Wereld Eidagen!

rotten-eggsHet zal u vanochtend bij het oppeuzelen van uw eitje misschien zijn ontgaan, het nieuws wijdde er ook geen itempje aan en zelfs Obama heeft het in zijn toespraak ter gelegenheid van z’n vredes Nobelprijs niet genoemd, maar het zijn vandaag wel even de Wereld Eidagen in dorpje B. op de Veluwe, een gebeurtenis van galactische omvang. Zo, nu kijkt u wel even wat anders aan tegen dat gladde ovale kogeltje wat kort geleden nog uit de pulserende kont van een kip-achtig wezen in de legbatterij is gerold!  
Een ei hoort erbij, en dus moet zoiets gepast gevierd worden, bij voorkeur in dorpje B. , van oudsher een broeinest van kippen. Ook dit jaar is daar weer een Commissie van Wijzen op gezet, met een heuse visie en een heuse missie, allemaal terug te lezen op een enerverende en zinnenprikkelende website: www.wereldeidagen.nl.  Gisteravond barssten de festiviteiten in het dorp al in alle hevigheid terug, en Wauwel raakte dus tijdens het boodschapjes doen verstrikkeld in een zinderende optocht van toch wel dertig kleumende kindertjes op skelters, die – voorafgegaan door een blaaskapel, een aantal op eieren gelijkende voorwerpen met zich meevoerden. Te bezorgen bij de restaurants in B. Dan ben je snel klaar, want dat zijn er maar een stuk of zeven, die allemaal ook nog eens romantisch gelegen zijn, bijvoorbeeld met uitzicht op een enorme veevoedersilo of een parkeerplaats vol blik.

Vandaag is het halve dorp weer in rep en roer met het spectaculaire “plastic eieren van de kerktoren werpen”, een gebeurtenis waarbij de opening van de Olympische Spelen in Beijing tot een verjaardagspartijtje bij de buren wordt gereduceerd. Natuurlijk treedt ook – heel toepasselijk – een shantykoor op, en kunnen belangstellenden een boeiende excursie maken naar een eier-verwerkingsbedrijf , waar je bijvoorbeeld kunt zien hoe eiworst – een witte, lillende massa in een plastic condoom – wordt gefabriceerd, of men kan een heuse eierkeuring meemaken in het pluimvee-museum ( de plaatselijke Hermitage ) alhier. 

Ik zou willen voorstellen om langs de route naast eieren ook kalmerende middelen uit te reiken, want de opwinding  zou anders wel eens te veel kunnen worden, en dan wordt dorpje B. alwééér negatief op de kaart gezet, na alle consternatie over de twee enorme refo-domes aan de rand van het dorp.

De rest van de week kent nog veel spectaculaire activiteiten; ik zou dus zeggen, komt allen naar dorpje B. op de Veluwe ( maar niet op zondag ), en geniet van een lekker gratis hapje cholesterol. Voor volgend jaar zou ik het organiserend comité nog wat uitdagende activiteiten willen voorstellen, zoals het gooien met ròtte eieren van en nu ook eens nààr de toren, of een vlootschouw in de Barneveldse Beek van feestelijk versierde kippenmestpramen, af te nemen door de burgemeester en de stram in de houding staande en saluerende wethouders. Dat wordt weer een jaar niet slapen van de zenuwen.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=0cD6n1jXOdo[/youtube]

Brand!

27on1Alleen de titel van dit blogje trekt al bezoekers. Ja hè, anders was u hier vast niet gekomen. Om duistere reden wordt een groot deel der mensheid altijd aangetrokken door sensatie, zonder dat is er blijkbaar niks meer aan.

Beschaafde lieden generen zich wel een beetje, maar toch, als er ergens een mooie fik is, dan stormen we daar graag op af, zolang het niet om woonhuizen of  branden met persoonlijke ongelukken gaat – wat mij betreft dan. Ik spreek uit ervaring: ooit zelf brand gehad in huis, ’s nachts op de slaapkamer van één der kinderen, zo’n nachtmerrie wens je je ergste vijand niet toe. Ik ga soms ’s avonds nog wel twee keer naar beneden om te kijken of ik de kaarsjes wel ècht goed heb uitgeblazen. Voer voor psychiaters.

Dorpje B. op de Veluwe. Donderdagavond, zeven uur. Ik maak mij op om na een zware werkdag vol onderwijskundige taken nu eens helemaal uit mijn dak te gaan tijdens het oefenen van de tango bij de plaatselijke dansschool. Zoiets is op mijn leeftijd niet altijd een eenvoudige opgave. Toch neem ik mij elke keer weer voor mijn partner vurig door de zaal te smijten, daarbij met een wild gebaar mijn smetteloos witte overhemd open rukkend zodat alle knoopjes in het rondvliegen, en zij – mijn gade – haast bezwijmd ter aarde zijgt bij de aanblik van mijn bezwete tors.  Zo zie je dat op tv tenminste. In mijn geval zou de voorstelling toch meer doen denken aan twee parende zeekoeien, dat lijken mij ook niet meer van die vlotte dieren.
Ik stap dus naar buiten en ontwaar daar aan het zwerk enorme zwarte rookwolken. Elke keer denk ik bij de aanblik van zoiets allereerst aan mijn school, maar telkens blijkt het weer een gruwelijk eind verder uit de buurt te liggen.  Het liefst was ik gelijk derwaarts gevlogen, maar ja, die dansles hè, dat gaat voor. Zo voltrokken zich dus de samba en de jive in een tergend  traag tempo, terwijl buiten mogelijk de halve wereld in de fik zou kunnen staan.
Of we eventueel nog even een klein stukje die die kant op zouden rijden, stelde ik mijn vrouw voor toen we weer buiten stonden. Wonder boven wonder, je verwacht dat niet direct van vrouwen, ging zij akkoord. Zo stuurde ik dus quasi ongeïnteresseerd richting rookwolken, voorzichtig voorstellend of we toch maar niet naar huis zouden rijden. Maar nee, ik mocht nog een stukje verder. Stel je voor dat ze had gezegd: ja, ga maar weer linksaf naar huis.  Het leed zou niet te overzien zijn geweest.

Het liefst was ik natuurlijk plankgas, met loeiende toeter naar de plaats des onheils gescheurd, volkomen vergetend dat ik slechts een dun bezweet overhemd aan had onder een dun colbertje.  Half dorpje B. op de Veluwe spoedde zich inmiddels lopend, hollend, fietsend en racend derwaarts, eigenlijk had men – eenmaal aangekomen – de auto midden op de weg met draaiende motor achter willen laten om toch vooral niets te missen. Ook wij vonden ergens een plekje en zo wandelden wij kalmpjes, of je de een brief op de bus ging doen, naar het kolkende inferno toe.  Graag had ik gerend en iedereen die in de weg liep opzij gekegeld. Uit de weg! Wauwel moet de brand verslaan! Maar ja, je wilt niet al te zeer op het op sensatie beluste gepeupel lijken, daar hoor jij natuurlijk niet bij, dus loop je je de laatste honderden meters op te vreten en bovendien nog te vernikkelen van de kou. Ook maar hopen dat je geen bekenden tegenkomt, dan sta je gelijk als Hart-van-Nederland-kijker in beeld. En ja hoor: tientallen leerlingen, bekenden uit het dorp. Hallo Wauwel, jij ook hier? Niet gedacht van u zeg! – Ach nee, ik kwam toevallig langswandelen, zes kilometer van huis, om hier een brief op de bus te doen.

Hoe gaat dat verder met zo’n brand. Wel, het is heel gezellig, de sfeer wordt steeds joliger naarmate er meer muren instorten en er zwaardere ontploffingen klinken, je zou wensen dat er een rijdende snackbar langs kwam, en iedereen verbroedert in de gloed van de vlammen. Je slaat je wildvreemde buurman nog nèt niet op de schouders. Allemaal zijn we weer een beetje pyromaan, en allemaal willen we eigenlijk weer brandweerman zijn net als vroeger toen we nog kind waren. Allemaal zijn we jaloers op die kerels in die vuurvaste pakken, op de herrie en het lawaai waarin zij werken, de flitslichten en de rook. En we blijven maar staren naar die vlammen, net als de oermens naar het eerste vuur. We zijn nog niks veranderd.

Weekend, met dank aan BUMA-SStemra

Het is weer bijna weekend, dus kunnen de filmpjes weer uit de kast getrokken worden en kan ik als  edu-blogger nu zonder het alziend oog van Buma-SStemra het onderstaande schitterende fimpje, bijna regelrecht gejat uit ” Der Untergang ”  nog maar eens een keertje laten zien.  Het bespottelijke idee van deze prehistorische club om elke weblogger 130 euro te laten betalen voor het op diens website een liedje laten afspelen van – ik noem maar wat Loe Bandy ( in die tijd leeft Buma klaarbijkelijk nog ) – is gelukkig van tafel.

Ik wens de dames en heren van Buma een rustig weekend toe met niet te veel emoties en inspanningen. Geniet van Hilversum 1, zet straks een mooie 78-toeren plaat op en speel nog een potje Halma voor het naar bed gaan.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=zXgOJ4wIW6U[/youtube]

Goet nieuws: Rekentest op ijntexamen!

jufThe Empire strikes back! Alle middelbare scholieren, ook zij die niet kunnen rekenen, krijgen straks een verplichte rekentoets  op het eindexamen, te beginnen in het seizoen 2013-2014. Als ik even snel reken duurt dat nog 2 jaar, en tot die tijd hebben wij als docenten nog om onze kindertjes de grondbeginselen van het rekenen aan te leren. Ik denk daarbij aan eenvoudig optellen en aftrekken met bijvoorbeeld appels en peren, de tafels van 1 tot en met 10 en nog zo wat zaken die de gemiddelde student bezig houden. Qua taalgebruik zou je je wat aan de moderne tijd kunnen aanpassen, dus niet meer appels en peren met elkaar vergelijken maar bijvoorbeeld Breezers en Red Bulls.

Of: In 2013 hebben twee BN-ers ( waarvan eentje in elk geval Marco Borsato moet zijn ) allebei een schnabbel in de studio in Hilversum. De ene reist met de Fyra met een snelheid van 50 km. per uur vanuit Rotterdam via Amsterdam naar Hilversum en vertrekt 10 minuten te laat. De andere reist eerst met de Noord-Zuid lijn vanaf het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord naar Amsterdam-Centraal met een snelheid van 10 km. per uur, om vervolgens met een voor één derde opgeladen electrische auto naar Hilversum te gaan. In welk jaar komen zij elkaar in de studio tegen en wie is de andere BN-er? 

Ik vond rekenen, wiskunde, goniometrie, dat soort dingen, altijd vreselijk. Die leraren vonden mij vanzelfsprekend ook vreselijk, en dus haalde ik nooit hoger dan een drie of een vier of zo. Er was een leraar die, met een hazelip, het consequent had over de “Htelling van Pyhahohas”; ook niet bevorderlijk voor mijn liefde voor het vak en het begrip van genoemde stelling. Ik zie mij nòg ploeteren met een rekenlineaal, voor veel geld door mijn mopperende ouders aangeschaft: nooit ook maar iets van de werking van het ding begrepen. Daarna kregen we de eerste rekenmachientjes. Snapte ik ook helemaal niets van, behalve van die ene, waar een verslavend spelletje op zat wat je gedurende de les met andere klasgemoten kon spelen.

Dat gaat dus nu allemaal veranderen. Er gaat een frissche wind waaien door onderwijsland, we gaan weer leren rekenen! Ik voorzie echter een probleem: dat gaat nooit lukken vóór 2013-2014, aangezien we ook al hele generaties leraren hebben afgeleverd die niet gehinderd worden door enig rekenkundig inzicht. We zullen dus bij nul moeten beginnen. Vanuit China laten we grote hoeveelheden telraampjes aanrukken, in aansprekende kleuren, zodat we de allerjongsten op pedagogisch verantwoorde wijze de grondbeginselen van het rekenen kunnen bijbrengen, tenzij het zulke figuren zijn als ik in vroeger tijden, want dan wordt het nooit wat, ongeacht de methode die je toepast.  Over twintig jaar kan men dan met voldoende rekenkundige bagage de beginselen aan de volgende generatie overbrengen.
Tegen die tijd is het Nederlandse volk echter teruggeworpen tot een staat van brabbelende, schurkende en hurkende oermens, rauwe kreten uitstotend, geen idee hebbend van de plek waar men zich bevindt, en mekaar bij het minste of geringste de koppen inslaand bij gebrek aan aangeleerde sociale vaardigheden.  Want niet alleen met het rekenen is het droevig gesteld: ook de taalbeheersing is langzamerhand afgezakt tot een niveau waarbij je als docent denkt dat je met volslagen analfabeten te maken  hebt. De taalkundige oprispingen van Staatssecretaris van Onderwijs Sharon Dijksma zijn daar soms een voorbeeld van. We zullen bij het eindexamen dus ook een taaltoets moeten invoeren, en als we dan toch bezig zijn: doe er maar gelijk een toets aardrijkskunde en geschiedenis bij, biologie, en eigenlijk ook maar gedrag en vlijt. Wie weet wordt het nog wat.  Ik hep er egter een hart hooft in.

Class of 2009

Vanavond opende ik een mailtje van een trouwe volger die mij een toch wel heeeeel herkenbare cartoon stuurde, die ik zo verschrikkelijk leuk vind dat ik hem gelijk maar even op de site zet. Het eerste wat mijn vrouw riep toen zij hem zag was: “Maar dit is mijn klas!”. Misschien wil minister Plasterk ook nog even meekijken? Ik wens alle collega’s in het onderwijs een ontspannen weekend toe!

Doorsnee-klasje anno 2009

Twitter-verslaving in 46 stappen

notfollowingDe 46 stappen in dit blogje komen niet van mijzelf, ik vond ze op het weblog van Shane Nickerson . Maar aangezien we hier in een bescheiden landje aan de andere vkant van de oceaan leven, heb ik een en ander een beetje aangepast in een vrije vertaling….

  1. Hoor voor het eerst het woord “Twitter”.  Je lacht er meesmuilend om.
  2. Hoor het voor de tweede keer van iemand anders. Opnieuw meewarig grijnzen.
  3. Hoor het van een BN’er die blijkbaar op Twitter zit. Lach er weer schamper om, maar houd in gedachten dat je er toch eens een keertje naar kijkt.
  4. Log gezellig in op Hyves of Facebook om jezelf weer een beetje vertrouwd en op je gemak te voelen.
  5. Maak toch maar eens onopvallend een accountje aan op Twitter.
  6. Geef het snel op omdat het behoorlijk stompzinnig lijkt.
  7. Drijf overal luid en duidelijk de spot met andere Twitteraars.
  8. Volg  @maximeverhagen , @obama , @ikbendries  ( Roelvink ) , @pauldeleeuw,  @borsato  en nog één andere persoon  die je ècht kent.
  9. Plaats je eerste tweet in de trend van: “Nou, toch maar eens een keer proberen, met dit Twitter-gedoe.”
  10. Probeer je een beetje verder in Twitter te verdiepen.
  11. Het valt je op dat je veelvuldig dit soort woorden tegen komt: “Tweet,” “Twitter,” “Twitterverse,” “Tweetie,” “Tweetdeck,” en een of andere gezheimzinnige afkorting “RT.”
  12. Lach opnieuw meesmuilend, maar ditmaal een beetje onzeker en als een boer die kiespijn heeft.
  13. Vertel je vrienden dat je “dat Twitter eens hebt uitgeprobeerd” maar dat je er niet veel van snapte en dat “het sowieso toch stom was.”
  14. Log weer in op Hyves want aan die site lijk je veel meer te hebben.
  15. Je leest ergens een of ander artikel over Twitter.
  16. Log toch maar weer eens een keertje in op  Twitter, waarbij je wel je wachtwoord moest opvragen, want dat was je vergeten. 
  17. Probeer niet woorden te gebruiken als  Tweet, Twitter, Twitterverse, Tweetie, Tweetdeck, en ReTweet.
  18. Stuur @obama een reactie.
  19. Neem het jezelf kwalijk dat je je er druk om hebt gemaakt.
  20. Bemoei je vier maanden lang niet meer met Twitter.
  21. Log na die tijd maar weer eens een keertje in, alleen maar even om te kijken of er iets verbeterd is.
  22. Plaats een redelijk grappig berichtje.
  23. Iemand citeert jouw tweet met de letters “RT” en jouw naam er voor
  24. Kom tot de ontdekking dat “RT”  betekent “Re-Tweet”.
  25. Besluit dat het belangrijkste doel in je leven wordt dat men jouw berichtjes “Retweet”.
  26. Installeer een  Twitter-applicatie op je mobieltje ( je hebt er speciaal een internet-abonnement voor afgesloten ).
  27. Je geneert je niet langer als je zegt: “Daar zal ik even over Twitteren”
  28. Ga naar bijeenkomsten toe alleen maar om er over te kunnen Twitteren.
  29. Je vraagt in je gebed of jouw berichtjes toch maar vaak “Retweeted” zullen worden.
  30. Ververs je scherm, en nog eens, en nog eens, en nog eens
  31. Sluit je computer af
  32. Start hem toch nog een keertje op, en ververs je scherm nog een aantal malen, want je weet maar nooit.
  33. Je gedachten hebben zich inmiddels beperkt tot zinnetjes van 140 tekens.
  34. Controleer elke dag dwangmatig de hele dag door je mobieltje op je Twitter-berichtjes.
  35. Plaats een Tweet dat je dit op die manier dwangmatig doet.
  36. Probeer afstand te nemen van gewone mensen in je dagelijkse omgeving in een poging indruk te maken op wildvreemden die je eigenlijk helemaal niet kent.
  37. Verlies flink wat kilo’s omdat je vergeet te eten.
  38. Leg je mobieltje naast je kussen neer zodat je dat ’s ochtends al eerste kunt controleren.
  39. Verdedig Twitter te vuur en te zwaard tegenover mensen die er kritiek op hebben.
  40. Ga bij jezelf te rade, en ontdek dat anderen jou langzamerhand met “die halve zool” aanduiden
  41. Je voelt je als, en je begint je ook steeds meer te gedragen als Dr. Hannibal Lector ( of Emile Ratelband of Patty Brard )
  42. Beloof jezelf plechtig dat je vanaf heden voorgoed zult stoppen met Twitter
  43. Lees nummer 42 nog eens terug en verander van gedachte.
  44. Bedenk dat je dat eigenlijk wel zou kunnen Twitteren.
  45. Herken de ironie in die gedachtengang.
  46. Twitter daar weer over……..

Tja…. trouwe mede-twitteraars….. is ’t een beetje herkenbaar? Heeft onze bezorgde partner toch gelijk.In elk geval hebben we nu weer iets om over te twitteren…..

Dierendag in dorpje B. op de Veluwe

Een reformatorische maraboeTijdens mijn dagelijks fietstochtje naar het eerbiedwaardige onderwijs instituut waar ik mijn centjes zuur verdien, passeer ik geregeld een geheel in het zwart geklede man, die met peinzende blik zijn ook geheel zwarte hond aanschouwt, terwijl dit dier zijn behoefte doet in het aanpalende plantsoen. Dit is dus een reformatorische hond, waarvan er in dorpje B. op de Veluwe vele zijn. Een buitenstaander zou denken dat zo’n hond een wat tobberig, somber en drukkend leven leidt: je wereld gaat niet verder dan het nabij gelegen perkje, waar een enkel grassprietje tussen de drollen door een hopeloze strijd voert. Misschien twee keer op een dag het rondje om de kerk, dat wel. Als reformatorische hond kom je een enkele keer een lotgenoot van de andere sexe tegen, maar dan is het nog maar even afwachten of dit ook een reformatorisch exemplaar betreft, want anders kan van enige ontmoeting geen sprake zijn,  laat staan dat andere, waaraan honden zich soms te buiten willen gaan, ongeacht hun kerkelijke achtergrond. De  verschillen in geloofsbeleving strekken zich dus ook tot de dierenwereld uit. Wat doet de doorsnee reformatorische hond verder? Ja, wat heen en weer wandelen van de mand naar het plantsoen, wat ruiken aan een lantaarnpaal, en op zaterdag een wandelingetje door het buurtbos.

Men zegt wel eens dat dieren op hun baas lijken en omgekeerd. Texelaars lijken op schapen, boxers hebben een bokser als baas, dat werk.
Religies zijn er in ongelooflijk veel variëteiten, en in de meeste religies houdt men huisdieren. Ieder zoekt het dier wat bij hem of haar past. Zo zie ik dus reigers, maraboes, gnoes als typisch reformatorische dieren: een beetje kleumerig, treurig, schuwig. Donker verenkleed of vacht, zich statig verplaatsend. Een reformatorische kanarie zal niet gaan. Je leert zo’n beest eenvoudig niet om op hele noten te zingen. Evangelischen houden weer een ander slag dieren; daar zou je een kanarie kunnen aantreffen, maar die heeft toch meer iets rooms-katholieks, iets van het goede leven. Nee, ik vind de spreeuw een typisch evangelische vogel, en bijvoorbeeld het stokstaartje een typisch evangelisch dier. Blij, kwiek, in grote groepen druk geluiden makend en bij elkaar hokkend, een luchtig en vluchtig bestaan. Kijkend naar de hemel. Zou er eigenlijk een dierenhemel bestaan? Daar zou je toch wel in moeten geloven, als je tenminste een beetje van je dier houdt.

De gewone doorsnee gereformeerden doen het weer wat rustiger aan: ik zie daar goudvissen ( twee, in een kommetje met een plastic plantje ). In zo’n aquarium heb je alle tijd voor momenten van stilte en bezinning, door het glas zie je de wereld aan je oog voorbij trekken. Bij gewoon gereformeerden horen ook wandelende takken en bijvoorbeeld  zo’n kaalgeplukte grijze roodstaart papegaai, met zo’n roze, veerloze nek, knabbelend op een nootje ( pepermunt-smaak ).
Ja, en dan onze islamitische medemens, die is volgens mij niet zo huisdierderig…het schaap is ook zo’n dooddoener.  Een valk zou kunnen, of zo’n dromerig ezeltje in een zonovergoten landschap, de hoeven schrapend in het zand.

Verder hebben we  hier wat atheïsten. Eigenlijk ook een geloof: de één gelooft dat er Iets is, de ander dat er Niets is. Atheïstische dieren zie je in dorpje B. op de Veluwe niet veel. Hier en daar een verdwaalde pitbull of een Deense dog, en laatst lag er nog een platgereden egel langs de weg, vlakbij de inrit van een enorm groot kerkgebouw aan één der invalswegen.

Ik heb twee katten. Die zijn een beetje eigenzinnig, soms onvoorspelbaar, bewandelen geregeld een weg die je niet verwacht. De eigenaar lijkt op zijn dier, ja. Die gaan dus op Dierendag, verwend worden, hetgeen inhoudt dat ze restjes taart krijgen van de afgelopen verjaardagen hier in huis. Alle dieren zullen op die dag verwend worden, alleen voor de reformatorische exemplaren is het wel een beetje sneu. Deze keer geen feest voor hen. Dierendag valt namelijk dit jaar op een zondag. Eens kijken of ik voor de buurkat niet stiekum een schoteltje taart kan neerzetten. Zo’n beest mag ook wel eens verwend worden. Het is van harte gegund.