Even tussendoor: gewoon mooi

Soms hoor je ergens een muziekje en dat slaat dan in als een bom. Het speelt de hele dag door je hoofd. En dat wil je dan delen.  Heeft niks met onderwijs of zo te maken. Of je nou in Barneveld of – ik noem maar een dwarsstraat- Oegstgeest of zo woont. De beste man lijkt een beetje een soort zingende Osama Bin Laden met die baard. Maar goed. Het is  gewoon errug mooi ( vind ik  dan. En dan ook nog die beelden. Kippevel geeft het…echt waar ) Bij deze.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=YbQ7g18IGZs[/youtube]

Huishoudbeurs

In de trein mag ik het laatste  plekje tussen een groepje hevig blond gekapte en geparfumeerde dames van iets jonger dan ik in mijn bezit nemen. Zij gaan naar de huishoudbeurs, “Nederlands grootste vriendinnenbeurs”. In de grote stad, in Amsterdam. Zo te zien en te horen gaan er meer in mijn coupé die kant op: veel goudstiksel op laag uitgesneden truitjes, veel blikkerende sieraden en veel blijdschap en opwinding over het komende optreden van ene Thomas Berge. Als ik het programma nu op de site bekijk, is die al de eerste dag geweest, maar mogelijk gaan ze dus vandaag voor de tweede keer, zó leuk is het daar. Ze zullen daar genieten van een interview met Patty Brard, u weet wel, van die klysma’s ( neem nog een kop koffie ). Er zitten ook een paar mannen tussen, die mogen of moeten denkelijk ook mee. Wat moet een man daar op Nederlands grootse vriendinnenbeurs? Ik stel mij zo voor dat daar een soort speelhoek is ingericht, met computerspelletjes, een paar glimmende motoren, een stapeltje Playboy’s met daarin Patricia Paay ( je zou daarna nooit meer aan sex willen denken ), een beeldscherm met filmpjes van snelle auto’s. Of de kamerdebatten. Uit de luidspeakers schalt door de ruimten een stem: “Meneer Wauwel wil graag opgehaald worden door zijn vrouw! Herhaling: Meneer Wauwel…”

Eigenlijk is het wachten op een fabrikant van bijvoorbeeld dweiltjes of een apparaatje wat ongunstig afstekende haartjes van de bovenlip verwijdert, die mij eens  een dagje, tegen een aardige vergoeding, laat ronddwalen op die beurs en die mij er over laat bloggen of twitteren; om de vooroordelen weg te nemen. Laat mij nu eens uit mijn dak gaan bij Jan Smit of Marianne Weber. Mag ik ook eens met een aansteker heen en weer deinen, graaien tussen de bakken met  koopjes, mij volproppen met hapjes van de onvermijdelijke topkok Cas Spijkers en mij een breuk sjouwen aan tassen met folders en overjarige tijdschriften, met proefverpakkingen maandverband, afwasmachineblokjes, of wc-verfrissers. Even terzijde: waarom gaan vrouwen altijd in groepen – zo mogelijk gezellig gearmd –  naar het toilet? Iemand een zinnig antwoord. Ik zie dat mannen nog niet doen.  Maar dit is weer een typisch mannelijk visie op het gebeuren, en dus ongetwijfeld totaal fout.
Ik bekijk even verder het programma: een mega-workout onder leiding van Carlos Lens. Dat betekent de tassen aan de kant en hikkend en boerend de zojuist verorberde hapjes een dolledans door de opgezwollen maag laten maken. Jong voelen. Hip! Daarna een gratis peeling. De beursprijs voor witte tanden bedraagt slechts € 245,-. Je komt met een geel rattengebit, je gaat met een Pamela Anderson-achtige uitstraling, afhankelijk van waar men heeft zitten peuteren.

De vrouwen in de coupé om mij heen hebben er duidelijk en hoorbaar zin in. Thuisgekomen, aan tafel, waar op dat moment twee van de drie dochters en mijn vrouw aanwezig zijn, check ik even mijn informatie. Wat vinden jullie nou aan zo’n huishoudbeurs. Prompt barst men los. Dat wij mannen dat niet begrijpen. Dat het gewoon leuk is, en gezellig. De dochters blijken al precies te weten wie wanneer optreedt.  Ik begrijp dat toch niet, krijg ik te horen. “Ga jij nou maar met je iPhone spelen!”

Ja, dat zijn wij mannen. Speels. Wij hebben het niet zo op huishouden. Dat bestaat uit nare klusjes. Stofzuigen , afwasmachine in- en uitruimen ( “Ik heb de hele dag gewerkt en gekookt, dus dat mag jij nou eens doen!” ). Eeuwig de was ophangen en afhalen.  Eeuwig vuile mannensokken overal vandaan halen omdat ze niet in de wasmand zijn gegooid.  Eeuwig  baardhaartjes uit de wastafel poetsen.  Eeuwig de overal rondslingerende afstandsbedieningen weer op een net plekje bij elkaar leggen. Eeuwig een nieuwe wc-rol in het houdertje klemmen omdat mannen het zo’n gedoe vinden en belangrijker zaken aan hun hoofd denken te hebben. En die WC’s: eeuwig de boel schoonsoppen omdat wij het vertikken te gaan zitten.
Wij spelen liever.  Met onze computers, onze afstandsbedieningen, onze iPhones. Grote kinderen.

Petje af, huisvrouwen van Nederland. Geniet er van, zo’n dagje.

Diploma

Er zijn gelegenheden die je in een staat van lichtelijke geestelijke vervoering kunnen brengen. Nu worden die in het algemeen met het klimmen der jaren wat schaarser, of het moest het moment zijn waarop je je eerste rollator in de zorgwinkel mocht uitzoeken, maar sommige mensen hebben nu eenmaal meer extatische momenten dan andere, en daar ben ik er eentje van.
Gisteren mocht ik genieten van de feestelijke diploma-uitreiking van een van mijn dochters, die vier jaar Hogere Hotelschool had afgesloten.  Zo’n opleiding is het natuurlijk aan zijn stand verplicht de bezoekers te vragen om stijlvol gekleed te verschijnen. Een mooie gelegenheid voor een pak dus,
Er was een presentatie, er waren bloemen, er was applaus en er waren een hoop glunderende vaders, moeders, vrienden en vriendinnen daar in Saxion, Deventer.
Waarom die geestelijke vervoering? Ja, zo’n uitreiking heeft in een klein hoekje ook een melancholiek tintje. Je ziet de schoolfoto’s passeren, je ziet ze met elkaar op werkweek, op stage, en dan ineens is dat weer voorbij.  Vier jaar lang samen van alles ondernomen, en vooral heel veel plezier gehad. Op school kun je fouten maken, vaak een opeenstapeling, zonder al te grote gevolgen. Straks in de maatschappij kan dat niet of in elk geval veel minder. . fouten hebben daar gevolgen.
Ze straalden allemaal gister. Allemaal mooie jonge meiden en knapen, schitterende sterren in hun show. Wat wil je op dat moment nog meer: de hele toekomst ligt voor je open, banen in verre landen, niet ongebruikelijk in deze opleiding, lonken.

Wanneer je werkt in het onderwijs, zoals ik, dan heb je een bevoorrechte baan. Je bent voortdurend in contact met jongeren die kansen willen grijpen en kansen zien. De uitgeblusten die je tegenkomt , zijn niet de leerlingen, maar een enkele collega. Dat kan ook. De wereld lijkt de studenten toe te lachen, maar soms hoor je verhalen, die niet in de koude kleren gaan zitten. Gisteren nog twee huilende meisjes aan mijn bureau, kleine zielige ineengedoken vogeltjes. Handenwrijvend, hun make-up vreselijk uitvlekkend. Vader slaat moeder. Het paard dreigt dood te gaan. Ik moet van mijn kamers af.

Nu kan ik slecht tegen tranen. Van de week nog een krabbeltje op Hyves ( zóóó 2009 trouwens ) , van een oud-leerling. Of ik die en die nog ken. “Nou, die heeft de ziekte hoor, u zou haar niet weer kennen”. Je probeert je dan zo iemand voor te stellen, daar ergens in een steriel ziekenhuisbed, langzaam van binnen wegterend. Misschien verlangend naar de schooltijd, toen het hele leven nog voor hen lag. Ergens op mijn bureau ligt een foto, heel oud, nog van voor de oorlog. Daarop staat een meester met zijn klas ernstig kijkende kinderen. Allemaal bijeen, om hun leraar, hun bron van alle kennis en alle informatie over de verre wereld. Hun internet.  Ergens in Nederlands-Indië, achter in de dertiger jaren. Vier jaar later is die meester door de Japanners met één slag van een zwaard onthoofd.

Kinderen op schoolfoto’s keken vroeger allemaal ernstig. Wanneer is dat eigenlijk veranderd?  Nu is alles vrolijk en opgewekt, de toekomst is blijkbaar anders. ’t Kan natuurlijk ook zijn dat de Ritalin een behoorlijk opbeurende werking heeft, want een kind wat tegenwoordig een beetje mee wil tellen, heeft ADHD.  Weet ook niet of kinderen van nu meer kattekwaad uithalen in een les dan vroeger.  Onze docenten in het HBO hebben aan mij in elk geval een hele kluif gehad vroeger. Sommigen worden blijkbaar nooit volwassen.  Toch kon je dat allemaal doen. De schooltijd: in het algemeen de leukste tijd van je leven. Alles pleit dus voor een leven lang leren. Niks leukers. En voor een docent is zoiets vreselijk aanstekelijk.

Assessoren-training; the full story

Het management van het eerbiedwaardige onderwijs-instituut waar ik werk, heeft in zijn onuitsprekelijke wijsheid besloten, dat het voor de medewerkers goed is op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen omtrent de examinering in het Competentie Gerichte Onderwijs (CGO). Ook ik behoor tot de uitverkorenen, dus mag ik vandaag de elementen trotseren om mij te vervoegen in de bossen ergens bij het dorp E. op de Veluwe. Het CGO heeft daar een etablissement afgehuurd, waar wij drie keer een hele dag (!)  zullen moeten leren dat examens van vroeger allemaal knudde waren en dat het licht ons nu gebracht zal worden door de Proeve van Bekwaamheid (PvB), waarbij een leerling gedurende enkele uren allerlei zaken doet die door een examinator ( dat heet dus nu ‘assessor’, net als een huisvrouw  nu  ‘domestic manager’ heet ), vermoedelijk gekleed in een lange wittte doktersjas, aantekeningen makend op zo’n blocknote en streng turend door een bril-met-zonder-glazen, worden beoordeeld. Drie dagen lang, op een vrijdag. Ik heb daar natuurlijk enorme zin in, dat begrijpt u wel. De auto heeft geen vier lekke banden, ik heb vannacht niet onverwachts een kind gekregen, en het dorp is niet van de buitenwereld afgesneden door hevige sneeuwstormen… misschien dat iemand nog een suggestie heeft. Via Twitter zal ik u vandaag kond proberen te doen van de wederwaardigheden, tenzij men daar het gebruik van alle mobiele apparatuur blokkeert… En binnenkort natuurlijk meer.

Deel 2:

De eerste dag van de training zit er op.  Na een half uurtje rijden en wat zoeken in het bos belandde ik bij een wat verlopen conferentie-oord, met opengebroken kamertjes en verlaten biljarttafels, en hier en daat wat nettere zaaltjes.  Bij de receptie stond een duidelijk trainerstype, in blijde afwachting van de kandidaten. Aan mijn gezicht moet hij hebben gezien dat ik er eentje was; ik werd tenminste vriendelijk doorverwezen naar een bovenzaaltje, waar nog drie van de zeventien te verwachten collega’s koffie stonden te drinken, in dezelfde berustende houding als ik.  We zouden om haldf  tien beginnen. Uiteindelijk bleken acht collega’s voorgoed verdwaald in de omliggende bossen, maar de  beide trainers hielden de moed er in.

Ga er maar aan staan, een training  geven over een redelijk abstract onderwerp aan een groepje lieden die door hun baas naar de plaats delict zijn gestuurd, op de laatste dag van een drukke wekweek, in het vooruitzicht tot vier uur ’s middags getraind te worden. Ik moet eerlijk toegeven: ze deden hun best, bleven opgewekt en vriendelijk, en leefden ernstig met ons mee, net als de vele twitteraars in het hele land die mij gedurende de dag allerlei opbeurende tweets stuurden als reactie op mijn bevindingen.
We begonnen dus ook met het bekende voorstellingsrondje en het schrijven van het naamkaartje.  Daarna de oefeningen. Ooit was ik op een bijeenkomst waar de trainer ons in groepjes verdeelde, ons allemaal een rieten mandje met ingrediënten gaf ( theedoek, kammetje , enz. ), waarmee wij vervolgens een denkbeeldig land moesten ontwerpen en dat alles met stickers op een flapover moesten toelichten. De dag ontaardde in chaos, waarbij de duur betaalde coach steeds wanhopiger en met steeds hogere piepstem  riep : “Mag ik even orde, orde, ja?”, daarbij met twee handen aanhalingstekens in de lucht makend.  Geen lastiger leerlingen dan docenten.

Ook hier ontbrak tot mijn grote schrik de flapover niet, en we begonnen  met een “oefening”…  Op de vloer werden allemaal speelkaartjes uitgespreid waar we er eentje met een voor ons passende omschrijving uit moesten kiezen. Nu maak ik al dertig jaar onderwijsveranderingen en dienovereenkomstige trainingen mee, dus ik koos voor “kan relativeren”.
De ochtend kabbelde voort: veel peinzend naar elkaar kijkende en zachtjes fluisterende trainers, en cursisten die papiertjes vol schreven met diverse zelfbeschouwingen. Mijn grootste angst was, dat we ergens op de dag in een Sjamaanse zweethut in het omliggende bos zouden belanden, waar we geheel naakt, en al schreeuwend naar elkaar, onze eigen persoonlijke dolfijn zouden moeten leren ontdekken om daarna, geheel wedergeboren, de rest van ons leven met een verzaligd gezicht competentiegerichte toetsen af te kunnen nemen.

Dat bleek mee te vallen. Er was slechts één  gruwelijk moment, toen we na de middagpauze duo’s moesten vormen en tegenover elkaar gaan staan: “We gaan nu tot drie tellen. De eerste zegt: ‘één’, de tweede: ’twee’ en de eeste dan weer: ‘drie’, en dan de tweede: één’, enzovoort.” 
Gevoelens van machteloosheid en ontreddering begonnen de kop op te steken. Maar het ergste moest nog komen: “Nu zeg je geen ‘één’ meer, maar maak je een geluidje ‘Briep!’ En, nog erger: “Nu zeg  je geen ’twee’ meer, maar in plaats daarvan maak je een spongetje!”……

De lezer zal begrijpen dat Wauwel op dat moment dienstweigeraar werd. De rest van de uren verliep als in een soort droom, je schrikt wakker uit iets naars en ontdekt dan dat het echt is. Maar, eerlijk is eerlijk, de trainers konden er ook niets aan doe. Het bleven rustige en vriendelijke jongens. De laatste twintig minuten werden besteed aan het naast elkaar leggen van de agenda’s voor de volgende cursusdag. Thuisgekomen, overwoog ik even om mij zelf een alcoholisch delirium te bezorgen, maar ach, een simpel Belgisch biertje deed mijn verhitte gemoed ook weer wat kalmeren. Weekend. En de volgende cursus: wie dan leeft, wie dan zorgt.

Toeval

Dit wordt even een kort serieus stukje. Onlangs had ik met iemand een gesprek over toeval. Is alles voorbeschikt of is alles toeval?  Ik moest denken aan een stukje uit een gedicht van iemand met de intrigerende naam Piet Paaltjens, een dichter die in de 19e eeuw onder meer de volgende regels schreef:

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

De rest van het gedicht “Aan Rika”is hier te vinden, trouwens.

Er zijn gebeurtenissen waarvan je denkt: dit kan geen toeval zijn. Zo kom ik op de gekste plekken van de wereld bekenden tegen. Iemand liep eens door een dorpje in de binnenlanden van Afrika, en die zag daar zijn oude auto staan, compleet met de nummerplaten en de stickers van de Efteling er nog op. Wie de ware ontmoet, te midden van 7 miljard andere aardbewoners, meent dat dit geen toeval kan zijn: er is een klik en die kan bepalend zijn voor de rest van een leven. Was ik twintig seconden later langs die etalage gelopen, dat had ik nooit de blik van die ander in de spiegelruit gezien. Twintig seconden, die het verloop van een heel leven  of het wel of niet plaatsvinden van een ramp kunnen bepalen.

Er is een theorie, dat elke situatie, elke persoon die je je maar kunt voorstellen qua uiterlijk of gedrag, ergens bestaat, hier op aarde of in het heelal. De ideale partner bestaat dus, de ideale omstandigheid is er ook, het is alleen zaak die te vinden, en gelukkig helpt daar dan het toeval soms een handje bij. Aan de andere kant moet het vrij wanhopig zijn te weten dat een gewenste persoon of situatie wel bestaat, maar desondanks onbereikbaar is, ook weer door dat toeval. We zitten allemaal in een sneltrein, het leven vliegt voorbij, het is dus zaak je ogen heel goed open te houden voor wat over het andere spoor passeert. Want voor je het weet, heb je hem gemist, en dan duurt het wachten lang….

Piemel

Zo’n titel trekt geheid bezoekers. Lange tijd kreeg ik veel blog-visite van lezers die – om ondoorgrondelijke redenen  – op zoek waren naar het ook nog eens zeer archaïsche woord “piemel”. Ik heb blijkbaar de naam in Google opgebouwd  dat je voor piemels bij Wauwel moet wezen. Het zij zo. Als man van mijn leeftijd leer je met dat ding berusten. ’t Is bovendien een wat meer verzachtende term dan de gangbare benaming die je nu overal, ook in de hoogste kringen, hoort bezigen. Het heeft iets potsierlijks, iets aandoenlijks, lachwekkends.  Je staat toch knap voor lul als je het nog over ‘penis’ hebt.

Taal is aan verandering onderhevig. ‘Hun’ moet nou ook kennen, is er door gerenommeerde taalwetenschappers besloten, want als hullie vinden dat ze dat wel kennen, wie ben ik dan om nog dwars te gaan leggen, iemand die het nog over piemels heb ergens in zijn weblog.

De taal verarmt, vind ik. Ook in het onderwijs worden steeds meer docenten niet meer gehinderd door enige kennis van zaken, en kom je in allerlei uitingen, van management tot lesmateriaal, de meest gruwelijke taalfouten tegen. Als de bedoeling maar overkomt, is het credo  onder de bedenkers van het moderne onderwijs.
Binnen afzienbare tijd spreken we allemaal een soort sms-taal, en het zwaardere werk, zoals redevoeringen, wetenschappelijke discussies, kamerdebatten  en preken zal zich verplaatsen naar Twitter.  De Algemene Beschouwingen in 140 tekens.  Denk eens in, welk een enorme tijdwinst daarmee geboekt gaat worden.  Alle preken, en dat zijn er nog  al wat,  hier in dorpje B. op de Veluwe, in 140 tekens! Sta je in een kwartier weer buiten. Er is hier een kerkelijke gemeente die nog een stapje verder gaat. Elke zondagmorgen zit een sporthal vol met blije, enthousiaste lieden, die zelfs zó ver gaan dat zij een taal spreken die helemaal niet meer voor buitenstaanders verstaanbaar is. Even voor de vuile heidenen onder de lezers: ‘Spreken in tongen’, wordt dit genoemd. Men is zó gegrepen door de Geest Gods, dat men zich over geeft aan reeksen onsamenhangende klanken. De voorganger van die kerk zit ook op Twitter: het wachten is op het moment dat hij ook in tongen gaat twitteren, en zijn volgelingen mèt hem.

Wauwel twittert ook natuurlijk, want op mijn leeftijd hol je hijgerig met allerlei trends mee, totdat het moment komt, dat je ook dàt tempo niet meer bij kunt houden en je enige vertier nog zal bestaan uit het in een kringetje spannend doorgeven van de Medizin-bal tijdens het dagelijkse sport-uurtje van het bejaardentehuis. Voorlopig wil ik dus nog even een rots in de taalbranding blijven, waarvan het fundament aan alle kanten wordt aangeknaagd door taalverruwing, – versimpeling en -verarming. Zoek je dus piemels en andere uitdrukkingen uit de steentijd, kom dan naar Wauwel.

Een aardig filmpje over een aandoenlijke piemel tot slot:

 [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=5oY2U1vYNVI[/youtube]

Etentje

Een etentje met een klas is een activiteit die je als docent met angst en beven tegemoet zou kunnen kunnen zien. ‘Zou kunnen’, maar in dit geval betrof het mijn eigen mentor-klas, die geheel gevuld was met eenentwintig zoete en brave meiden  en drie eh… jongens, allemaal in de bloei van hun leven, dus rond de achttien jaar. Die jongens, zo weinig in getal omdat het een opleiding dierverzorging betreft, en dat schijnt hoge aantrekkingskracht op meisjes uit te oefenen, hebben niet veel in te brengen en worden door de dames bij voortduring scherp in de gaten gehouden en van commentaar voorzien. Van enig branie-gedrag kan dus geen sprake zijn, en ook als mannelijke docent moet je dus geregeld op je hoede zijn.

Ze gingen allemaal mee. Wie in het onderwijs werkt en met een klas uit eten gaat, weet dat zoiets vrij uniek is, want de keuze van het etablissement leidt niet zelden tot een enorm gekrakeel, huilbuien en woede-aanvallen, en vervolgens gaat uiteindelijk maar de helft mee, omdat de een geen pizza lust en de ander geen chinees.  Het zegt dus wel iets over de saamhorigheid in de club. Nu zouden we hier in dorpje B. gemakkelijk naar het plaatselijke kiprestaurant kunnen gaan, waar alles naar kip smaakt, of je nou chinees, pizza of kip bestelt, maar men koos voor een gelegenheid in G.,  hier  twintig minuten rijden vandaan. Ik kreeg er vier in de auto , die zonder gène op luide toon allerlei details uitwisselden over collega’s die hen wat minder aanstonden.

Het restaurant bleek een enorme wok-achtige vreetschuur te zijn, met een parkeerplaats die in een complete ijsbaan was veranderd. Het was niet druk, en men had ons wijselijk een hoekje helemaal achteraan toebedeeld, vèr bij andere gasten vandaan. Achter de kookplaten stond een oud-leerling, die -als Japanner vermomd- nu toch nog iets met dieren deed na zijn opleiding, namelijk ze in mootjes hakken en smakelijk grillen. Het was onbeperkt eten en drinken voor één prijs, en vooral dat drinken baarde mij enige zorgen.
Ooit,  toen ik in IJmuiden op een huishoudschool werkte, werd er ook geregeld met de klas uit eten gegaan, ook meestal  Chinees. Ik stel me zo voor dat de uitbaters daar wit weg trokken wanneer men weer een afvaardiging van onze school zag binnenstappen, en inderdaad, geregeld vlogen de brokken rijst en loempia over de tafel, en zou je als docent van plaatsvervangende schaamte een tafeltje apart willen hebben, zo van ik-hoor-hier-niet-bij.

Eén van de schoonmaaksters op die school, Bep genaamd, speelde in haar vrije tijd bij een niet onverdienstelijk amateur operette-gezelschap. In haar argeloosheid had zij met de directeur geregeld dat een flink aantal klassen bij de feestelijke première van een nieuwe uitvoering in de lokale schouwburg aanwezig mocht zijn. Voor de lokale IJmuidenaren was zoiets ook een feestelijkheid van formaat, want wat moet je anders wanneer je de hele dag naar de walmende schoorstenen van de Hoogovens moet  kijken? Juist, dan ga je van pure wanhoop naar de operette.  Ik had het al nooit zo op operette. De leerlingen al helemaal niet, die dachten aan iets van een ijsgerecht of zo. Die directeur was blijkbaar wel een operette-liefhebber, dus zo kwam het dat op de avond van het eerste optreden de balkons – ook dat nog – geheel gevuld waren met schreeuwende, bekvechtende en joelende kinderen, allemaal voorzien van enorme hoeveelheden snoep, chips en ( hopelijk ) frisdrank. Over de rand hangend riepen en gooiden zij de aanwezigen beneden van alles toe, en nog vóór de voorstelling begonnen was, verlieten de eerste gasten – recht onder de balkons gezeten – woedend de zaal, terwijl boven de collega’s schuimend van woede een vergeefse kapo-achtige excercitie  op de leerlingen uitvoerden. Zodra schoonmaakster Bep op het podium verscheen, brulde de hele school boven de muziek uit : “Bèèèp, Bèèèèèp!!!”.  De directeur zelf was trouwens wijselijk  niet aanwezig, die las het de volgende dag allemaal uit de krant. Nog lang dreunde de voorstelling na, en nooit meer mochten wij de lokale schouwburg met een bezoek vereren.

Ik zou ook nog hele verhandelingen kunnen schrijven over bijvoorbeeld het uitje met de klas naar het De Miranda-bad in Amstelveen, waarbij een deel van de bustocht door het drukke verkeer in de binnenstad van Amsterdam voerde. De ergsten zitten in de bus altijd achterin, dus automobilisten die achter de bus reden werden dan ook geconfronteerd met tegen het raam geplakte ontblote boezems van de dames, om van de gebeurtenissen in het zwembad, waar je als bezoeker door een grote ruit onder water kon kijken, nog maar te zwijgen. Ja… de Huishoudschool. De tijden van weleer.

Gezien al het bovenstaande was ik dus wat huiverig voor het etentje. Het viel mee. Er werd inderdaad onbeperkt gedronken, en een enkeling begon wat met dubbelslaande tong te spreken. Er vlogen wat rijstkorreltjes door de lucht, en op een gegeven moment ontwaarde ik vanuit een ooghoek een opstelling waarbij er een meisje  boven op een stoel stond en een foto nam van alle dames die zich daar om heen geschaard hadden en die allemaal gierend hun decolleté’s toonden, terwijl de drie jongens aan mijn tafeltje nietsvermoedend hun computerspelletjes bespraken.  Ach ja. Het was best wel gezellig.
Bij vertrek wilde één van de knapen, die nooit zo fris rook, graag met mij meerijden, want ik ging de goede kant uit. Vooruit maar, straks doekje over de leuning en het is weer goed. “Meneer, ik ben een beetje misselijk, ik moet waarschijnlijk spugen, mag ook het raampje open”.  Buiten vroor het acht graden. In razende vaart ben ik naar het station gereden. Er is niet gespuugd. Het was een leuk avondje. Voor herhaling vatbaar, toch wel.