De laatste dagen vòòr de kerstvakantie zijn in het onderwijs in het algemeen niet de meest rustige. Het personeel sleept zich in staat van totale ontreddering op de wenkbrauwen door de gangen en heeft zodoende ook geen tijd om te genieten van de kerstversieringen die daar met al dan niet kundige hand zijn aangebracht. Pilaren omwikkeld met aluminium-folie, wat kerstklokken aan het plafond en een kunstkerstboom die stamt uit de tijden dat ze nog van prikkeldraad gemaakt leken te zijn.
Dat alles beschenen door een hard en onbarmhartig licht van de tl-buizen.
In de aula hangen – ineengedoken en natuurlijk in dikke jas gestoken – wat leerlingen die lusteloos voor zich uit staren. Een enkeling heeft een kerstmuts op, om wat in de sfeer te geraken.
In de personeelskamer dienen zich ook al weer de eerste kerstkaarten van relaties en andere bevriende bedrijven aan, zonder uitzondering meedingend naar de prijs voor meest afzichtelijke kerstkaart van het jaar 2009. In de postvakjes werd vorige week al een uitnodiging van het management bezorgd, met daarin de ernstige vermaning om toch maar vooral aanwezig te zijn bij de afsluitende personeelsbijeenkomst in de aula. Na afloop, en dan ook echt NA AFLOOP, kunnen dan de kerstpakketten in ontvangst genomen worden. Bij zo’n bijeenkomst staat men met warme en mooie woorden stil bij de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, de verworvenheden van het moderne onderwijs en hoeveel goeds ons dat wel niet heeft gebracht; mogelijk zijn er nog wat afzwaaiers onder de collega’s en er wordt een melodietje gedraaid. Daarna stort men zich op de nootjes en de schalen met hapjes uit de kantine. Met een scheef oog monster je dan alvast de stapel kerstpakketten. “Wat zou er dit keer in zitten?” is elk jaar weer een boeiend discussie-onderwerp in de docentenkamer in de laatste lesweek van het kalenderjaar.
De gulle gevers staan elk jaar weer voor een moeilijke keuze, want wij Nederlanders zijn niet snel tevreden. Zo heb ik al eens een soort bureau-klokje mogen ontvangen, wat vervolgens ernstig vervormde toen ik probeerde met thinner het opgedrukte school-logo te verwijderen. Ooit kreeg ik een eet-pakket, met daarin een kip, die al zó blauw was, dat de stoffelijke resten uit zichzelf van het bord dreigden te lopen.
Er is ook een tijd geweest dat we cadeautjes kregen uit de wereldwinkel, toen de verantwoorde chocolade nog naar mica smaakte en de thee naar karton. Door de jaren ook veel boekjes met spreuken en andere wijsheden, van auteurs die kennelijk alleen voor dat doel werkjes publiceren. Natuurlijk de stapels ragout-schaaltjes en blikjes kerstpaté. Laatst, bij het installeren van een nieuwe keuken, vond ik achter een kastje nog een dergelijk blikje, vervomd tot een vage substantie op de vloer, herinnerend aan een kerstfeest van minstens negen jaar geleden.
Vorig jaar kregen we een horloge ( naar keuze dames- of herenmodel ) met voorop natuurlijk het logo van ons onderwijsinstituut en op de achterzijde voor zover ik mij nog kan herinneren de tekst “Water-poof”, ongetwijfeld na enig ploeteren met de vertaalmachine op internet ergens door een arbeider in het verre Shanghai in het materiaal gestanst. In een vlaag van kerst-goed-doenerigheid, en om te weten wat voor intens vredig innerlijk gevoel zoiets nu oproept, heb ik het kleinood weggeschonken aan de man die altijd bij Albert Heijn de daklozenkrant verkoopt. Met zo’n goede daad meen ik toch de gulle gever van het kerstpakket niet al te zeer tegen de schenen te hebben geschopt.
Ik hoop dit jaar op een boekenbonnetje of zo ( ja, we zitten hier niet in het bedrijfsleven of het bankwezen hoor! ). Die vind je ook niet snel achter de aanrechtkastjes terug
Ook klassen gaan zich nog te buiten aan een soort van vieringen. Ooit gaf ik als beginnend docentje les op een ouderwetsch degelijke huishoudschool in IJmuiden, met allemaal meiden waarvan de hormonen en de kerstzenuwen door het lokaal gierden en waarbij elke blik of opmerking kon ontaarden in meppartijen. Omzichtig kerstfeest vieren dus in zo’n situatie. Veel gebroken gezinnen, een hoop narigheid. Afgunst en jaloezie om vriendjes. Gruwelijke dagen voor sommigen, kerstfeest thuis bij een dronken vader die er in hemdsmouwen op los mept, of erger…was het maar vast voorjaar.
De stemming zat er goed in. Loeiende disco-kerstmuziek, de eerste plastic bekertjes chocomel en plakken kerstbrood keilden reeds over de tafel, nog nèt geen brand veroorzakend door alle kaarsjes en theelichtjes.
Ik zou nog een verhaal voorlezen. Pas toen ik op vol vermogen ” EN NU KERSTSFEER, JA!!” over de tierende menigte heen brulde, kwam men tot bezinning.
En toen geschiedde er toch nog een kerstwonder: al die grote en mooie meiden werden stil, en ze luisterden met oren op steeltjes naar het verhaal, en na afloop gingen ze naar huis met een klein theelichtje en een versierseltje en een kaartje er aan, zo groot als ze waren. “Fijne feestdagen, meester!” … Hoe zou het nu met ze zijn.
Ik zou het zó weer over doen.
