Dat moet niet kunnen

Ouderavond voor één van mijn dochters, die sinds september Middelbaar Hotelonderwijs volgt op een enorme ROC in Amersfoort. Wij worden om zeven uur verwacht, en opgewacht door keurig in mantelpak of pak gestoken jongeren, waarvan een enkele nog snel even wat kauwgum weg slikt. Ordnung muss sein.

Plaats van handeling: een voormalig klooster, waar ergens in het doolhof van frisgeverfde kamers en gangen nog enkele stokoude nonnen en monniken schijnen te vertoeven. Het ware geloof is lastig te vinden tegenwoordig. Tussen pilaren en voormalige altaren worden wij blij toegesproken door een eerst onbekend persoon, die later meedeelt de directeur van het gebeuren te zijn. De lof van het moderne onderwijs wordt bezongen. Vooruit, moet nog kunnen.

Dan mogen wij met enkele collega’s mee naar een lokaal, voor nadere uitleg en vragen. Beiden keurig in pak, hoewel vraagtekens kunnen worden gezet bij de strik van de stropdassen. Er wordt wat zenuwachtig op spiekbriefjes gekeken voor het programma, want beiden zijn invallers voor de mentoren, die ziek of afwezig zijn, of die misschien in overspannen toestand het pand hebben verlaten.

In de ruimte ook een enkele leerling, wijdbeens onderuitgezakt in vrijetijds plunje, maar wèl op de voorste rij, dat zie je niet vaak. De docenten draaien het bekende verhaal af van zelfverantwoordelijk leren, competenties, studiebegeleiding, coaches enzovoort. We mogen vragen stellen.

“Mijn dochter verveelt zich zo, krijgt zij geen uitdaging?” klinkt het. Ik ben het niet, maar ik denk hetzelfde. 
“Ze zouden Engelstalig onderwijs krijgen, maar de docent is ziek en nu krijgen ze pas eind februari Engels als ze terugkomen van stage, blijft het niveau dan wel gewaarborgd?” Ik ben het niet, maar denk het zelfde.
“Mijn kind moest laatst voor één uur les drie uur reizen, is dat normaal?” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Op de schoolrekening die wij laatst kregen, stonden ineens twee laptops opgevoerd, klopt dat wel?” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Er wordt helemaal geen theorie meer gegeven, is er niet wat veel praktijk? ” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Ik begrijp dat ze nog al ruim in de gelegenheid worden gesteld om te MSN-nen, komt dat door de lesuitval?” Dat ben ik, en anderen denken hetzelfde. 

Zo gaat het nog even door, de sfeer in de ruimte wordt een beetje obstinaat en een van de twee coaches raakt geprikkeld. Het antwoord is steevast: “Dat moet niet kunnen”. Er kan blijkbaar niet veel meer in het huidige onderwijs. Hoe herkenbaar. Er zijn gelukkig dus meer ouders die zich zorgen maken.
“Wij gaan dit terugkoppelen”, stamelen de twee collega’s. Dan worden de beide zwetende onderwijsaanbieders gered door een leerling achterin, die een goed gevoel voor timing heeft: “Nou, ik vind het een hele leuke opleiding hoor!”. Dat breekt gelukkig de steeds onbehaaglijker wordende opstand der ontevreden ouders.

Een keurig meisje uit het tweede jaar verzorgt na afloop nog een rondleiding door de school, waar her en der nog leerlingen ijverig aan het werk zijn, de een nog gedienstiger dan de ander. Het meisje heeft er blijkbaar de wind onder. Er wordt dus toch wel wat geleerd, alle vernieuwingen ten spijt. Dat moet kunnen.

Tips voor leerkrachten: de Mac Burger

Op mijn bureau lag vanmiddag tussen een enorme berg nog af te handelen werk een nieuw stukje leesvoer. Het betrof hier een aantal blaadjes met tips over hoe om te gaan met autistische leerlingen. Op het eerste blad viel direct een onderstreepte regel in het oog: de docent moet zich aan de leerling aanpassen. Nu krijg ik de indruk dat ik mij al dertig jaar lang aan de leerling aanpas, en dat van enige aanpassing andersom steeds minder sprake is, maar blijkbaar kan er nog een schepje bovenop. Waar een leerling vroeger kon kiezen uit een keur van onderwijstypes, afgestemd op en ingericht voor diens capaciteiten, worden nu alle leerlingen al weer geruime tijd in enkele grote pedagogisch verantwoorde en didactisch onderbouwde gehaktmolens gegooid, waar na enige jaren moeizaam draaien een grauwe doorsnee McDonalds-weghapmassa uit komt. De Mac Burger, klaar voor de consumptiemaatschappij, is geboren. De docent is degene die aan de zwengel mag slingeren, onder toeziend oog van schoolbesturen die het liefst een zo groot mogelijke productie zien.

Het is natuurlijk heel lief dat deskundigen op het gebied van bijvoorbeeld autisme met ons meedenken, maar de adviezen die zij ons opleggen zijn met de beste wil van de wereld niet in de dagelijkse schoolpraktijk te verwezenlijken; de steeds doormalende gehaktmolen laat daar gewoon geen ruimte toe. Het aangeboden vlees is tè divers van smaak en kwaliteit om daar nog met de beschikbare bescheiden middelen nog een stukje haute cuisine van te maken.

Zo heb ik hier in een reguliere MBO-klas leerlingen die dus lijden aan dyslexie, dyscalculie, zelfmutilatie, borderline, autisme, Gilles de la Tourette, epilepsie, ADHD , suïcidale neigingen, ongecontroleerde woedeaanvallen en tussen al deze te beklagen wezens zitten dan ook nog enkele leerlingen waarvan je er vroeger standaard een klas vol had, de ‘normale’ leerling zeg maar, die tegenwoordig langzamerhand een abnormaal verschijnsel dreigt te  worden. Tussen alle uitingen van genoemde ziektebeelden door wordt de docent geacht ook nog iets van lesstof aan de leerlingen bij te brengen.

Ik citeer even wat stukjes : “De schoolse vaardigheden komen op de tweede plaats —-beperk groepsactiviteiten en samenwerking ( Daar kan ik me trouwens wel in vinden )—maak in het klaslokaal een ruimte voor werken en een ruimte voor spelen ( ….. ) —ondersteun de stappen van een opdracht met zelfinstructiekaartjes —leer wachten op bijvoorbeeld een wachtkruk aan — zo min mogelijk overdrachtelijk taalgebruik en ook geen uitdrukkingen of spreekwoorden — houd toezicht tijdens de pauzes — luisteren en tegelijk aantekeningen maken is te complex — geef de leerling een prikkelarme werkplaats, eventueel een tafel met zijschotten en koptelefoon”

Ik zie mijn geest al dwalen: een lokaal vol tafels met zijschotten en koptelefoons, hier en daar een speelplaats en een wachtkruk waarop een leerling met zelfinstructiekaartjes in de weer is. En, hééél sporadisch, een enkele leerling die nog gewoon z’n werk probeert te doen, namelijk iets leren. En voor die klas een docent die zijn dolgeworden kop tegen de muur staat te bonzen…..

Hoe failliet kan het huidige onderwijs verder nog raken….. ik wil graag probleemkinderen helpen, hen begeleiden naar een diploma, want elk probleemkind is op zijn manier een stukje haute-cuisine en een Michelin-ster waard. Ik wil er voor zorgen dat ze hun plekje in de maatschappij kunnen vinden.  Ik weet alleen niet meer hoe.

Crisis

Wie de vijfenvijftig is gepasseerd zal merken dat lichaam: het dijt verder uit, en geest: niet meer zo flexibel,  ook een tikje verder aftakelen. Als vijfenvijftig-plusser hecht ik aan oude waarden, en de geringste veranderng daarin kan je in een crisis storten.
Nu heb ik geen geld bij Icessave uitstaan en al lang geen aandelen meer op de beurs, dus van de financiële crisis heb ik niet veel last – “Ga direct langs Bos en ontvang elf miljard euro”. zo was de inhoud van een ingezonden brief in de krant gisteren, onder de kop “Monopoly”. 
Wel verkeerde ik al enige tijd in een lichte geloofscrisis ( als je ouder wordt zoek je bij steeds meer zaken steun ), dus werd het vanochtend tijd om weer eens een religieuze lafenis tot mij te nemen in de vorm van een bezoek aan de plaatselijke kerk, waarvan er hier in dorpje B. op de Veluwe een ruime keus voorradig is.
Zo zocht ik dus welgemoed mijn vaste plekje weer op. Wie schetste mijn verbijstering toen de dominee en de ouderlingen ineens door een andere deur dan voor mij gebruikelijk naar binnen kwamen wandelen. Tot overmaat van modernisme had de voorganger ook nog eens een lichtgekleurd pak met opvallende stropdas aan, waar dat vroeger ( vorige maand ), altijd stemmig donker was. Er maakte zich nog nèt geen totale ontreddering van mij meester, maar we leven blijkbaar in een wereld waar de zekerheden als zand door onze vingers heen wegglippen, en waar je van de ene in de andere crisis wordt gestort.
Gelukkig konden we gisteren ook in de krant lezen dat het onderwijsveld in Nederland steeds meer terugkeert naar oude normen en waarden, want ook daar heeft de crisis toegeslagen. De kennisgrafiek vertoont een enorme neergaande curve: er verschijnt binnenkort weer een rekenboek waarin we ouderwets gaan hameren met staartdelingen, eindeloos herhalen tot de leerstof erin geramd zit. In tijden van ( reken ) crisis zoekt men steun en houvast bij wat zeker en beproefd is. Een kennis van mij leerde vroeger alle Duitse voorzetselrijtjes uit haar hoofd. Zij kan ze nog als één lange zin opdreunen, zó bang was zij voor die leraar, maar zodra ze ze afzonderlijk zou moeten lezen en verklaren, zou ze geen idee hebben. Dat laatste pleit natuurlijk niet voor de ouderwetse manier van leren, maar niet alles hoeft gelukkig te worden verklaard en begrepen vanuit een groter geheel.
Gewoon weer eens ouderwets reken- en spellingsoefeningen dus, en topografische rijtjes leren. Mit, nach, nebst, samt, bei, seit, von und so weiter. Ik weet het nog. Wat heerlijk om nog enige zekerheid in dit leven te hebben. Zeker als je puber bent, of docent van vijfenvijftig.

Kopje koffie, mevrouwtje?

Bij ons op school is elke maandag weekopening. Voor de docenten dan, hè, want leerlingen staan op die tijd nog in de file of op het perron te wachten op de trein naar Barneveld die weer eens niet rijdt.
Meestal houdt een collega een al dan niet stichtelijk referaat, waarna de directeur enige opbeurende woorden spreekt om de dodelijk vermoeide kompels moed in te spreken voor een nieuwe week van strijd. Vandaag ging het over de afgelopen open dag, met name over de bezoekersaantallen, en hierbij bewolkte het gelaat van onze herder enigszins.
Die aantallen werden om duistere reden niet gemeten volgens het principe van koppen tellen, zo bleek, maar het aantal uitgeschonken kopjes koffie blijkt al jaren maatgevend te zijn. Kopjes tellen dus. Nu had men geconstateerd dat er minder kopjes koffie zijn getapt, en als je weet dat het onmogelijk aan de kwaliteit van onderwijs kan liggen bij ons, dan moet dus wel de smaak van koffie aan verval onderhevig zijn. Bedrukte gezichten alom. Uit strategisch en concurrentie-oogpunt zal ik wat met de aantallen goochelen ( ik wou al zeggen ‘googelen’ ) : in plaats van gemiddeld 3000 kopjes koffie in voorgaande jaren waren er nu 2000 geserveerd.

Nu kan ik me voorstellen dat een beetje aspirant-leerling bij binnenkomst niet wanhopig naar de Senseo grijpt. Die wil liever wat sterkers, en hier op het platteland, toch een wat bedaagdere omgeving dan het wilde westen, zou je je kunnen indenken dat je de jongelui nog kunt verblijden met een beker schuimend versche koeienmelk of met een lekker glaasje ranja.  Jottem meester, wat een leuke school is dit!
In het westen is dat natuurlijk anders: daar verblijd je de toekomstige spruiten met een heerlijk lijntje cocaïne, door rietjes met schoolopdruk naar binnen te snuiven, of met een ferme dosis xtc of hasj uit eigen kweek. Of ze hun messen maar even in het bakje naast de voordeur willen leggen, na afloop niet vergeten mee te nemen. Maar ik draaf weer door.

Nee, geef mij dan maar het plattela’an. Geen security bij de deur, geen graffiti op de muur, nooit geen knokpartijen en ook nooit op tv.’Laat ik het afkloppen. Maar niet meer tellen aan de hand van de kopjes koffie dus. Voortaan gewoon wat kratjes pils bij de ingang. En na de rondleiding regelrecht de keet in. Levert flink wat meer bezoekers op.

Monument

Op de site van Beter Onderwijs Nederland stelt iemand voor een monument voor de leraar op te richten. Een soort Dokwerker, wordt genoemd, of iets in de stijl van “De verwoeste Stad“, van Zadkine, of “De Schreeuw” van Munch.  Veel associaties met kommer en kwel en onwrikbaar verzet dus.
Nou roept niets zo veel verhitte discussies op als het plaatsen van een monument, en als dat er dan ook nog eentje van “De leraar” moet zijn, zou ons land wel eens tot staat van burgeroorlog kunnen vervallen. Wat moet het voorstellen dan, wat moet het uitdrukken, hoe groot moet het zijn, waar moet het staan. Er zullen heel wat onderwijsvernieuwingen over heen gaan voordat een en ander zijn beslag heeft gevonden.
Ik stel voor daar een commissie uit Den Haag voor in te stellen, en dan gelijk wat onderwijsadviesbureaus in te schakelen. Het resultaat zal een tamelijk abstract, minimalistisch conterfeitsel zijn, waar iedereen letterlijk en figuurlijk tegenaan zal kunnen zeiken, geheel in overeenkomst met de werkelijkheid. Gemaakt van moderne, uitdagende materialen, een vernieuwend concept waarmee het onderwijs zichzelf ook in het buitenland op de kaart zet. En natuurlijk razend duur, want onderwijs, hè? Landschapskunst, misschien, een netelenbos bijvoorbeeld, in de vorm van de edele gelaatstrekken van de gelijknamige bewindsvrouwe, ergens op de nog aan te leggen tweede Maasvlakte, of langs de HSL, of langs de Betuwelijn, en liefst te zien vanuit de satelliet, want onze onderwijsvernieuwers hebben natuurlijk een ruimtelijke blik. Men droomt van toetreding tot het erfgoed van de VN, van het achtste wereldwonder. Een groot hoofd hoog boven in de wolken zou ook aardig zijn. Die gratis schoolboeken stellen we nog wel een jaartje uit. Ze lezen toch niet meer.
We zouden ook de leerling centraal kunnen stellen, als zingevingssymboliek van het lerarenbestaan: een mooi brons van een onderuitgezakt persoon, handen in de zakken, liefst op het achterste van een rij bankjes, dikke gevoerde jas aan, petje op het hoofd, en daar overheen weer capuchon. Op de tafel een soort rugzak ( dicht natuurlijk ), een mp3-speler en een mobieltje. Ook mooi, heel treffend wel.
Of we laten de leden van Beter Onderwijs een beeld ontwerpen. Ik stel me daarbij wat boertige, figuratieve kunst voor. Het mot wel wat lijken. En inderdaad, een wat nurksige uitstraling, dus die Dokwerker is zo gek nog niet. Of iets als “De Burgers van Calais“. Of lieden die zojuist klaar zijn met het sluiten van de Afsluitdijk en dan te horen krijgen dat er toch weer wat anders is bedacht. Of iemand in een dwangbuis. Of heel eenvoudig en toch intiem en iedereen heeft er wel iets mee: een pispaal.

Soow, een niew woordeboek!

Uhh... zijn dit er nou 2 of 3 ?? 

De respectabele uitgeverij Van Dale heeft een nieuw woordenboek Nederlands ( nou ja.. )  op de markt gebracht, speciaal bedoeld voor vmbo-leerlingen en “mbo-studenten” . Let op het verschil. Dit sluit beter aan bij hun kennis, aldus de uitgever. Zo zullen er geen (!) moeilijke woorden meer in staan, en wat er dan eventueel nog aan lettertjes en woordjes overblijft, is “in begrijpelijke taal” geschreven. Coma-zuipen= lekkah lulle met mekaar mettun biertje.

Ook komen er verhelderende tekeningen bij, voor “meer leescomfort”. Dat laatste woord zal er ongetwijfeld niet in staan, trouwens. Te moeilijk. Ook zal dit lezenswaardige werkje worden afgedrukt in extra groot lettertype.   

We krijgen dus te maken met een soort veredeld 6-bladig prentenboek, voor lammen, doven en slechtzienden  lijkt mij zo. Ik zou dan gelijk willen adviseren om een en ander van sabbelbaar en uitwasbaar plastic te maken, en zo’n piep-geluidje als de kleine er in knijpt doet het ook altijd leuk.

“Piep!”.

“Ah, Sjonnie leest weer een bladzijde uit zijn MBO-studentenwoordenboek”.

De volgende stap zal zijn om de woorden maar helemaal weg te halen; die zijn alleen maar hinderlijk aanwezig en belemmeren de ontwikkeling van de spruit. Alleen nog plaatjes. Niet te moeilijk. Misschien, om er voor te zorgen dat het taalniveau niet verder daalt en om zo tegemoet te komen aan de hoge eisen op bijvoorbeeld de PABO, zou hier en daar nog een enkel sms-woordje geplaatst kunnen worden. Wel met plaatje natuurlijk. Een lachebekje of zo. Happy slapping.

En zo is de cirkel dan weer mooi rond. We gaan weer terug naar de basis. We communiceren weer met kreten, grommen en af en toe een mep met de knuppel. En we ruilen onze spulletjes met kraaltjes en picari-schelpjes. Want tellen is ook al zo moeilijk. Komt goed.

De Overval

 

Plaats van handeling: een ruimte ergens in het midden des lands. Onder het lage lamplicht heeft zich een twintigtal lieden verzameld van allerlei slag, met maar één doel voor ogen: afwerping van het juk van de agressor. Er worden plannen gesmeed, men spreekt op ernstige toon, men heeft zowaar soms tijd voor een lach. Straks verdwijnt men  onder een luik in de vloer om nog wat Geuzenberichten of een Trouw te gaan stencilen. Elk moment echter kan dan het afgesproken signaal komen van hen, die op de uitkijk staan. Dan verandert de groep in een ernstig over de bijbel sprekend gezelschap, in afwachting van de overvalwagens die gierend de straat in rijden, het gestamp van metaal beslagen laarzen de nacht,  het dreunen van geweerkolven op de voordeur. Daar is dan toch de Hun!

Dit tafreel kwam mij voor de geest bij een in Houten door de BON ( Beter Onderwijs Nederland ) georganiseerd avondje. Oud-gedienden  onder mijn lezertjes, die nog een degelijke opleiding achter de kiezen hebben en dus weten wat de Tweede Wereldoorlog inhield en  -meer nog – wanneer die was, herinneren zich misschien de film “De Overval”, over een spectaculaire bevrijdingsactie die een verzetsgroep in de gevangenis van Leeuwarden uitvoerde. Tijdens de voorbereidingen vergaderde de groep in een kerk, en als gevaar dreigde, hield de organist op met spelen.

Wie verwachtte een stel verzuurde onderwijsfrikken aan te treffen had het ook mis. Men zat niet ongezellig aan een glaasje azijn, men at geen zure bommen, zult of uitjes en het aantal persoonlijke arbeidsconflicten waar een onderwijsminister zich toch niet tegenaan zal bemoeien was beperkt. Ook niet de bekende ruitjesjasjes met stukken op de ellebogen en krijtvlekken op de revers. Die Krijttijd ligt reeds ver achter ons, sinds wij allen  -al dan niet onder dwang van  uitgevers, managers en onderwijsadviesbureau’s- als dwarsige heidenen bij Dokkum bekeerd zijn tot het enige ware geloof in digiboard en competentie-leren.
Er zitten goede dingen in dat geloof, maar zaligmakend is het niet. Wat in Houten ook weer opviel, was de bevlogenheid waarmee al die onderwijsmensen, van universiteit tot basisonderwijs, over hun vak spraken. Liefde voor het vak en voor degenen die het volgen, dat blijft. Daar kan geen onderwijsvernieuwing tegenop.