Uitgaan

 

Grote hemel, wordt het dan nooit eens rustig in het toch al zo hectische leven. De afgelopen dagen bereikten mij via diverse dochters berichten dat dochter drie voornemens is om morgenavond uit te gaan met een of andere wildvreemde gozer. Voor mij dan tenminste, want iedereen, mijn vrouw incluis, schijnt hem al te kennen en te weten wat er aan de hand is. Alleen Gekke Gerrit wordt dus zo lang mogelijk van de domme gehouden, want mogelijk roet in het eten en zo. Waarom weet ik nooit wat hier in huis gebeurt?
Ze wilden eerst naar de late voorstelling van een Nederlandstalige film. Nederlandstalig,  dan betekent dat onverstaanbaar Goois gebrabbel, veel gevloek en veel sex. Dat gaat dus mooi niet door. Maar ja, wie ben ik als enige man tussen vier opstandige vrouwen. Ik ken mijn plekje. Terug in de mand jij. Maar gelukkig heb ik het voor mekaar weten te krijgen dat het nu de vroege voorstelling wordt, en dat meneer zich eerst even hier aan huis vervoegt om door mij ernstig gekeurd te worden. En z’n adres en telefoonnummer natuurlijk, dat wil ik ook. Wat is dat voor een knaap, wat doen z’n ouders. Zit natuurlijk ook aan de drugs. Visioenen van Joran. Doet hij wel z’n best op school?
Ik ben dus nu aan het oefenen op zó hevig doorborende  en dreigende blikken dat straks elke lust tot voortijdig zoenen en mogelijk erger nog de knaap zal vergaan. Misschien ga ik in het donker wel één rij achter hen zitten, om er direkt tussen te duiken als het tot ongerijmdheden dreigt te komen. Zaallichten aan graag, mag de film even onderbroken worden, ik moet even iemand toespreken. Geen paniek mensen, alles onder controle. Supervader in de bocht.

De geschiedenis herhaalt zich. Ooit zat ik als zestienjarige met mijn vriendin – heel romantisch- in het honkbalstadion. Van de wedstrijd zagen we niet veel, en hoe het afliep weet ik ook niet meer, maar wel was daar ineens het boze gezicht van mijn vader die achter ons uit het publiek oprees in een vlaag van ouderlijk toezicht. De rest van de avond was èrg gezellig, leuke sfeer en zo. Ik heb geloof ik thuis een week niet gesproken toen, maar uiteindelijk bleek ook die verkering niet bestand tegen de tand des pubertijds, en misschien was het ook wel beter zo. Anders had ik nu niet in de stress gezeten en geweten dat het allemaal wel los zal lopen.
Nee, laat ze maar gezellig uitgaan morgenavond. Hopelijk neemt hij wèl een bloemetje voor haar mee. ’t Is tenslotte Valentijnsdag.

Smaaktest

 

Gistermiddag verliet ik even de beschuttende omarming van het dorpje B. om mij voor enige boodschapjes te vervoegen in de grote, gevaarlijke stad, in dit geval Apeldoorn.
Vlakbij het marktplein aldaar werd ik ineens aangeschoten door een jongmens met een blauwe map onder de arm geklemd. Als 50-plusser denk je natuurlijk direct aan een roofoverval en je hele leven flitst in enkele seconden aan je voorbij. Misschien werd de dreigende atmosfeer wel ingegeven door enkele griezelige panden waar ik langs was gewandeld, zoals het optrekje van een zich “Haarinstituut” noemende instantie. In een soort etalage bevonden zich verkleurde prenten van lieden in een “voor-” en “na-stadium”. Hierop waren hoofden te onderscheiden die leden aan de meest afzichtelijke haarziekten. Een kunstig persoon had zich blijkbaar op de computer eens stevig uitgeleefd in het wegretoucheren van hele plukken haar en het plaatsen van ernstig aangetaste stukken hoofd, veroorzaakt door motten, vleesetende bacteriën , bloedzuigers, brandwonden, maden en wat dies meer zij, of misschien was het wel gewoon de leeftijd waarop het harig verval zwaar inzette. Gelukkig werd alles weer in ere hersteld door het instituut en kon men ook stralende gezichten onderscheiden, getooid door enorme haardossen die de Siberische oer-mammoet zouden doen verbleken.
Snel verder gewandeld maar, richting Katerplein, in de volksmond “Karateplein” genoemd, vanwege de vele benevelde vechtpartijen die daar in het weekend plaatsvinden. Doordeweeks een obscuur oord waar bareigenaren met verveelde blik de scherven van bierglazen bijeenvegen of met de zoveelste aanpassing van hun zaak tot skihut bezig zijn.

Ik werd dus benaderd door een jeugdig persoon, en verwachtte per direct een mes in mijn rug te voelen, maar dat viel mee. Of ik even mee wilde doen aan een smaaktest, het ging om een stukje haring en het duurde maar vijf minuten. Nergens haring te bekennen, merkte ik gelijk gevat op, want jong ding en vrouwelijk en ik zelf in midlife-crisis.
Nee, de test was binnen, en meneer wou vast wel even meelopen. “Meneer”, en “U”; hoe vreselijk is dit alles. Ik werd meegetroond naar een café aan het plein, en vandaar moest ik twee duistere trapjes opstommelen, om te belanden in een morsige en sterk naar vis, sigarettenrook en bier stinkende ruimte, het plaats delict van de smaaktest. Achter een laag gordijntje was een manspersoon een haring aan het slachten en aan enkele tafeltjes zaten onbestemde lieden met een kieskeurig gezicht de smaaktest te plegen.
De nood in de horeca moet hoog zijn wil je je etablissement voor dit soort praktijken verhuren. Ook moet je als passant toch wel een ernstige trek in haring hebben. Wegrennen kon niet meer, en alsnog verwachtte ik een rip-deal. De onderzoekster benaderde mij schichtig met een schoteltje en een glaasje water, en zette ook nog een ander doosje verpakte haring naast mij neer. Of ik wat cijfers wilde geven aan het stukje haring op het schoteltje voor geur, kleur, smaak en zo. Geur en kleur werd even lastig, want ik had het stukje al naar binnen gewerkt voordat zij met haar vragenlijstje kwam, en om nou nòg een stukje te vragen is ook zo wat. Dus ik snuiven aan het luchtdicht verpakte doosje haring, en door het plastic heen de kleur onderscheiden, en zeggen dat de smaak een beetje tegen viel maar dat geur en kleur fantastisch waren.  De groenige kleur kwam waarschijnlijk door de feestverlichting boven de tafel, of misschien vloekte het ook wel een beetje met het eens rood gekleurde Perzische tafelkleedje. Tot mijn grote verdriet werd vervolgens de verpakte haring weer meegenomen, en of ik ook nog wat sapjes wilde proeven.  Ach ja, een soort mango-sap met haringsmaak moet kunnen. Allemaal maar een zeventje gegeven, je bent doorgewinterde docent of niet.
Als afsluitende test mocht ik bij wijze van toetje een speculaasjestest doen. Wie weet zou dat de opkomende misselijkheid van de mango-haring-combinatie wat kunnen onderdrukken. Koortsachtig  overleg met de baas van het spul nu, het bleek dat de speculaastest-formulieren op waren. Wel mocht ik drie speculaasjes houden, waarvan er eentje inderdaad een speculaasachtige smaak had, of was het mango of haring? Ik weet het niet meer, ik heb de smaak even niet meer te pakken.

Scheren

 Een dochter vlak voor het scheren in de badkamer

Ik heb drie puberdochters die alledrie lijken te denken dat ze er dagelijks uit zien als de verschrikkelijke Yeti. Wanneer ik dus ’s ochtends tussen zeven en acht uur – altijd haast – van de badkamer gebruik denk te maken, is die steevast op slot en van achter de deur klinkt het doordringende geluid van de Silkypil of de Epilady of hoe ze allemaal mogen heten. Die staan daar zeker een kwartier te scheren waar eigenlijk niks meer te scheren valt. Op mijn zoektocht naar de namen van al deze apparaatjes kwam ik op een Belgische site terecht, waar dus serieus een eindeloze discussie wordt gevoerd over welk type je nu het beste kunt gebruiken om die hinderlijke oksel-schaam- en beenhaartjes te verwijderen, nee, sterker nog, totaal uit te roeien. Ikzelf zou zo’n onkruid-vlammenwerper adviseren waarmee je wel eens van die kerels langs de wegberm bezig ziet, of zo’n apparaat waarmee bij wegwerkzaamheden de bovenste laag asfalt wordt weggebrand, maar ja, zo’n naar mislukte barbecue ruikende badkamer is ook zo wat.
Alsof dat nog niet genoeg is, liggen er ook nog eens overal in ons badparadijs verspreid van die roze wegwerpscheermesjes. Die dingen hebben de onhebbelijke eigenschap dat ze doorzichtige beschermkapjes hebben, en wat doe je als je een nieuw wegwerpscheermesje pakt? Dan werp je als eerste dat beschermkapje weg, maakt natuurlijk niet uit waarheen, want puber.
Wanneer ik dus ’s avonds, dodelijk vermoeid van een hele dag pedagogisch en didactisch verantwoord bezig zijn, mij eens in het bad wil laten afzinken om mij over te geven aan een moment van contemplatie en bezinning ( meestal betekent dat wegdommelen en net waneer je dreigt te verdrinken met een snorkend geluidje wakker schieten ), moet ik geregeld zo’n irritant beschermkapje tussen mijn billen vandaan peuteren, want ze smijten ze werkelijk overal neer.
Veel rust is je als vader sowieso niet vergund, want je zit er nèt een kwartier in of er staat er al weer eentje de deur te rammeien omdat er weer een nieuwe scheeraanval op de zwartbehaarde benen noodzakelijk is.
En hoeveel shampoo-merken lijken er wel niet te bestaan. Naast dus overvloedige beharing, is dat groeisel blijkbaar ook nog onderhevig aan gespleten haarpuntjes, ontstoken wortelzakjes, verslapping of juist verstugging, het wordt dof, valt bij bossen uit, verkleurt, gaat stinken, weet ik het allemaal. En ben je klaar met wassen dan moet er vervolgens weer een crème-spoeling overheen.
Nu ben ik in de vijftig, maar mijn haar, hoewel hier en daar wat grijzend, zit nog redelijk vast en ongespleten aan mijn hoofd, ongeacht welke shampoo-fles ik tastend tussen de scheermesjes door uit het rekje graai. Eén keer ging het mis, niks geen schuim: bleek het een of andere dure huidverzorgende crème te zijn die ik daar in mijn haar aan het poetsen was. Dat werd niet echt gewaardeerd. Ja weet ik veel, al die flessen zien er ongeveer hetzelfde uit.
“Wat doen jouw dochters zo de hele dag?”
“O, MSN-nen en scheren en haren wassen.”

Wat is het af en toe toch heerlijk ontspannen om man te zijn. Nu nog een aparte badkamer

UPDATE:

Wie zelf eens wil ervaren, hoe dat nou scheert, zo’n Yeti, kan hier aan de slag. ( PS: Hij moet wel echt helemaal kaal, anders gebeurt er niks )

Borsten

 

Als je op een bepaalde rijpere leeftijd komt zoals ik, ontwikkel je steeds meer vaste handelingen, eigenschappen en  -volgens sommige gezinsleden –  hinderlijke gewoontes.
Wanneer ik bij mijn gade in bed stap wordt mij geregeld gevraagd waarom ik daar wel allerlei kuchende, schrapende, hoestende en snuivende geluiden maak en niet als ik achter mijn heiligdom, de computer zit. Steevast krijg ik ook te horen dat ik eens wat meer moet bewegen en niet alleen maar achter een beeldbuis hangen.
Verder krijg ik  tijdens het autorijden geregeld te horen waarom ik altijd wat op andere weggebruikers aan te merken heb. Nu zijn dat meestal opmerkingen in negatieve zin, dus ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Jaren geleden reed ik geregeld met een collega mee naar mijn werk, van Haarlem naar Alkmaar, waarbij ik onderweg “de verkeersituatie van commentaar voorzag”, meestal in de trend van “als ik die en die automobilist was, dan zou ik zus of zo”. Of ook wel”als ik politieagent was, nou, dan deed ik dit of dat”, hetgeen aan mijn collega de opmerking ontlokte: “Als jij bij de politie zat, dan zat je bij een doodseskader”.
Al die ingeroeste gewoontes leiden dus tot ergernissen, en die zijn weer slecht voor je gezondheid. Ik moet mij dus misschien maar eens wat minder ergeren ja,  zeker als je net herstellende bent van griep, zoals ik. Minder ergeren, gezonder leven dus. In dat verband wil ik even het volgende opmerkelijke onderzoek aanhalen:

Uit een Duits onderzoek is gebleken dat mannen die naar vrouwenborsten staren hun leven met minimaal 5 jaar verlengen. Ongeveer 10 minuten per dag kijken naar de (grote) borsten van een vrouw komt overeen met 30 minuten aerobics, aldus gerontogolist dr. Karen Weatherby. Het onderzoeksteam volgde gedurende vijf jaar de gezondheid van 200 mannen aan drie verschillende ziekenhuizen in Frankfurt. De helft van de mannen werd verzocht om nadrukkelijk naar vrouwenborsten te kijken, de andere helft moest zich hiervan onthouden. Na vijf jaar bleek dat de borstenkijkers een lagere bloeddruk hadden, een kalmere polsslag en een verminderd risico op hart- en vaatziekten. “Seksuele opwinding zorgt voor een actief hart en bevordering van de bloedcirculatie. Conclusie: Staren naar grote borsten maakt mannen gezonder. Uit ons onderzoek blijkt dat een paar minuten per dag staren naar grote borsten de kans op een hartaanval met de helft vermindert”, zei Weatherby. Zij adviseert mannen boven de 40 tenminste tien minuten per dag naar borsten met minimaal cup D te kijken.

Kijk, met zo’n onderzoek kan ik natuurlijk uit de voeten. Wel weer naar dat zoiets nou weer door een gerontogolist moet worden uitgevoerd. Ik ben dus op een leeftijd die blijkbaar alleen nog interessant is voor dat soort beroepen. Binnen niet al te lange tijd wordt er over mij gepraat van: “Hij hoort nog goed voor zijn leeftijd”.
Even terug naar het onderzoek: als ik moet kiezen tussen 30 minuten per dag aerobics of 10 minuten borsten staren, dan lijkt me de keus snel gemaakt.  En dat geldt dan voor mannen  boven de veertig. Boven de vijftig heb je nog meer beweging nodig, dus lijkt me 20 minuten staren zeker op z’n plaats. Dat is 60 minuten aerobics! Wie doet mij dat na op mijn leeftijd.
Mocht dat echter met die borsten niet gaan lukken – ik kan me voorstellen dat de borsteneigenaressen daar niet meer van gediend zullen zijn -, dan is er toch weer hoop. Voor onze Nintendo Wii komt binnenkort iets nieuws op de markt: een aerobicsprogramma. Ik moet dan op een plankje wat gaan staan springen, en ondertussen op de beeldbuis mijn lichamelijke vorderingen bestuderen. Oké, het zijn geen borsten, maar met zestig minuten naar een beeldbuis staren heb ik ook geen probleem. 

Gelukkig dan maar



50-plussers voelen zich steeds gelukkiger. Ze zijn tevredener over hun leven dan tien jaar geleden. Worden 20- tot 49-jarigen meer gedreven door geld en werk, bij 50-plussers hangt het geluk vooral af van gezondheid en innerlijke balans.
Dat blijkt uit een onlangs verschenen onderzoek van het 50+ Expertisecentrum.Nu zijn er ongeveer vijf miljoen Nederlanders boven de 50 jaar. Dat zijn er in 2025 twee miljoen meer. Die zeven miljoen maken dan 43 procent van de bevolking uit. De onderzoekers constateren dat deze groep commercieel gezien dus steeds belangrijker wordt. Zo hebben ze meer te besteden en letten wat minder scherp op de prijs

Energiek
Opvallend is dat senioren met kinderen in huis lager op de gelukscurve scoren dan de ‘empty nesters’. De 50-plusser voelt zich doorgaans energiek, maakt zich weinig zorgen over het uiterlijk, kent minder druk om te presteren en is meer ontspannen dan jongere Nederlanders. Het
50+ Expertisecentrum wil de emancipatie van de doelgroep bevorderen en verzamelt informatie voor onder meer overheden en adverteerders.

Het is altijd prettig om van deskundigen te vernemen dat ik steeds gelukkiger word en steeds meer tevreden ben over mijn leven. Mocht ik nog twijfelen, dan is dat nu verleden tijd, want het is uitgezocht. Het gaat goed met mijn innerlijke balans.Er wordt wat uitgezocht tegenwoordig. Mijn leven heeft kennelijk voor niemand geheimen meer, en de eerste de beste adverteerder heeft aan één blik op mij genoeg om te constateren dat ik energiek ben, en dat ik me niet druk maak om mijn uiterlijk. Verder schijn ik dus een ontspannen uitstraling te bezitten. Op het moment van schrijven hang ik echter als een zoutzak over mijn laptopje heen en vertoon ik een schrikwekkend uiterlijk middels  een stoppelbaard van enekele dagen, met uitgeholde wangen door de heersende griep. Er zijn ook drie kinderen in huis, en dat drukt de geluksscore ook behoorlijk, zeker in deze pré-5 decemberdagen, want door mijn gedwongen verblijf in bed kom ik niet aan het kopen van cadeautjes en al helemaal niet aan het maken van surprises toe. Extra stress dus. Uit de nieuwe offertes van de ziektenkostenpolis blijkt ook dat ik het komende jaar opnieuw minder te besteden zal hebben en dat ik scherper op de prijs moet letten. Ik heb dus mijn abonnement op de Donald Duck, een eerder Sinterklaasgeschenk van de kinderen, maar vast opgezegd. Verder niks meer van doen met de Sponsor Bingo Loterij en gelijk een einde gemaakt aan mijn maandelijkse bijdrage aan een liefdadigheidsinstantie. Ik moet nog even kijken of ik een goedkopere stroomleverancier kan vinden en misschien kan ik een houtgasgenerator op het dak van de auto monteren, hoewel ik daar misschien niet energiek genoeg voor ben. Ik heb die prestatiedrang niet meer, blijkbaar. Ik heb zo’n buurman die elk weekend van ’s ochtewnds vroeg tot ’s avonds laat aan het klussen is, liefst drie dingen tegelijk.  Maar ja, hij hoort bij de 20 tot 49-jarigen. Wat een gedoe allemaal. Wat een energie. Zeker geen innerlijke balans, die man.

Wii horen er ook bij

Wel, we horen er nu dus ook bij. We hebben een Wii. DE Wii. Voor de volslagen leken: een Wii is een spelcomputer, maar ik ga hem dus voor fitness gebruiken, hetgeen de nodige smadelijke lachjes hier in huis oproept. Dat alles in het kader van mijn midlife-crisis, die nu ook zorgen over mijn uitdijend en inzakkend lichaam met zich meebrengt.

Zaterdagmorgen stond ik voor dag en dauw bij de lokale speelgoedwinkel hier in het dorp, want speciale aanbieding en je verwacht dan een hele oploop. Maar iedereen moest denk ik nog uitslapen van de Harry Potternacht, hoewel, hier in het dorpje B. hebben ze het niet zo op tovenaars en enge duivelse krachten. Voordat je het weet verkleuren de bietjes op je bord en smaakt de jus naar azijn, en dat is niks, zo tussen de middag.

Enigszins besmuikt trad ik naar binnen. “Ik kom voor de Wii-aanbieding”. Die aanbieding bestond hieruit, dat er een speciale sportset bij werd geleverd, bestaande uit – naar ik later ontdekte – een schuimrubber stokje ( moest honkbalknuppel voorstellen ), een schuimrubber bakspaan ( moest tennisracket voorstellen ) en een schuimrubber soort soeplepeltje ( moest golfstick voorstellen ), plus nog een extra ventilator maar waarvoor dat was wist ik niet.

Of het ingepakt moest worden. Dat was een mooie gelegenheid om aan te kunnen tonen dat je hem niet voor jezelf kocht maar ik was dapper en zette door: “Nee, ik pak hem thuis wel in”. Snel naar huis, en nonchalant fluitend de huiskamer betreden. Eerst maar eens helpen met de afwas, rommel opruimen, allerlei klusjes, badkamer doen en vervolgens achteloos vermelden van “o ja, ik heb ook dat ding gekocht”. Doos een beetje ongeïnteresseerd in een hoekje gezet, en daarna op mijn gemak koffie gedronken, hoewel ik natuurlijk gek van verlangen was om het ding uit zijn verpakking te scheuren.

Maar goed, we zijn nu een paar dagen verder, en ik moet zeggen: het hele gezin is betoverd door de Wii, zelfs mijn gade, die toch een redelijke afkeer van mijn technische hebbedingetjes ten toon spreidt, heeft zich laten verleiden tot een potje tennis. De argeloze passant zal voortaan een bespottelijk schouwspel ontwaren: een volwassen vent die met een klein plastic stokje enorme zwiepen in de lucht aan het geven is naar een virtuele tennisbal, of die met maaiende armen een denkbeeldige bowlingbal richting kegeltjes dirigeert. Ik heb mijn hand al lelijk gestoten aan de lamp tijdens mijn sportieve bezigheden, en op het moment van schrijven komt een redelijke tennisarm tot ontwikkeling.  Morgen en overmorgen maar een dagje niet sporten. Even tot bezinning komen en weer met beide benen op de grond. In de VS is al een site in de lucht, geheel vol met foto’s en filmpjes van verbrijzelde dubbele ramen, dure plasma schermen met gaten er in en ander kapot meubilair, dit alles veroorzaakt door uit de bezwete handjes van verhitte spelers ontglipte Wii-controllers: Wii have a problem.

O ja, ik heb nog een X-box in de aanbieding. € 55 maar. Liefhebbers mogen zich melden.

Kinderlijk

Een enthousiaste bezoeker 

Hoe komt het toch dat vrouwen nooit meer met Barbies spelen als zij eenmaal volwassen zijn en dat mannen op die leeftijd vrolijk door gaan met hun treintjes, soldaatjes en vliegtuigen? Zaterdag was ik -en met mij vele mannen- op het Flightsimulator weekend in het Aviodrome bij Lelystad. Reeds buiten lange rijen, en allemaal met de zelfde opgewonden blik in hun ogen van “straks krijg ik de cadeautjes”. Een blik die je ook bij kleine kinderen vlak voor Sinterklaas aantreft. Tout Europa was aanwezig en zelfs van daarbuiten kwamen nog blijde mannen acte de presence geven.
Wie ooit wel eens de grootste computerbeurs van Nederland ( de HCC-dagen ) heeft bezocht zal het beeld herkennen. In de jaarbeurs zag je dan bij de telefoons naast de ingang hele rije mannen, allemaal met enorme stapels dozen naaast zich, en allemaal met een opgewekt en blij gezicht hun vrouw aan het voorbereiden op weer een nieuwe en uiterst noodzakelijke aanschaf. Straks zo snel mogelijk naar huis, snel dat mens even wat zoenen en voor de vorm even wat in de huishouding helpen en dan als een haas naar boven om het nieuwe speelgoed uit te proberen. En als het even kan het weekend geen visite want dat komt dan wel heel slecht uit. Vader is weer in zijn element. Het blijven echter wel mannen. Toen daar eens , midden in die enorme afgeladen hal , een groepje schaars geklede dames optrad ( “Centerfold” )  stroomden alle stands leeg richting optreden, en was het verder heel rustig winkelen.

Wel, in het Aviodrome waren tal van hobbyisten-clubs aanwezig die zich temidden van een enorme wirwar aan draden en computer-apparatuur verlustigden aan het naspelen van vliegen met een Jumbo. Velen hadden een namaak vliegtuigstuur opgesteld, droegen allemaal koptelefoons met microfoontjes en spraken elkaar in steenkolen Engels allerlei opdrachten toe: “Cabin-crew  prepare for take off!”, en daarna was het even niet storen want de start vergde alle aandacht. Zo vlooog men de hele virtuele wereld over, gezeten in een plastic stapelstoeltje. Wie over wat meer geld beschikte had uit triplex een complete cockpit nagebouwd met veel lichtjes en intstrumenten en wie miljonair was of genoeg over had van de afkoopsom om de vrouw het huis uit te krijgen kon voor 86000 euro een echte mini-flightsimulator aanschaffen, een bewegend ei op hydraulische pootjes voor in de huiskamer.
Maar ja, het kan altijd nog erger. Ik herinner mij eens een uitzending op televisie waarin een keurige ambtenaar zodra hij thuiskwam alle meubilair aan de kant schoof, om vervolgens, voornamelijk gezeten op de vloer, met allerlei zelfgemaakte popjes en vlaggetjes en andere attributen de volledige Olympische spelen na te bootsen, inclusief het afspelen van alle volksliederen, waarbij hij plechtig in de houding bleef staan ( “Als ik van een land geen volkslied kan vinden dan neem ik het volkslied van een land uit de buurt”). Zijn vrouw zag alles welwillend aan en bracht geregeld een kopje koffie :”Ja voor het zelfde geld zit hij elke avond in de kroeg!”. Overdag zat de beste man weer gewoon op kantoor.

Ik heb dus ook zo’n namaakstuur gekocht. Het vliegt fantastisch. Net echt! Nu nog wachten tot mijn vrouw koffie komt brengen. Maar dan kan ik lang wachten….en gelijk heeft ze.