Natuurlijk Leren

Het Agrarisch Onderwijs kent vele boeiende vakbladen met vele boeiende artikelen. Men spreekt tegenwoordig liever van Groen Onderwijs. Het groene onderwijs is erg vooruitstrevend, volgens eigen zeggen. Zo heet het Nieuwe Leren daar “Natuurlijk Leren” (NL), wat in deze barre dagen voor de onderwijsvernieuwing een stuk minder besmet klinkt. De NL-termen in de diverse vakbladen kwistig rondgestrooid. Een kleine bloemlezing:

  • Portfolio-gesprekken: leerling en coach stellen samen de groei op alle groeilijnen vast. Ook ouders mogen meebeoordelen.
  • Quest-items: kleine vraagstukken die uitgewerkt moeten worden.
  • Wappen: werken aan prestaties
  • Werkmeester: iemand die leerlingen op ambachtelijke vaardigheden begeleidt.
  • Zelfverantwoordelijk leren: de leermeester stuurt in de coaching op verantwoordelijkheid van de leerling. De leerling beslist zelf wat hij wil leren
  • Dus, collega coach/werkmeesters, voortaan niet meer vragen opgeven, maar quest-items, waarna je de leerling opdracht geeft om een potje te gaan wappen, als hij of zij daar tenminste het nut van in ziet. En vergeet niet de groeilijnen in de gaten te houden, want anders worden de ouders boos.

    De welstandscommissie slaat toe

    In Barneveld, een dorpje op de Veluwe, stopt twee keer per uur een trein, op hoogtij-momenten in de spits zelfs vier keer. Er zijn twee stations: Barneveld-Centrum en Barneveld-Noord. In een vertwijfelde poging meegezogen te worden in de vaart der volkeren, heeft het het gemeentebestuur behaagd om dit laatste station enkele tientallen meters op te schuiven in de richting van de hoofdspoorlijn tussen Amersfoort en Apeldoorn. Er is zelfs op aandringen van de plaatselijke groot-aannemer een miljoenen kostend ‘Transferium’ gebouwd. Nunspeet heeft er een, dus kan Barneveld niet achterblijven. Maar wie met de trein naar Apeldoorn wil, moet nog steeds eerst terug naar Amersfoort, om dan pas over te kunnen stappen op de juiste trein. Terug naar Barneveld-Centrum, gelegen aan de zogenaamde kippenlijn. De argeloze reiziger die hier uit stapt, zal versteend blijven staan bij de aanblik van een alles overheersend fabriekscomplex, waar men met veel stank en lawaai brokjes voor de koe en het varken produceert. Een verzameling reusachtige grijze, morsige blokkendozen torenen tot in de verre omtrek zichtbaar boven de eenvoudige Barneveldse skyline uit. Hoog boven op het dak huist een grote kolonie zwarte kraaien, die met akelig gekras de toch al neerdrukkende atmosfeer versterken.

    Het zo ongeveer lelijkste dorp van Nederland koestert innig deze fabriek . De factorij is nagenoeg onaantastbaar, zoals dat met wel meer reeds jaren in het dorp gevestigde instituten het geval is ( te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan de eerder genoemde aannemer, die ongeveer het halve dorp in bezit heeft en die de gemeenteraad dicteert wat er moet gebeuren ). In Barneveld kan dit allemaal, niemand die zich daar druk om maakt. Waar men de laatste schaarse historische panden laat verkrotten tot ze niet meer te herstellen zijn, waar men een gammele boerenschuur bij gebrek aan beter tot historisch monument uitroept, waar men het ene na het andere leegstaande kantorencomplex uit de grond stampt, waar iemand die zelfmoord pleegde door ooit eens in een geflipte bui van de toren te springen als held wordt vereerd, daar wordt de veevoederfabriek als een ethetisch hoogtepunt gezien.

    Nu zijn er in Barneveld enkele scholen waarvan de bevolking deels per trein arriveert. Dat heeft weer een groot aantal gestalde of achteloos neergeworpen fietsen tot gevolg, alle gecentreerd rond het station. De huidige fietsenstalling blijkt daarvoor te klein. Er werd dus een nieuw plan ontworpen, voor een iets groter exemplaar, ook weer in de morsige schaduw van de veevoederfabriek die weer omgeven wordt door enkele brakke en vervallen stationsgebouwtjes en wat vaag met wc-papier vervuild struikgewas. Dit plan is verworpen. In Barneveld blijkt namelijk ook een welstandscommissie te huizen, die in een heldhaftige daad te hoop is gelopen tegen dit nieuwe bouwseltje.

    De reden: het ontwerp van de fietsenstalling was te lelijk! Het wordt misschien toch nog wel wat met dat Barneveld……

    Advertorial

    “Advertorial”

    Prostaatklachten? Prostamax helpt!
    Wanneer ik een stukje publiceer kan ik verkiezen een extra stukje code in te voegen, wat er voor zorgt dat er een aan de inhoud van het artikel gelieerde advertentie geplaatst wordt. Dat wordt allemaal heel mooi en fijntjes door de firma Google, die mijn site aldus een beetje sponsort, geregeld. Een programmaatje scant de inhoud van de tekst, en denkt vervolgens van ‘Hé, daar heb ik wel een leuke advertentie bij!’
    Nu vind ik het dan toch wel wat zorgwekkend, dat vervolgens geregeld een advertentie opduikt, die suggereert dat de argeloze bezoeker van dit weblog mogelijk stevige prostaatklachten heeft. Klik je op de advertentie, dan worden wij mannen ( ik meen dat vrouwen geen prostaat hebben ) vriendelijk doch dringend uitgenodigd eens een potje Prostamax naar binnen te werken, oraal wel te verstaan.
    De man op de foto ( ik ben het dus niet ) toont met een brede grijns aan dat een dergelijke handelwijze overtuigend resultaat biedt.
    Zijn mijn stukjes nu echt dermate treurniswekkend, dat je daar als lezer spontaan prostaatklachten van krijgt? Misschien heeft dit hele weblog wel een bepaalde tobberige uitstraling, etaleert het allerlei onbestemde onderbuikgevoelens, misschien zitten er wel veel prostaatlijders onder de bezoekers. Een taalanalyticus haalt misschien direkt de schreeuwende doch voor mij verborgen boodschap “IK HEB PROSTAATKLACHTEN!” uit mijn epistels.
    Op mijn werk zal ik er dan ook naar streven om in de personeelskamer diverse hoekjes in te richten, waar men over prostaatklachten (al dan niet liggend, als het zitten wat pijnlijk is ), overgangsperikelen, winderigheid of over sterk riekende adem kan debatteren. Dat is weer eens wat anders dan discussies over het Nieuwe Leren, en oneindig veel interessanter. Bovendien schept zoiets een een innige band en gevoel van verbondenheid tussen de diverse lijders.
    Weer een nieuw taboe doorbroken. Misschien iets voor een studiedag?

    Ontspannen maar weer….

    Om even weer wat stoom af te blazen na mijn vorige verhitte stukje, is het nu weer tijd voor ontspanning en interessante, vooral leerzame proefjes ( ik blijf tenslotte een leraar ).
    Wat betreft de ontspanning is het volgende filmpje de moeite waard. Let vooral op de auto en natuurlijk geluid aanzetten.
    En wat betreft het interessante en leerzame: ik heb in dit weblog als eens eerder aandacht besteed aan optisch bedrog. Als je op onderstaand plaatje klikt, zie je een draaiend blauw vlak, bestaande blauwe kruizen, drie gele en een knipperende groene stip. Concentreer je op de groene stip, en je zult merken, dat de gele stippen lijken te verdwijnen. Nog veel meer van dit soort aardige proefjes vind je op de site van Michael Bach

    Verlanglijstje voor Sinterklaas

    strong>

    Sinterklaas-verlanglijstje 1960

    • Een elektrische trein
    • Een mooi boek van Arendsoog
    • Inspecteur Arglistig en de verdwenen radiowagen
    • Een voetbal
    • Meccano
    • Lego
    • Schuco opwind-autootjes
    • Een vlaggetje voor aan m’n fietsstuur
    • Een bouwplaat van de SS Rotterdam
    • Een tafelvoetbalspel
    • Een goochel-doos

    Sinterklaas-verlanglijstje 2006

    • Nintendo Wii
    • Playstation 3
    • Microsoft Zune
    • PSP Pink
    • Ipod Nano
    • Sims 2 Huisdieren
    • Nintendo DS Lite met Animal Crossing Wild World
    • LG KG-900 Chocolate ( is géén chocoladeletter! )
    • Bling Bling setje voor bovenstaand cadeau
    • Een maandkaart voor World of Warcraft
    • Een Google-doos

    XQ = IQ x EQ

    Waar overal in weldenkend Nederland ( ja, zelfs in de Haagse politiek! ) het Nieuwe Leren bij het oud vuil wordt gezet, heeft men in agrarisch onderwijs nu dan toch het licht gezien, en opnieuw het wiel, het vuur èn een aansteker uitgevonden in de vorm van de invoering van het Nieuwe Leren, een toverwoord om het toch wat stoffige en suffige imago van dit onderwijstype enigszins op te krikken. Aan de top van het dit wat kwijnende onderwijs, daar waar de lakens uitgedeeld worden, is het een klein wereldje, waar iedereen elkaar kent en men allerlei mooie projekten ontwikkelt ( “liefst iets met computers, want die zeggen ‘blieb!’ en dat vinden de jongelui leuk”) . We hebben het Groene Kennisnet ( een uitermate swingend portal ), de Virtuele Longe, het Groene Lab I en het Groene Lab II, een wereldenconcept, en projekten met geheimzinnige codenamen als Grassroots en Red Spider. Wie op de site van de AOC-raad kijkt, valt van de ene verbazing in de andere over zoveel nieuwerwetsigheden. Op bijeenkomsten die niet voor het gewone onderwijsgrauw maar voor bestuurders en management worden belegd, zie je telkens weer dezelfde gezichten die blijmoedig een nieuw plan van aanpak presenteren. Op tijdens deze bijeenkomsten gemaakte foto’s zie je de bestuurders bijvoorbeeld in polonaise door de zaal dansen, zó blij is men met wéér een nieuwe visie. Er is zó veel visie en missie, dat men de vaste grond reeds verlaten heeft en daar nu in een roze wolk boven zweeft, begeleid en gecoacht door een beperkt groepje dure adviesbureau’s, waar je – hoe wonderlijk – weer dezelfde gezichten uit de agrarische top tegenkomt. Je moet tenslotte wel een beetje voor je oude dag zorgen. Men laat zich spiritueel opstuwen tot orgasmische hoogten van onderwijsgenot. “Mensen en organisaties krijgen de kiemkracht om de beweging op persoonlijke wijze in gang te zetten en met voldoening af te ronden. In een vruchtbare omgeving worden antwoorden op vragen verkend, uitgewerkt en omgezet in concrete acties”. Wat moet het toch heerlijk zijn om bestuurder in agrarisch onderwijsland te zijn: “Dan ontstaat er opwinding, onrust en het verlangen om in beweging te komen. Wij willen u inspireren bij het voorbereiden en zetten van deze stap”. “Bij het onderwijsvernieuwingsproces hebben we anderen en andersdenkenden nodig. Zij ervaren de beperking van patronen die u zelf als onvermijdelijk beschouwt. Zij zien nieuwe kansen vaak helderder dan uzelf. Wij dragen bij aan innovatie. Daarbij hechten we aan het stimuleren van samenwerking, het ontwikkelen van netwerken en het tot stand brengen van reflectie en evaluatie.” Wel even dokken natuurlijk. Tot mijn schrik las ik dat onze lokatie ook een presentatie te wachten staat, waarin de deelnemers onder begeleiding ( ‘leiding’ is een vies woord ) van een communicatie-coach aan de slag moeten met twee puzzelstukjes, waardoor we creatief gaan denken en zo relaties tussen dingen zien. Ben nu al bang dat ik het verband niet zal snappen. Had graag liever iets met één puzzelstukje gehad, dat kan ik als simpele coach en tutor nog nèt bevatten. Potverpillepap! Dat ik ’s avonds nog naar huis ga is werkelijk een raadsel. Dat nieuwe leren, nou, dat gaat het helemaal maken hoor. En nog even waar het allemaal om draait ( uit de managersbijbel: “De acht principes van effectief ondernemerschap“): “Enige echte instrument: XQ = IQ x EQ Ondernemend denken = intellectueel denkvermogen x emotionele intelligentie” . Vat je ‘m? …… O….. U wel?….. Hm.

    Fijn, een hond!

    Vanochtend heb ik mij maar eens aan mijn herstellende ziekbed ontworsteld om een kijkje te nemen bij mijn werkgever, een school voor agrarisch onderwijs ergens in Nederland. Dat was zwaar maar gezellig, de koffie was lekker, maar na een half uurtje was ik toch wel weer aan de nodige ontspanning en rust toe. Welgemoed verliet ik het pand om weer op de fiets te stappen. Bij het voorzichtig optillen van mijn been ( vanwege mijn zware verwondingen ) bleef ik echter aan een grote hoop bladeren plakken, en ja hoor, tussen en naast het diepe profiel van mijn bergwandelschoenen bevond zich nu een reusachtige bruingele hondendrol. Nu heb ik ook van die pedalen met geribbelde profieltjes, dus dat werd een fijne tocht naar huis. Mijn voet kon ik natuurlijk niet afvegen, want in het naastgelegen lokaal keek een klas met interesse naar de vorderingen van de herstellende patient, dus met het uiterste puntje van mijn hak voorzichtig weggepeddeld, op zoek naar plassen regenwater en gras.
    Zo moest ik eens een bijeenkomst bezoeken in een uitermate chique gelegenheid ergens in Zeist, met hoogpolig wit tapijt. Ik kwam al te laat binnen in het zaaltje, iedereen keek mij aan, dus snel een plekje gezocht. Na enkele minuten drong een verpestende stank in mijn neus door, en toen ik voorzichtig omlaag keek werden mijn bange vermoedens bevestigd. Grote sporen op het tapijt, dikke klonten onder mijn schoen, en iedereen maar aandachtig naar de spreker luisteren. Kon natuurlijk niet weer opstaan en met veel gestommel en sporen trekkend de zaal verlaten. Was een erg fijne bijeenkomst!

    Mijn schoenen staan nu buiten uit te dampen, en mijn liefde voor onze trouwe viervoeters is er niet groter op geworden, tot verdriet van de rest van mijn gezin.
    Groot was dan ook mijn blijdschap, toen ik las dat ’s werelds lelijkste hond op veertienjarige leeftijd is overleden. Weer één minder. Het vrijwel volledig haarloze, nog slechts van drie tanden voorziene beestje was in de VS al drie keer tot lelijkste hond ter wereld gekroond, hoewel er op mijn school ongetwijfeld een hoop leerlingen zijn die het een schatje zullen vinden en er fijn mee zouden willen kuffelen. Hondenkoekje tussen de lippen, en hap, smullie smullie met die drie tanden! ( Je wilt trouwens niet weten hoe de bek van zo’n beestje wel moet ruiken)
    Als ik het plaatje zo bekijk( waar ie nog meer tanden heeft ), had het diertje in de eerste de beste horrorfilm hoge ogen kunnen gooien. Voor wie aan het plaatje niet genoeg heeft, is hier nog een filmpje. en een ander nog wat groter plaatje.