Joggen (2)

Enkele lezertjes maakten zich in hun commentaar op mijn vorige post al enigszins druk over het feit dat zij zo lang op ‘morgen’ moesten wachten. Misschien hadden sommigen al visioenen van een aftandse vijftiger die in de hartbewaking aan allerlei enge monitoren ligt te vegeteren na een uiterste krachtsinspanning om het heuveltje bij de Lunterse Berg te bedwingen, maar zo ver is het dus nog niet.

Dit kan dus écht niet

Ik jog dus nu, en dat houd ik wonder boven wonder al bijna drie weken vol. Zoiets kan natuurlijk een uiting van verlate midlife-crisis of vervroegde seniliteit zijn, maar nadat ik laatst op televisie een groepje ouderen in een verzorgingstehuis bij wijze van sportuurtje een grote Medizin-bal zag doorgeven, waarbij ze zich stevig aan hun in een kringetje opgestelde stoelen vasthielden, heb ik besloten dat dit niet mijn voorland mag zijn. Nu ben ik nog niet zó diep gezakt dat ik mij ook al aan het dagelijkse fitness-uurtje op de televisie waag – je ziet daar een groepje slank afgeklede lieden onder begeleiding van een hysterische Adonis aan een idyllische gelegen meertje  op plankiertjes huppelen, maar mijn conditie is duidelijk verbeterd. Mijn eerder aangeschafte trainingsbroek voldeed na twee keer al niet meer aan de eisen van de heersende jog-mode, dus heb ik onder het mom van ‘die oude broek is veel te warm’ nu zo’n strak zittend majoo-geval aangeschaft, zo eentje waar je zaakje zich wel heel erg nadrukkelijk in af tekent ( ‘een walgelijk gezicht’, volgens mijn dochters ). Dus heb ik wat geëxperimenteerd met daarover heen weer een kort sportbroekje , maar dat ziet er helemáál niet uit, dus voorlopig maar langs de dreven hobbelen  met zo’n wielrennersbult.

Mijn jog-programmaatje op de iPhone bezit de mogelijkheid om direct na afloop mijn prestaties geheel automatisch de wereld in te twitteren, maar dat is ook zo sneu, als al je volgelingen moeten lezen dat je vandaag al wel anderhalve minuut achter elkaar hebt hard gelopen ( waarbij zie dan gelukkig geen beelden van het paars aangelopen pioenhoofd voorgeschoteld krijgen ).  Ik zit dus nu op inmiddels op drafjes van drie minuten, onderbroken door wandelingetjes van anderhalve minuut, en dat dan gedurende ruim een half uur. Enorm interessant natuurlijk wanneer je daarbij andere joggers tegenkomt, en je groet mekaar. Of je bij een geheim verbond hoort.. nou ja, als ik net in mijn wandelperiode tussen het rennen door zit, dan doe ik wel of ik even met een ‘cool down’ bezig ben. Verder plan ik het altijd zó, dat de buren allemaal uitgebreid aan tafel zitten wanneer ik geheel aangesterkt en vers gespierd weer thuis kom. De aardappelen met jus blijven elke keer weer halverwege de open hangende monden steken.  Kijk die Wauwel eens, we wisten niet dat hij óók al zo’n fanatiek sportman was! Wonder-Wauwel!

Gelukkig weten ze niet van de doodsangsten wanneer je zo’n smerige waakhond tegen komt, waar ze er hier op het plattelaân heel wat van hebben, en gelukkig weten ze ook niet van de martelende pijnen in mijn kuit, de tubes srl-gelei die ik er door heen jaag en de urenlange massages om de gekwelde spieren weer wat rust te geven. Lopen is afzien, is strijd om het bestaan, is luctor et emergo, is jezelf overwinnen, is VOC-mentaliteit, om onze ex-premier te citeren. Nou nog hopen dat het niet weer bevlieging nummer zoveel is.

Volgende week moet ik al vijf minuten achter elkaar lopen, zo voorspelt mijn programmaatje mij dreigend. We zullen zien….

Zo, tevreden, Erica?  😉

Joggen (1)

Wanneer ik ergens enthousiast voor raak, dan moet dat gelijk in uitersten. En ook nog eens direct. Afgelopen week was ik op Texel, en op dat strand kwam ik in twee dagen tijd twee personen in totaal tegen, beiden joggers, en ook nog eens van mijn leeftijd. Een pijnlijke confrontatie, zoiets, zeker als je ongeveer buiten adem tegen een duinrandje op sjokt. Tel daar bij op nog enkele lieden in mijn naaste omgeving die allemaal wèl aan sport doen, plùs het beeld wat mij elke morgen pijnlijk lachend toe knikt in de spiegel, en het minderwaardigheidscomplex is compleet. Aangezien ik toch al enige tijd met onverwacht succes aan het lijnen ben geslagen, met ongeveer de hongerdood tot gevolg, zijn joggen en het wekelijkse sportuurtje van mijn werk een logisch vervolg.

Nog net voor sluitingstijd toog ik dus het dorp in, om mijzelf van  een flitsend trainingspak ( zwart natuurlijk )  en een paar nieuwe loopschoenen te voorzien. En aangezien ik een gadgetman ben, natuurlijk ook een paar strips met kèk knipperende rode ledjes erbij, voor als ik straks eindeloze avonden, de aderen gevuld met endorfine, over donkere landwegen zweef. Op mijn iPhone heb ik een aardige applicatie geïnstalleerd, waarbij een zwoele vrouwenstem die sterk aan Lara Croft doet denken, mij over ’s Heeren wegen zal leiden.  Daarbij natuurlijk ook een lekker muziekje, en mijn ultieme fantasie van fitte vijftiger is compleet.  Het mag allemaal wat kosten.

Mijn eerdere kennismaking met de sportschool was traumatisch,  maar toen moest ik mij bewijzen tegenover een hele horde hip en flitsende geklede slanke-den-huisvrouwen, wat resulteerde in bijna een  week lang op bed met hartritme-stoornissen, en dat alleen al door de warming up. Nu zal ik het sportuurtje mogen doorbrengen met lotgenoten, een enkeling nog ouder dan ik, en kan ik gezapig wat fietsen en weer eens kijken hoeveel gewichtjes ik nog op kan tillen.

Als het nou straks nog een keer droog wordt, kan ik mogelijk nog de straat op voor mijn eerste rondje. In het donker natuurlijk, want het staat een beetje lullig als de buren je in een hagelnieuwe outfit sportachtig zien doen, om je na tien minuten weer gebroken huiswaarts te zien keren. En die lichtjes gaan pas aan als ik de straat uit ben, want anders zien ze me alsnóg!

Morgen meer.

Winter

Tot de deprimerendste plaatsen op aarde behoren ongetwijfeld badplaatsen in de winter. Ik ben in De Koog, op Texel. ’s Zomers ongeveer een poel van zonde, drank en vertier, ’s winters, op een gure namiddag in maart, een plek die associaties oproept met werkkampen in Kamsjatka of een aftakelende industrie-stad ergens in het oosten van Rusland.  Het is er uitgestorven, en veel winkels lijken voor het winterseizoen hun deuren nog gesloten te houden. Er is een kapsalon, waarvan de aankleding je doet vermoeden dat je er enkel met hooggeblondeerde Vanessa-krullen en dito opgepompte boezem vandaan zult komen. In een twijfelachtige poging om een ander een gezellige uitstraling te geven, is er driftig gestrooid met betonnen tuinbeeldjes en ballustrades. Veel verdacht rode tl-verlichting ook, misschien komt daar de huidskleur van de te verwachten zonnebank-types beter tot zijn recht. Er is geen kip te bekennen. Een verdwaald Duits stel komt verkleumd van het strand, ingepakt voor een pool-expeditie. Met moeite vind ik een hotel wat open is. Ik ben de enige gast, een steenkoude kamer is mijn deel. “U bent hier voor vakantie?”
“Nee, ik moet morgenochtend vroeg wat bedrijfsbezoeken afleggen, en om nu twee dagen achterteen in alle vroegte en ochtendspits naar het hoge noorden te reizen, is ook zo wat”.

Een indringend dagje ligt achter de rug. Huilende stageaires, een depressieve boerin die mijn leerlingen nog eens extra ontmoedigt met allerlei gruwelverhalen over het verleden, over hoe zwaar het werk nu wel niet is en dat alles haast niet meer op te brengen  is in je eentje. Kom daar maar eens om bij twee aan feesten en beesten gewende tienermeiden uit de grote stad, die drie weken lang in the middle of nowhere zijn gedumpt om zichzelf eens even goed tegen te komen. Nu, dat is aardig gelukt. Behalve de boerin moesten ook de beide dames opgebeurd en getroost worden, een schier hopeloze taak voor iemand die niet voor psycho-therapeut gestudeerd heeft.  Daarna verder  de Friese leegte in, dicht onder de waddendijk, waar oorden liggen als Zwarte Haan. Op naar de volgende brand om te blussen, ditmaal bij een bedrijf waarvan de eigenaar met zijn hele hebben en houden een plekje had kunnen krijgen in een uitzending van Joris’ Showroom.  Of ik gezellig een warme hap mee wilde eten, zo tussen de middag. Op zo’n moment heb je enig improvisatietalent nodig om daar een handige uitvlucht voor te verzinnen.
Uiteiendelijk richting Den Helder, ‘de stad waar niemand wil wonen’ zo schreef eens een krant, om daar de boot te nemen naar Texel. Ongeveer tot mijn vijftiende jaar bracht ik daar lang geleden met mijn ouders en oudere zus de zomervakanties door. Een ware expeditie was dat. Helemaal vanuit Haarlem, volgepakt en gepropt in een Fiatje 500, voor dag en dauw de lange rit, om om een uur of zeven ’s ochtends bij de boot te arriveren, alwaar een onafzienbare file stond, die in brokjes van twintig auto’s tegelijk eens per uur naar de overkant werd gevaren. Mijn ouders hadden de oorlog nog vers in het geheugen – toen ze tachtig waren trouwens ook nog – en hielden zich dus bezig met scherp letten op Duitsers – stevast ‘Moffen’ genoemd- die mogelijk met hun veel grotere Wirtschaftswunder-auto’s voor zouden kunnen dringen. Konden wij dan eindelijk oprijden, dan was mijn vader meestal nergens te bekennen, zodat vloekende verkeersregelaars in de hitte achter het stuur moesten kruipen, naast mijn steeds kribbiger wordende moeder.  Tegen tien uur in de avond waren we dan meestal wel op de plaats van bestemming, meestal in staat van totale ontreddering en mijn ouders een echtscheiding nabij.

Het huisje waar wij al die jaren verbleven is er nog. Een schuurtje blijkt het nu. Half verborgen achter een dijkje bij Den Hoorn, een nu uitgestorven plaatsje te midden van de weilanden van Texel, die nu nog allemaal bruin en leeg zijn.
Een sentimental journey is het, een reis terug naar mijn herinneringen, en in m’n eentje, met niemand om mij heen, waaien die net als de wind op het strand door mijn hoofd, en mengen zich met mijn tollende gedachten. Het strand is leeg, zo ver het zicht reikt, en de golven jagen schuimvlokken langs mijn voeten. De grijze lucht, een uitgestrekt pak van wolken, raakt de zee in de verte, een enkel schip lijkt stil te liggen op de horizon.  Als kind liep ik hier met een schepnetje door het lauwe water van het pierenbad, op zoek naar visjes en garnalen. Nu vis ik in mijn geest, maar ik vang niks, het gaat te snel en wat ik zoek schiet naar alle kanten weg.  De kou trekt langzaam door mijn kleren in mijn botten, de schemering valt. Hoe leeg kun je soms zijn na zo’n intense dag. Het schemert.

Vroeg slapen dan maar, want in het hotel blijkt het internet niet te werken, de verwarming komt maar niet op gang en het mobiele netwerk hapert. Verstoken van alles, lijkt het. Alleen jezelf nog om mee bezig te zijn. Als ik het duin op loop, langs de verlaten strandtent in aanbouw, draai ik mij nog één keer om. En ineens is daar, vlak boven de grauwe zee, door een onvoorziene spleet in het egale wolkendek, een felle, bloedrode zon zichtbaar, die de kou niet meer wegneemt, maar toch warmte geeft. Een, twee minuten slechts, dan vonkt een laatste straal en is hij verdwenen achter die eindeloze horizon.  Een grijs gordijn van regen trekt over zee naderbij. Als ik snel doorloop, hou ik het nog droog.

De prijs van een big

Enig idee wat een big kost? Ik niet. Tot vandaag dan. Hier in dorpje B. op de Veluwe valt wekelijks een krantje op de mat. Nieuwtjes uit het dorp, akelig veel sport, en pagina-grote redactionele artikelen over het feit dat Modehuis Huppelepup een modeshow voor gezette modellen heeft gehouden ter gelegenheid van de nieuwe lentecollectie. Brandweer haalt koe uit gierkelder. In het lokale museum – “een enorme toeristische trekpleister”- een  boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van vogelzaadjes. Loopt nog tot in de zomer, met veel platen en ook leuk voor uw kinderen.  Een bespreking van een boek van dominee Die-en-die over de zonde van de onanie, geplaatst in oud-testamentisch perspectief.  Een lezing om half tien ’s ochtends over God, die in een verbond contact zoekt met mensen, en waarbij een liefdegave wordt gevraagd voor de onkosten. Een uitnodiging om naar de Open Dag te komen van de Familie Pater ( daar zijn er hier velen van, dus ik kan rustig deze naam gebruiken ), om eens een kijkje te komen nemen in de nieuwe opfokstal met nieuw revolutionair roestvrijstalen voer- en ventilatiesysteem. Een verslagje van het jaarlijkse geslaagde concert van de accordeonvereniging.
Wat gaan jullie zaterdag avond doen?”
“Wel, wij gaan gezellig naar het jaarlijkse concert van de accordeonvereniging. Het zal wel laat worden. Toch zekers wel tien uur!”
Een advertentie waarin kippen worden aangeboden: “Inruil oude kip mogelijk”. Wat gebeurt er met die oude kip dan. In de shredder? Met kuikentjes schijnt dat hier te gebeuren.

Vandaag las ik een intrigerend artikeltje met als opgewekte titel “Biggenhandel boert niet slecht”. Voor een stadsmens als ik gaat er dan een wereld voor je open. Er blijkt een geheimzinnige document te bestaan  wat  ‘NVV Biggenprijs Onderzoek’  heet. Uit dat rapport blijkt dat de toeslagen op biggennoteringen in 2009 zijn opgelopen, alleen de Weser Ems-notering liep enigszins terug.  Ook de koppelgrootte van de deelnemers nam afgelopen jaar toe.  Het was geen slecht jaar voor de vermeerderaars. En de DPP-notering moest in oktober zes euro omwisselen.

Ik begrijp al totaal niet meer waar dit allemaal over gaat, u ongetwijfeld ook niet.  Het enige wat ik er met enige moeite uit kan destilleren is dat een big  €48,65 kost. Denk ik. Ik ken een big eigenlijk alleen maar als een stapeltje plakjes in de supermarkt.
’s Nachts, als ik wel eens lig te denken waarom ik hier ben komen wonen, hoor ik soms een door merg en been gaand geluid. Gruwelijk gegil en gekrijs, gebonk, in de stilte van de nacht. Een kilometer hier vandaan, schat ik zo. Varkens of  biggen zijn het, die in een veewagen worden gedreven. Dat schijnt ’s ochtends heel vroeg te moeten gebeuren, zo’n razzia, dan zijn ze rustig en slaperig en gillen ze het minst. Op naar de slacht, gaan ze dan. Op naar een biggen-notering.  Ze boeren niet slecht hier.  En ik woon hier verder ook niet gek. Nog even doorbijten dus maar.

Boer

Op mijn school gaan leerlingen op stage. Ze doen “iets met dieren”; dat betekent dus dat ze uitwaaieren naar dierenparken, asiels, kennels, boerderijen en trimsalons, om maar wat te noemen. Als docent moet je daar dan ook een kijkje nemen, informeren hoe  zo’n leerling het doet, gewichtig kijkend aantekeningen maken op een lijst en begrijpend knikken als de boer iets voor jou volkomen onbegrijpelijks  vertelt over uierontsteking of zo.  Zo’n stagebezoek kan een enerverende ervaring zijn, ik schreef daar al eens over.  Er zijn bedrijven waar je beleefd doch dringend de beduimelde, van vastgeplakte hondeharen voorziene mok koffie afwijst, ook al zou het je laatste mogelijkheid zijn om ooit nog een bakje te doen. Soms krijg je de neiging om na een stagebezoek al je kleren te verbranden en zelf poedelnaakt in een bak loog te stappen. Ook de auto waarin je na afloop plaats neemt, zou vernietigd moeten worden. Nu ben ik geen docent meer, maar soms mag ik dan nog zo’n stagebezoekje doen.

De telefoon ging. Het was een collega die mij vertelde dat twee van mijn leerlingen weg waren bij de boer waar ik een bezoekje zou brengen.  Er is iets gebeurd. Je denkt dan meteen aan hitsige types die met geile oogjes zich aan een onschuldig deerntje pogen te vergrijpen, maar deze man was bijna bejaard, had in zijn hele leven ongeveer nog  nooit een vrouw gezien en woonde nog nèt niet in een hut uit de steentijd op een plaats die door de Tomtom  nog tot onontgonnen terrein wordt verklaard.   Toch leek het er een beetje op. De man had wat bepaald onhandige dingen gemompeld, van het een kwam het ander en uiteindelijk escaleerde de situatie zo, dat verontruste ouders diep in de nacht naar een uithoek des lands scheurden om hun dochters uit de klauwen van de mogelijke sexmaniak te bevrijden. Heel begrijpelijk,  vanuit de ouders gezien; ik zou beslist niet anders, en mogelijk nog erger gedaan hebben. Het kroost was inmiddels door de politie bij de dader weggehaald, het hele dorp in rep en roer,  de boer volslagen ontredderd en handenwringend volhoudend dat het allemaal niet zo bedoeld was.  Wat uiteindelijk ook bleek. Het was één groot misverstand,  begonnen met iets onbeduidends als het onschuldig vragen naar welke slaapkamer de dames lagen ( om daar boven op zolder wat rattengif en muizenvallen te deponeren, omdat deze diertjes voor enge voetstapgeluiden zorgden  ) en eindigend in paniekerige telefoontjes waarin  met messen werd gezwaaid en de boer op het punt leek  te staan hen beiden te vermoorden.

De volgende dag nam de boer de telefoon niet op. Deed-ie altijd wel, volgens verontruste collega. Visioenen van oude boer, ergens bungelend op de hooizolder, of eigenhandig gespietst aan een riek. Wordt pas over jaren gevonden.  Gelukkig bleek de man  gezond en wel, en volgende week mag Wauwel afreizen naar barre oorden aan de Waddendijk, om de vermeende lustmoordenaar maar weer een handje te schudden en te vertellen dat het allemaal een ongelukkig misverstand was.  Ach, het is weer eens iets anders  op een doordeweekse onderwijsdag. Mijn belevenissen daar komen dus rond die tijd online!

Uit

Lichtelijk ontreddering in huize Wauwel. Al weer 23 jaar ben ik in het gelukkige bezit van een aantal dochters. Eerst eentje, toen twee en tenslotte drie. En dan nog de vrouw die daarvoor zorgde. Die laatste , mijn echtgenote dus, is vanmiddag afgereisd naar de Franse Alpen om zich daar een beetje op ski’s van een berg af te storten. Een jaarlijks terugkerend fenomeen, niet te stoppen, en al weken wordt er in dit huishouden over gepraat. Nu zou ik dik tevreden zijn met het zachtjes heen en weer gereden worden in een arreslee, dik ingepakt over een deken en met een fles kruidenbitter in de hand, maar de wederhelft  moet  zo nodig gevaarlijk doen. Dat wordt dus mogelijk over een week een dagelijkse gang naar de gebroken benen-kliniek.

Een aantal jaren geleden, toen de dochters nog jong en redelijk onbeholpen waren ( dat laatste komt trouwens nog geregeld voor als het hen zo uitkomt ) betekende zo’n wintersportweek dat ik een soort nauwkeurig uitgestippelde campagne in werking zette, die zorgvildig was voorbereid door mijn vrouw: de wasmachine op stand 3 voor de donkere was, en stand 2 voor de witte was. De droogtrommel leegruimen na gebruik en niet in de wasmand laten zitten, want kreukels. Beha’s en andere enge dingen in een speciaal stoffen zakje voordat het in de machine gaat.  De groentenman komt op donderdagmiddag. Alleen paar grapefruits kopen, want sinaasappelen nog genoeg.  Het orkest afzeggen en niet vergeten naar ouderavond van jongste te gaan. Door de weeks van de chips afblijven. Proberen eens een keertje te stofzuigen.  En er ligt nog opgedroogde kattenkots onder het plantentafeltje in de serre, vanochtend ontdekt. Even opruimen graag.

Er moet een standbeeld komen voor werkende moeders die ook nog huisvrouw zijn. Maar: er moet ook een standbeeld komen voor werkende vaders die bloedjes van kinderen moeten opvoeden wanneer de moeder op vakantie is.  Vanavond kwam ik doodmoe thuis na hectische dag op school ( waarover in een komend blog uitgebreid meer ) : niemand die wat opgeruimd had.  Twee dochters hevig aan het telefoneren met vriendjes en vrienden van vriendjes want er moet vanavond uitgegaan worden in Utrecht. Om een uur of acht denk je dan. Maar nee, om half twaalf (!) weg. Of ze ook de auto meemogen. In de binnenstad. Langs dronken hordes. Visioenen van ingeslagen ruiten en gebroken spiegels.  Of ze nog wat geld mee krijgen. En ik maar koken en redderen ondertussen.  Maar goed, alles is nu aan het tutten en opmaken, de ene na de andere verkering druppelt binnen en straks, om twaalf uur, begint voor mij het grote zappen, hangend op de bank,ongegeneerd de benen op de tafel, een klein bakje chips ( ik moet lijnen ) . Twitteren zonder schuldgevoelens. En om één uur naar bed, al een redelijke uitspatting qua tijd. Of vijf uur, als de dames thuiskomen. Net waar ik zin in heb. Heerlijk zo’n weekje voor jezelf. Dat het nog maar even mag duren! En morgen ga ik m’n haar maar weer eens laten verven. Gewoon, m’n gang gaan.

Relatie-crisis

Mijn personal coach ontwijkt mij. Zij is boos omdat ik 371 dagen niet op haar gereageerd heb, en haar adviezen in de wind heb geslagen. Het is dan ook haar schuld dat ik maanden hinkepinkend door het leven heb moeten gaan. Ik heb het over die bleekgrijze dame van de Wii Fit, die altijd zo nauwkeurig bijhield hoeveel ik was AFgevallen, en die mij voortdurend complimentjes gaf waardoor mijn dag niet meer stuk kon en die mij het idee gaven er uit te zien als Arnold Schwarzenegger.

Was mijn trainer een man geweest, dan had ik toen al veel eerder het bijltje er bij neer gegooid, maar uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen voor de vrouwelijke trainer kiezen en de meeste vrouwen voor een man.

Zo heb ik op mijn nieuwe TomTom natuurlijk zonder aarzelen gekozen voor de zoetgevooisde stem van de Vlaamse Eva.  Mannen hebben dus blijkbaar  iemand van de andere sexe nodig om zich voor uit te sloven of zich te gedragen. Kom je tijdens het joggen op de Wii Fit een vrouwlijke hardloopster tegen, dan hou je blijkbaar onbewust je buik in. Gelukkig heb ik mij daar niet op kunnen betrappen, in het echt zou het mogelijk anders geweest zijn. Vlaamse Eva zou er voor kunnen zorgen dat mannen rustig over de weg gaan tuffen. Ze staat dan ook op nummer 1 in de TomTom-stemmen toptien. Op nummer 2 staat trouwens geloof ik Kim Holland, een derderangs porno-ster, die mannen ook weer op ontspannen wijze door het verkeer zou moeten loodsen met haar stem. Dat is dan wel weer typerend voor het op uiterlijk gericht zijn van mannen. Het feit dat u zojuist op het linkje van Kim heeft geklikt, geeft aan dat u een man bent. Vrouwen klikken er niet op ( denk ik )

Mijn personal coach heeft er echter voor gezorgd heeft dat ik tijdens het joggen voor de beeldbuis een enorme zweepslag opliep. Bij elke stap in de weken die volgden, werd ik door stekende pijn weer herinnerd aan haar onaangedane blik in haar leikleurige gezicht ( je gaat haar in zo’n situatie steeds afstotender vinden ). De zin om je voor haar uit te sloven was dan ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Vandaar onze langdurige scheiding.

Maar zoals het in het echte leven ook zou moeten kunnen: je kunt in een wispelturige bui of een vlaag van midlife-crisis een nieuw profiel aanmaken, een nieuw slank  uiterlijk kiezen, en met een schone lei beginnen. Straks dus maar weer eens op de Wii Fit om te beginnen. Ik doe gewoon net of ik haar niet ken.