Geen rijkdom zonder zorgen

Het bezit van drie dochters in de bloei der jaren is een enorme rijkdom maar ook een bron van zorg. Mijn vrouw kwam gisteravond thuis van een avondje uit met drie andere moeders van dochters, en men had zich zorgen gemaakt om het voornemen van één der andere dochters het scholierenfeest van de lokale discotheek te bezoeken. Nou ja, lokaal, ik woon in dorpje B. op de Veluwe, en daar is het bezoek aan een discotheek zoiets als een volledige toewijding aan Sodom en Gomorra, dus voor dergelijk vertier moet men hier naar een naburige gemeente.

Wanneer een puberdochter een dergelijk voornemen uit, is dat geen wens, maar een eis. Eens in de zoveel tijd organiseren de op geld beluste eigenaren van het uitgaanscentrum een avondje voor een wat jonger publiek, van twaalf tot achttien jaar, want je kunt ze niet vroeg genoeg aan je nering binden. Nu is de kerstvakantie aan de buurt om de argeloze pubers negen euro uit de zak te kloppen en hen vervolgens een onvergetelijke avond te bezorgen, waarin maar veel geconsumeerd mag worden. Om twaalf uur ’s nachts beweert men de poorten te sluiten en zal de hitsige menigte door bussen worden afgevoerd naar veiliger oorden zoals de kinderkamer vol achtergebleven knuffeldieren en paardenposters aan de muur.

Zo’n kind moet daar dus heen, en het grote onderhandelen begint. Vanzelfsprekend gaat iedereen uit de klas, en ben jij de meest ouderwetse ouder die er ooit bestaan heeft. Ik spreek dus uit ervaring, en aangezien niemand tegenwoordig meer de druk van al die andere moderne en wèl om hun kind gevende ouders kan weerstaan, geef je tenslotte maar toe, waarbij allerlei spook- en gruwelbeelden door je hoofd malen in afwachting van het moment suprême.
Het grote opmaken en optutten neemt reeds in de middag een aanvang en naar jouw hopeloos ouderwetsche  mening gaat het kind er steeds sloerie-achtiger uitzien.  Zo toog ik dus enige tijd geleden ook met de auto vol opgewonden K3-meisjes derwaarts, en belandde bij de plaats des onheils al snel in een opstopping van allemaal andere bezorgde vaders die uiteindelijk maar aan de druk hadden toegegeven en met angst en beven de gebeurtenissen en toekomstige ongewenste zwangerschappen afwachtten, daarbij geheel vergetend hoe ze zich zelf op die leeftijd hadden gedragen.
Ik mocht natuurlijk niet helemaal tot voor de ingang rijden, want daat staat stom, als je je door je ouders laat brengen. Buiten een grote horde irritante gozers, die allemaal met begerige blikken het binnenkomend vlees monsterden. Ik had ze allemaal met de koppen tegen mekaar willen slaan, en het liefst had  ik rechtsomkeert gemaakt, mijn rijkdom meevoerend naar een veilige Disney-film of desnoods dezelfde avond nog helemaal naar de Efteling, koste wat het kost.  Het werd er allemaal niet leuker op toen er ook nog heuse portiers bij de ingang bleken te staan, van die vlees-in-blik-types met oortelefoontjes in, en kille nietsziende haaie-ogen.

Maar ja, tegenover zó’n overdaad aan gillende en krijsende hormonen sta je als vader machteloos, dus liet ik ze maar achter in handen van deze harde argeloze-jeugd-uitbuiters, ernstig hopend dat de meisjes er nìks aan zouden vinden.
Om één uur ’s nachts werden ze door een andere opgeluchte vader thuisgebracht, stinkende rookkleding, en het was natuurlijk prachtig geweest, vèt chillen, en zo snel mogelijk weer. Gelukkig zou dat weer een aantal maanden duren, en de laatste tijd hoor ik haar er eigenlijk nooit meer over. Te oud nu, mag ik hopen. Beetje met die kleine kindjes op de dansvloer staan, nee, nu zijn we klaar voor het grótere werk.

Vanochtend toch maar eens op de site van Sodom en Gomorra wezen kijken, waar ik onderstaand blij filmpje aantrof van een vorig feest. Een wulpse juffrouw, die de scholierenleeftijd toch reeds enige tijd geleden achter zich had gelaten, kronkelde over het podium, begeleid door een muziekje met de titel “Sexy Bitch”,  hitisge knapen maakten stuitende bewegingen met hun onderlichaam en lieten zich interviewen met vragen hoeveel chicks ze al gescoord hadden, of ze al voortdurend aan hun kont hadden gezeten en of ze al lekker gezoend hadden. Ze zijn weer helemaal klaar voor het komende eindejaars scholierenfeest. DJ Fouradi zal draaien, en vette hits als “Eén nacht met jou” ( een dertien-jarige? ) ten gehore brengen. Scholierenfeest. Eén nacht met jou.

Wat ben ik blij dat ik achteraf niet de schoonvader van DJ Fouradi ben geworden. Ik heb haar blijkbaar toch ouderwetsch genoeg opgevoed.  Straks komt de vriendin van mijn vrouw nog even koffie drinken, een plan de campagne voor de uitgaanswensen van háár dochter ( 13 ) bespreken. Om de stemming er vast goed in te bengen, zal ik ook even dat filmpje laten zien….

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=w1YA7WBH9xE[/youtube]

De winter van weleer

Lang geleden dat we zo’n mooie Hendrik Averkamp-winter hadden. Althans, qua landschap dan, want de dooi zet al weer vrij snel in. Op de een of andere manier lijkt al die sneeuw een dempende werking te hebben op agressie, boosaardige gedachtes, vernielingen, lawaai, noem maar op. De kleur speelt ongetwijfeld mee. Je moet er niet aan denken dat wij, in plaats van door een maagdelijk en sereen wit, door een schreeuwend paars bedekt zouden zijn. Het leed ware niet te overzien. Niet voor niets zijn operatiekamers vaak in groene en rustgevende tinten uitgerust, in klaslokalen en schoolmeubilair overheerst ook vaak groen. Al eens lesgegeven aan een horde rugzakkinderen tegen de achtergrond van een knal-oranje muur met schreeuwende lichtgevend roze stippen? Dat bedoel ik dus. Kinderen – en volwassenen – hebben het met die sneeuw al druk genoeg, ondanks de heilzame en kalmerende werking van al die stil dwarrelende sneeuwvlokjes, waar ik als kind de halve nacht voor wakker bleef als er sneeuw verwacht werd, starend voor het raam in mijn kamertje,  in de kou naar de lantaarnpaal, waar je in het licht de eerste voorboden kon aanschouwen.
Werd je dan ’s ochtends wakker, dan hoorde je buiten dat gedempte geluid je zag het vreemde licht tegen het plafond weerkaatst, en dan wist je: er ligt een dik pak sneeuw.

Misschien zijn we deze week allemaal wel weer een beetje stiekum kind geweest, misschien hebben we ’s nachts toch even uit het raam gekeken, en hebben we gedacht “Ha! Het sneeuwt, dat wordt leuk morgen!”. Sneeuw verbroedert. Wildvreemden zeggen je op je knerpende gang ineens gedag, sneeuw bedekt alles met een kleur die alle kleuren in zich heeft.  Nu was- en ben – ik niet zo’n held als het op gladheid aankomt. Dreigt er ergens een naderende sneeuwbal, dan ploeter ik bij voorkeur een straat om, of ik doorboor vanchter het stuur van mijn auto de mogelijke gooier met dodelijke blikken. ‘”Agressieve autobestuurder slaat groepje argeloze met sneeuwballen gooiende kinderen in elkaar”, dat soort koppen trek ik er dan bij.

Vroeger bouwde ik met buurkinderen een enorm fort op het pleintje achter ons huis, op de Jan Bontelaan in Overveen. Toen je nog winters had, en toen de kerstvakantie wel een maand leek te duren. Het fort werd door vaders ( altijd weer mannen, dat blijven grote kinderen )  met ijswater versterkt.  Anderhalve meter hoog toch wel, en drie sneeuwemmers dik. Het wachten was dan op de kinderen uit een nabijgelegen buurt, die -zo wisten wij van verkenners – een grote aanval voorbereidden. Enorme sneeuwbalgevechten waren het gevolg, het fort was gepokt met verse sneeuwblutsen, de muren deels ingestort, onder woest gejuich vertrapt door de aanvallende horden. Daar is Warcraft dus niks bij.De tegenaanval volgde in de loop van de dag, met hetzelfde resultaat, waarna alle vaders ’s avonds de boel restaureerden voor de volgende dag, nu nog strategischer en degelijker opgebouwd volgens de eeuwenoude principes der krijgskunde. Dat was nog leuk. Maar veel erger was het geploeter op het ijs. Friese doorlopers of zo had ik, houten schaatsen met van die veters. Laarzen aan, en dan werden die dingen om je voeten gesjord, tot de touwtjes de bloedbanen ongeveer volledig afknelden en je strompelend over het ijs zeulde, de schaatsen inmiddels in een haakse hoek onder pf vaker nog naast  je voeten. Wollen wanten aan een touwtje, al snel doorweekt en dus volledig verijst. Tot overmaat van ramp waren er dan altijd jongens die groter waren dan jij, harder reden dan jij en bovendien echte Noren hadden.  Zo kon ik dus nooit indruk maken op het meisje waarop ik gedurende de hele basisschool verliefd was.  Zie de schaatsheld, met z’n doorlopers op halfzeven, en z’n wantjes bungelend uit de mouwen. En niet vòòr vijf uur binnen komen, want moeder moest de was doen.

Het is een feit dat kinderen tegenwoordig minder buiten spelen. Men stort zich nou veilig achter de spelcomputer met een snowboard van de berg af, een zak chips binnen handbereik. Even naar buiten, maar daar is het koud en nat, en sleetje rijden is een vrij suffe bezigheid als je het vergelijkt met de digitale variant. Een paar sneeuwballen, vooruit dan maar, en dan weer snel naar binnen voor het echte werk bij Wii Sports of Wii Fit. En bovendien, wat sneeuwt het nu nog helemaal? Het lijkt niet eens op wat je op je spelscherm ziet. Nou ja, een beetje dan, de afgelopen week.  De wraak van Hendrick Avercamp. Ik pleit voor een nieuwe ijstijd, dan leren we het misschien weer.

Meisje loos

zeilbootLaura is terug in Nederland, en dat zullen we weten. Nu de sneeuw letterlijk en figuurlijk een beetje naar de achtergrond dreigt te ebben en te dooien, hebben we behoefte aan een mooi kerst-item als afsluiter van het jaar, en gelukkig kwam daar, als een geschenk uit de hemel, toch noch weer ons aller zeilmeisje, onze Laura, ons nieuwe meisje met de zwavelstokjes anno 2009.

Ongetwijfeld zal zij figureren in een groot aantal oudejaars-conferences, en ongetwijfeld zal zij gememoreerd worden in de diverse eindejaars-weblogs; Wauwel kan dan natuurlijk niet ontbreken, daar op deze plek al eerder de nodige gal over de perikelen van dit arme meisje is uitgestort. Daar heb ik eigenlijk wel een beetje spijt van. Want hoe meer je leest over haar tripje naar Sint Maarten, haar flinke stapel koffers ( hoe doe je dat in je eentje? ), haar zakcentje van  € 3500, – ( is dat nu op ? ), haar vliegreis, die dus bij hoog en bij laag niet vanaf een Nederlandse luchthaven heeft kunnen plaatsvinden, hoe meer je haast zeker weet dat daar degenen achter zitten, die het hele gebeuren oorspronkelijk hebben aangezwengeld. Een vader met opvoedingsproblemen, een opa en oma die nu ineens enig verantwoordelijkheidsbesef ten toon lijken te spreiden, een moeder die pas iets van zich laat horen als al het publiciteitsleed reeds geschied is.

Laura is het slachtoffer van media-geile sponsors, advocaten en andere twijfelachtige adviseurs, van het hele circus wat zich op haar heeft gestort. Wat voor vader en wat voor opa en oma ben je, als je een publicitieits-show maakt van een droom waar elke puber zich wel eens aan te buiten gaat, zoals alle normale pubers  doen op een leeftijd waarop je als meisje net met spijt in je hart de laatste Barbie in een doos hebt opgeborgen, en waarvan alle weldenkende ouders weten: “Dat is mooi dat je dat wilt, en droom er vooral nog een tijdje over door!”  Dat is hetzelfde als je kind op veertienjarige leeftijd laten roken, drinken, autorijden of met illegaal vuurwerk de buurt onveilig maken. Iets verbieden is anno 2009 blijkbaar not done. Het resultaat is een meisje wat niet geleerd heeft dat er soms grenzen zijn die je nog niet kunt passeren, en wat niet geleerd heeft dat daar in die grote boze buitenwereld allerlei mensen zijn die  jou niet gewoon als een lief en onschuldig puberkind zien, maar als  iets waar ze een voordeeltje uit kunnen slaan.

Wauwel neemt alle boze woorden over Laura terug, en hoopt van harte dat ze  rustig en ongestoord kerstfeest en oudejaar kan vieren bij mensen die om haar geven en haar behandelen op een manier die past bij haar leeftijd: een kwetsbaar en onzeker puberkind, slachtoffer van eigenlijk een verscheurd gezin. Van die dromen komen er later best wel een paar uit, zolang er maar mensen zijn die haar er voorlopig nog een beetje in remmen en haar lekker door laten puberen, want dat duurt nog wel een paar jaartjes.

En laten we het nu maar weer eens over het weer hebben.

Nog meer kerst

Ik raak nu helemaal in de stemming, hoewel werkelijk doodop en volkomen leeg na de laatste officiële ( er liggen nog wel wat klussen voor de kerstvakantie ) werkdag van dit kalenderjaar: een foto die ik onlangs met m’n iPhone in een tuincentrum maakte.

kerstballen

Sneeuwplaatje

Gisteravond nog even snel de besneeuwde tuin in om mijn met led-lampjes ( Kopenhagen-proof ) versierde acacia te fotograferen. Ik vond het resultaat wel geslaagd ( een groot exemplaar is HIER te vinden):

sneeuw

Espresso

koffiemolenEr zijn zaken waar je je lang tegen verzet omdat iedereen er zo mee dweept, maar soms komt er een moment dat je denkt: Wat kan mij het ook helemaal schelen, en zo kon het dus gebeuren dat Wauwel na een slapeloze nacht vol dromen van koffiemachines in alle soorten en maten richting Naarden trok, om daar een espresso-apparaat aan te schaffen. Iedereen heeft zo’n ding, dus je kunt dan niet langer achterblijven en het geeft toch stiekum een heerlijk gevoel van “kijk mij eens elitair zijn” als je het tegenover minder geëngageerde lieden kunt hebben over “mijn schuimpijpje wat een heerlijke latte fabriceert”. Nu weet ik  nog niet of dat überhaupt wel kan, het zij mij vergeven. Het feit dat ik vroeger voortdurend af gaf op lieden die het over hun ‘latte’ hadden, moet nu voor het gemak even als niet bewezen worden beschouwd. Principes kunnen soms heel hinderlijk zijn.

Hoe ben ik toch zo ver gezakt?  Op een slechte – of mooie – dag verschenen een dochter met haar vriend met een tijdelijk afgedankt en dus voor ons in bruikleen espresso-apparaat, zo eentje met zo’n handvat waar je koffie in moet doen.  Nu ben ik ernstig gewend aan mijn dagelijkse kelken Senseo, maar ik ging me prompt meer en meer verbeelden dat de smaak mij daarvan tegen begon te staan.  Op het moment dat ik dus bij de AH mijn eerste pak gemalen espresso ging halen wist ik al: ik wil zelf zo’n ding, en dan natuurlijk nieuwer, mooier, groter en glimmender.
Zo gaat dat vaker: je wordt met iets geconfronteerd en je weet al: dit wil ik hebben, en over een week staat het er.

Naar Naarden dus. Het stortregende op deze zaterdagmorgen, maar een dergelijke aankoop kon natuurlijk niet over het weekend getild worden. “Nee, ik ga mij eest even uitgebreid oriënteren en laten voorlichten! Ik koop nog niks!”, terwijl het geld in mijn zakken brandde.  De koffiemachine-winkel bevond zich ergens op een industriegebied. De zaak werd volgens de website gerund door een oud auto-coureur, die blijkbaar op totaal andere wijze aan verdiensten moest komen, zoals oud-voetballers vaak een sigarenwinkeltje begonnen. Zoiets is natuurlijk extra interessant als je straks kunt zeggen van “Kijk, dit heb ik bij een bekende auto-coureur gekocht, dus het is en goed apparaat”.

Het pand bleek ’s morgens om tien uur al vol klanten te staan, en bij de balie werd ik door een in een opzichtige outfit gehuld jongmens op bitse toon terecht gewezen omdat ik geen nummertje had getrokken. Uiteindelijk werd mij de eer gegund om door een andere verkoper ( geen auto-coureur te zien trouwens ) geholpen te worden, eentje die niet méér wist te vertellendan  dat apparaat A beter was dan apparaat B, “omdat die er gewoon mooier uit ziet en die andere is nogal basic”. Deskundige voorlichting dus.

Gelukkig had ik mij op internet al terdege door allerlei consumentenfora geworsteld en de ins en outs van de diverse modellen bestudeerd.  En apparaat A zag er inderdaad beter uit: roestvrij staal, blauw verlichte dislay, heel trendy allemaal. Die moest en zou het dus worden, maar dat wist ik thuis eigenlijk al.  Of ik er ook nog een vijf-kilo-pak bonen bij wilde hebben. Nou nee, straks komt het apparaat het huis niet in, en dan zit ik dar met al die bonen.

Gelukkig heb ik een heel lieve vrouw, die mij mijn impulsieve aankopen telkens weer vergeeft, en zo merkte zij ook niet dat het eerste bakje mij ernstig tegenviel. Niks beter of lekkerder dan Senseo, eerder wateriger. Vooral niets laten merken natuurlijk, en stug volhouden dat je nog nooit zoiets hemels geproefd had.  Later ondekte ik dat mijn kopje grotendeels gevuld was geweest met water en chemicaliën  uit de eerste spoelbeurt.  Het eerste opschuimen ontaardde ook in lichte brandblaren op mijn vingers en een enorme spetterpartij op het aanrecht, maar nu, een aantal weken verder, geniet ik  terwijl ik dit stukje schrijf van de ultieme koffiebeleving terwijl heerlijke geuren mijn neus strelen.  

Nu zag ik gisteren spierwitte en vooral dure led-kerstboomverlichting. Altijd vreselijk gevonden. Gauw kopen.

Kerstsfeer

Ach ja...De laatste dagen vòòr de kerstvakantie zijn in het onderwijs in het algemeen niet de meest rustige. Het personeel sleept zich in staat van totale ontreddering op de wenkbrauwen door de gangen en heeft zodoende ook geen tijd om te genieten van de kerstversieringen die daar  met al dan niet kundige hand zijn aangebracht. Pilaren omwikkeld met aluminium-folie, wat kerstklokken aan het plafond en een kunstkerstboom die stamt uit de tijden dat ze nog van prikkeldraad gemaakt leken te zijn.
Dat alles beschenen door een hard en onbarmhartig licht van de tl-buizen.
In de aula hangen – ineengedoken en natuurlijk in dikke jas gestoken  – wat leerlingen die lusteloos voor zich uit staren.  Een enkeling heeft een kerstmuts op, om wat in de sfeer te geraken.

In de personeelskamer dienen zich ook al weer de eerste kerstkaarten van relaties en andere bevriende bedrijven aan, zonder uitzondering meedingend naar de prijs voor meest afzichtelijke kerstkaart van het jaar 2009. In de postvakjes werd vorige week al een uitnodiging van het management bezorgd, met daarin de ernstige vermaning om toch maar vooral aanwezig te zijn bij de afsluitende personeelsbijeenkomst in de aula. Na afloop, en  dan ook echt NA AFLOOP, kunnen dan de kerstpakketten in ontvangst genomen worden.  Bij zo’n bijeenkomst staat men met warme en mooie woorden stil bij de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, de verworvenheden van het moderne onderwijs en hoeveel goeds ons dat wel niet heeft gebracht; mogelijk zijn er nog wat afzwaaiers onder de collega’s  en er wordt een melodietje gedraaid.  Daarna stort men zich op de nootjes en de schalen met hapjes uit de kantine. Met een scheef oog monster je dan alvast de stapel kerstpakketten. “Wat zou er dit keer in zitten?” is elk jaar weer een boeiend discussie-onderwerp in de docentenkamer in de laatste lesweek van het kalenderjaar.

De gulle gevers staan elk jaar weer voor een moeilijke keuze, want wij Nederlanders zijn niet snel tevreden. Zo heb ik al eens een soort bureau-klokje mogen ontvangen, wat vervolgens ernstig vervormde toen ik probeerde met thinner het opgedrukte school-logo te verwijderen.  Ooit kreeg ik een eet-pakket, met daarin een kip, die al zó blauw was, dat de stoffelijke resten  uit zichzelf van het bord dreigden te lopen.
Er is ook een tijd geweest dat we cadeautjes kregen uit de wereldwinkel, toen de verantwoorde chocolade nog naar mica smaakte en de thee naar karton. Door de jaren ook veel boekjes met spreuken en andere wijsheden, van auteurs die kennelijk alleen voor dat doel werkjes publiceren. Natuurlijk de stapels ragout-schaaltjes en blikjes kerstpaté. Laatst, bij het installeren van een nieuwe keuken, vond ik achter een kastje nog een dergelijk blikje, vervomd tot een vage substantie op de vloer, herinnerend aan een kerstfeest van minstens  negen jaar geleden.

Vorig jaar kregen we een horloge ( naar keuze dames- of herenmodel ) met voorop natuurlijk het logo van ons onderwijsinstituut en op de achterzijde voor zover ik mij nog kan herinneren de tekst “Water-poof”, ongetwijfeld na enig ploeteren met de vertaalmachine op internet ergens door een arbeider in het verre Shanghai in het materiaal gestanst.  In een vlaag van kerst-goed-doenerigheid, en om te weten wat voor intens vredig innerlijk gevoel zoiets nu oproept, heb ik het kleinood weggeschonken aan de man die altijd bij Albert Heijn de daklozenkrant verkoopt.  Met zo’n goede daad meen ik toch de gulle gever van het kerstpakket niet al te zeer tegen de schenen te hebben geschopt.
Ik hoop dit jaar op een boekenbonnetje of zo ( ja, we zitten hier niet in het bedrijfsleven of het bankwezen hoor! ). Die vind je ook niet snel achter de aanrechtkastjes terug

Ook klassen gaan zich nog te buiten aan een soort van vieringen. Ooit gaf ik als beginnend docentje les op een ouderwetsch degelijke huishoudschool in IJmuiden, met allemaal meiden waarvan de hormonen en de kerstzenuwen door het lokaal gierden en waarbij elke blik of opmerking kon ontaarden in meppartijen. Omzichtig kerstfeest vieren dus in zo’n situatie.  Veel gebroken gezinnen, een hoop narigheid. Afgunst en jaloezie om vriendjes. Gruwelijke dagen voor sommigen, kerstfeest thuis bij een dronken vader die er in hemdsmouwen op los mept, of erger…was het maar vast voorjaar.
De stemming zat er goed in. Loeiende disco-kerstmuziek, de eerste plastic bekertjes chocomel en plakken kerstbrood keilden reeds over de tafel, nog nèt geen brand veroorzakend door alle kaarsjes en theelichtjes.
Ik zou nog een verhaal voorlezen. Pas toen ik op vol vermogen ” EN NU KERSTSFEER, JA!!” over de tierende menigte heen brulde, kwam men tot bezinning.

En toen geschiedde er toch nog een kerstwonder: al die grote en mooie meiden werden stil, en ze luisterden met oren op steeltjes naar het verhaal, en na afloop gingen ze naar huis met een klein theelichtje en een versierseltje en een kaartje er aan, zo groot als ze waren.  “Fijne feestdagen, meester!” … Hoe zou het nu met ze zijn.

Ik zou het zó weer over doen.