Dag van de Slachtofferrol-leraar

Het is 5 oktober, Lerarendag,  de dag na Dierendag. Een paar dagen nadat onze demissionair staatssecretaris Mevr. Marja van Bijsterveld in een interview in de Volkskrant verklaarde dat “wat meer zelfreflectie de leraar zou sieren”. Dieren hebben nu een eigen politie gekregen, de leraar had die al in de vorm van bijvoorbeeld een overheid in Den Haag die voortdurend nieuwe en nog dreigender verordeningen uitvaardigt, en onbegrijpelijke verkeersregels waar je je als docent maar aan dient te houden.

Een grauwe morgen, met dreigende luchten aan de horizon, de wat morsige docentenkamer is nog leeg. Treuriger kan het niet, want gisteren is tot overmaat van ramp bij een inbraak het spaarvarken voor een vertrekkende directeur gestolen, en dus zal de uittredende functionaris het mogelijk zonder moeizaam bijeengeschraapt bedrag moeten stellen. Of we allemaal even door wilden geven hoeveel we er in gestopt hadden, dat wilde de politie graag weten voor het proces-verbaal. Boeven roven de school leeg, bezuinigingen dreigen, er zitten vliegjes in de koffieautomaat en er zijn aan verkeerde personen uitnodigingen verstuurd voor de opening van een nieuwe vleugel waar slechts een handjevol belangstellenden op af lijkt te komen. We hadden zelf ook nog wel zo’n mooie op chique papier gedrukt full colour exemplaar ontvangen, geheimzinnig hermetisch verpakt in glanzend rood aluminiumfolie zonder enige aanduiding, wat deed vermoeden dat je er een of andere sex-catalogus in zou kunnen aantreffen.

Gelukkig was daar dan het interview van onze aankomend CDA-minister van Onderwijs. Ze zou zo graag de sfeer in de lerarenkamer zien veranderen. Want wat zien wij in een dergelijk oord? Daar zit een groepje slachtoffers treurig bijeen,  zich wentelend in hun rol, met kritiekloze blikken de onderwijswereld in loensend, een wereld waarin zij met ferme blik de verbeteringen van het onderwijs zouden moeten opeisen nadat zij zelf de boel ter hand hebben genomen. Zachtjes klinkt geweeklaag: de gebakjes ter ere van de lerarendag zijn op. Wanneer je te stevig – door aandoening bevangen – in je slap kartonnen koffiebekertje ( deze was namelijk nèt een beetje goedkoper dan het vorige type )  knijpt, gulpt de inhoud over je toch al met krijt bevlekte kleurloze docentenoutfit heen. Moeten we nu alwééér bijscholen? Moeten we op onze vrije zaterdag naar de opening? Zijn  de Snickers uit de snoepautomaat nu zomaar tien cent duurder geworden?

En dan ook nog een beetje willen behouden wat je hebt. Het moet niet gekker worden, vindt de staatssecretaris, die het docentschap toch zo’n prachtig beroep vindt. Ze gunt ons zo graag fierheid, we moeten dingen bij de schoolleiding afdwingen (!) . En wat ook zeker gaat helpen om je als docent weer een beetje goed gevoel te bezorgen, dat is het inkorten van de vakanties. Dat verlicht namelijk de werkdruk, waarbij de staatsecretaris gemakshalve vergeet dat die extra werktijd in no time weer gevuld is met nog meer klussen, nòg meer vergaderingen en nòg meer papierwerk wat je op je bordje krijgt. Kortere vakanties? Prima, maar dan wel graag ook eens een vakantie buiten het hoogseizoen, op een moment dat jij daar als docent zin in hebt. En ja, dát gaat dan weer niet. De lessen gaan voor. De staatsecretaris mag zich gelukkig prijzen dat we niet in Frankrijk leven, waar het onderwijs om de haverklap voor korte of langere tijd staakt.

Docenten in Nederland staken niet. Die stáán voor hun leerlingen, die vinden dat hun leerlingen niet de dupe mogen worden van de door de overheid, waarvan de staatssecretaris de vertegenwoordiger is, opgelegde werkdruk en regelgeving. Dus gaan ze gewoon door, ze roeien met de riemen die ze hebben, en ja, soms voelen ze zich wel een beetje slachtoffer, soms klagen ze wel eens wat, maar ze doen toch altijd maar weer wat er van hen gevraagd wordt, ze pikken alles, ze proberen overal iets goeds en ook nog eens iets leuks van te maken, zélfs als dat door de nieuwe plannen van ons geliefde en o zo met de burger meevoelende kabinet  Rutte/Verhagen/WILDERS vrijwel onmogelijk wordt gemaakt.

Wie kruipt hier nu in de slachtofferrol, en wie zou meer zelfreflectie sieren? Ik denk niet de docenten, maar ik denk veel eerder aan de onderwijsregelgevers in Den Haag, met de staatssecretaris voorop!

Ik wil ook een iPad

Als ik nu niet gauw een iPad krijg, word ik gek. Ik wil zo’n ding, ik lig er ’s nachts wakker van, door het gebrek aan iPad voel ik me minder man, ik word er humeurig van, volgens mij ook impotent, ik slaap er slechter door en ik krijg steken in mijn maag. Ik zou groen en geel van narigheid worden als één van mijn collega’s zo’n ding eerder heeft dan ik. Je kunt gewoon niet goed functioneren zonder zo’n ding, je leven is minder rijk en uitdagend. Mogelijk word je alcoholist en verdwijn je elk weekend naar de kroeg, of je gaat ergens de hele zondag in de regen onder zo’n groene paraplu in een meertje langs de A1 zitten vissen.

Er is echter een probleem, en dat is tamelijk groot: mijn vrouw. Niet dat zij groot en zwaar is natuurlijk, maar zij kent mij een beetje. Zij weet, dat wanneer ik over een nieuw hebbedingetje begin, en meestal is dat in afkeurende zin ( je moet nooit gelijk te hebberig lijken ), dat  object van mijn lusten er dan ook binnen no-time is.
Zo’n aankoop dient met enig beleid gepaard te gaan. Ik heb daar door de jaren de nodige ervaring mee opgedaan. Eén van mijn eerste computers was een  Commodore 64, waar ik toch zeker wel een jaar zoet mee was. Na verloop van tijd werd het summum van genot uitgebreid met een klein cassette-recordertje, wat nodig was om programma’s te installeren. Daarna kwam een externe diskdrive, een gevaarte met de grootte en het gewicht van een flinke baksteen, waarbij ook nog eens een gierende herrie werd geproduceerd, die het gebliep uit de computer bijkans overstemde.

Daarna kwamen nog een Atari 1024 en een eerste XT-computer voorbij; daarop speelde ik flight Simulator, wat een zwart scherm toonde waarop een samenspel van witte lijntjes schokkerig heen en weer bewoog: het vliegtuig naderde de landingsbaan van Chicago Meigs. Ik was ongeveer door ontroering overmand bij de aanblik van zoveel schoons, bij wat de realiteit ernstig leek te benaderen.  Ik hoor het mij nòg tegen mijn geduldig en meewarig toekijkende gade zeggen: “Nu hoef ik nooit meer een andere computer”.
Mannen blijven altijd grote kinderen, en ik heb dus een groot respect voor al die miljoenen echtgenotes op de wereld die er naast hun kroost nog een groot kind bij hebben, eentje die nooit volwassen wordt. Vroegâh, toen de HCC-dagen in Utrecht nog bestonden en tienduizenden begerige mannen trokken, zag je buiten bij de telefoons altijd rijen kerels staan, met naast hen grote dozen en pakken: die waren hun vrouw alvast geestelijk aan het voorbereiden. Voor de desbetreffende echtgenotes betekende dat: bij thuiskomst overdreven vriendelijk en lief doen, de aankoop achteloos in een hoekje schuiven, meehelpen met de afwas, de was, het dweilen, het strijken, het stof afnemen, het koken, het ramenlappen, het boodschappen doen, het kinderen naar bed brengen en noem maar op.
“Moet je niet de computer uitpakken? ” “Neuhh, dat heeft nog geen haast, is niet zo belangrijk” ( ondertussen helemaal gek van opwinding en alle nagels afgebeten van het wachten tot het moment dat het wel weer mooi geweest was en je als een haas naar boven kon verdwijnen om met de nieuwe aanwinst te gaan spelen. Nooit meer wat anders nodig, jaja.

Er is niet veel veranderd eigenlijk. Een keur aan gadgets en dure spullen is hier de revue gepasseerd. Voor tienduizenden euro’s aan apparatuur, die je nu hier en daar nog tegenkomt op een rommelmarkt van de kerk, alles in de graai-hier-voor-€ 2,- euro-maar-wat-uit-doos. Honderden smoezen en verzachtende omstandigheden liggen in zo’n doos, en honderden meewarige lachjes van de echtgenotes.  Mannen hebben nooit genoeg, vrouwen nemen vaak te veel genoegen met….

Nu mag ik binnenkort een weekje afreizen voor een studiereis naar Anaheim in de VS, het mekka van goedkope electronische spulletjes. Om een beetje fatsoenlijk met het thuisfront te communiceren, heb ik dus zo’n  iPad nodig, want op mijn iPhone kan ik het gewoon niet goed genoeg meer zien. Bovendien te dikke vingers voor het kleine schermpje en zo, en het thuis eenzaam achtergebleven gezin wil toch zeker volledig op de hoogte blijven van mijn wedervaren? En alle medereizigers hebben waarschijnlijk ook al lang zo’n ding ( de mannen dan ). In mijn onuitsprekelijke goedheid zal ik dan nu nog even wachten met de aanschaf  van mijn ultieme levensdoel tot ik in Amerika ben.  En weet je wat nou zo fijn is? Door hem dààr te kopen bespaar ik ook nog eens een slordige tweehonderd euro aan huishoudgeld. Je zou dus wel gek zijn als je dat niet deed.  Juist, als dàt dus geen goed argument is, dan weet ik het ook niet meer.  Weet je wat, ik koop er ook een voor mijn vrouw. Dan zal ze helemaal zielsgelukkig zijn en kan ze mij niet kwalijk nemen dat ik er dan ook een voor mezelf heb gekocht

Nerd

Op elke school lopen  – onder het personeel –  wel een paar computernerds rond.  Die zitten bijvoorbeeld voortdurend tijdens de pauzes in de docentenkamer met hun mobieltje in de hand, een e-reader, of – het absolute toppunt – pronken met hun nieuwe iPad. Ze geven privé en tot wanhoop van hun partner kapitalen uit aan electronische hebbedingetjes, steken een flink deel van hun vrije tijd in de schoolwebsite of andere technische nieuwigheden en zijn altijd bereid de oververmoeide collega’s die nog in het digitale stenen tijdperk verkeren met raad en daad terzijde te staan.
Soms worden ze wat meesmuilend ontvangen; daar heb je hem of haar weer. En we hebben het al zo druk. Net een beetje Word 2003 onder de knie, is hij of zij al bezig met versie 2010. Terwijl wij razend trots zijn op onze met veel moeite in elkaar geknutselde Powerpoint-presentatie, waarin we alle animaties, tekst-effecten en geluidjes  hebben gestopt die we tegen kwamen ( niet wetende dat ons leerlingenpubliek daardoor met een stekende hoofdpijn amechtig achterover zakt ) , komt onze computernerd met iets als Prezi, waar we nog nooit van gehoord hebben maar wat er fantastisch uit ziet en wat we best zouden willen gebruiken als we toch maar een beetje tijd hadden en we er ook nog een beetje begeleiding bij kregen.

Het schoolmanagement dient die schaars aanwezige computernerds te koesteren. Ze hebben vaak een wat nuchterder kijk op ict-zaken die door dure bureaus en gladde vertegenwoordigers aan het management als het ei van Columbus worden gepresenteerd. Een duur ei, want  ict-ontwikkelingen die van boven af worden opgelegd, hebben vaak een averechts effect.
Docenten zijn vaak de meest behoudende lieden op aarde, murw gebeukt door allerlei als vernieuwing gebrachte veranderingen. Kom er dan ook nog een blije manager  vertellen dat “we nu toch een leerlingbegeleidings-systeem hebben wat alle problemen de wereld uit helpt”, dan is het tijd om de rode stormbal te hijsen.

Met het invoeren en toepassen van  ict moet je voorzichtig zijn. Veel directies en besturen  zien het als een wondermiddel, een middel om leerlingen mee te lokken  en toch vooral te laten slagen, en de docent wordt geacht daarin enthousiast mee te gaan.  De school wordt vol gehangen met digitale borden, waarbij een flink deel van het personeel  vermoedt met een wat uitgebreider white-board te maken te hebben, de school schreeuwt van de daken dat er voor leerlingen mooie laptop-projecten en leerwerkruimtes zijn, de school roept af en toe iets op Twitter, de school stuurt de diverse teams een middagje op een kostbare computer-training, en dan komt het allemaal verder wel goed, want het is ict en dat is een toverwoord binnen het onderwijs.

Een moderne onderwjsmanager

Op ict-congressen en -beurzen zie je eigenlijk nooit de doelgroep waar het eigenlijk om gaat. Veel grijze koppen, veel netwerkende en naborrelende  managers, veel vertegenwoordigers die bij elkaar op bezoek gaan in de diverse stands, maar docenten en leerlingen (!) zie je er niet. Die docenten hebben het veel te druk met overleven en lesgeven, durven ook geen middagje vrij te vragen bij hun teamleider, weten überhaupt nauwelijks dat er dergelijke bijeenkomsten zijn,  en de leerlingen, ja, die worden eigenlijk nooit betrokken bij het implementeren van nieuwe ict-voorzieningen.  Een groot deel van die leerlingen is, vergeleken met  hun docenten, enorm computer-nerd. De kloof is reusachtig. Hun generatie is opgegroeid met mobieltjes, Hyves, illegaal downloaden, en is eigenlijk continu online, waarbij de school een hinderlijke onderbreking van hun fascinerende bezigheden in de virtuele wereld is. Een gigantische bron van kennis op ict-gebied, waar we op school veel te weinig naar luisteren.  Ze lijken een beetje op de computer-nerds onder de docenten, ze weten van mekaar waar ze over praten en wat er leeft.  Ze weten alles van nieuwe software, en vinden het vooral “gewoon”, waarbij de beleidsmakers nog in alle staten van opwinding verkeren.
Hoe graag soft- en hardware-leveranciers  ons ook willen doen geloven dat we als school echt niet meer zonder het nieuwste van het nieuwste kunnen, laten we ons toch vooral de kop niet gek laten maken. Het blijft een hulpmiddel, leuk, maar verder voor onze leerlingen heel gewoon.

Maar pas wel op: wanneer u als computernerd een ander iets uit moet leggen over een computerprobleem, begin dan vooral niet met “Nou, gewoon”. Dan zijn de rapen zuur.

Deze column is ook gepubliceerd in SLB-berichten, september 2010

Wrakje

Mijn vrouw geeft les op een schooltje ergens in de buurt. Ik zeg “geeft les”, maar die woorden dekken in de verste verte niet de bezigheden die het kleine team daar uitvoert. Het is een heel klein schooltje, wat inhoudt dat je bijvoorbeeld aan drie verschillende groepen tegelijk les moet geven, dat je moet roeien met de riemen die je hebt. De school wordt bevolkt door een tanend clubje kinderen, men worstelt met te kleine lokalen, een uitpuilend magazijn, soms versleten apparatuur, een allegaartje van computers en enkele  digitale schoolborden die ongemakkelijk werken door verouderde software en krakkemikkige aansluitingen….
Het team werkt zich een slag in de rondte, is vaak ’s avonds en in de weekends nog op school en hangt voortdurend bij elkaar aan de telefoon om toch maar vooral de leerlingen het beste te bieden voor zo ver dat mogelijk is.

Een van die leerlingen wil ik even aan u voorstellen. Laten we hem Henk noemen; een jongetje van een jaar of acht negen, behoorlijk intelligent, maar al een leven achter zich waar een normaal mens mogelijk tachtig of negentig jaar voor nodig zou hebben, met daarin een scala aan gebeurtenissen die je liever niet mee wilt maken. Bedenk iets gruwelijks, en het is Henk overkomen. Moeder vermoord door vader, misbruik door andere familieleden, je maag draait er van om. Er zijn naar verhouding heel wat Henken op die school, jongens en meisjes, maar deze Henk is toch wel de meest trieste van het stel. Henk houdt op zijn manier nog steeds van zijn vader, voor zover hij heeft geleerd wat “houden van’ inhoudt. Wil eigenlijk ook wel weten op wat voor manier zijn moeder is doodgegaan, want “met een mes kon het wel eens lang geduurd hebben”….
Allerlei begeleiding heeft hij gehad. Speltherapie met popjes bijvoorbeeld. Waar  gewone kinderen gewone dingen met die poppen doen, liet Henk de popjes elkaar aanvliegen , elkaar mishandelen, liet hij ze doodgaan. De verhalen waar de alter-ego van Henk een hoofdrol in speelde, eindigden allemaal even gruwelijk en hemelschreiend. Een jongetje van acht, negen jaar, van instantie naar instantie gesleept, een jongetje wat zich hevig interesseert in allerlei zaken die je in bladen als Kijk en dergelijke aantreft, hij weet er heel veel van. Maar dat zelfde jongetje slaat ook rustig minuten lang met zijn hoofd tegen de muur, slaat ook minuten lang allerlei geluiden uit, is een borrelend en gistend vat van emoties die op allerlei verkeerde manieren een uitweg zoeken. Zo’n jongetje vraagt aandacht van het hele team, aandacht die hij niet kan krijgen omdat men gemeend heeft hem op een ‘gewone’ school te plaatsen. Wat vroeger ZMLK-Onderwijs heette, onderwijs aan ‘zeer moeilijk lerende kinderen’, verwordt tegenwoordig steeds meer tot regulier onderwijs. Waar leerkrachten vroeger speciale aktes en bevoegdheden voor dit soort onderwijs moesten bezitten, worden deze kinderen hen nu toebedeeld als waren het normale kinderen. Drie verschillende groepen in één klas, gevuld met Henken en minder ernstige Henken, die allemaal hun eigen specifieke benadering nodig hebben, ga er maar aan staan.  Zoek het maar uit, meester of juf, zie maar wat je maakt van deze wrakjes, van deze slachtoffertjes van een steeds harder worden maatschappij, waarin kinderen steeds minder kind kunnen zijn en steeds vroeger volwassen moeten worden.

Ze knokken voor Henkje, maar in dit geval is het een verloren strijd. Je zou het ventje in je gezin willen opnemen, in een normale omgeving, leuke dingen met hem willen doen, hem liefde willen geven die hij nooit gehad heeft en ook nooit heeft leren ontvangen. Binnenkort gaat Henk dan toch naar het speciaal onderwijs, krijgt psychiatrische begeleiding, een intelligent jongetje van acht, wat eigenlijk met leeftijdsgenoten onbezorgd buiten zou moeten kunnen spelen, onbezorgd naar school zou moeten kunnen gaan. Waar zijn we helemaal mee bezig, vraag je je af.

Petje af voor mijn  vrouw en haar team….Met mooie spullen en een gelikte inrichting ben je er niet, met high-tech lesmethoden en de modernste pedagogische inzichten ga je het ook niet redden. Met liefde en hart voor de kinderen kom je echter wèl een heel stuk. Dat is belangrijk, want voor een gewone basisschool zitten er nog heel wat Henken en Henkjes aan te komen daar. Ik wens ze alle sterkte. En mocht er nog een educatieve leverancier of een andere weldoener denken van: laat ik eens gratis wat voor die school betekenen, dan zou ik zeggen van “Wel, grijp je kans en reageer!”

Leerwerkruimte

Een kijkje in de leerwerkruimte
Een kijkje in de leerwerkruimte

Elke zichzelf respecterende school dient -naast een groot aantal digiboards – te beschikken over een leerwerkruimte. Zoiets doet het altijd goed in de mailings naar buiten en wanneer je als manager een clubje hoge gasten rond leidt. In zo’n leerwerkruimte worden leerlingen geacht te leren en te werken, veelal met behulp van de computer. Een beetje leerwerkruimte is ook nog eens multifunctioneel. Je mag er ook lessen geven. Die eer viel mij vandaag ten deel. Hoe gaat zo iets.
Vóórdat de leerwerktoestand begint, zorg je natuurlijk dat je als docent al aanwezig bent. Ik moest iets met een beamer doen, die er niet was. Nu ja, dat kon gelukkig bij de systeembeheerders geregeld worden. Koffertje mee, snoertjes en kabeltjes, niet vergeten het speciale verloopstukje van mijn MacBook aan te sluiten want het hele schoolsysteem is nogal windows-minded, wat inhoudt dat ik ook maar windows op mijn Macje heb geïnstalleerd.
De leerwerkruimte is vrij modern, aan alle kanten voorzien van glas zodat je vrijelijk uitzicht hebt op andere lokalen, waar men weer vrijelijk uitzicht op jou eigen pedagogisch handelen heeft. De moderne leerling heeft tenslotte op zijn tijd wat afleiding nodig.  Eerst stonden er ook hippe en kekke bankstellen, maar dat ontaardde teveel in een speelhangruimte, en zoiets valt tegenwoordig naar de inspectie toe niet meer te verantwoorden.  Nu zijn de vrijgekomen plekken dus opgevuld met computertafels in kringen, en stoelen op wieltjes die alle kanten op kunnen draaien en rijden.
Het gevolg is dat zich voor de verdwaasde ogen van de docent een draaiende, heen en weer bewegende, spelletjes op de computer spelende massa ontrolt, waarbij aan twee kanten andere soortgelijke massa’s je door de ruiten aanstaren en aanhoren, en waarbij voortdurend ook nog groepen leerlingen uit andere klassen door je les heen trekken, op weg naar de lokalen achter de glazen wanden. De toegang kan wel afgesloten worden, maar dan zie je vanuit een ooghoek voortdurend groepjes lieden die pogen de poorten te rammeien , omdat ze anders bij leraar die-en-die te laat komen en ze wáren al een kwartier te laat, dus of meneer Wauwel maar snel even z’n les wil onderbreken en de deur open wil komen doen. Vervolgens kun je verder gaan met je presentatie die de beamer op een glanzend en te klein verrijdbaar whiteboardje projecteert. En dan even niet te veel aandacht schenken aan leerlingen die toch weer de Hyves open zetten, de Webmessenger, de pagina met spelletjes, de pagina met zuipfoto’s van afgelopen weekend in de kroeg. Nu even niet. 

Doceren is tegenwoordig vaak acteren, improviseren, incasseren, conformeren, je nergens meer over verbazen en toch vooral zorgen dat je bij vlagen niet knettergek wordt. ’t Is dat de leerlingen zelf zo leuk zijn om mee te werken, dat geeft je dan wel weer houvast. Sommigen zeggen “Meester” tegen je, dan schieten de scheuten Ot-en-Sien-weemoed door je heen.  Ik kan het dus nog steeds aanraden, wanneer je nog een baantje zoekt.

Je hebt een massage… ja ja….

Ik word toch zó moe van dit soort spam in de mailbox:

Je hebt een massage!

Hallo mijn beste vriend.

Mij een genoegen om u te ontmoeten, en hoe doe je vandaag?
Mijn naam is Myriam Nkaje Omar, een jong meisje van 23 jaar oud, heeft een ongedwongen, eerlijk, zorgzaam, beleefd, bescheiden, lief, rustig en op zoek naar een volwassen persoon met een goed gevoel voor humor en liefde, eerder te zien als een manier lol, ik zag je profiel op het terrein tijdens het browsen en besloten om contact met u opnemen. Ik zal graag willen dat we vrienden worden. Neem contact met me op het bovenstaande e-mailadres, ik zal meer details over mij tot u op mijn volgende antwoord op jou. hoop van u te horen afgelopen. Een mooie dag verder.

Hoogachtend.
Myriam

Heb je nèt de weduwen en wezen van getroubleerde Nigeriaanse olieministers of bankdirecteuren die op sterven liggen gehad, komen jong meisje van 23 jaar oud mij eerder te zien als een manier lol. Gevoel voor humor en liefde, dicht het computerprogramma wat deze rotzooi verstuurt, mij toe. Hoe heerlijk was het leven toch vóór het digitale tijdperk.  Toen kon je de postduif die een dergelijk berichtje bracht tenminste nog met gevoel voor humor en liefde de nek omdraaien.

Inception… Eh….

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=x8W-sVrCw-k[/youtube]

Van de week zijn we naar Inception geweest, want iedereen had het er over, de kinderen raadden het aan, en voor je het weet ben je een sociale paria wanneer het over dromen gaat op feesten en partijen. Je dient de film dus goed te vinden, en het is heel pijnlijk als je moet bekennen dat je er eigenlijk geen hout van begrepen hebt en – erger nog – dat je er niet veel aan vond.

Om met de deur in huis te vallen: ik begreep hem denk ik wel, maar ik vond er dus niks aan. Het publiek in de zaal was vooraf geïnformeerd door een medewerker van de bioscoop. Dat we toch vooral goed op moesten letten en zo, niet weg mochten dromen en dat alles redelijk ingewikkeld was. Nu denk ik bij veel films: wanneer je het maar ingewikkeld en vaag genoeg maakt gaat iedereen er over praten als een klasse-film met diepere lagen en wanneer je naar zulke films gaat, staat dat heel goed op je CV. Zo praat iedereen indringend en serieus met elkaar over een portie gebakken lucht bij de snackbar als ware het een bordje haute cuisine in een Michelin-restaurant.

We zagen een soort combinatie van ‘Titanic Revisited’, James Bond op ski’s in ‘For your Eyes only’, iets met Jean Claude van Damme en Coma. Veel gekwelde blikken, enge Chinezen of Japanners, ronddraaiende tolletjes en bankkluizen waar Nout Wellink jaloers op zou zijn. Daar zit je dan, en je neemt nog een paar M&M-etjes, en je denkt: Wat zitten die bioscoopstoelen toch ongemakkelijk en het durt nog twee uur.

Het is niet druk in de zaal, een bord vertelt ons dat er nog 516 plaatsen beschikbaar zijn. Vroegâh had je nog het Polygoon-filmjournaal, waarin Philip Bloemendal ons enthousiast en in beschaafd Nederlands vertelde dat Hare Majesteit weer een stukje Delta-werken had geopend of afgezonken. Daarna de collecte voor het Bio-vakantieoord, waar tegenwoordig blijkbaar niemand meer naar toe gaat.
Op mijn twaalfde was ik dagenlang opgewonden, want ik zou naar James Bond gaan, die voor zestien jaar en ouder was, en ik zou dus voor het eerst van mijn leven een blote vrouw zien. Dat viel dus vies tegen. Een beetje Ster-reclame is tegenwoordig schokkender voor tere kinderzieltjes. Het zal aan mij liggen, maar zelden zie je nog een echt goede film in de bios. De trailers kondigden ons een leuke Amerikaanse tienerfilm aan waarin met taarten gegooid werd ( over een paar weken op RTL 7 denk ik ) , en we werden al vast voorbereid op een nieuw gedrocht met Sylvester Stallone in de hoofdrol, die ons getergd en peinzend aankeek, nadenkend over zijn met veel moeite ingestudeerde volgende zinnetje. 
Ik weet eigenlijk niet wanneer ik voor de laatste keer uit zo’n massa-bioscoop ben gestapt en gezegd heb: kijk, dat was nou eens een goede film. Wanneer iets met veel bombarie en een pr-offensief reeds lang van te voren wordt aangekondigd, dien je ernstig op je hoede te zijn. Als er dan ook nog gelijktijdig een pc-spel , een soundtrack met Nr. 1 hit en een “The making of” op Veronica verschijnen, dan weet je al: dit wordt niks. Doe mij maar iets met inhoud in een filmhuis of desnoods ‘Pipo en de Waterlanders’. Daar kon je ook lekker bij wegdromen.