En weer weekend

Het is weer weekend, de vakantie is voorbij dus pak ik ook de draad maar weer eens op met een leuk filmpje, ditmaal uit China, waar je een mooi voorbeeld kunt zien van het fenomeen “flashmobben” ( met z’n allen iets afspreken en dat ergens in het openbaar uitvoeren.
[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=UFYAZQInWDg[/youtube]

XXL

Hier zwem ik dus

Veel mannen van rond de vijftig denken dat een aantal zaken hen nog gemakkelijk afgaat, dat ze nog een lichaam als een jonge god hebben en dat hun benen er nog uitizen als Dorische zuilen. Veel mannen van die leeftijd bezondigen zich ook nogal eens aan impuls-aankopen die alles met die gedachtengang te maken hebben. Zo was ik vele jaren geleden een redelijk enthousiast windsurfer. Niet tè enthousiast, want het moest vooral niet te hard waaien en je wilt ook nog een beetje om je heen kunnen kijken in plaats van voortdurend met veel moeite een wiebelige plank op de woelige baren beklimmen. Met z’n tweeën laadden we onze planken op het dak van onze Renault 4 GTS, en zo na het eten trokken we naar het dichtstbijzijnde surfmeer voor nog een paar uurtjes watersport. Toen de kinderen kwamen, kwam daar een beetje de klad in, want in je eentje zeul je ook niet even een plank van 30 kilo richting waterkant.

Op een gegeven moment hadden de kinderen echter ook een geschikte windsurfleeftijd bereikt, en zo kan het gebeuren dat je – onderweg naar de supermarkt – in een vlaag van totale verstandsverbijstering en bejaarde overmoed een complete surfuitrusting voor 1400 euro koopt. Racezeilen, trapeze, en de oude surfpakjes die al twintig jaar in de berging hangen zullen nog wel voldoen. De eerste teleurstelling kwam bij het aantrekken van dat pak, wat wijselijk in enige afzondering gebeurde, wat ik had toch wel een ongemakkelijk vermoeden dat ik misschien hier en daar wel iets zou zijn aangekomen, en daar wil je dan niet een met pubers bevolkt surfstrand van laten meegenieten.
De benen gingen nog wel, maar daarna begon een en ander snel gelijkenis te vertonen met pogingen om een met prijzen bekroonde watermeloen in een condoom te proppen, waarbij ik zelfs even door de angst werd overvallen dat ik de rest van mijn treurige levensjaren gedeeltelijk in een surfpak gehuld zou moeten doorbrengen, want afstropen leek ook niet meer mogelijk. Na een uur ploeteren gaf ik de moed maar op, en een dag later was snel een high tech surfpak maat XXL aangeschaft, waarin ik mij echter weer een soort diepzeeduiker op de zuidpool voelde.

Alles bij elkaar heb ik dus ongeveer drie keer gesurfd. Met enige moeite wist mijn hippe surfboard mijn gewicht nog wel boven water te houden, maar al met al was het toch wel een heel geploeter, en waren er toch wel erg veel jongeren en erg weinig personen van mijn leeftijd op het strandje aanwezig. Het moet ook weer geen meelijwekkende vertoning worden; zo veel eergevoel heb ik toch nog wel. Een beetje lui onderuit gezakt in een strandstoeltje naar over het water jagende jongeren te kijken is toch een iets meer ontspannen tijdverdrijf op mijn leeftijd. Vorige week is de hele surfuitrusting dus met zwaar verlies verkocht aan een blije Fries, niet eens heel veel jonger dan ik, maar met een duidelijk betere conditie. Ik troost me maar met de gedachte dat ik weer een hoop ruimte in de garage heb gekregen…….

Onze Roderick op de privé-school

Het journaal bracht ons gisteravond een reportage over de -uiteraard in het Gooi gelegen- eerste privé-basisschool in Nederland, waar men het nieuwe schooljaar gaat starten met vier leerlingen, die allemaal natuurlijk bovengemiddeld intelligent zijn en minstens naar het atheneum moeten, alleen ja, het komt er nog niet zo uit, maar dat is natuurlijk de schuld van de te grote klassen, de enge buitenlandse kindertjes en de onderwijzers die niet meer tot tien kunnen tellen.

Zo ontmoetten wij Roderick, het zoontje van twee zeer beschaafd sprekende welgedane ouders, die de journaalploeg, losjes gezeten in de keuken met roestvrij stalen kookeiland, in hun rietgedekte villa te woord stonden. Hij is denkelijk een soort interim-manager, en zij iets van arts of zo, of advocate. Roderick zelf was aan het spelen in de lommerrijke laan voor het huis ( ik denk dat de Hummer waarmee hij vermoedelijk naar school gebracht wordt in één van de garages stond) en in een soort speelkamer, een enorme ruimte zonder meubilair, waarvan de vloer bezaaid leek met duizenden stuks duur Lego-technics speelgoed. Als je gewend bent de hele dag aan je carrière te werken, dan wil je natuurlijk wel dat je kind een beetje verzorgd achterblijft. En dan stuur je je kind natuurlijk ook naar zo’n school toe, veilig tussen andere blanke, welgestelde  ADHD-kindjes die later toch allemaal diplomaat moeten worden of beurshandelaar. En dan betaal je gewoon € 12000 euro voor een jaartje school, en één van je accountants of “personal banking advisors” vindt wel wat mazen in de wet om dat weer van de belasting af te trekken. En dat doe je gewoon acht jaar lang, geen probleem.

Of ze niet een beetje wereldvreemd opgroeiden, zo zonder contact met Jan met de Pet, vroeg de verslaggever. “Ach nee, dat soort mensen woont hier toch al niet”, was het onthutsende antwoord.
Er was ook een schooldirecteur voor de school met vier leerlingen, een glad type in een Pim Fortuyn-streepjespak en er was ook een leraar, een volgzaam jongmens met een woeste bos haar. Zo eentje die niet echt orde heeft in grote groepen, maar ja, als het uit de hand loopt kan de schooldirecteur nog ingrijpen, want wat die de hele dag anders moet doen op een school met vier leerlingen, dat is mij niet geheel duidelijk.( Je moet je docenten op zo’n school wel met zorg kiezen, natuurlijk.)

Misschien gaat de directeur de nieuwe laptops maar weer eens een sopje geven. Of op teletekst kijken hoe het met z’n aandelen staat.

Groeten uit Cairo

Dit stukje bereikt u vanuit Cairo, waar Wauwel enkele dagen is neergestreken om zich te laten onderrdompelen in het hectische leven in een stad van 18 miljoen inwoners. Lastig typen, want veel Arabische tekentjes op dit toetsenbord, maar net als in het verkeer komt alles hier op wonderbaarlijke wijze op zijn pootjes terecht. Wie als westerling een half uurtje hier in een auto zou moeten rondrijden, aan het stuur dan, is daarna rijp voor een psychiatrische inrichting. Cairo is middeleeuws, is een andere planeet, is 40 procent va de wijken illegaal gebouwd en op instorten, is een kakafonie van geur, kleur en geluid. Cairo is een heetrlijke stad, die Wauwel helaas vanavond weer moet verlaten om de nachttrein naar Luxor te nemen, een reis van 10 uur. Een onderneming op zich, maar qua hectiek vergelijkbaar met het modere Nederlandse onderwijs. Alles komt dus goed zolang je je er maar in laat onderdompelen.  Groeten uit het land van de farao’s, de pyramides, en de 100 miljoen Egyptenaren. Inshallah!

Kamperen in de regen

Opnieuw gutst de regen bij bakken naar beneden want het is Oud-Hollandse zomer in ons land. Hier in de buurt zijn nogal wat campings, en wat moet je als je daar al twee weken staat te verkillen en te verklammen? Dan ga je in vredesnaam maar naar het dorpje B. op de Veluwe, want daar is het zo gezellig op koopavond. Naast de vele toeristen, te herkennen aan witte benen onder korte broek en fleurig regenjack, mag ook de lokale landelijke bevolking zomaar eens van het erf los, om zich te vergapen aan de wonderen van de Hema en andere verlokkingen die je normaal alleen maar in de grote stad in het gevaarlijke westen aantreft. In B. woedt al weken een hevige discussie over de zondagsrust, volgens een flink deel van de bevolking pas “echte recreatie”. Op koopavond echter flaneert hier alles enigszins gebroederlijk door elkaar. Zo’n avond kan nog lang duren als de winkels eenmaal gesloten zijn en je de rest van de tijd moet doorbrengen met het lezen van een goed stichtelijk boek bij het geluid van een tikkende pendule, of  met het droogdweilen van de voortent waarna je van pure narigheid maar tussen de klamme lappen duikt, om midden in de nacht nog een keer met een rol wc-papier onder de arm door het natte gras richting toiletgebouwtje te schuifelen.

Ooit kampeerden wij geregeld op Vlieland. Deels een gruwelijke ervaring, deels prachtig, beide sterk afhankelijk van de plek waar je staat en het weer ter plaatse. De eerste keer arriveerden wij als een soort bootvluchtelingen op Camping Stortemelk, waar enkele miljoenen gasten leken te verblijven. Ergens tussen een enorme berg bagage lag ook onze tent, waarvoor wij vervolgens een plekje moesten zien te vinden. Het grootste deel van de dag bracht mijn gade huilend door, waarbij ik in alle consternatie ook nog de klep van de bagagewagen op haar hoofd liet vallen, terwijl ik zelf als een maraboe tussen de scheerlijnen door hipte om nog wat open plekjes te vinden. Ik moest natuurlijk weer de allergrootste tent hebben, zoals mannen altijd het allergrootste willen. Eigenaardige kinderlijke eigenschap toch. De geluiden op de camping bestonden uit het kletteren van regen op het tentdoek en het liederlijk dronkemansgebral gedurende een groot deel van de nacht. Ik had veertien dagen voortdurend de neiging om met een machinegeweer om mij heen te maaien, en zo togen wij heerlijk uitgerust weer naar huis. Waarom gaat iemand in Nederland toch kamperen. Onder leiding van een gids in een gierende storm en vlagerige regen met een troepje grijze koppen naar een of ander verpieterd plantje op een duinpan te gaan staan kijken. Kinderen die vragen waarom er geen Mac Donalds is. Voor de zoveelste keer naar het Maarten Tromphuis met mooie oud-hollandse pijpekoppen.

Aldus wijzer geworden hebben wij de jaren daarna de uitpuilende Côte d’Azur opgezocht, altijd zon, zo nu en dan een bosbrand, maar een goed glas wijn aan de waterlijn, daar is toch heel wat voor te zeggen. De verwachting voor vanavond: een harde noordwester, met wegtrekkende regen, temperaturen rond de 15 gradern. Daarom maar weer spoedig op stap. Wauwel gaat even een tijdje ontspannen, en laat wat kennissen hier door de ramen naar de regen kijken.

Dag des Oordeels nabij

De Dag des Oordeels komt met rasse schreden naderbij. Lijkt wel. In België heeft de aarde dit weekend twee keer gebeefd, vanochtend nog met een kracht van 3 op de schaal van Richter. Dat komt natuurlijk omdat ze katholiek ( “Paaps” zouden mijn ouders zaliger zeggen ) zijn, en het zal ook wel te maken hebben met het feit dat de Paus momenteel ergens aan de andere kant van de aardbol zit.
En op het moment van schrijven wordt de aarde rakelings gepasseerd door een asteroïde, een dubbele nog wel, op een afstand van 2,3 miljoen kilometer. een rekenfoutje is bij dergelijke afstanden snel gemaakt.
Het zou slecht uitkomen, zo’n Dag des Oordeels nu. De vakantie staat voor de deur, de auto is zo goed als ingepakt en ik heb nog wat bestellingen lopen bij Bol.com.  Hadden de sterren- of aardbevingsdeskundigen niet wat eerder kunnen waarschuwen, waarom moeten we zo iets voelen of een dag tevoren in de krant lezen?

Wat zou u doen, op het moment dat Milika Peterson ons in Hart van Nederland verkondigt dat het Einde der Wereld voor morgen om twaalf uur op het programma staat? Misschien wat later vanwege primetime, en eventueel onderbroken door commercials, niets is zeker. Rechtsstreekse reportages vanaf de plaats des oordeels zijn ingepland.

Ja, wat zou u doen. Zou u ineens gelovig worden als u heiden was, of ineens heiden als u ongelovig was? Gisteren sprak ik iemand, die gelooft niet meer. Waar zij eerst het Joodse volk door de Schelfzee zag trekken, resteren nu nog vraagtekens. Zij was op die vermoedelijke plek geweest, en dacht: dit kan nooit zo gegaan zijn. Weg alle zekerheden, en nu onzekerheden juist door zekerheid. Zo zie je maar waar wetenschap toe leidt. Niks is zo onprettig om te weten dat je dingen alleen nog maar weet en niet meer gelooft.

Zou u nog even 24 uur de beest uithangen, en toch nog even alles doen wat God verboden heeft? Om te WETEN hoe dat is? Of gelooft u het wel? Zou u de resterende tijd biddend in uw eentje doorbrengen? Al uw zwarte geld nog even witten, hoewel dat weinig zin meer heeft. Zou je überhaupt nog in de Hemel kunnen komen als je maar 24 uur gelovig bent geweest? En is dat dan een christelijke hemel, of een boeddhistische, een islamitische, of voor mijn part een Mormoonse met een enorm aantal aantrekkelijke huwbare maagden?
Die Dag des Oordeels wordt natuurlijk al eeuwen met grote stelligheid verkondigd door allerlei lieden die zeker wisten en weten dat het dan en dan zover zou zijn. En dat we er dan klaar voor zouden moeten zijn. En elke dag die voorbij ging zonder oordeel stortte hen mogelijk in een geloofscrisis. Mag je nog geloven als je weet, of weten als je gelooft?

Laten we even afwachten hoe het afloopt met die asteroïden en die aardbevingen vandaag, dan weten we het morgen zeker.

Personeelsdagje

Het regent dat het giet en het stormt en het is zomer, dus tijd voor een personeelsdagje ergens in een – naar het leek – zojuist drooggelegde polder.
Men kon kiezen: sowieso koffie met gebak in een golf-resort, en daarna òf golfen, òf een rondleiding door een nabijgelegen dierenpark, en ’s avonds diner in een stadje in de buurt.
Nu ben ik gedurende diverse intrigerende stagebezoeken al vele malen door een leerling achter de schermen van een dierenpark rond geleid, en zo doken beelden op van kille, betegelde tochtige ruimtes, waar onder begeleiding van een slecht afgestelde en veel te hard spelende hysterische 3FM-radio de leerling in kwestie zich onledig hield met het in stukjes snijden van partijen bijna afgekeurde haringen, die dan straks weer met smaak door een of ander dier zouden worden verorberd. Of ik ook eens wou proberen. Nou nee, ik moet mijn notitieblok vasthouden.

Golfen dus maar, want netwerken met een cardioloog of een geslaagde optiehandelaar kan heel lucratief zijn, zoiets heb je nodig in het onderwijs. Nooit gedaan bovendien. Ja, ooit had ik bij de Aldi een complete set golfclubs willen aanschaffen, je komt op een leeftijd dat je de sport wandelend wilt kunnen beoefenen, maar met mijn ontoereikend onderwijssalarisje zou ik bij lange na de contributie van het golfterrein niet kunnen betalen. Toch had het wel interessant gestaan, zo’n tas met sticks nonchalant op de achterbank.

Uit de stortregen doemde het golf-resort op. Veel luxueuze residences in de verkoop, bootje aan het water, balletje slaan vanuit uw achtertuin, goede belgging en zo. Wij vervoegden ons dus in blijde verwachting van het gebak bij de chique receptie, waar wij kribbig werden doorverwezen naar een winderige partytent die een eind verderop te midden van een zompige moddervlakte de elementen stond te trotseren. Daarnaast een soort patatkar en nog twee verplaatsbare toiletten in een waterplas. Hier zouden wij, gezeten op wankele houten bankjes, onze koffie uit papieren bekertje en brokje taart uit plastic bakje kogen nuttigen, waarbij gesprekken werden overstemd door de kletterende regen en het klapperen van het tentdoek.

Het zou zeker droog worden, voorspelde een opgewekt jongmens, “golfprofessional in opleiding”. Ook daar kun je dus je school al voor verzuimen blijkbaar. Na een uurtje de vanwege het ongemakkelijk op de bank zitten opkomende rugpijn bestreden te hebben met veel bekertjes koffie drinken, vond de golfprofessional dat het wel dsroog genoeg was en kregen wij onze eerste lessen. Een emmertje met ballen leegslaan tegen een visnet. Dat was aardig, ware het niet dat door mijn rugpijn de uit het emmertje te halen balletjes steeds meer op bowlingballen begonnen te lijken. Had ik nu al mijn aandelen en opties maar verzilverd , dan liep er zo’n koelie achter mij aan  die maar wat graag alles voor mij opraapte en mij gedienstig in zo’n electrisch golfkarretje hielp, op weg naar de volgende hole of de middagsherry.

De golfprofessional trok zich nu terug om op te drogen en stuurde ons de baan op, met kaartje en potloodje om de score bij te houden. Zo ploeterden wij een tijdje voort, maar na een kwartiertje werd het zicht op het volgende vlaggetje steeds meer belemmerd door de neergutsende regen, zodat het tijd werd om gezellig klam nog een aantal uren in de tent op de bankjes door te brengen, tot het moment van het diner in het naburige stadje. Eerst was daar nog de lunch, die bestond uit een door een jongmens aangereikt wit bolletje met kroket en een papieren zak, waarin zich ondermeer een soort dubbelgevouwen pannenlapje bevond met daartussen een rozige substantie. Men vertelde dat dit zalm was. 
Het stadje in de buurt bood gelukkig enig vertier in de vorm van een aantal etablissementen waar ik een sterke neiging tot erwtensoep met worst voelde opkomen en in elk geval een beetje kon opdrogen. Zo brak de avond aan, waarin wij ons vervoegden bij een soort veredelde Mc Donalds. Daar mochten wij stevig scheppen – maar niet te veel – in een aantal bakken waarin allerlei dingen lagen en dreven.

’s Avonds maar een pilletje genomen. Het was een leuke dag. Nu vakantie graag.