Second Life, deel 1

Sinds een aantal maanden leid ik een tweede leven ( dus toch schizofreen? ) en wel in de online community “Second Life” . Second Life is een virtuele wereld met tot nu toe zo’n 243.000 inwoners, waarvan ik er eentje ben onder de naam van Rein Barrent ( ja, mijn echte achternaam behoorde niet tot de keuzemogelijkheden bij registratie.)
Second Life doet bij een eerste bezoekje een beetje denken aan The Sims, ware het niet dat je hier je eigen karakter opbouwt, met alle uiterlijke en innerlijke kenmerken die je in het echt ook hebt. Vervolgens betreed je de virtuele wereld, die echter in alles aan de echte doet denken. Die wereld breidt zich steeds verder uit, in de breedte en in de hoogte. Je kunt een stuk grond en een huis kopen ( als je je registreert voor een maandelijks bedrag ), of als dakloze gast eindeloos gratis ronddwalen.
Je huis richt je vervolgens in met allerlei virtuele goederen die je in virtuele winkels voor echte harde dollars kunt kopen. Je koopt een passende kleding-outfit, je gaat naar de virtuele kapper, een virtueel restaurant, een virtuele disco, een virtueel strand, een virtueel museum ( of je bouwt een virtueel museum zoals ik nu aan het doen ben ), en als dat allemaal te vermoeiend is maak je gewoon een praatje over de heg van je virtuele tuin met de virtuele buurman. Heb je even genoeg van al het aardse, dan klik je op de ‘vliegen’-toets en zweef je hoog door de lucht naar een volgende interessante bestemming waar je vrienden uit je virtuele vriendenkring kunt ontmoeten.
Zo ontving ik laatst een uitnodiging om een virtuele trouwerij bij te wonen, die ik helaas gemist heb vanwege het tijdsverschil bij de trouwlustigen.
Je kunt er op allerlei manieren virtueel en echt geld verdienen maar ook weer kwijt raken. Er zijn mensen die hun dagelijks baan hebben opgezegd en nu een goede boterham verdienen met de verkoop van virtuele huizen en virtuele stukken grond op – commercieel gezien – interessante plekken.
Misschien heb ik toch het verkeerde beroep gekozen, hoewel: de eerste virtuele scholen zijn door echte scholen reeds opgezet. Een andere keer meer.

iPod, deel 3

Op advies van diverse lezertjes, die zich blijkbaar ongerust maakten over mijn gezondheid, heb ik nu de ultieme manier gevonden om mijn iPod er niet meer als een iPod uit te laten zien , zodat je – zelfs in Barneveld – weer veilig over de straat kunt en toch genieten van je favoriete muziek ( Frans Bauer, de Toppers, Jantje Smit, Bertus Steigerpijp en nog veel meer Sjonnie en Anita-genre ).

iPod, deel 2

Donkere wolken pakken zich samen in mijn iPod-fimament. Kon ik gisteren nog vét interessant door Barneveld lopen met mijn witte oordopjes in, nu lees ik in een artikel dat je je iPod moet vermommen als antiek transistor-radiootje om niet van je speeltje beroofd en vervolgens vermoord en te worden ( in volgorde van belangrijkheid.). De hele inbouw-handleiding is hier te vinden

Topless bejaarden

Volgens mijn vrouw moet ik mij niet zoveel ergeren aan allerlei zaken. Daar ergert zij zich blijkbaar aan. Gelukkig zijn wij niet de enige personen die ergens geïrriteerd op reageren. Men heeft dat nu uitgezocht:

Pop-ups en spam op de computer geven veel irritatie. Ook ergert de Nederlander zich aan telemarketing, grof taalgebruik op tv, lange reclameblokken, stukjes op bruiloften ( ja ja, inderdaad, kan heel erg zijn ), snurkende mannen en topless bejaarden ( mjah… wij zijn ook de vijftig gepasseerd ) .
Dat blijkt uit een onderzoek van de Christelijke Hogeschool Ede. Eerstejaars studenten communicatie vroegen – blijkbaar in begrijpelijk Nederlands – bijna 500 personen naar wat hen ergert. De meesten (41 procent) noemden pop-ups en spam, nauw gevolgd door telemarketing, grof taalgebruik en reclameblokken. Aan personen die op straat buitenlands spreken, ergert 13 procent zich. Sociale controle leidt bij 12 procent tot irritatie. Ruim 10 procent heeft een hekel aan evangelisatie op straat.
Met betrekking tot telemarketing heb ik nog een tip: meestal bellen ze zo rond etenstijd. Neem blij de telefoon op en zeg: “Wacht even, ik zal even iemand voor u roepen die daar meer van weet!”. Leg vervolgens de telefoon naast de haak en eet lekker verder. Leg na de maaltijd op uw gemak de hoorn weer op de haak. Wordt u tijdens het eten ook niet gestoord.

Voor geïnteresseerde lezertjes: ik hoor vooral bij de 41 %-groep. Verder heb ik nog een hele waslijst aasn irritante zaken, zeker 500 %, maar die staan hier allemaal weer niet bij. Daar kan ik me nou weer zó aan ergeren!

UPDATE: Ik moet op dit moment sterk de neiging onderdrukken om een uiterst irritant buurjongetje met een kettingzaag te lijf te gaan.

Zware tijden voor de manager

Op Managementsite ( ja, je moet als eenvoudige ondergeschikte toch een beetje inzicht hebben in wat er in de hoofden van de over jou gestelde overheden rond gaat ) stond onlangs een aardig artikeltje over ‘conflictmijdend gedrag van managers’. Nu ken ik juist enkele managers die vanwege het feit dat zij manager zijn, al conflicten oproepen, maar er zijn natuurlijk ook – zelfs in het onderwijs – gunstige uitzonderingen. Op mijn werk is dat niet anders.
Waar lijdt de drukbezette manager zo al onder? Wel, slechts 37 % geeft aan geeft aan voldoende training te hebben gehad om conflicten op te lossen, zowel zakelijk als privé. De helft gaat het liefst naar een bijeenkomst waar ze niemand kennen – is veiliger – en bij door hun toedoen uit de hand gelopen conflicten hebben ze 3 jaar nodig om alles weer op de rails te krijgen. Ze zijn bang om afgewezen te worden of om iemand af te wijzen, en de manager is vaak onhandig in zijn taalgebruik, waar een ondergeschikte die dat niet is, natuurlijk heel vernuftig misbruik van kan maken (!)

Er is een ranglijstje gemaakt van situaties die de geplaagde manager het liefst zou vermijden, en daar staan bijzonder grappige zaken in:

  1. Een speech geven in het openbaar
  2. Gedwongen voor het eerst parachutespringen
  3. In het openbaar zingen
  4. Een collega aanspreken op slechte persoonlijke verzorging
  5. Een buurman vragen zijn heg drastisch te snoeien ( bij mijn buurman kan die heg mij trouwens niet hoog genoeg zijn )

Zo, nu weten we weer waaruit het dagelijks werk van de manager uit lijkt te bestaan.

iPod

Sinds zaterdag tel ik eindelijk voor vol mee, want ik heb nu een iPod. Nu ben ik dus weer jong en trendy, ik hoor bij de incrowd, ik word op feestjes en partijen genodigd, Barneveld is een stuk flitsender geworden; op momenten dat ik soepeltjes, mijn buik inhoudend, met witte Apple-oordopjes door het dorp wandel, vallen links en rechts de vrouwtjes in katzwijm. Misschien word ik nu ook wel beroofd. Ik ga nu ook een volledig wit interieur van Jan des Bouvries aanschaffen. Het geld gaat stromen. Ik kom bij Villa Felderhof. Ik treed op samen met de Toppers ( die wankelen toch geheel in wit gehuld over het podium? ). Ik ga net als Wim de Bie podcasten. Ik kom in Shownieuws, in de Story en Jord Kelder vindt mij een toffe peer, zondag aanstaande zal Harry Mens mij interviewen. Ik heb een wit pak gekocht, ik eet anijs hagelmix van De Ruyter op mijn witte bammetjes. Eindelijk kan mijn slingergrammofoon met daarop de bakelieten LP van Lou Bandy de deur uit.

Knappe koppen

Afgelopen week konden wij het onderstaande curieuze bericht uit de diverse media vernemen:

“In 2020 helft werkenden hoger opgeleid De helft van de Nederlandse beroepsbevolking moet in 2020 een diploma van een universiteit of hogeschool op zak hebben. Die doelstelling heeft het kabinet vrijdag vastgesteld. Nu kent Nederland nog een tekort aan hoger opgeleiden. Sinds 2004 is al de ambitie dat in 2010 de helft van de jongeren een opleiding volgt aan universiteit of hogeschool. Maar dat betekent nog niet dat deze ook afstuderen. Omdat Nederland een tekort aan hoger opgeleiden kent, streeft het kabinet er nu naar dat in 2020 ook de helft van de werkenden de opleiding in het hoger onderwijs heeft afgemaakt.” Er wacht ons als eenvoudige onderwijsgevenden na lezing van dit bericht nog een schone taak, temeer als men weet dat 60% van de jongeren thans ‘studeert’ aan het VMBO. Ook stond in de kranten dat een steeds groter aantal leerlingen slaagt voor het HAVO-examen. Dat kan twee dingen betekenen: De jeugd is inderdaad in een razend tempo intelligent aan het worden of de scholen leggen de lat bij de eindexamens steeds lager. Ieder weldenkend mens weet dat het niveau van parate kennis de afgelpen jaren naar een bedroevend minimum is gezakt, dus zal de zwaarte van de examens, die trouwens ook als steeds belastender voor het tere kinderzieltje worden ervaren, wel naar beneden zijn bijgesteld. Schaf je die nare examens af, dan zakt er niemand meer en heb je inderdaad 100% geslaagden! Steeds meer basisscholen laten bijvoorbeeld hun leerlingen niet meer meedoen aan de CITO-toets. Het is zo sneu als de helft van de kandidaatjes geen flauw benul heeft waar de vragen over gaan en het staat bovendien erg slecht in de publicaties als je school een lage score heeft. Zo komen al deze bij voorbaat gezakte CITO-klantjes dan in het voortgezet onderwijs terecht -bij voorkeur HAVO want VMBO is ook zo wat- waar het proces zich herhaalt. De VMBO-ers gaan allemaal naar het MBO waar wij hier ter plaatse besloten hebben om volgend jaar maar weer in arren moede aan de slag te gaan met het al eeuwenoude werkje “Struikelblokken“. Mijn bejaarde doelgroep kan zich dit nog goed van de HBS, de MMS of de MULO herinneren. De Competentie Gerichte Kwalificatie Structuur zal er vervolgens voor zorgen dat al deze leerlingen met een mooi diploma en een dik gevuld portfolio blijkbaar regelrecht het HBO of de universiteit in kunnen stromen. Als de bedoeling van wat men brabbelt maar duidelijk is, dan ben je al snel hoger opgeleid. Vanmiddag verwachtte ik om vier uur nog een zestal kandidaten om een herkansing te doen, zodat deze nog mooi even voor de overgang zou meetellen. Maar ja, je hebt als leerling een tussenuur en de zon begint te schijnen, dan blijf je toch gewoon weg? Was wel een rustig laatste uurtje zo voor mij.