsstandaarden ontwikkeld in samenwerking met relevante betrokken partijen, zoals SEP-leden, onderwijsinstellingen, het beroepenveld en KBB’s. Met behulp van de ontwikkelde standaarden voert KCE een kwaliteitsonderzoek bij de onderwijsinstelling uit. “ Voor wie na het lezen van bovenstaand citaat uit de website van KCE ( wat deze letters betekenen, wordt daar nergens vermeld ) de hand aan zich zelf dreigt te slaan, heb ik een gerustellende mededeling: het gaat hier eenvoudig om een clubje dames en heren dat de proefwerkjes die wij onze leerlingen in het MBO afnemen van te voren eens goed wil toetsen aan de realiteit, want daar schijn je als simpel docent vèr buiten te staan. Daarom hebben kundige lieden een heel systeem bedacht waaraan toetsen dienen te voldoen. Men gaat gedegen te werk, en bedient zich daarbij onder andere van de “Formule van Bayes”, die ik hieronder als niet-wiskundige even aan u zal voorleggen, u snapt hem natuurlijk beter dan ik. Ik kreeg dit als bijlage bij een van de vele eigen te maken KCE-documenten die ons bereiken “ter ondersteuning”. Daar komt-ie:

Er is natuurlijk ook een verhelderende uitleg bijgevoegd, die ik hier omwille van uw gemoeds- en nachtrust maar even achterwege zal laten. Wie nu nog durft te beweren dat wij als docenten onzorgvuldig zijn met het ontwikkelen van onze toetsen, die heeft weer helemaal niets van het onderwijs begrepen.

Toets

Ik geef een toets. Iets met computeren. Voor mij in het lokaal zeven doorgeschoten pubers, een klasje met speciale zorg. Vroeger zou de helft in het speciaal onderwijs zijn beland. De overigen zijn in de twee jaar die hun opleiding duurt afgevallen. Nu heb ik ze voor het laatst. Wat sommetjes in Excel, waar ze nu al een uur mee aan het ploeteren zijn.
Er zijn drie gabbermeisjes: paardenstaart, bomberjacks aan, shirt met teksten als “Hard Core Terror Corps”. Alle drie turen ze slechtziend naar het beeldscherm, want ja, een bril dat is voor kneuzen en softies. Zou een teveel aan XTC-pillen het zicht aantasten? Eén meisje heeft ondanks de buitentemperatuur een veel te diep decolletée, dat gelukkig grotendeels aan het oog wordt ontrokken door een enorme tatouage, iets van een arend of zo, ik durf niet goed te kijken. Zij loopt bij de dokter voor allerlei onderzoeken die een normaal mens de haren ten berge zouden doen rijzen. “Ja allemaal verklevingen of zo.”
Er is één jongen, we zullen hem Stanley noemen. Een lange, zwarte, zachtaardige slungel. Op zijn MP3-speler draait hij gospelmuziek. Zijn onafscheidelijke vriend, een knaap van een jaar of achttien, die altijd op een Nintendo-spelcomputertje speelt, is er niet. Waarschijnlijk vergeten dat er toets is. Allemaal een grote mond, stoer gedrag, onverschillig naar buiten. En allemaal een heel klein kinderhartje. Straks over een paar maanden zijn ze klaar, hebben ze, ook op dit meest eenvoudige niveau, een diploma. Ze gaan de maatschappij in, die hen zal opslokken of uitspugen, in elk geval zonder daar ook maar iets van te merken. Konden ze nog maar lang op school blijven, lekker tutten, af en toe een toetsje doen…..

Trekpleister

Ook vroeger werd Barneveld al door toeristen bezocht…

Het gaat niet goed met Barneveld, een eenvoudige dorpje op de Veluwe, waar ik residentie pleeg te houden. De dorpsoudsten maken zich zorgen over het imago en de financiële situatie. Zo is er hier een nieuwbakken wethouder – hij wilde dat blijkbaar als kind altijd al dolgraag worden – die nu het plan heeft opgevat om Barneveld nog verder in de vaart der volkeren omhoog te stuwen. Er is inmiddels gezorgd voor een mooi nieuw en vooral duur gemeentepaleis, met kunst “die aansluit bij het dynamische karakter van Barneveld”, en van daaruit moeten nu natuurlijk wat initiatieven ontwikkeld worden, te bekostigen door de burgers zelf, want die stellen daar prijs op. Het geld wordt binnengehaald door de OZB met maar liefst 37,5 % te verhogen, dat komt neer op “een paar pilsjes in de maand”, aldus de enthousiaste wethouder. Wel, als ik voor mijn huis dat maandbedrag ga omrekenen, dan kan ik mij dagelijks tot een alcoholisch delirium opwerken waarmee ik het einde van de eerste maand al niet meer zal halen. Je zou er haast ernstig naar gaan verlangen, want deze totaal buiten de werkelijkheid levende Markies de Cantecleer wil Barneveld “toeristische trekpleister nummer 1 van Nederland” maken. Ik zie het al voor mij: “Welcome in Barneveld, the center of the world! On your left hand you can see the Rijnvallei-factory”, a beautiful old building next to the Central Station and the Fietsenstalling – sorry, I don’t know the English word – and on your right hand you see the parking place and the shop of Univé-verzekeringen. And now we go to the Pluimvee-museum, where we will spend the next eight hours. If you don’t like eggs, you could consider paying a visit to the statue of Jan van Schaffelaar, world famous as well” Misschien zou men in de toekomst kunnen overwegen om een standbeeld voor de huidige wethouder naast dat van Van Schaffelaar – die net als Herman Brood meende te kunnen vliegen en daarmee één der eerste mislukte bungee-jumpers ter wereld werd – te plaatsen. In dit geval zou de wethouder voor Icarus kunnen staan. Dan gaat het geheid echt storm lopen.