Deze dagen ontvangen bijna 5 miljoen Nederlanders hun jaarlijkse kerstpakket. En één op de vijf Nederlanders vindt het heerlijk om te klagen over de inhoud van het kerstpakket, zo blijkt uit onderzoek. Werknemers krijgen de kans tot 24 december een afbeelding van hun pakket met een korte toelichting te plaatsen bij de Kerstpakketten Klaagmuur . Daarna volgt de verkiezing van het meest waardeloze kerstpakket van 2006. “Mensen waarderen het nog steeds erg dat ze met kerst iets krijgen van hun werkgever, maar wát ze krijgen valt vaak niet in de smaak”, aldus Joren van der Pluijm (directeur van Pluimen, een kerstpakkettenbedrijf). “Vorig jaar verdwenen er bijna 1,5 miljoen kerstpakketten geheel of gedeeltelijk in de afvalbak, of achterin de kast. Eeuwig zonde! Met de Kerstpakketten Klaagmuur en de verkiezing van het meest waardeloze kerstpakket willen we dat duidelijk maken.” Wel, ook voor mij was het hoogtepunt van het jaar vandaag weer aangebroken. Na een slapeloze nacht toog ik al vroeg naar school met in het achterhoofd een ander onderzoek, waaruit blijkt dat de waarde van het gemiddelde kerstpakket € 35,- is ( dit is het maximale voor de werkgever aftrekbare bedrag ). Volgend jaar schijnt dat € 75,- teworden. Populair dit jaar zijn het Tapas- en het Sportpakket. Nu vind ik geen van beide te pruimen, dus dat was nog even angstig afwachten. Tijdens herhaalde bezoekjes aan de koffieautomaat al snel stiekum gekeken of ik niet ergens een grote doos zag staan ( zou kunnen duiden op een Sportpakket ), maar nee hoor men had alles goed verborgen voor ál te haastige lieden. Op het hoogtepunt waren de Kerstpakketten daar: een dienblad met twee glazen en een fles wijn, voorzien van een mooie Kerstkaart op naam en op alfabet gesorteerd. Ik zoeken. U begrijpt dat ik in een wat ontredderde staat kwam te verkeren toen ik ontdekte dat mijn letter er niet bij zat. Het zal je toch overkomen. Gelukkig bleek ik ergens tussen de X te zijn verstopt. Tevreden? Ja hoor, het gaat tenslotte om het gebaar en we zitten in het onderwijs, daar wordt het geld toch iets anders verdeeld. Ooit kreeg ik een kerstpakket met daarin een kip. Bij het gezellig om de feestdis geschaard openen bleek het gevogelte zichzelf een bleekblauwe kleur te hebben aangemeten, waarbij het ernstige pogingen deed om zelf al van het bord af te wandelen. Ik zal dus niet mijn Kerstpakket ter beoordeling op de Klaagmuur plaatsen, maar een kijkje daar is toch de moeite waard, ook al zal misschien daaruit blijken dat wij toch wel wat verwend en hebberig zijn geworden. “Vrete op aarde”, wens ik dus iedereen maar toe.
Toch nog “Person of the Year”

Ik mag mij zelf, en met mij miljoenen anderen, feliciteren! Ik ben namelijk net als hen door het gezaghebbende Time Magazine uitgeroepen tot de Persoon van het Jaar 2006. Ik ben verantwoordelijk voor het “herscheppen van het informatietijdperk”. Een last die ik nauwelijks kan dragen, maar ach, de plicht roept. Time noemt het een revolutie op internet. Niet langer wordt het web passief gebruikt, maar actief vormgegeven en gevuld door de gebruiker, die zelf bepaalt wat er op de digitale snelweg te vinden is, door bijvoorbeeld foto’s en video’s te uploaden. Volgens het blad is er dus sprake van een ‘nieuw internet’, Dat mensen elkaar gratis deze informatie aanbieden zal volgens Time niet alleen de wereld veranderen, maar ook de manier waarop de wereld verandert. Ook de samenwerking op grote schaal is uniek, volgens Time Magazine. “Het gaat over het kosmische compendium van kennis Wikipedia, het miljoenennetwerk YouTube en de online metropolis MySpace.” En, ik bevind mij in select gezelschap. Door mijn blijkbaar onmiskenbare persoonlijkheid heb ik concurrenten als de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il mijlenver achter mij gelaten. Nou ben ik niet zo’n grote “bijdrager” aan YouTube, en ik meen dat mijn collega’s Kim en Ahmadinejad nu ook niet dagelijks hun vakantiefilmpjes op YouTube zetten, maar een weblog onderhouden ze beiden wèl, al heb ik wat moeite met de ontcijfering daarvan. Zo zie je maar: maakte ik mij begin dit jaar nog sterk voor de plaatselijke politiek, nu zijn die activiteiten blijkbaar al over de hele wereld bekend, en had ik toen in één van mijn publicaties een behoorlijk vooruitziende blik! Je hebt het of je hebt het niet. Wel nu ga ik de rest van de avond feestvieren en naast de telefoon zitten om diverse felicitaties van andere wereldleiders in ontvangst te nemen.
64% van Internetgebruikers gaat virtueel vreemd
Gevonden op het net vandaag: Amsterdam, 12 december 2006 — Onderzoek onder 232 mensen heeft uitgewezen dat maar liefst 6 op de 10 mensen wel eens virtueel vreemd gaat. Het onderzoek is uitgevoerd door Guidion onder 232 internetgebruikers tussen 9 en 22 november. Sprak je 10 jaar geleden nog af in aan andere stad als je vreemd ging, tegenwoordig gebeurt het gewoon in huis. De vormen van vreemdgaan zijn divers:
- Flirten via email of chat 71%
- Porno sites bezoeken 62%
- Sexueel expliciete teksten via email of chat uitwisselen 47%
- Vreemdgaan afspraakjes maken via email of chat 38%
- Strippen voor webcam of (gedeeltelijk) naakt foto’s sturen 26%
Twee derde van de respondenten is wel eens vreemdgegaan terwijl de partner ook thuis was. Het merendeel van de respondenten gaat thuis virtueel vreemd en 20% van de respondenten gaat virtueel vreemd op kantoor. Virtueel Vreemdgaan Test Op basis van het onderzoek en Guidion’s ervaring is er een korte test ontwikkeld om na te gaan of uw partner vreemd gaat. Beantwoord de volgende drie vragen: Is er een webcam in huis? Heeft uw partner een eigen wachtwoord op de computer? Worden de laatst bezochte sites telkens van uw computer gewist door uw partner? Wanneer u alle punten met ja kunt beantwoorden is het verstandig om eens een goed gesprek aan te gaan met uw partner. Er is dan namelijk een goede kans dat uw partner vreemd gaat. Ja, dit berichtje kan natuurlijk een beetje pijnlijk zijn. Stond vandaag op het net naar aanleiding van een onderzoek van het bedrijf Guidion. Nou is 232 nog niet zo’n groot aantal, dus kunnen we met een gerust hard stellen dat dit niet op ons van toepassing is. Ook staat er niet bij hoe oud die mensen zijn. Ik heb de test natuurlijk even gedaan: ik heb een webcam ( gezien de geregelde opmerkingen van mijn gezin over mijn postuur zie ik mij daar nog niet voor uit de kleren gaan ), en een wachtwoord, en bezochte sites worden na een week gewist. Maar ik heb ook Filternet, en dat is een heel degelijk filter, wat voor ongeveer € 2 per maand uw computer tegen een hoop narigheid bespaart. Het is er nu ook voor het onderwijs, waarbij je als school voor 15 computers gemiddeld € 19 per maand kwijt bent. Een serieuze overweging waard. Wel zet dit bericht aan het denken over de ernstig negatieve invloed die internet op iemands sociale leven kan hebben. Dat geldt dus blijkbaar voor zes van de tien mensen, waarbij wij natuurlijk allemaal tot de overige vier behoren. Misschien moeten we ons enthousiasme af en toe een beetje temperen…..
Computer-junk
Het is nu 23:41 uur en ik zit nog schoolwerk te doen. Niet verstandig, maar wel leuk om te doen. Ben ik nu een echte computerjunk?

Second Life: Mijn tweede leven

Al eerder schreef ik eens een stukje over Second Life. Voor de nieuwelingen: Second Life is de naam van ons snelst groeiende werelddeel. Het aantal bewoners verdubbelt ongeveer maandelijks, de economie is booming, beurskoersen stijgen hemelhoog, en de sky is werkelijk geen limit meer want iedereen kan naar hartelust rondvliegen. Vervuiling is er niet, je vrienden zijn er vierentwintig uur per dag aanwezig van over de hele wereld, en dat alles vanuit je luie stoel. Je gaat snowboarden, zeilen, dansen, vliegen, op huizenjacht, winkelen, lekker eten, naar sportwedstrijden en naar school, en als het meezit verdien je met je pas opgezette zaak nog een hoop geld. Second Life is niet echt, en toch ook weer wèl. De naam is treffend: een virtuele wereld, waar mensen in de echte wereld al heel wat uren door brengen, soms tot in het absurde toe. Je kunt er virtueel trouwen en scheiden, en ook een virtuele begraafplaats is gesignaleerd. In Second Life gaat veel geld om: virtueel geld, wat je weer om kunt zetten in harde dollars. Er is een echte beurs, er is een vestiging van Harvard, bij de Postbank kun je virtueel pinnen, en wie bang is te verdwalen maakt een afspraak om 12.00 uur op één van de grote meeting points of in een pittoresk steegje met een virtuele gids, die je rondleid door bijvoorbeeld virtueel Amsterdam.
Zelf leid ik alweer een aantal maanden een virtueel leven in een kwijnende kunstgalerie in een uithoek van Second Life, waar ik een lapje virtuele grond heb gekocht. Daar verkoop ik virtuele schilderijen aan virtuele klanten. De zaken lopen matig, het sukkelt met de kunst. Beter had ik een winkeltje in Second Life Looks of gebaren kunnen beginnen. Goede handel. Betaal en je ontvangt de mogelijkheid om je virtuele ik bijvoorbeeld van ruig borsthaar te voorzien, of een van echte design-bril. Ik denk dus ernstig over een andere nering, of misschien verkoop ik mijn lapje grond wel aan een speculant, want die zijn er ook al gesignaleerd. Wie eens gezellig met mij wil keuvelen, gaat naar Second Life, maakt een gratis account aan en vraagt naar Rein Barrett, dat ben ik dus. Meestal ben ik in de buurt van de virtuele educatieve afdeling.
Regen
Even snel: ik zit hier in mijn kantoortje en kijk uit het raam, waartegen de regen klettert. De bomen staan krom gebogen in de wind, een enkel bruin blad zoekt nog krampachtig naar houvast. Leerlingen komen in druipende kleding door de gang, geen regenpak natuurlijk, “want dan loop je voor paal”. Dan liever volledig doorweekt. Straks een toets. “Wordt het moeilijk meester?” Ze zijn achttien jaar, en ze noemen je meester. Wat heerlijk. Nu nog achter in het lokaal een grote zwarte kolenkachel waarnaast een hele rij schoenen staat te drogen. Helaas is het krassen der griffels vervangen door het tikken van de toetsenborden, maar dat neem ik op de koop toe. Het wordt een leuke les.
“Piet kijkt of het veilig is”

Het gaan over de daken en het pakjes door de schoorsteen mikken is tegenwoordig in bepaalde delen van ons land nog angstwekkender dan het vroeger al was. Moest de bejaarde heiligman in vroeger dagen, toen er nog winters waren, en nog nooit iemand van Al Gore had gehoord, beducht zijn voor een glijpartij op het dak of het op hol slaan van het paard, tegenwoordig doet de bisschop er beter aan te arriveren in een gepantserde Hummer, of beter nog, een omgebouwde geldtransportwagen, zodat de pakjes veilig zijn voor bijvoorbeeld aanvallen met bazooka’s. En ook de Zwarte Piet kan maar beter een vrolijk kleurtje hebben, om zich zo in elk geval politiek correct op te stellen. Wat dat laatste betreft: vanmorgen in de Volkskrant een zich journalist noemende “43-jarige, hoogopgeleide blanke vrouw”, die met Sinterklaas toch echt geen marsepein meer serveerde want voor de daarin aanwezige suiker hadden de voorouders van haar zwarte ( oeps! ) Senegalese vriend zich als slaven van die blanke Hollanders krom gesappeld. Daarom gaf ze hem voor Sinterklaas een gezellig cadeau in de vorm van een ticket voor een Senegalees muziekgezeschap dat, begeleid door originele(!) instrumenten, eensgezinde strijd tegen de westerse onderdrukker bezong. Je zal met zo’n vrouw getrouwd zijn, en sterker nog, haar als moeder hebben. Je hele jeugd lang naar onderdrukte anti-marsepein avonden. Afgelopen avond in het nieuws: een item over de hulpsinterklazen van Amsterdam, die zich “een stuk veiliger voelen dan vorig jaar”. Diverse hulpsinterklazen ( misdienaren? ) werden geïnterviewd: “Eerst stapt een Piet uit, die kijkt of het veilig is; vervolgens de auto zo dicht mogelijk bij het huis, en vanuit de auto snel het huis in.” Ik zie het helemaal voor me: een helikopter met zoeklicht hangt laag boven het huis. Dan: luid motorgeronk in de straat, hij komt, hij komt de Goede Sint! Drie geblindeerde auto’s draaien bliksemsnel de straat in, scherpschutters staan klaar op de daken. Er wordt driftig aan oortelefoontjes gevoeld en in kleine microfoontjes gecommuniceerd: “Hoor, wie klopt daar kinderen?” en “Zie, het zoeklicht schijnt door de bomen”. De voorste auto raast langs het huis en blokkeert aan het eind de straat, iets wat de achterste auto ook doet. De middelste, met enkele tot de tanden bewapende Pieten op de treeplanken, rijdt over de heg en het fonteintje tot onder het afdakje van de voortuin. “Bommen, bommen, gooi ze in de regentonnen!” roepen de Pieten. In een flits zie ik de Sint, hij heeft een zwarte zonnebril op, om niet herkend te worden. Met één hand houdt hij zijn staf vast, de andere is verscholen onder zijn mantel. In een vloeiende beweging is hij binnen, waarbij de Pieten alle belangstellenden met dreigend zwaaiende riot-guns op afstand houden. “Sinterklaasje kom maar binnen met je lijfwacht”, kwelen de kinderen. Na enkele minuten is het weer voorbij, de stoet verwijnt uit de straat, op naar een volgend adres. “Dag Sinterklaasje, da-ag, da-ag, luister naar onze afscheidsbeat”, klinkt het boven het wegstervend motorgeraas uit. Het was een gezellige Sinterklaasavond!
