Het is zeven uur in de avond, een klein zaaltje van café ‘Het Schaap’ in Barneveld. Volgens de website van dit etablissement ademt het nog de sfeer van lang vervlogen tijden, en ja, het is erg lang gelden dat ik in een dergelijk aangeklede ruimte kwam. De eerste zeven kandidaten op de kieslijst van de partij, waar ik sinds enige tijd mijn lot aan heb verbonden, worden samen met het partijprogramma aan het volk en de pers geopenbaard. In het zaaltje zitten uiteindelijk zo’n dertig personen, deels familie of echtgenoot. Het zij zo. We zijn nieuw, we zijn plaatselijk, we zijn laat begonnen. Veel meer past er trouwens ook niet in de ruimte. Enkele kandidaten in pak, enkele in dagelijkse outfit, onze mannetjesmaker houdt toezicht bij de deur en op ons. Ik heb een bescheiden plaatsje aan de zijkant van de kandidatentafel gekozen, en kijk naar de aanwezigen terwijl de leider – eerst nog wat onwennig – spreekt. Men luistert aandachtig, de pers noteert. Geen batterijen flitslichten, misschien komt Ferry Mingelen wat later? Naderhand blijkt dat we in de consternatie vergeten zijn ons voor te stellen. Als redelijk onbekende had ik natuurlijk kunnen zeggen van “Nou, mijn naam is Balkenende, en naast mij zit mevrouw Verdonk”. Maar ook in Barneveld is de landelijke politiek en de televisie doorgedrongen, dus daar kom je niet mee weg. Maar goed, ons programma was duidelijk en helder, en wat erg stimulerend werkt is dat mensen je blijkbaar hun vertrouwen schenken en verwachten dat je er iets van gaat maken. Gelukkig draag je niet de last van een landelijke partij als je alleen lokaal opereert, en kun je dus met onbezwaard gemoed proberen dat vertrouwen niet teleur te stellen. Dat ben ik dus ook zeker van plan. Hier was afgelopen avond geen gladde politieke praat, geen gehaaide lijsttrekkers, geen wollige taal, wel mensen die er eerlijk iets van proberen te maken. Politiek blijkt inderdaad erg leuk te zijn.
Jeugdsentiment

Dit is een stukje voor de oudgedienden onder ons, en dan bedoel ik hen die eind jaren ’60, begin jaren ’70, net als ik de wereld dachten te verbeteren met in het achterhoofd de muziek van onder andere Ekseption. Afgelopen week overleed bandleider Rick van der Linden. We hadden toen lang haar, we liepen in een ( wit ) spijkerpak en we reden bij voorkeur op een Puch . Nu behoorde ik volgens mij tot de arme tak der bevolking, dius ik moest het doen met een grijze Mobylette, die ik had voorzien van een onverantwoord hoog stuur en paarse en roze beschildering. Je reed daarop met een open hangende Afghaanse jas ( ook in de winter ) en een lange wapperende das. Ik woonde toen in Haarlem op de Verspronckweg 309 , en Ekseption huisde toen net om de hoek in een huis tegenover de LTS. Althans, hun vrachtwagen stond daar geregeld voor de deur. Mijn kamer hing dus vol met Ekseptionposters die ik zelf op grote rollen behangpapier maakte. Ik projecteerde vloeistofdia’s op de muren, stookte wierook als een bezetene en draaide singletjes van Ekseption volledig grijs op mijn pickup. Ik luisterde naar Candle-light met de smartelijke stem van Jan van Veen, en was voortdurend hopeloos verliefd op meisjes die dat niet op mij waren. Ze zágen me niet eens, en als ik mijn jeugdfoto’s zo terugkijk kan ik mij daar iets bij voorstellen. Ik ging naar hun optredens in zaaltjes in Haarlem-Noord, toen ze nog “The Incrowd” heetten, daarbij spiedend naar Yvonne, op wie ik hopeloos verliefd was. ( vele jaren later bleek zij ook hier in Barneveld te wonen, ik heb haar zelfs nog tekenles gegeven! ). Niet veel later maakte ik kennis met mijn eerste tongzoen, met ene Margreet in bar-disco “De Kop”in Bloemendaal aan Zee. Ik dacht, wat doet ze nou? Ja, wist ik veel. Het moment staat voorgoed in mijn geheugen gegrifd, en ook de muziek die daarbij gedraaid werd: “Spirit in the Sky”, van Norman Greenbaum. Maar goed, Rick – “Ricktator” werd hij later genoemd- is niet meer en speelt nu de sterren van de hemel in de hemel. Een stukje Haarlems jeugdsentiment is heengegaan. Morgen zal ik Kazaa maar weer eens afstruinen op zoek naar “Air”.

Steen des aanstoots
Als je de politiek in wilt is dat natuurlijk heel aardig, maar er zijn toch ook wel enkele nadelen. In mijn tuin bevindt zich een vijver, waar in het voorjaar grote hoeveelheden kikkers op walgelijke wijze rond en door elkaar heen kronkelen. Rondom die vijver ligt voor het mooie een goot aantal stenen, die ik daar met zorg in een vlaag van tuinieren heb gedrapeerd. Kort nadat in de plaatselijke pers mijn politieke aspiraties bekend werden, viel mij bij mijn dagelijkse ronde langs de vijver iets vreemds op. Er lag een nieuwe steen bij! En ja hoor, mijn bange vermoedens na het afschuwelijke nieuws uit Moskou van de week werden bewaarheid. Tot mijn afgrijzen had een vijandelijke partij op ingenieuze wijze afluister- en afkijkapparaatjes aangebracht. Ik vond de laatste dagen ook al dat er vrij veel subversieve elementen door mijn tuin wandelden, die geregeld stil stonden in de buurt van de desbetreffende steen. Minister Pechtold zei het al: “Politiek is een vuil spelletje”.

“Het volkt roept”

“Het volkt roept”…. wie ben ik dan om in al mijn nederigheid deze prangende oproep naast mij neder te leggen? Maar zonder gekheid, even wat serieus ( waar nodig ) gepraat nu. Onlangs werd ik benaderd door een lokale politicus, wiens naam en partij ik hier nu niet zal noemen, met de vraag of ik misschien interesse had om op de kieslijst van deze partij plaats te nemen. Trouwe lezertjes begrijpen, dat zo veel eer ineens mij deed wankelen en steun zoeken bij het meubilair. Die man, die zo vaak van die kribbige stukjes met een in azijn gedoopte pen over dat toch al zo geplaagde gemeentebestuur schreef. Die werd hier even uitgenodigd om zijn zure bewoordingen nu eens in daden om te zetten. Visioenen van steekpenningen, erepenningen, dure studiereisjes, exorbitante onkostendeclaraties, etentjes bij de FEBO of Barnies Kipcorner, dit alles schoot door mij heen. Ik zag maagdelijke onbebouwde weilanden tot in de verre toekomst achter mijn huis. Een mogelijk voorzitterschap van de Welstandscommissie valt hierbij in het niet! Een burgemeesterspost! Commissaris der Koningin! Gedoodverfd opvolger van minister Pechtold! Een interview met Ferry Mingelen, en wie weet, Maartje van Weeghen!!!!!! En de kroon op het werk: Minister President……… Pardon, ik draaf wat door. Na overleg ( via SMS, want op wintersport ) met mijn gemalin heeft het ons behaagd ( in dit soort situaties moet je over “ons”en “wij” spreken) deze moeilijke doch dankbare taak op ons te nemen, zo waarlijk helpe mij de partij waarvan wij de naam hier op dit weblog nooit zullen noemen. Waarom niet? Wel, in een weblog kun je je vrijelijk uiten zoals ik altijd al gedaan heb, en bedien je een zeer gemeleerde lezersschare. Ga je dat gebruiken om een beetje propaganda-praatjes voor je partij te spuien, dan ben je niet eerlijk meer bezig en kun je ook niet alles zeggen wat je denkt. Er zullen ongetwijfeld punten zijn in het partijprogramma waarmee je het totaal niet eens kunt zijn. Dat wil ik kunnen blijven uiten. Ik heb veel op Barneveld aan te merken, maar ik zou toch nooit meer terug willen naar Haarlem, waar ik mijn hele leven gewoond heb. Daarom moeten we maar ons best doen het hier zo aangenaam en leuk mogelijk te maken. En mijn weblogje helpt daar hopelijk een heel klein beetje aan mee. Uw nederige dienaar.
Jottem, meester, smaakles!!!!
Het ANP wist ons vandaag het volgende opmerkelijke bericht te melden:
Kinderen op de basisschool moeten weer weten hoe eten – en dan vooral goed en gezond eten – smaakt. Minister Veerman (Landbouw) denkt dat smaaklessen op de basisscholen een goede manier zijn kinderen te laten merken ‘dat gezond en eerlijk eten lekker is’. Het pleidooi voor het voedingsonderwijs klonk maandag in Maastricht. Daar werd de nieuwe president van Euro-Toques geïnstalleerd. Deze organisatie van 2500 koks uit heel Europa, die zich inzet voor het behoud van het culinaire erfgoed, heeft de smaaklessen geïntroduceerd op verscheidene basisscholen in Nederland. Het ministerie van Landbouw wil met de internationale koksclub samenwerken om deze lessen op alle basisscholen in het lespakket te krijgen. ‘Het lijkt mij voor kinderen niet alleen een leerzame, maar ook een leuke ervaring’, aldus Veerman. Dat wordt nog druk op die scholen. Ben je net een beetje uitgemediteerd, moet je naar de smaakles. De meester tekt een wit schort aan, zet een koksmuts op en zegt: “Kijk, dit is een wortel!”, waarna de hele klas amechtig achterover valt, want men kent tegenwoordig een wortel alleen maar als een van oranje geur- kleur- en smaakstoffen verzadigd rubberachtig staafje uit een blikje of een potje. Nu pleeg ik geregeld in een vlaag van hang naar vroeger en opa’s volkstuin mij te vergrijpen aan het “groente en fruit”, wat in de schappen van de super ligt. Elke keer is dat echter weer een bittere deceptie.Wie met de ogen dicht het aangebodene nuttigt, weet niet of hij/zij met een wortel, een radijs of een dolgeworden aardbei ( midden in de winter tenslotte! ) te maken heeft. Datzelfde geldt voor de tomaatjes, kropjes sla, sperzieboontjes ( weke, gevlekte en groen uitgeslagen stengeltjes ) om nog maar te zwijgen van asperges, schorseneren en zwezerik ( is dat eigenlijk wel groente? Zo niet, vervang dan in bovenstaand stukje “groente” door “vlees”). Moeten we op de Pedagogische Academies ook nog gaan leren wat het verschil is tussen een appel en een banaan, en dat terwijl die arme studenten toch al geen flauw benul meer hebben of ze een pond of een ton aardappelen in handen hebben. Je kunt er natuurlijk wel hele leuke sommetjes mee maken: “Ik heb hier twee bananen, daar haal ik één banaan af, hoeveel smaak blijft er dan nog over?”……. zie ze denken…… En wat dachten we van worteltrekken?
Uit andere weblogs, deel 1
Op collega-weblog “Pucks Podium” trof ik onderstaand bijzonder aardig logje aan. Met haar welwillende toestemming laat ik u hier even meegenieten: Biecht Ik heb gestolen van ’s Lands Grootste. Ongeveer een jaar geleden kocht ik een flesje Conimex roerbaksaus Sweet & Sour. Ik kwam er niet aan toe het te gebruiken, en de tijd verstreek. Tot ik er enige weken geleden achter kwam dat het spul houdbaar was tot februari 2006. En ‘dus’ kocht ik een paar dagen geleden een nieuw flesje. En ging ik vandaag met het oude flesje en de nieuwe bon naar de klantenservice. Als ik nou had gezegd dat ik me had bedacht. Of helemaal geen reden voor retourneren had opgegeven. Dan was het ongezien terug in het schap gezet en verkocht aan iemand die niet zo moeilijk doet over houdbaarheidsdata. Maar nee: ik moet zonodig weer verantwoording afleggen. En met een vreemd oneerlijke eerlijkheid zei ik dat het nog maar een maand houdbaar was. Ik kreeg ‘mijn’ geld terug. En het flesje wordt weggegooid. Ik heb een verdorven karakter. En het levert me niet eens wat op. Want nu moet ik morgen, bij wijze van aflaat, twee euro aan de straatnieuwsverkoper geven.
’t Is alwéér weekend!
Het is weer weekend, en dus tijd voor wat minder serieuze zaken. In de loop van dit weekend zal er nog wel wat bijkomen. Ik ben al jaren een bijzonder groot fan van Sigmund in de Volkskrant, en deze wil ik u toch niet aan houden ( stond 19-1-2006 in de Volkskrant. Ook de Sigmund boekenserie van Peter de Wit is erg aan te raden!

