Representatief

Wie zich als onderwijsinstituut enigszins wil onderscheiden van andere, dient behalve met een modern, vooruitstrevend lesprogramma ook met een hippe layout te komen. De over mij gestelde overheden hebben nu bedacht dat het wel aardig zou zijn als ook het personeel zich van zijn beste kant laat zien, en daartoe is nu ‘representatieve kledij’ aangeschaft.

Wat moet ik me daarbij voorstellen. Allerlei gruwelbeelden passeren in eerste instantie mijn geestesoog: zo’n soort olympische outfit van een jasje met een goud gestikt fantasie-embleem, een of andere gestreepte pantalon en een koddig hoedje, alles in de oranje-groene kleurcombinatie van ons schoollogo. Op de eerstvolgende representatieve bijeenkomst, bijvoorbeeld een diploma-uitreiking, marcheert het voltallige team in de nieuwe outfit de aula in, vooraan de directeur, die de schoolvlag draagt, en daarachter de ondergeschikten, links en rechts minzaam wuivend naar het verbijsterde publiek, dat gekleed in te blote topjes, Heineken T-shirts, naveltruitjes, spijkerbroeken met gaten, fout en te kort gestrikte dassen ( veehouderij-afdeling )  het tafreel aanschouwt.

Zo’n soort schooluniform geeft de docent weer standing, je zou ook aan rangorde-tekens op de mouw kunnen denken. Het middenmanagement een paar strepen, en de directie gouden galons, en natuurlijk een hele hoop medailles op de borst. De medaille voor de Meeste Vooruitstrevende Onderwijsvernieuwing, een onderscheiding voor getoonde visie, een erepenning voor inspirerend leiderschap, de Teambuilding-onderscheiding, de gouden speld voor het vijfhonderdste bijgewoonde onderwijscongres en zo nog wat attributen.
Gewone docenten krijgen een jasje van iets eenvoudiger snit, met bijvoorbeeld goudkleurige knopen, maar dan van plastic. Voor in de les -want de leerlingen doen dat ook – een hippe baseballpet.

Naast de kledinglijn, toch wel op zijn minst te ontwerpen door Frans Molenaar of Fong Leng, zou ook een cosmetica-lijn te overwegen zijn: iets van patchouli met een ondertoon van schoolkrijt of zo. En een sieradenlijn: een navel of tepelpiercing in de vorm van het schoollogo. Tattoo’s in die trend mogen natuurlijk ook.

Zelf zou ik geregeld het liefst gekleed in een harnas naar school gaan: kletterend en rinkelend het lokaal binnen klossen, en je hebt gelijk aandacht. Ik wacht het maar af. Straks vind ik ’s morgens op mijn bureau een keurig in cellofaan verpakt t-shirt, een paar sokken, genoemde baseball-pet en een donkere spijkerbroek, one size fits all, alles met schoolopdruk. Ze weten nu na 10 weken les mijn naam al niet, dat zal er niet beter door worden. Ach, we zien wel. Het komt allemaal wel goed.

Onderwijs: nuttig voor de jongelui!

Op het onderwijsinstituut waar ik werk, kijkt men de laatste maand wat bezorgd naar de aanmeldingen. Hoe krijg je jongeren zo ver dat ze dagelijks in de schoolbankjes doorbrengen als daarbuiten zoveel leukere dingen te doen zijn? MSN, feesten en beesten, chillen, je ding doen, heel veel geld verdienen, comazuipen, blowen, happy slapping, metro-surfen, tecktonik, parkour, terug naar je tribe, lekker wippen, porno, breezah-sletje spelen, multi-tasken, schuimparty. Allemaal vèt leuke dingen toch. Kom daar als school maar om.
Je kunt natuurlijk een beetje hip mee gaan zitten doen. Veel scholen schermen met flitsende kreten, en de leerlandschappen schieten als paddestoelen uit de grond.
Denkend aan het Hollandse onderwijs zie ik slungelige hangjongeren traag reflecterend door een oneindig leerlandschap gaan. Zoiets. Je moet wat in een tijd van info-inflatie en nieiuwe slordigheid.

Zo’n docent, zeker al over de veertig, in een geruit jasje, met witte hoog opgetrokken sportsokken, en die daar dan een beetje gaat zitten uitleggen over geschiedenis en literatuur, die elke dag het journaal kijkt en die denkt dat je tijd hebt om al die boekuittreksels uit je kop te leren. Niet normaal man. Ik ga je dissen.

Nee, er moet snel wat veranderen in het onderwijs. We moeten hip en wild worden. Sex! Roken! Veronica! De bewoners van de Gouden Kooi worden onze nieuwe helden. Gastlessen door Terror-Jaap, geen boekbespreking maar een uitzendingbespreking van Jackass. “So you wanna be a teacher” wordt HET nieuwe tv-format van het jaar, wij gaan 24 uur per dag een stel hangdocenten ( allemaal rond de twintig, want een opleiding hoeft eigenlijk niet meer, allemaal mooi en bloedgeil, allemaal stevig aan de sigaret, vlot klinkende Engelse namen – vooral geen achternaam, dat is zó 2007 ) volgen in een met camera’s volgehangen lerarenkamer.
Gillende pubers voor de poort, willen allemaal dolgraag onderwijs van deze kinky teachers.

De slogan voor het nieuwe cursusjaar:
Onderwijs is gewoon fokking leuk.

Penny-klas

Ik geef een toets. Voor mij een groepje pubers, negen stuks. Vier zijn er afwezig. Nooit gezien ook, trouwens. De schamele restanten van de ‘Terrorklas’, zoals zij de eerste les trots verkondigden. De klas was gesplitst wegens wangedrag. “Ze konden ons niet aan, meneer!”. Wie ze als buitenstaander in een donker steegje zou tegenkomen, zou een eindje omlopen.

Ze doen “iets met paarden”. Drie jaar op school, en als ze klaar zijn mogen ze in een manege een berg drollen van de ene naar de andere kant scheppen. Maar wie weet, valt het mee. Wie weet, worden ze Ankie van Grunsven, of een soort Jojo Buitenzorg, maar die laatste kan ook een paard geweest zijn. Koester je dromen zolang je kunt, anders is er echt geen hoop meer.

Op hun beeldschermen kijken ze naar paardenplaatjes, bezoeken ze paardensites. Zestien, zeventien, achttien zijn ze. Paardenplaatjes…..
De eerste is na drie minuten klaar, want heeft eigenlijk niet zo’n zin en het wordt toch niks. En inderdaad, het is een onvoldoende. Bij vertrek wordt nog even een klasgenoot geroepen: “Schiet je een beetje op? Ik ga roken!” Ach ja, het is ook mooi weer buiten en zo’n toets is ook zo wat.

Dit zijn meest ‘rugzakleerlingen’. Vroeger zou het een ZMLK-klas zijn geweest, zeer moeilijk lerende kinderen. Als docent kreeg je daar een speciale opleiding voor, de leerlingen zaten op een speciale school. Nu zitten ze temidden van duizend andere pubers, temidden van ADHD, Asperger, PDD-Nos, Gilles de la Tourette, Autisme, Dyslexie, Dyscalculie, Smetvrees, Stofallergie, noem maar op. Waren we in de Middeleeuwen, dan zou je je in een krankzinnigenkolonie gewaand hebben.

Verschrikkelijk? Welnee, het is leuk, en je maakt nog eens wat mee. Leraar, elke dag anders. Uitzichtloos? Natuurlijk niet. Er is er nog eentje bezig, ze gebruikt de volle tijd. Ze zwoegt, ze ploetert, ze knaagt op de restanten van haar pen. “Dit wordt echt niks meneer…”  “Natuurlijk wel, meid. Jij gaat nu even rechtop zitten, haalt diep adem, je geeft jezelf een schouderklopje en je zegt: ik ga het redden”. De toets is te simpel voor woorden. Voor haar haast een onneembare berg. Ze zucht en steunt, buiten wachten de vriendinnen, het mobieltje en het grasveld in de zon. Dan is ze klaar. “Tweeëntwintig punten, meneer, onvoldoende zeker, hè?”
“Weet je wat? Jij hebt een acht!” Het is haar hoogste cijfer. Stralend verlaat ze het lokaal. Een echte acht op de lijst! Dit was mijn laatste les in de terror-klas. Ik zal ze missen, echte kindjes nog. 

Mannschaft

Afgelopen avond heb ik een stukje voetbal gekeken: de finale van het EK, Duitsland-Spanje. Trouwe lezertjes zullen weten dat voetbal zich nu niet bepaald in mijn warme sympathie kan verheugen, überhaupt heb ik niet zo veel met sport. Al die zweterige shirtjes, die harige oksels, het onsamenhangende gebrabbel na ( en trouwens ook vóór ) de krachtsexplosie, de hijgerigheid van de verslaggevers ook. Rugnummers, de Waalse Pijl, wielrenners die met één vinger al pedalend hun neus leeg spuiten, van die boksers met zo’n eng gebit, Roemeense kogelstootsters, gruwelijk allemaal. Als kind al was het verschrikkelijk. Altijd werd ik als laatste gekozen als er partijen gevormd moesten worden, bij het zien van de als stroppen bungelende ringen in de gymzaal zonk de grond onder mijn voeten weg, het vreselijk gestuntel en de doodsangst wanneer je boven in het wandrek over de hoogste sport moest klauteren en dan weer omlaag….de onverbiddelijke gymleraar die je voor het oog van de grijnzende klas maar door liet worstelen. Traumatisch ongeveer.
Zwemles: drama! De galmende herrie in het schapenhok, waar je op een natte vloer stond te worstelen met je zwembroek en handdoek opdat een ander je pieletje maar niet zag…, de stank van het chloor, de badmeester die je met een stok met een haak eraan eerder leek te willen verdrinken dan te helpen, en dan, midden in dat zwembad, een groot, donker rooster, waardoor je zou worden opgezogen als je er over heen zwom, daar was ik heilig van overtuigd….

En toch keek ik naar voetbal. Eerst om mij alvast te verkneukelen om de te verwachten nederlaag van Nederland tegen Italië. Dan zouden we weer een paar jaar af zijn van de Welpie’s en het gelal van hossende supporters. Niet dus. 
Daarna omdat ze toch wel verdiend gewonnen hadden ( dat vond ik zelfs ). Toen de uitschakeling dan eindelijk een feit was, werd Rusland de nieuwe favoriet. Ook niks dus. Dan Deutschland maar, want met Spanje heb ik nooit iets gehad en in paëlla zitten enge witte spekkerige sliertjes.

Het leukst zijn de beelden van het publiek of van spelers die vertwijfeld naar hun hoofd grijpen. Ik zou willen voorstellen om bij elke uit te zenden sportactiviteit ook een apart kanaal aan te bieden met daarop uitsluitend de reacties van het publiek en de coaches. En de tranen van de verliezers na afloop natuurlijk. Dan word ik een fervent sportkijker, compleet met oranje petje en wuppie’s  of welpie’s in een kring om mij heen.

Duitsland moest winnen dus, want ja, het zijn tenslotte buren en de oorlog is ook al weer een tijdje achter ons. En Spanjaarden pesten stieren, een extra reden. Alleen die Duitse coach, nee, veel te jong mannetje, had iets van een verlopen zanger in een derderangs Balkan-restaurant in Mönchen-Gladbach of zoiets. Kwam ook door dat witte overhemd en die zwarte broek. Een beetje voetbal-coach moet lijken op Rinus Michels.

En dan die spelers. Toch wel veel typisch Duitse koppen. Zo’n Schweinsteiner, alleen die naam al, zo’n naam kùn je alleen maar snauwen: SCHWEINNNsteinerrrrrrr!!! Torrrrrrrrrr!!!!! Je zit gelijk recht overeind. En dan dat blonde über-germaanse hoofd. Zo’n soort Oberscharführer. Dan was er ook eentje met een grote baard; nu zijn er bij voetballers veel matjes, opgeschoren dambordjes, rasta-look en allerlei andere afwijkende zóóó 1970-beharingen, maar dit was toch nèt zo’n U-boot Kapitän, zo’n Onno Kretschmer. Zijn verfomfaaide pet ontbrak er nog aan. Die lui toen hadden allemaal van die bebaarde koppen na het tot zinken brengen van zoveel duizend ton.  Ik zou bij het uitdelen van de medailles aan het eind door zo’n welgedane voetbal-bobo dan ook niet anders verwacht hebben dat hem het IJzeren Kruis Eerste Klasse, mèt eikenbladeren, zou zijn omgehangen, in plaats van zo’n fantasie-flutding. Maar goed, tijden veranderen, en mijn interesse in voetbal ook. Ik heb namelijk tòch wel genoten.

Alleen dat gespuug. Die Ballack. Slokje drinken… kwaat! Al die spelers trouwens. Ik zou niet weten waar ik het allemaal vandaan moest halen, al dat vocht, maar zo’n voetbal-team probeert toch altijd weer de fonteinen van Trevi te evenaren. En dan nog een beetje over dat ondergelopen veld rollen. Nee, mij  niet gezien.

Paniek in B.

Kelly heeft een pitbull, dat zegt al genoeg tenslotte....

Grote paniek afgelopen week in B, een klein dorpje op de Veluwe, waar ik ooit in een vlaag van misplaatste ontwikkelingshulp ben komen wonen vanuit het wilde westen. Wat is het geval? Wel, het Wilde Westen kwam in een onbewaakt ogenblik naar B, compleet met camera-ploeg, opgeblazen condooms en een juffrouw die geen juffrouw was maar die wel twee levensechte borsten aan het in afgrijzen versteende winkelvolk toonde.

Nu ging het hier dus om een zichzelf Kelly noemende coryfee van Big Brother, of de Gouden Kooi, dat weet ik even niet, die haar nieuwe webcam-programma moest promoten en daarvoor “truttige dorpen” uit had gezocht. Ik woon dus in een truttig dorp, en daar wonen allemaal truttige mensen. Tussen de middag zitten we allemaal aan de aardappelen met jus ( sjuu ), dat doen we zeven dagen in de week, onze klompen staan netjes naast elkaar op den deel, we staan om vijf uur ’s ochtends bij het krieken van de dag op, wassen ons bij de lampetkan of liever nog de pomp met een frissche straal koud water waarna we smullen van een met dik goudkleurige boter besmeerd stuk grof bruin boerenbrood, wat we weer wegslikken met een glas schuimende melk, zó uit de koeie-uier. Daarna kuieren wij naar het kippenhok, om wat versche eitjes te rapen, en zó komen wij hier onze dag door, godvrezend en genietend van de natuur.

Kelly ging dus even deels uit de kleren en toonde zomaar BORSTEN. Kan het nog smeriger? Men stond verstijfd, en wat men wilde zeggen bleef steken in het door afgrijzen overmande lijf. De lol was er dus snel af, voor Kelly en haar mededames, die naar de foto’s te oordelen, al nèt zo’n hoog tokkie-gehalte hadden als Kelly zelf: de silconen-boezems hebben blijkbaar gelekt waarna de vloeistoffen ook de hersenen vervangen hadden. En Kelly heeft een pitbull, dat zegt natuurlijk ook al genoeg over je geestelijk niveau.
Ik kan er echter niet mee zitten. Ga op een hete dag in Zandvoort op het strand wandelen en je ziet honderduizend  Kelly’s. Misschien een iets voor het gemeentebestuur van B. om wat ideeën voor dorpspromotie op te doen.

Had men zich ook verder nu maar weer ijverig aan het boodschapjes doen gewijd.  Maar nee, de eerste ontdane reacties hebben de lokale krant al gehaald, die zo vuig was geweest om van het gebeuren een foto te plaatsen. Dat gaat geheid abonnees kosten. De plaatselijke SGP beroept zich nu op artikel 94 van de gemeentelijke verordening, waarbij het gaat om ‘kwetsing van de openbare zedelijkheid’.  ,,Het is verboden op een weg of van daaraf zichtbaar zich te bevinden in een houding, toestand of met kleding, die uit een oogpunt van openbare zedelijkheid als kwetsend kan worden ervaren.”
Dat is natuurlijk niet verstandig, want dan gaat de landelijke pers er helemaal uitgebreid van smullen, en vóór je het weet wordt het imago van het arme B., toch al zo gedeukt door de tv-reportages over de mega refo-domes, nòg verder de grond in gestampt. Misschien tijd om die eeuwige kip als beeldmerk van B. te vervangen door een paar enorme siliconen-eieren?  Dan hebben we toch nog een linkje met ons pluimvee. Ons gemeentebestuur had juist deze week afgesproken jaarlijks 20.000 euro te besteden aan de promotie van B.  Wel, als we dit aan het collectief Kelly/SGP gaan overlaten, mag men jaarlijks wel een miljoen euro reserveren om alle schade te herstellen.

Over enkele weken begint hier weer de zogenaamde Oud-Veluwse Markt, niks meer dan een ordinaire braderie maar volgens de organisatoren elk jaar weer een gebeurtenis, die de sfeer van lang vervlogen tijden oproept. Wel, dat lukt ook wel zonder de Veluwse Markt. Laat dat maar aan de SGP over. Dom dom, dom. En nu is het tijd voor mijn  avondpap, en dan gauw de bedstee in. ( 20:10 uur ).

Bloed prikken

Straks moet ik bloed prikken. Ooit sloeg mijn hart op hol – ja, ook voor mijn vrouw -, maar dat is blijkbaar zó goed bevallen dat het wat vaker gebeurt, te vaak zelfs. Dat houdt in dat ik gemiddeld eens in de twee weken een dagje naar lucht loop te happen. ‘Stress’ zegt mijn vrouw en ’te veel snoepen’, ’te veel hangen voor de buis of achter de computer’, wat dan weer nieuwe stress oplevert.
Een eerste operatie heeft niet geholpen, en een nieuwe poging staat op stapel. Maar goed, volgens de specialist kan ik er honderd mee worden als ik maar zorg dat ik geregeld mijn pilletje neem. En daarvoor moet geregeld mijn bloed op de juiste dikte gecontroleerd worden. Dat is elke keer weer een enerverende ervaring. In het dorpje B. op de Veluwe, waar ik woon, gebeurt dat in een soort huisartsenpost annex apotheek, centraal gelegen naast de wekelijkse vogeltjesmarkt.

Het gebouw vervult dan ook een sterk sociale functie. Je zou de indruk krijgen dat alle inwoners van B. en alle bezoekers van de vogeltjesmarkt geplaagd worden door vreselijke kwalen en te dik bloed, want het is daar altijd een drukte van belang, en in zwaar dorps dialect worden allerlei lichamelijke afwijkingen in geuren en kleuren besproken; de kleur van de ochtend-urine, de etterende abcessen, een overvloed aan sputum; Hiëronimus Bosch had er een treffend dorpstafreel van kunnen maken, compleet met chirurgijn die de met brandewijn verdoofde patiënt enkele verrotte kiezen uit de bek trekt.

Ik probeer in de rij der wachtenden altijd zo min mogelijk aawezig te zijn, in grote vrees dat men mij ook gaat bevragen naar mogelijke klachten als te lang nadruppelen of zo. Het prikken gebeurt met wijd openstaande deur, zodat alle aanwezigen de medische handelingen op de voet kunnen volgen en becommentariëren. Altijd wil ik de deur dicht doen bij binnenkomst, maar direct is daar dan een snibbige zuster die mij gelast de deur weer open te zetten. Vanuit een ooghoek zie je dan die wiegelende koppen voor de deur, als ware ik een circusattractie in de vorm van de dame met drie borsten.

Op de een of andere manier tref ik altijd personen vòòr mij, die een heel gesprek beginnen met de prikjuffrouw, of die uitgebreide bloedtests moeten doen, of die met hun tassen en jassen verstrikkeld raken in de handvatten van de rollator, of die ernstig hardhorend zijn waardoor de juffrouw vijf minuten lang haar instructies door het pand moet brullen vóórdat de patiënt begrijpt dat hij het verkeerde formulier heeft meegenomen en dus eerst weer naar huis moet, of die volledig omzwachtelde armen hebben wat dan eerst weer verwijderd moet worden, dat soort dingen. ’t Is net als bij de supermarkt: denk je een bijna lege kassa te hebben, is de kassarol verstopt, of een product niet geprijsd, of de klant is iets vergeten. Dat heb ik nu altijd.

Die nieuwe operatie kan mij niet snel genoeg komen. Nu ga ik naar het dorp, voor de prik. Over een paar uur ben ik wel terug hoop ik. Met veel te hoge bloeddruk.

Dollarteken

Dinsdag 24 juni is het zover: van over de grote oceaan zal tot ons komen, in zijn privé-zakenjet, de  Reverend Creflo Dollar, compleet met gezin, even zonder zijn twee Rolls Royces en zijn Hummer, maar wèl met de nodige beveiligingsbeambten, om ons eenvoudige zielen het Evangelie van de Financiële Welvaart te prediken. Met de Bijbel in de hand zal hij ons bewijzen dat Jezus ook in Zijn tijd al tot de rijke upperclass behoorde, en dat als je maar genoeg gelooft, en vooral geeft – aan Creflo bijvoorbeeld –  je ook net zo rijk en welvarend zult worden. Hoe kan het ook anders met zo’n achternaam.

Blijkbaar is Dollar één der gelovigste gelovigen, want zijn gemeente heeft een jaaromzet van zo’n 80 miljoen dollar, zelf woont hij afwisselend in zijn optrekje in Manhattan ( 2,44 miljoen ) en in zijn estate in Atlanta ( 3 miljoen ). Zo af en toe schenkt hij één van zijn collega welvaartspredikers een tonnetje of vijf, dat zullen de gelovige gemeenteleden wel in orde vinden, want wie ook maar enigszins twijfelt, kan nooit zo’n zelfde geloof hebben als onze Creflo. Nou, en dan bedenk je je wel twee keer, want die dollartekens willen maar niet uit je ogen.

Als Dollar toch zo veel vertrouwen heeft, waarom dan zo’n jet en al die beveligingsmensen? Dan lóóp je toch gewoon over het water naar Nederland? Maar goed.

Dollar is een exponent van de ‘prosperity-church’, waarbij alles draait om persoonlijke rijkdom, die je verkrijgt als je maar genoeg gelooft. Dan wordt je geheid nèt zo rijk als Jezus, die in oude tijden al speculeerde op wat er toen voor beurs doorging. Ja, ik citeer ook maar één van zijn volgelingen, hoor. Dollar doet aan wonderen, dat kun je wel zeggen ja. God persoonlijk gaf hem het dollar-teken, en van enige kritiek wil Creflo niets weten. Zo’n Rolls Royce, die krijg je als cadeautje van je gemeenteleden, dat kun je natuurlijk niet weigeren, dus wat zeuren we nou. Om even zijn collega Bennie Hinn te citeren: “Wie aan mijn prediking komt, zal branden in de hel en zal ik eeuwig vervloeken tot aan diens kinderen toe.”  ’t Is dat je het maar weet. Van die aardige dominee Bennie, die ooit voorspelde dat in 1995 alle homo’s in Amerika door het vuur zouden zijn uitgeroeid,  vond ik trouwens dit onthutsende filmpje op het internet; lastig te vinden, want alle publicaties die Bennie niet zinnen worden door hem met een leger advocaten en dreigementen bestreden. Kijk toch maar even:

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=5lvU-DislkI[/youtube]

Nu ben ik benieuwd of hij mij ook weet te vinden. In dat geval zal ik hier maar even een bankrekening nummer openen om de processen en rechtszaken die ik net als Bennie en Creflo moeten voeren te kunnen bekostigen.

Dinsdag komt Creflo Dollar dus naar Nieuwegein, nou niet bepaald een aansprekend oord, maar misschien is er nog een kansje op een gratis kaartje voor een tipje van het Aardse Paradijs, wat blijkbaar wordt gebouwd met dollars. Voor wie het allemaal niet gelooft, en wie toch niet genezen blijkt te zijn van die dodelijke kanker die Hinn of Dollar uit jouw lijf hadden verdreven door een simpele duw tegen je hoofd is er een eenvoudige verklaring, dezelfde als die Creflo Dollar verkondigde op de vraag hoe het komt dat de halve wereldbevolking onder zo grote armoede gebukt gaat: “Die geloven gewoon niet goed genoeg”

Gelooft u het nog?