Kerst in dorpje B. op de Veluwe

lightLeeswaarschuwing: dit stukjes is alleen maar interessant voor omwonenden in de wijde nachtelijke omgeving van de A30  bij dorpje B. op de Veluwe

Het waren de donkere dagen voor Kerst, behalve in het dorpje B. op de Veluwe. Daar straalde het licht, zelfs midden op de dag! Hoe dat zo kon gebeuren, staat in onderstaand kerstsprookje.
Er waren eens twee  handelaren. Jarenlang hadden ze vanuit een eenvoudige nering hun spulletjes aan de man gebracht en centjes bijeen geschraapt. En je weet, wie eenmaal van muntjes de geur heeft geroken en de klank heeft gehoord, die heeft nooit meer genoeg, die wil altijd meer, meer, meer.

Gelukkig dachten de bestuurders van het dorp er net zo over. Die wilden ook alleen maar meer , meer en meer. Ze haalden het geld weg van de arme burgers en gebruikten dat om grote terreinen, hallen, kantoren en wegen aan te zodat er nog meer handelaren naar B. zouden komen en er nog meer bijeengeschraapt kon worden.

Zo kwam het, dat met het verstrijken van de jaren, er een steeds naargeestiger sfeer in de straten en steegjes kwam te hangen. Waar je ook keek, zag je grote, sombere en meestal leegstaande kantoorgebouwen, blauw verlichte en ook leegstaande parkeergarages, door pech tot stilstand gekomen treinen, parkeerterreinen waar eens de mooie groene natuur was, met vuilnis en gifgrond vol gestorte wateren, industrieterreinen waar grote gele vrachtwagens af en aan reden, steeds meer lawaai maakten en alle regels aan hun laars lapten, of enorme gebouwen waar mensen in sombere stemming op sombere en dreigende zondagen bij elkaar kwamen, soms van heinde en verre.

De twee handelaren en de bestuurders hadden dat allemaal niet in de gaten, verblind als zij waren door de geldtekens in hun ogen en hun hang naar pracht en praal. In achterkamertjes kwamen zij in het geniep bij elkaar en bespraken hun plannen voor de toekomst: “Als jij nou dit voor mij doet, dan doe ik dat voor jou!”

Op een dag, in de aanloop naar Kerst, kregen de twee handelaren een fantastisch idee. Zij hadden genoeg van die oubollige kerstsfeer, met van die suffe kaarsjes, en een simpel kerstboompje, en dat gedoe met zo’n kerstster. Die zag je helemaal niet. Zij zouden dat wel even anders aanpakken. Zij zouden het èchte kerstlicht naar de aarde en in hun portemonnee brengen.

Zo kwam het, dat de bewoners van B. in die donkere dagen voor kerst, op een avond ineens getroffen worden door een verblindend licht aan de hemel, een schijnsel zoals nog nooit iemand op aarde gezien leek te hebben. Verbaasd en verbijsterd vroegen zij zich af hoe dit toch kon, gewend als zij waren aan het serene en zachte licht van de echte kerstster, die nu geheel verwenen leek te zijn.

Wanneer het ’s nachts bewolkt was, kon men van heinde en verre een koud, wit licht langs de hemel zien stralen, de wolken weerkaatsten het duizendvoudig over de landerijen, hoeven en huizen. Tot in de wijde omtrek zag men dit schijnsel, en wie niet anders wist, zou menen dat de hemel in brand stond met een koud, kil en onbarmhartig licht.
De beide handelaren, en de bestuurders van de stad juichten van blijdschap: dit was het ware licht, waar zij al die jaren naar hadden gezocht! Eindelijk was dat grote, dat wonderbare licht tot heel dicht bij de aarde gekomen. Ja, het raakte iedereen aan die er naar keek. Dit was het grote licht van het GELD! Het enige ware licht, en de handelaren en de bestuurders warmden en koesterden zich aan dit licht: nu zou alles in een ander schijnsel komen te staan, nu zou dit licht nòg meer geld, handelaren en bedrijven aantrekken, en het dorp zou groeien en groeien met nog meer wegen, fabrieken en bedrijven, en het zou vanzelf nog veel meer ligt gaan uitstralen daar over die eens zo donkere velden en bossen van de Veluwe. De natuur zou vanzelf dood gaan, de dieren zouden wegtrekken, op zoek naar de geborgenheid van de nacht; zo zouden de handelaren en de bestuurders zich daar ook niet meer druk om hoeven te maken. Een grote vrede kwam in hun harten, en zij keerden zich als één man naar dat prachtige licht, zo’n dertig meter boven de horizon.

Maar, zij wisten niet dat dit een koud licht was, dat dit licht geen warmte uit kon stralen. Het was een boosaardig licht, wat geen rekening hield met de gewone burgers en de dieren en de natuur. Daar houdt het geld niet van. En de harten van de bestuurders en de handelaren verkilden meer en meer, totdat zij enkele nog dachten dat zij alleen op de wereld waren, levend in een roes, in een schijnsel van waan dat zij zelf geschapen hadden.

Zo kwam het , dat de donkere dagen voor kerst in dorpje B. nooit meer donker waren. De burgers trokken weg, en met hen de sfeer, de gezelligheid, en de dorpse gemoedelijkheid.
Kerst in dorpje B., waar de allerhoogste voortaan EURO heet……

De Vliegende Brigade komt er aan!

De Vliegende Brigade in vol ornaat, vooraan een adviesbureau-persoon, achteraan een ex-inspecteurVanaf maart 2010 zullen alle problemen in het onderwijs tot het verleden behoren. Vanaf dat moment zullen zwak presterende scholen worden bijgestaan door “Vliegende Brigades”, bestaande uit – en ga nu maar even stevig in de stoel zitten- ex-inspecteurs, mensen uit de schoolbegeleidingsbranche en van de landelijke pedagogische centra. Ze krijgen een zogenoemd verbetermodel mee.

Dat kan dus niet meer stuk, zó’n partij kennis die me daar eventjes vrijblijvend langs de schooldeuren komt om zwak presterende docenten de grondbeginselen van het ABC der onderwijsvernieuwingen  stevig door de strot te rammen.  Dat zal ze leren, een beetje de zegeningen van het nieuwe leren  tegen te werken! De landelijke pedagogische centra hebben tenslotte niet voor niets jarenlang hun best gedaan ons middels dure cursussen, workshops, seminars, doe-weekends en noem maar op klaar te stomen en te bekeren tot het stralende licht van de Middenschool, de VMBO-t, het competentie-leren, het Nieuwe Leren, het Natuurlijk Rekenen, het Onnatuurlijk Rekenen, noem maar op. Waarvoor hebben we anders miljoenen uitgegeven aan onderwijsadviesbureau’s die -oneindig veel meer dan die sukkels van docenten- de onderwijsheid in pacht hebben? Wie weet hier nu iets van hoe je in de praktijk moet lesgeven? HUH?  Juist, de  Vliegende Brigade!  De bedoeling van de Vliegende Brigade is dat we over een jaar niet meer “zeer zwak”, maar gewoon, normaal “zwak”  zullen zijn. Zo hebben onze staatssecretaris, mevrouw Sjèron Dijksma en haar adviseurs – niet gehinderd door enige kennis van zaken – dat uitgedacht.

Hoe ziet zo’n Brigade er uit? Ik zie daar een schoolgebouw op een gure maandagmorgen in maart voor mij, het docententeam tijdens de koffiepauze bijeen geschurkt in een morsige lerarenkamer, ideeën uitwisselend over het invullen van de belastingpapieren en mopperend op het management. Voor de school houden enkele geblindeerde en onopvallende bestelbusjes met gierende remmen stil, de deuren worden opengeworpen, de straat is aan twee kanten afgezet en een groepje in regenjassen of zwarte pakken gehulde lieden stormt naar binnen, grote aktetassen met zich mee torsend. Het is ook mogelijk dat de leden van de Vliegende Brigade gehuld zijn in een soort kekke Superman-outfit met logo en dat zij vanuit de lucht neerdalen op het schoolplein, onder luid applaus en gejuich van een een grote menigte leerlingen, docenten en schoolmanagers.

De brigade rukt de lokaaldeuren open, schuift bruut docenten opzij en begint met het wegwerken der achterstanden op onderwijsleergebied en onderwijsvernieuwingen aan de hand van een enorme, tot aan het plafond reikende stapel dossiers: het verbetermodel, wat zó  groot is, dat het elk zicht op de werkvloer en wat daar gebeurt ontneemt. Na afloop van de les is iedereen tevreden, de staatssecretaris nog wel het meest, want er is weer een zeer zwakke school minder en vervangen door een normale zwakke school, en het is toch fijn dat je met nog twee jaar regeren voor de boeg straks niet afgerekend wordt op het feit dat je je onderwijsvernieuwingen en hun zegeningen niet voldoende hebt doorgevoerd.

Wanhoopt niet langer, de Vliegende Brigades komen er aan!

Ha! Weer weekend!

’t Is weer weekend, dan mag je iets ter ontspanning gaan doen, bijvoorbeeld boodschapjes doen bij AH of een beetje van een heuveltje afspringen  zoals de lieden in onderstaand filmpje; hoewel, in het onderwijs  produceer je toch nog nèt wat meer adrenaline. Full screen bekijken graag, en goed aan de luie stoel vast blijven houden. Klik op het plaatje voor het filmpje….

rots

Boardroom-sessie: Groeten uit Slot Zeist

slotzeist

Voor mij ligt het decembernummer van de MBO-krant 2010, zeg maar de Playboy voor de apostelen van het moderne competentie gerichte middelbaar beroepsonderwijs. Er zijn van die instanties die hun bestaan rechtvaardigen door het op gezette tijden uitbrengen van een publicatie vol juichende en blije stukjes, die vervolgens weer op een enorme stapel ongelezen papier in de docentenkamer belanden, naast de jaarlijkse stapel kerstkaarten en nieuwjaarswensen van bedrijven en relaties.

Op elk onderwijsinstituut loopt blijkbaar een persoon rond die meent de docenten met dergelijke lectuur te verblijden in deze donkere dagen voor kerst. De “zakelijke” kerstkaarten munten elk jaar weer uit door ongelooflijke banaliteit en wansmaak, bijvoorbeeld een foto van de besneeuwde entree van het nieuwe hoofdkantoor van de onderwijsuitgeverij of een afbeelding van een verzameling in blauwe overall gehulde types op klompen bij een volautomatische mestinjecteerder: “Loonbedrijf Zus en Zo wenst u een mineraalrijk 2010”  (ik werk in het agrarisch MBO )

Terug naar de MBO-krant. Op de middenposter geen van een blonde pruik voorziene uitdagende en schaarsgeklede mummie, maar een artikel over ‘werkplekleren’ . Nu daar is wat voor te zeggen, en ook werkplekleren kan behoorlijk opwindend zijn. Veel grotere opwinding echter bij een groepje MBO-bestuurders, u weet wel, die van die salarissen met de Balkenende-norm, die verslag doen van uiterst leerzame “boardroom-sessies”.
Bestuursleden komen in tien sessies bijeen in Slot Zeist en houden zich daar bezig met dilemma’s en vraagstukken bij complexe veranderingsprocessen waarin de scholen zich bevinden.?Voor zoiets ga je natuurlijk niet in een zaaltje van de gereformeerde kerk in Barneveld vergaderen; daar kies je een passende ambiance voor uit, met ophaalbrug, achter hoge muren met norse kantelen, stel ik mij zo voor. ?De sessies  reiken “nieuwe gezichtspunten” aan , “voeden het denken”, laten je even ontsnappen aan “de waan van de dag” ( de dagelijkse onderwijspraktijk die hardwerkende docenten dagelijks ervaren? ).
Ze willen “zelf leren”, en laten daardoor zien dat “dit ook voor anderen is weggelegd” .  Bestuurders blijken ook te “aarzelen en te zoeken” .

U begrijpt dat ik na het lezen van dergelijke hartverwarmende ervaringen toch even steun moet zoeken bij het meubilair, overmand door ontroering en dankbare kerstgevoelens. Al mijn onzekerheden voor de onderwijstoekomst zijn in één klap weggevaagd door de wetenschap dat ik kan bouwen op het rotsvaste fundament dat de nu zelf-lerende bestuurders voor mij hebben gelegd.  Het is fijn om ook helemaal onder op de werkvloer te weten, dat ergens in Slot Zeist ook voor de over ons gestelde overheden het licht is gaan schijnen.?Het komend voorjaar worden de sessies uitgebreid tot gewone sectordirecteuren. Misschien dat het zaaltje van de kerk in Barneveld dan toch nog in aanmerking gaat komen. En wie weet, mogen uiteindelijk, over een paar jaar, ook de docenten zulke mooie sessies gaan volgen, na afloop van de lessen. Er is vast nog wel ergens een noodlokaaltje vrij.

BN’er op leeftijd: De gevaren van dementie.

patriciaTerwijl de halve wereld zich terecht druk maakt over onze opwarmende aardbol, gooit een flink deel van de Nederlandse bevolking het over een andere boeg. De gemoederen houden zich hier bezig met een mevrouw op leeftijd die vroeger ( heel lang geleden toen ik  nog hevig in de pubertijd verkeerde ) niet geheel onaantrekkelijk was.  Deze ruim vijfenvijftig-plusser, die maandelijks al een dagje gratis mag reizen met de trein en bij wie ongetwijfeld wekelijks de proefpakketjes Tena-Lady door de bus rollen, heeft in een vlaag van dementie en andere geestelijke ontreddering gemeend haar door hechtdraden en botox bijeengetakelde lichaam eens te onthullen in een blad wat – heel toepasselijk – ook al uit voorbije tijden stamt.

Ik bedoel hier mevrouw P.P te A. en het blad waarom het gaat is de Playboy, wat in een ultieme poging tot overlevingsdrift zich maar heeft overgegeven aan een reportage die grenst aan necrofilie.  Zo’n blad koop je blijkbaar wanneer je te stom bent om op internet naar degelijke porno te surfen, of wanneer je helemaal geen vrienden hebt met Kerst, een veroordeling wegens potloodventen achter de rug hebt, wanneer je een geslaagde chemische castratie glansrijk hebt doorstaan, of wanneer je op een leeftijd bent dat zich af en toe een krampachtige lokale rigor mortis voordoet, als een flakkerend kaarsje in het aardedonker. Hoe meer je in Nederland wordt doodgegooid  met commerciële rommel en dienovereenkomstige juryleden op TV, hoe krampachtiger deze bekende Nederlanders zich in bochten wringen als blijkt dat de belangstelling wat tanende is.
Eens komt het moment, dat je je als ex-BN’er moet bezighouden met het doorknippen van lintjes ter gelegenheid van de opening van het nieuwe buurtwinkelcentrum in Rosmalen of Anna Pauwlona, of dat je dagvoorzitter mag zijn van het tweejaarlijkse congres van de Christelijke Geitenfokvereniging  in Heerde. Sommigen hebben dat moment tijdig in de gaten; anderen, waarvan de hersenen reeds te zeer zijn aangetast door Alzheimer, dementie of gewoon het Syndroom van Korsakov , blijven maar doorgaan met jurylidje spelen, met een nieuw plaatje opnemen, of met het spekken van de kas van de plaatselijke botox-boer.

 

Voor een jongere is iedereen boven de dertig bejaard, en wie de zestig is gepasseerd, is zo ongeveer overleden. Er was een tijd dat vunzige sexboekjes in morsige sigarenwinkeltjes vanachter de toonbank te voorschijn werden gehaald. Alles ter bescherming van de tere kinderziel. De geesten zijn nu wat ruimdenkender  geworden, ja helaas totaal doorgeslagen naar de andere kant, maar ik wil er bij de regering van dit dolgedraaide land toch hevig voor pleiten om voor het Kerstnummer van de Playboy een uitzondering te maken: graag terug onder de toonbank vol met inmiddels verboden rookwaar,en dan nog  voorzien van een sticker: “Het bekijken van dit blad schaadt de gezondheid in ernstige mate!”

Cursus

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=VFoE2Hy01KQ[/youtube]

Op gezette tijden bedenkt het management van het eerbiedwaardige onderwijsinstituut waar ik werk, dat het voor de ondergeschikten wel weer eens nuttig kan zijn om een cursus te volgen, bij voorkeur eentje die de zegeningen van de nieuwste vernieuwende onderwijsvernieuwingen over de cursisten uitspreidt. Zo kregen wij enige weken gelden een serie mailtjes van een Bureau X, wat ons op steeds dwingender toon verzocht een aantal ooit gemaakte toetsen aan te leveren. Deze zouden dan langs de lat van het zogenaamde competentie-gerichte toetsen worden gelegd en gewogen. De definitie van competentie-gericht toetsen is me tijdens de twee cursusdagen niet geheel duidelijk geworden, het heeft meen ik iets te maken met dat je je vragen zo simpel mogelijk stelt en zo. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vermelden dat ik de eerste – volledige – cursusdag van ’s ochtends tien tot ’s middags vier uur gemist heb.  

Nu is de moderne  jongere sterk visueel gericht en behept met de concentratie van een lantaarnpaal, dus ik voorzie in de toekomst toetsen  in de vorm van drie-bladige prentenboeken, gemaakt van sabbel-bestendig materiaal. Als je er daar maar genoeg van uitdeelt, kom je toch nog aan je veertig vragen, die je dan over een heel semester kunt uitspreiden in verband met de te verwachten moeilijkheidsgraad. Bovendien wordt een sabbelbestendig prentenboek van veertig bladen wel erg onhanteerbaar.

De cursusdagen waren – heel tactisch – gepland tijdens een toetsweek. Men moet gedacht hebben dat je dan als docent niet veel te doen hebt. Hoe gaat zoiets. Je stopt een groepje onwillige docenten in een lokaaltje, eventueel een kroketje van de zaak vooraf, en je levert hen over aan twee- zo op het oog – vers van de opleiding komende onderwijsadviseuses. De eerste dag schijnt de cursus door één van beide dames alleen gegeven te zijn, en de ervaringen waren toen zódanig, dat voor de tweede cursumiddag versterking moest worden ingevlogen.  De sfeer deed sterk denken aan een doorsnee klas met lawaaiierige pubers, en het wachten was op het moment dat een van beide slachtoffers daar voor de klas het geduld zou verliezen en tot schuimbekkende handtastelijkheden jegens de cursisten zou overgaan, maar nee, de beide onderwijsadviseuses hielden het hoofd ogenschijnlijk koel en overlegden rustig met elkaar, hun dossierstukken en hun mobieltjes. Je zou met ze te doen hebben: denk je alles van onderwijs te weten, want je werkt tenslotte bij een onderwijsadviesbureau, moet je ook nog  volgens de heersende vernieuwingsnormen zoiets aan mensen uit de praktijk onderwijzen. Dat is raar! Daar helpt geen kek mantelpakje tegen. Ik teken voor zo’n baan: je verdient goud geld terwijl je de cursisten in groepjes wat laat aan rommelen en de laatste schoolroddels bespreken.
Zo af en toe verstomde het rumoer en konden de juffen een nieuwe zelfwerkzaamheidsopdracht aan de aanwezigen verstrekken, zodat een ieder die dat nodig achtte toch nog aan zijn eigen correctiewerk en andere schoolcorrespondentie toekwam. Zo werd het bijna vier uur, en konden de beide deskundige bureau X-medewerksters ons vertellen dat wij binnenkort een bewijs van deelname en – voor de leergierigen – een heus certificaat tegemoet konden zien. Nu waren er van de hele groep slechts twee die wat voorwerk hadden kunnen verrichten – blijkbaar iets meer vrije tijd – , dus die kunnen zich verheugen op een ongekend carrière-perspectief binnen het onderwijs. De rest, schrijver dezes incluis, zal het moeten stellen met een bewijs van deelname, wat natuurlijk weer een ereplekje gaat krijgen bij de andere bewijzen van deelname, alleen weet ik even niet meer waar die allemaal rondzwerven.

Het was een boeiende cursus. Op naar de volgende.

Verpest

sinterklaas5qnOver de grauwe zee, ver uit de kust van Normandië, vaart een schip, het SS “Geert Wilders”. Wie gelijk een meeuw laag over de schuimende grijsgroene golven nadert, ontwaart een stoomboot, zwaarbeladen, kreunend en stampend, zwarte rookwolken uitbrakend, strijdend tegen de gierende wind.  Op de voorplecht staat een oude man, gehuld in een rode tabberd, met de ene hand de raling omklemmend en met de andere hand de mijter. Inderdaad, het is de Goede Sint, die daar, peinzend in de verte starend, ons met cadeaus komt overladen.
Wij willen weer veel dit jaar, en wij vinden allemaal, van hoog tot laag, dat wij erg zoet zijn geweest. Wij willen meer en hogere bonussen, wij willen een JSF, wij willen een beter klimaat na Kopenhagen, wij willen een tweede termijn voor Neelie Smit, wij willen Balkenende houden, wij willen serieus de Olympische Spelen en als dat niet lukt het WK-voetbal, wij willen allemaal een grotere en milieu-onvriendelijker wagen, want dat is voordeliger bij de kilometerheffing, wij willen nu al naar de kerstshow bij de Intratuin, want die kun je al weer ruim drie weken bezoeken, en we denken stiekum ook al aan de paaseitjes bij ons ontbijt.

Wij willen allemaal graag Patricia Paay in haar blootje in de Playboy zien staan, want wij zijn stiekum een beetje necrofiel, wij willen wraak voor het verloren songfestival en daarom laten we een verwend rijkeluiszoontje het kindersongfestival winnen, we willen allemaal een Mexicaanse griepprik, een Philps bioscoop-tv, en we willen allemaal graag bellen met Annelie Vreugdenhil, directeur Corporate Clients van ING Wholesome Banking ( wat dat dan ook allemaal wezen mag ), want zij stalkt ons elke morgen rond het nieuws van zeven uur  en nog vele malen daarna met haar Gooise stemgeluid en haar telefoonnummer in een irritante reclame die ons oproept haar snel te bellen zodat we mogelijk van haar gedram af zijn.

We hebben nog meer reclame op tv, die ons aanmoedigt dingen te willen HEBBEN. Wie per ongeluk rond het avondeten naar Zapp zapt, weet zich overspoelt met reclames voor Amerikaanse felgekleurde speelgoedrommel, op wonderbaarlijke wijze allemaal speelgoed van het jaar. En ’t is maar 50 euro voor zo’n rotpopje wat echt kan huilen en spugen. Spaar ze allemaal. Wee de Sint die het verwende kind straks niet geeft wat het eist, en de hoeveelheden kalmerende pilletjes die basisschoolkinderen nu al moeten slikken ter voorbereiding op de verjaardag van de Goedheiligman  bereiken ongekende hoogten. Ondertussen beleeft Sint op allerlei netten de meest krankzinnige avonturen, hij komt aan in helikopters, hanggliders, racebuggy’s, electrische auto’s, speedboten, per parachute, hij wordt beroofd, bestolen, krijgt HIV en Mexicaanse griep, gaat scheiden, wordt Moslim, wordt Heiden, wordt zwart, wordt evangelisch, gaat op bezoek bij Dirk Scheringa, overnacht op een Knut-slaapbank van Ikea, opent snelwegen, verstoort gemeenteraadsvergaderingen, koopt twee brillen bij Hans Anders, sluit een lening af bij de Wehkamp, reist met de nieuwe OV-chipkaart, klimt op schoot bij Minister Plasterk, heeft een eigen gedichtenwebsite zodat niemand meer iets zelf hoeft te bedenken, maakt een Rap-hit, een country-hit en een hardcore gabberhouse-hit, kust Gordon en Gerard Joling vol op de mond en laat bij Lieve Paul z’n baard of z’n broek zakken, al naar gelang de bevelen van Paul.

Arme Sint. Ik gun die man eigenlijk een rustige oude dag. Een weekje van te voren aankomen, met Piet Römer enFrits Lambrechts als hoofdpieten en verder nog een clubje echte zwarte pieten, met een normale mijter op zijn hoofd en geen achterlijke honkbalpet.  Kinderen die weer zingen van “Ginds komt de stoomboot” en niet een of andere commerciële popdreun, kinderen die met een paar simpele cadeautjes tevreden zijn, een maan die ongehinderd door natrium- en reclameverlichting door de bomen schijnt, een knisperend pak sneeuw op het heerlijk avondje zelf; ik gun die man weer eens een traditionele Sinterklaas.

Toen ik klein was, een jaar of zes denk ik, kreeg ik van mijn ouders een nieuwe fiets. Nou ja, nieuw.  Te groot om in te pakken, dus ik moest naar buiten, het portiekje in, diep in de nacht om toch zeker zeven uur ’s avonds. Vol verwachting derwaarts, mijn ouders, niet minder vol verwachting, er achter aan, want zij hadden er lang voor moeten sparen. Daar stond het cadeau van de avond, overduidelijk een tweedehands zwarte  jongensfiets. Hoe vreselijk. Een fiets, en nog tweedehands ook, en dat terwijl ik zo heerlijk overal naar toe kon toeren op mijn step ( met zo’n knijptoetertje aan het stuur).  Wat ik toen riep, moet als een mes door de ziel van mijn ouders hebben gesneden: “MIJN HELE JONGE LEVENTJE IS VERPEST! ” Razend van woede en verdriet ben ik het huis weer ingestormd. Blijkbaar bestonden er toen al verwende kindertjes, hoewel ik vond dat mijn buurjongetje, wiens vader directeur van een drukkerij was, altijd meer en mooiere cadeau’s kreeg.

Toen al verwend. Hoe erg moet het nu dan wel niet wezen. Arme Sint, hij heeft wel heel erg veel geduld met ons.