
Ontkoppeld

Niet lekker geslapen, zo’n eerste nachtje thuis. Ergens mis je dat kleine wereldje van de afdeling in het ziekenhuis waar je een aantal nachten hebt doorgebracht, veilig verbonden met een aantal draden en machines, als een soort navelstreng. Elke beweging wordt geregistreerd, elk kuchje geeft een uitslag op de meters.Echt donker is het niet, je hoort af en toe de stem van iemand die over jou waakt, een moeder aan je kinderbedje, in dit geval echter broeder Gijs.
’s Ochtends de voltallige medische top van Nederland aan je bed, onder leiding van de professor. Of er nog een extra filmpje van mijn linker long gemaakt kan worden, want die lijkt niet meer honderd procent te werken, misschien zelfs helemaal niet meer. Zenuwtje geraakt waarschijnlijk. Had zelf nog niets van gemerkt, maar inderdaad, weer terug in de vertrouwde operatiekamer waar het zweet me weer uitbrak, kon je op de videoclip goed zien dat de ene long het minder goed deed. Instemmend gemompel van achter de loodhoudende schermen; ik was weer eens een uniek geval in de medische wetenschap. Met de verzekering dat alles goed zou komen werd ik dan losgekoppeld en moest ik het op eigen benen doen.
De eerste nacht voorzichtig heen en weer gedraaid, elk steekje was het begin van het einde, niet op de linkerzij durven liggen, want wie weet wordt je hart dan geplet. Maar goed, ik adem nog, alles klopt, ik leef weer.
Katheterablatie of zoiets
Dit weblog is een tijdje stil geweest. Uw aller auteur is ruw aan het dagelijks leven ontrokken en bevindt zich nu op dit late uur in het UMC in Utrecht, alwaar men een katheter-ablatie aan de buitenste longvenen heeft uitgevoerd. Dat heeft niets met lang nadruppelen te maken, maar alles met mijn hart, wat al enige jaren zó was aangedaan, dat het geregeld op hol sloeg.
Ben dus nu voor een grote beurt afgereisd naar het Uithof-complex, waar een aardige Duits-accent sprekende dokter mij met een team van deskundigen gedurende acht uur heeft doorgebrand, iets waar normaal vier uur voor staat. Maar ja, je bent man, begin vijftig, dus hypochonder en kleinzerig, en als het dan ernstig kan dan moet het ook ernstig.
Eergisteravond heeft broeder Gijs mij een mooie hartvormige bikini-lijn geschoren, de zuster heeft mij uitgelegd hoe de fles werkt en mij als een soort speenvarken met allerlei zuignappen waaraan enge draden hingen aan een kastje gekoppeld, wat ik als een loden last met mij mee tors. In de ochtend mocht ik het genoegen smaken van een lange rubberen buis van ruim een centimeter doorsnee die in mijn slokdarm ( aan de bovenkant dus ) werd geduwd, ik weet dus nu hoe een Paté de Fois Gras-gans zich dagelijks moet voelen. “Kan even een naar gevoel zijn, meneer”, waarbij je toch geen antwoord kunt verwachten van iemand die op zijn zijde ligt met een bijtring in de mond waardoorheen de bewuste buis is geschoven. Doe mij maar wokkels.
Maar goed, na een doorwaakte nacht werd stoere Perry naar de operatiekamer gereden, opgewekt grapjes makend naar alle passanten. Niet dus.
Nu mag ik dan voorzichtig weer op de been, straks een lekker slaappilletje om buurmans gesnurk te doorstaan en dan morgen naar huis, het allervriendelijkste personeel achterlatend. Bedankt voor de goede zorgen, ik kan het iedereen aanraden !
Naast mijn kamer bevindt zich de “Inter ( past maar ) net in de kast”, van waaruit ik dit stukje met van pijn vertrokken gelaat en klauwend naar mijn hart schrijf. Zo, nu is iedereen weer op de hoogte.
Was dit alles nu de moeite waard? Wel dat weten we over een aantal maanden. Op zich had ik tot mijn honderdste stukjes voor dit weblog kunnen schrijven, zeker als je voor deze kwaal nogal eens een dagje thuiszit. Toch schrijf ik dan maar liever wat minder stukjes, maar dan wel met een lichaam als een jonge god, hoewel ik nu weer een beetje doorsla. Als ik zo hier om mij heen kijk, heb ik het niet slecht getroffen, iets waarvoor we dankbaar mogen zijn. Straks maar wel wat meer sporten en minder wokkels.
Reacties zijn welkom!
Barneveld, of all places.

Ik eerst en schijt aan de rest
Een meerderheid van de Nederlandse bevolking vindt dat je tegenwoordig niet meer kan zeggen wat je wil. Zo’n 68% geeft aan dat ze meent dat de vrijheid van meningsuiting is ingeperkt. Ruim de helft van de bevolking wijt dit aan de moord op Theo van Gogh. Zo’n 50% van de Nederlanders denkt dat men zich over het algemeen nog wel vrij voelt om een mening te geven, maar dan vooral in de eigen huiskamer; 69% meent dat Nederlanders zich thuis helemaal vrij voelen. Op straat (50%) en in de politiek (44%) is dat veel minder. Christenhond en geitenneuker Een meerderheid van 59% vindt dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting, omdat ‘als alles maar gezegd mag worden’, je daarmee sommige groepen in de samenleving kan stigmatiseren. Veel ondervraagden vinden ook dat je bepaalde dingen helemaal niet kan zeggen, omdat ze te kwetsend zijn. Een moslim uitmaken voor geitenneuker vindt 66% te beledigend. De islam een achterlijke godsdienst noemen, vindt 74% te ver gaan; christenhond tegen een kerkelijk iemand zeggen, vindt 80% onoorbaar en homofilie een besmettelijke ziekte noemen gaat zelfs 90% te ver. Wél acceptabel vinden velen, is zeggen dat Nederland vol is (64%) en oproepen tot de invoering van de doodstraf (54%). Ook vindt een forse meerderheid van de Nederlanders, 88%, dat andere mensen kritiek mogen uiten op hun opvattingen, gedrag of leefwijze. De percentages komen uit een onderzoek onder bijna 1.300 mensen
Eindelijk heeft men dus in de gaten dat je er niet meer alles uit kunt flappen om je ding te kunnen doen, om te kunnen scoren of om je respect op te eisen. Wat een verademing zal het zijn. Het einde van de “ik eerst en schijt aan de rest”-cultuur, die voortaan beperkt zal blijven tot de huiskamer, waar men dan ongeneerd met elkaar op de vuist kan gaan, tegen de muur aan kan pissen, elkaar kan beledigen, afrossen of afzeiken. We hebben er dertig jaar over gedaan om tot dit niveau af te zakken. Hopelijk duurt de weg terug naar een meer beschaafd niveau minder lang.
Dankdag
Grauwe wolken jagen langs de bomen die nu snel hun bladeren verliezen. Een gure regen slaat in het gezicht. Aan de horizon torent alles overheersend het dreigende blok van een veevoederfabriek.
Het halve dorp zit dicht, de straten bevolkt door in het zwart of sombere kledij gehulde, kinderrijke families, hoed op. De diverse kerken roepen. Het is Dankdag voor het Gewas en de Arbeid in Barneveld.
Er wordt niet gelachen, er wordt niet gesproken, men loopt in rotten van vijf, zes en meer, de vader – met zwarte paraplu – voorop.
Voor het tot aan de rand gevulde parkeerterrein wachten vol geladen auto’s met draaiende motor, soms een ruim een half uur voor aanvang van de dienst. Men rookt daarbinnen. Men weet zich verzekerd van een plek in het hiernamaals, meer waarschijnlijk de hel, die straks met bakken zal worden uitgestort. Na afloop van de dienst zijn daar de aardappelen met jus, en enkele uren rust en overpeinzing. Daarna de tweede dienst.
Het is Dankdag in Barneveld en het wil maar niet echt licht worden..
Theo van Gogh, wie kent hem niet?
Wie een beetje correct wil zijn of lijken rouwt natuurlijk mee om onze tot nationaal symbool van de saamhorigheid verheven Theo van Gogh.
Als je er bij wilt horen praat je erover, lees je erover en schrijf je er dus ook over. Hoe goed hij was, hoe gedurfd, hoe dapper, hoe edel, hoe meelevend, welluidend, menslievend; superlatieven te over.
Van Gogh wordt vermoord, de hoofdcommissaris himself reist spoorslags af naar de plaats delict, de burgemeester in het kielzog.
Dit is dé gevreesde aanslag van de Islam, 11 september valt in het niet, het koninkrijk is in gevaar. Het land en de gehele Islamitische wereld houden de adem in.
Vergeten zijn de beledigingen, het gescheld, het schoppen tegen(in correct cultureel meelevend Nederland inmiddels tot norm verheven), het afgeven op.
Onze Theo, wie kent hem niet? Wie twijfelt is een paria, een rechtse bal, een linkse lul. Ik dus blijkbaar
