Dat komt er nou van!

Een doorsnee-docent in zijn element 

Vanochtend in de krant even schrikken: Docent informatica geschorst vanwege uitlatingen die hij doet op zijn website. Nu ben ik ook een informatica-docent en ook ik doe regelmatig uitlatingen op mijn website. Zou het over mij gaan maar zou de ontslagbrief zoek geraakt zijn?  Ook op mijn werk en zelfs thuis doe ik geregeld uitlatingen. Is er een gezamenlijk complot tegen mij gesmeed?  Maar gelukkig, ’t was op het Herman Wesselink College in Amstelveen. Niet in het dorpje B. op de Veluwe dus. Mijn gezin zou mij natuurlijk ook kunnen schorsen wegens uitlatingen die ik doe, bijvoorbeeld “Mag ik nòg een bakje chips?”, of  “Doe mij even de afstandsbediening”; verder komen ook in aanmerking: “De badkamer is het eerstkomende half uur bezet”, “Wat zei je eigenlijk, ik las net een stukje in de krant” ( tijdens het ontbijt ), “Waar heb ik nou toch mijn bril neergelegd”, “Wie heeft mijn pantoffels ergens gezien?”, “O, dat doe ik straks wel”, “Ik vind dit een ongelooflijk stom programma “(over America’s next top model) , “Ik vind m’n haar eigenlijk best wel goed zitten zo”, “Ik heb alleen maar even wat kriebel in mijn neus ” en “Van wie zijn deze sokken?”

Natuurlijk heb ik even de website van mijn collega bekeken. Hij noemt zichzelf daar Drs. Ing. En ook professional.  En dan toch geschorst worden.  ’t Is inderdaad een beetje enge site. Hij wordt gesteund door een aantal anoniem opererende personen, die bang zijn voor ( linkse)  “andersdenkenden”. Die worden alvast gewaarschuwd, want anders zwaait er wat. Je zal zo’n man voor de klas hebben. Net als die Roemeense collega die vandaag -tot het uiterste getergd- een 15-jarige  leerling in de klas neerschoot. Hij had een wapenvergunning en z’n geweer lag blijkbaar gezellig naast de krijtjes en z’n middagbammetjes in z’n bureaulade. Ach, zo hou je ze wèl kort. Hij is ook geschorst trouwens.
Toch, als die collega uit Amstelveen zich een keertje kwaad maakt, trekt hij volgens mij geen geweer uit z’n la maar een heel bataljon SS-ers. Zo eentje moet je er dus niet in de school hebben. Goed gedaan Herman Wesselink College!  En nu ga ik weer een nieuw stukje voor op mijn site bedenken. Ik heb dan ook alles wat maar enigszins de toorn van het over mij gestelde gezag zou kunnen opwekken zorgvuldig gekuist.  Volgende keer ga ik eens een lovend stukje over de directie schrijven!

En ja, reacties zijn natuurlijk welkom, ook van schoolleidingen.

Orakel

 

Het orakel heeft gesproken, in dit geval Jan van Zijl, de nieuwe voorzitter van de MBO-raad, wiens kinderen op de universiteit zitten: “Het MBO-diploma kan ook later, als je wat ouder bent en je motivatie wat beter is “. In één adem door meldt hij ook nog dat het imago van het MBO een flinke opfrisser nodig heeft.

Wel, een grotere domper voor het imago kan ik me nauwelijks voorstellen. Schaf het dan ook maar helemaal af. Ik moet de eerste niveau-2 leerling nog tegenkomen, die, als hij of zij eenmaal een baantje heeft, weer terugkruipt in de schoolbankjes. Maar ja, naar de PABO kan altijd nog.
Ik verheug me al weer op de diploma-uitreiking over een paar maanden. Niveau-2 leerlingen, allemaal op hun paasbest  aangekleed ( ja over smaak valt te twisten ), maar voor hen is het een enorm belangrijke dag, want ze krijgen toch maar mooi dat papiertje wat de heer Van Zijl niet erg belangrijk vindt. Nou, ik vind dat ze het knap gedaan hebben hoor!
Gelukkig heeft Van Zijl wel veel waardering voor de leraren die er werken. Dat zal wel nodig zijn ook als zijn plannen door gaan. Ga maar eens lesgeven aan een klas leerlingen  die bij voorbaat al weten dat ze toch geen diploma meer nodig hebben.  Dag motivatie. We spreken hier wel over een leerling die zich een lesuur lang  een slag in de rondte werkt als je hem een snoepje belooft. Dat werkt nog steeds ja, ik spreek uit ervaring. Wie nog ouderwets les op de basisschool heeft gevolgd, weet: je deed alles voor een stempeltje van de meester. En hoe hoog stak je je vinger wel niet op als er vrijwilligers werden gevraagd voor het schoonvegen van het bord (ja, tegenwoordig is dat het met een knopje uitschakelen van het Smartboard ) en voor het watergeven van de plantjes ( gelukkig nog niet digitaal ). 
Ik zou zeggen: invoeren in niveau 2 van het MBO, die stempeltjes. Heb je er 1000 bij elkaar gespaard, dan krijg je je fel begeerde diploma! Reken maar dat het werkt!

Bij blijven

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=OmweqiL-ZGc[/youtube] 

Wat doe je als je je kroost niet meer kunt volgen in hun gangen door de krochten van het internet, popzenders en het uitgaansleven? Als ouder informeer je dan voorzichtig in de trend van “Zo, nog wat leuks gedaan op MSN vandaag?” . Meestal word je dan bevreemdend aangekeken en krijg je iets te horen als: “Ach, dat begrijp jij toch niet”. Kom je boven, dan worden er snel allerlei schermpjes weggeklikt en is men zoet met huiswerk bezig. Je kunt natuurlijk wat straattaal pogen om daar een beetje meer mee te scoren bij zoon of dochterlief,  maar de kans dat men je dan laat opnemen in een inrichting voor zwakzinnige ouderen is dan levensgroot aanwezig. Uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat jongeren een enorme hekel hebben aan veertigers die hen ineens in opgewekte, hippe bewoordingen toespreken, liefst in het Engels ( of wat daar op lijkt ) bovendien. Veel reclamebureau’s lijden daar ernstig aan. Doe maar gewoon dus en geen “waggie, vette waggie, boek vet hard dampen voor de scotoe, chill!” als je je kind een scooter belooft als het nog maar een beetje wil werken voor het diploma of zoiets.

Ook het toch al zo geplaagde onderwijsveld mag natuurlijk niet achterblijven als het gaat om het volgen van de nieuwste ontwikkelingen. Nu allerlei onderwijsvernieuwingen zijn gedegradeerd tot woorden die iets met schuttingtaal te maken hebben, wordt het tijd om ons maar eens te gaan verdiepen in wat de jeugd eigenlijk buiten alle ophokuren doet. Het wachten is dus op de eerste onderwijsadviesbureau’s  die voor veel geld een leuke clinic aanbieden met het volgende dagprogramma:

  • 10.00 uur: Ontvangst, effe chillen met wat pillen.
  • 10.30 uur: Hangplek 1; met spuitbussen bekladden we Zaal 1 met vette graffiti.
  • 11.00 uur: Bodydip op de bar. Koffie wordt geserveerd uit de navel van het management-team. Ook mogelijk: Bubbelen aan de bar en MTV-kijken of Hyves maken..
  • 12.00 uur: Lunch met chillen, mogelijkheid tot intimideren van voorbijgangers, scooters omkatten.
  • 14.00 uur: Worksjop Straattaal (zie filmpje boven) 
  • 15.30 uur: Hangplek 2, met mogelijkheid tot vernielen van tijdens
    Hangplek 1 gemaakte graffiti
  • 16.30 uur: Happy Slapping in het dorp. Met onze mobieltjes filmen we dit en maken daar een leuke website van die we ’s avonds bij elkaar gaan checken.
  • 18.00 : Diner bij Mc Donalds.
  • 19.00: Afsluiting met breezers en orgie.

Dresscode voor de heren: petje, jack met grote capuchon en bontkraag ( hele dag ophouden graag), veel nepgouden kettingen en ringen.
Voor de dames: bitchy, dus liefst niks aan, anders goudkleurige stretch-spullen met netkousen of zo, flink decolleté.

Zo, we zijn weer bij. Het verfrissend effect van zo’n inspirerende clinic ziet u hieronder.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=H0jVuJKNOWU[/youtube]

Oordeel

 

Wel, de Parlementaire Commissie heeft dan eindelijk gesproken. Alle onderwijsvernieuwingen blijken geen steek verbetering te hebben gebracht, en aan de relatief goede naam van het Nederlandse onderwijs in het buitenland mag niet te veel waarde worden gehecht. Ook het Nieuwe Leren – het Nieuwe Gouden Kalf – blijkt wetenschappelijk niet onderbouwd te zijn. Nu moet ik bekennen, dat ik – naarmate ik er meer mee te maken krijg – toch steeds meer zinvolle onderdelen in het Nieuwe Leren begin te ontdekken. Ja ja, men is nooit te oud om een fout toe te geven, en dat is iets wat de verantwoordelijke bewindslieden ook eens zouden moeten overwegen. “Zelfverantwoordelijk handelen” is tenslotte één van de belangrijkste competenties uit de nieuwe onderwijsbijbel.
Maar goed, ik denk dat de fout ook niet zozeer bij de onderwijsvernieuwingen in het middelbaar en voortgezet onderwijs ligt, maar vooral bij de basisscholen. PABO-studenten moeten een reken- en taaltoets doen, waarbij een dramatisch percentager zakt. 53% van de studenten op de universiteiten weet niet wat “schering en inslag” betekent, rekenen zonder rekenmachine is een onmogelijke opgave geworden voor bijna alle studenten. Wie op dit wonderapparaatje 1 plus 1 bij elkaar telt, en vervolgens door het verkeerd indrukken van de toetsjes op 1001 of zo uitkomt, gelooft klakkeloos wat er staat.

En dan gaat het tot nu toe alleen nog maar over het niveau van taal en rekenen. Helaas zijn er meer zaken die elke student in zijn steeds beperkter wordende geestelijke bagage zou moeten meevoeren. Ik durf al helemaal niet meer te denken aan de kennis van geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en zo, want ja, je kijkt toch gewoon op je Tom Tom als je ergens heen rijdt? Wee de dag waarop alle Tomtommen uitvallen. Files tot in de eeuwigheid en een verkeersinfarct wat zijn weerga niet kent.

Nee, als we naast rekenen en taal ook nog de andere basisvaardigheden van onze toekomende studenten moeten gaan toetsen, dan is er nog maar één conclusie: de hele basisschool moet over, en wel zo ouderwets mogelijk. Op naar Ot en Sien, eens kijken wat voor competenties die eigenlijk nog hebben.

Uitgaan

 

Grote hemel, wordt het dan nooit eens rustig in het toch al zo hectische leven. De afgelopen dagen bereikten mij via diverse dochters berichten dat dochter drie voornemens is om morgenavond uit te gaan met een of andere wildvreemde gozer. Voor mij dan tenminste, want iedereen, mijn vrouw incluis, schijnt hem al te kennen en te weten wat er aan de hand is. Alleen Gekke Gerrit wordt dus zo lang mogelijk van de domme gehouden, want mogelijk roet in het eten en zo. Waarom weet ik nooit wat hier in huis gebeurt?
Ze wilden eerst naar de late voorstelling van een Nederlandstalige film. Nederlandstalig,  dan betekent dat onverstaanbaar Goois gebrabbel, veel gevloek en veel sex. Dat gaat dus mooi niet door. Maar ja, wie ben ik als enige man tussen vier opstandige vrouwen. Ik ken mijn plekje. Terug in de mand jij. Maar gelukkig heb ik het voor mekaar weten te krijgen dat het nu de vroege voorstelling wordt, en dat meneer zich eerst even hier aan huis vervoegt om door mij ernstig gekeurd te worden. En z’n adres en telefoonnummer natuurlijk, dat wil ik ook. Wat is dat voor een knaap, wat doen z’n ouders. Zit natuurlijk ook aan de drugs. Visioenen van Joran. Doet hij wel z’n best op school?
Ik ben dus nu aan het oefenen op zó hevig doorborende  en dreigende blikken dat straks elke lust tot voortijdig zoenen en mogelijk erger nog de knaap zal vergaan. Misschien ga ik in het donker wel één rij achter hen zitten, om er direkt tussen te duiken als het tot ongerijmdheden dreigt te komen. Zaallichten aan graag, mag de film even onderbroken worden, ik moet even iemand toespreken. Geen paniek mensen, alles onder controle. Supervader in de bocht.

De geschiedenis herhaalt zich. Ooit zat ik als zestienjarige met mijn vriendin – heel romantisch- in het honkbalstadion. Van de wedstrijd zagen we niet veel, en hoe het afliep weet ik ook niet meer, maar wel was daar ineens het boze gezicht van mijn vader die achter ons uit het publiek oprees in een vlaag van ouderlijk toezicht. De rest van de avond was èrg gezellig, leuke sfeer en zo. Ik heb geloof ik thuis een week niet gesproken toen, maar uiteindelijk bleek ook die verkering niet bestand tegen de tand des pubertijds, en misschien was het ook wel beter zo. Anders had ik nu niet in de stress gezeten en geweten dat het allemaal wel los zal lopen.
Nee, laat ze maar gezellig uitgaan morgenavond. Hopelijk neemt hij wèl een bloemetje voor haar mee. ’t Is tenslotte Valentijnsdag.

Smaaktest

 

Gistermiddag verliet ik even de beschuttende omarming van het dorpje B. om mij voor enige boodschapjes te vervoegen in de grote, gevaarlijke stad, in dit geval Apeldoorn.
Vlakbij het marktplein aldaar werd ik ineens aangeschoten door een jongmens met een blauwe map onder de arm geklemd. Als 50-plusser denk je natuurlijk direct aan een roofoverval en je hele leven flitst in enkele seconden aan je voorbij. Misschien werd de dreigende atmosfeer wel ingegeven door enkele griezelige panden waar ik langs was gewandeld, zoals het optrekje van een zich “Haarinstituut” noemende instantie. In een soort etalage bevonden zich verkleurde prenten van lieden in een “voor-” en “na-stadium”. Hierop waren hoofden te onderscheiden die leden aan de meest afzichtelijke haarziekten. Een kunstig persoon had zich blijkbaar op de computer eens stevig uitgeleefd in het wegretoucheren van hele plukken haar en het plaatsen van ernstig aangetaste stukken hoofd, veroorzaakt door motten, vleesetende bacteriën , bloedzuigers, brandwonden, maden en wat dies meer zij, of misschien was het wel gewoon de leeftijd waarop het harig verval zwaar inzette. Gelukkig werd alles weer in ere hersteld door het instituut en kon men ook stralende gezichten onderscheiden, getooid door enorme haardossen die de Siberische oer-mammoet zouden doen verbleken.
Snel verder gewandeld maar, richting Katerplein, in de volksmond “Karateplein” genoemd, vanwege de vele benevelde vechtpartijen die daar in het weekend plaatsvinden. Doordeweeks een obscuur oord waar bareigenaren met verveelde blik de scherven van bierglazen bijeenvegen of met de zoveelste aanpassing van hun zaak tot skihut bezig zijn.

Ik werd dus benaderd door een jeugdig persoon, en verwachtte per direct een mes in mijn rug te voelen, maar dat viel mee. Of ik even mee wilde doen aan een smaaktest, het ging om een stukje haring en het duurde maar vijf minuten. Nergens haring te bekennen, merkte ik gelijk gevat op, want jong ding en vrouwelijk en ik zelf in midlife-crisis.
Nee, de test was binnen, en meneer wou vast wel even meelopen. “Meneer”, en “U”; hoe vreselijk is dit alles. Ik werd meegetroond naar een café aan het plein, en vandaar moest ik twee duistere trapjes opstommelen, om te belanden in een morsige en sterk naar vis, sigarettenrook en bier stinkende ruimte, het plaats delict van de smaaktest. Achter een laag gordijntje was een manspersoon een haring aan het slachten en aan enkele tafeltjes zaten onbestemde lieden met een kieskeurig gezicht de smaaktest te plegen.
De nood in de horeca moet hoog zijn wil je je etablissement voor dit soort praktijken verhuren. Ook moet je als passant toch wel een ernstige trek in haring hebben. Wegrennen kon niet meer, en alsnog verwachtte ik een rip-deal. De onderzoekster benaderde mij schichtig met een schoteltje en een glaasje water, en zette ook nog een ander doosje verpakte haring naast mij neer. Of ik wat cijfers wilde geven aan het stukje haring op het schoteltje voor geur, kleur, smaak en zo. Geur en kleur werd even lastig, want ik had het stukje al naar binnen gewerkt voordat zij met haar vragenlijstje kwam, en om nou nòg een stukje te vragen is ook zo wat. Dus ik snuiven aan het luchtdicht verpakte doosje haring, en door het plastic heen de kleur onderscheiden, en zeggen dat de smaak een beetje tegen viel maar dat geur en kleur fantastisch waren.  De groenige kleur kwam waarschijnlijk door de feestverlichting boven de tafel, of misschien vloekte het ook wel een beetje met het eens rood gekleurde Perzische tafelkleedje. Tot mijn grote verdriet werd vervolgens de verpakte haring weer meegenomen, en of ik ook nog wat sapjes wilde proeven.  Ach ja, een soort mango-sap met haringsmaak moet kunnen. Allemaal maar een zeventje gegeven, je bent doorgewinterde docent of niet.
Als afsluitende test mocht ik bij wijze van toetje een speculaasjestest doen. Wie weet zou dat de opkomende misselijkheid van de mango-haring-combinatie wat kunnen onderdrukken. Koortsachtig  overleg met de baas van het spul nu, het bleek dat de speculaastest-formulieren op waren. Wel mocht ik drie speculaasjes houden, waarvan er eentje inderdaad een speculaasachtige smaak had, of was het mango of haring? Ik weet het niet meer, ik heb de smaak even niet meer te pakken.

Bloed

 

Vandaag moest ik even wat bloed laten prikken, en dat kan hier in het dorpje B. op een centraal punt, waar alle zieken, gekwelden en mismaakten uit de wijde omgeving naar toe komen strompelen, lopen of rijden
Het heeft iets van een middeleeuwse markt: in een kamertje met veel glas bevindt zich de chirurgijn, in de gedaante van een in het wit geklede zuster. De deur staat in het algemeen wijd open. Voor de ingang en achter de ramen verdringen zich de nieuwsgierige dorpelingen, bloedprikbriefje in de hand, en leveren commentaar op de gebeurtenissen.
Dit commentaar geven gebeurt in een redelijk onverstaanbaar dialect, waarschijnlijk ook nog de orginele middeleeuwse variant.
“Ja, wie volgt!” roept de chirurgijn. Men stopt even met het bespreken van elkaars kwalen, die variëren van hevige aambeien tot gordelroos – ik mis eigenlijk nog de pest – en kijkt elkaar aan wie aan de beurt is. Ik blijk naar binnen te mogen, en doe snel de deur achter mij dicht.
“Wilt u de deur open laten!” klinkt de medicus dreigend. Iedereen geniet mee van mijn geboortedatum en of ik nog iets bijzonders heb te melden. Ik voel mij honderd jaar oud. Half en half verwacht ik een bakje met bloedzuigers aan te treffen voor het aderlaten, en en passant zal met een roestige tang ook nog wel een kies getrokken worden, waarbij hulpvaardige dorpelingen mij eerst wat brandewijn in de keel gieten ter verdovinghe ende bedwangh.
“Jaoh, noe hè’k loast auk nog een poar kippe op terf laupe. Die bint so allemaagtig aon de lèg.”
“Jaoh, zegt ie!”  klinkt het achter mij.  “Kiek, die meneer es auk al weer kloar!”

Het regent weer eens als ik buiten kom. Waar is de brandewijn.