Groet’n uut Barneveld (4)

Het blijft maar tobben met het Transferium. Zo af en toe krijgt Connexxion het voor elkaar om daar een soort trein te laten stoppen, en tevens lijkt er eentje voorgoed gestrand op een steenworp afstand, inmiddels ten prooi aan vandalisme en graffiti. De Wielerkaravaan die onlangs door het kleine dorpje B. op de Veluwe flitste zou daar eigenlijk een tussensprint moeten hebben gehad op het parkeerdek, ruimte genoeg. Had de 30.000 euro die de lokale wethouder daar zo ruimhartig voor heeft neergeteld, toch nog kunnen dienen ter promotie van dit vooral ’s nacht fraai verlichte bouwwerk.

Maar, wanhoopt niet, wethouder. Ik heb begrepen dat ook de lokale krant al een suggestie van mijn hand voor een bron van gemeentelijke inkomsten heeft geplaatst; hier is er nog eentje om de te verwachten verliezen voor het Transferium in mogelijk een klein winstje om te buigen. Doe er vooral uw voordeel mee. En ik heb nog veel meer ideeën.

Transferium nieuwe stijl

Groet’n uut Barneveld (3)

Na een nachtje slapen kom je soms tot verfrissende ideeën, net als blijkbaar de kunstenaar die het conterfeitsel van een andere kunstenaar met z’n spuitbus heeft bewerkt. Ik vind dat ons gemeentebestuur de zaak slim heeft aangepakt. Het kunstwerk biedt ongekende mogelijkheden om Barneveld of wie dat maar wil te promoten. Natuurlijk heb ik daar direkt dankbaar gebruik van gemaakt nadat ik door de gemeente, die blijkbaar krap bij kas zit, werd benaderd om wat reclame te maken voor mijn website. Vanwege mijn positieve bijdrage en opbouwende kritiek met betrekking tot dit … eh.. kunstwerk, kon dat tegen sterk gereduceerd tarief. Het lijkt mij dan ook dat ook met behulp van deze .. eh .. artistieke ontboezeming Barneveld weer behoorlijk op de kaart gezet kan worden.

Groet'n uut Barneveld, deel 3

Groet’n uut Barneveld (2)

Ik moet toch echt nog even een nieuwe ansicht aan u voorstellen uit de serie “Groet’n uut Barneveld”. Al enige dagen staan de kranten namelijk vol met ingezonden brieven die wel heel erg bol staan van de cultuurbarbarij. Iemand uit de grote stad, een soort kunstenaar, heeft namelijk de onuitsprekelijke eer gehad om voor de dankbare bevolking van het dorpje B. op de Veluwe voor 85.000 euro even wat platen oud ijzer tegen elkaar aan te knutselen en dat vervolgens te dumpen ergens in een overwoekerd veldje aan de rand van het dorp. Kunst natuurlijk, het gemeentebestuur was er maar wàt mee in zijn nopjes, na de treurige ervaringen die het had opgedaan met de uitgaven voor het Transferium, u weet wel, dat ’s nachts paars verlichte superbordeel waar totaal geen klanten lijken te komen en waar nooit een trein stopt. Juist zo’n mooi kunstwerk nu, genaamd “De Trein”, zou dit bordeel tot een drukbezocht oord van genot moeten promoveren.

Ik citeer even de verantwoordelijke wethouder ( gaat u wel eerst even stevig in uw stoel zitten ) : ,,De Trein heeft wel degelijk een sterke relatie met het transferium bij station Barneveld-Noord. Symbolisch draagt het werk bij aan de bevordering van het gebruik van het openbaar vervoer. Door het kunstwerk op deze plaats neer te zetten, valt het transferium meer op. Daarom heeft het gemeentebestuur destijds ja gezegd tegen dit kunstwerk.”

Kijk, dat verduidelijkt natuurlijk de hele zaak, of ligt u inmiddels aan de zuurstof en kunt u niet meer verder lezen? Het is toch elke keer weer lachen en gieren met zo’n guitige wethouder. Hij doet er nog een schepje bovenop: ,,Het kunstwerk daagt uit. Er komen nog enkele attributen bij, die kunnen bijdragen aan een snellere acceptatie.”

Wel, ik weet nog wel wat attributen: een openbaar urinoir, wat extra illegale vuilstort van de plaatselijke grootgrondverwerker hier, een dependance van het gemeentehuis, een hangplek, of de restanten van de wrakke treinstellen die de firma Connexxion af en toe naar het hilarische Transferium laat boemelen.Die mensen met al die zeurderige brieven over hoe lelijk het is, nou, die begrijpen gewoon helemaal niks van kunst en ook niet van de hersenkronkels van ons gemeentebestuur. Domme mensen hoor.

Wat mij betreft was deze kunstuiting nog veel groter geworden, zodat het Transferium geheel aan het zicht werd onttrokken. In elk geval heeft dit prachtige kunstwerk mij weer uitgedaagd tot een nieuwe ansicht in deze aanbevelenswaardige serie. O ja, www.bykerk.nl bestaat niet. Met dank aan fotograaf Hans Lukas Zuurman van de Barneveldse Krant. Mocht hij bezwaar hebben tegen het kunstzinnig gebruik van zijn foto dan hoor ik het graag.

Groet'n uut Barneveld 2

Groet’n uut Barneveld (1)

Ja nou, de zomer komt er weer aan en dat zal ongetwijfeld drommen toeristen trekken naar mijn woonplaats, het kleine dorpje B. op de Veluwe. Wij hebben dan ook wel even enkele attracties waar je “u” tegen zegt, waarbij een expositie van boeken van W.G. van der Hulst in het plaatselijke prehistorische museum dit jaar toch wel het hoogtepunt zal zijn. Hoewel, ook een tentoonstelling in het pluimveemuseum ( ! ) alhier van beschilderde dekschalen of zoiets waarop oude kippenrassen te zien zijn kan mogelijk voor een verkeersinfarct in het midden van het land zorgen. Al die gezellie dagjesmensen zullen zich vervolgens en masse in de straten van ons pittoreske dorpje begeven en daar de nodige ansichten ter herinnering aanschaffen.

Nu bestaan ansichten die in dergelijke dorpjes verkocht worden meestal uit een nietszeggend bosgezicht met hier en daar een hertje of een verdwaasd zwijn, waarop dan de naam van het dorp waar de kaart verkocht gaat worden is afgedrukt. Is allemaal zo meer van hetzelfde en onpersoonlijk.

Daar moet verandering in komen. Ik heb dan ook besloten een serie leuke en informatieve ansichten over ons dorpje te ontwerpen die iedereen hier vrijelijk vandaan mag plukken om naar de geliefden thuis of overzee te sturen. Nu moet ik met het ontwerpen van ansichten wel wat voorzichtig zijn, want ooit, toen hier nog een bloeddorstige poema op de Veluwe ronddoolde, blijk ik mij in mijn creativiteit vergrepen te hebben aan een reeds bestaande ansichtkaart van een uitgever in Friesland. Ik had daar de op het plaatje aanwezige dieren allemaal op gruwelijke wijze van hun koppen ontdaan en dat vervolgens op dit weblog gepubliceerd. Die gemanipuleerde afbeelding haalde ook enkele regionale dagbladen en dat konden ze daar in Friesland niet waarderen.

Maar goed, nu dus echt origineel eigen werk, en ik dacht dus maar te beginnen met een afbeelding van hen aan wie wij hier in B. zoveel te danken hebben, namelijk ons geacht College van B&W. De komende weken zal ik mij door de lokale dreven begeven om nog meer leuke en inspirerende kiekjes te schieten, zodat de argeloze toerist deze zomer eindelijk eens een wat ruimere keus heeft!

Groet'n uut Barneveld 1

RECTIFICATIE Helaas is er bij het ontwikkelen en plaatsen van deze eerste ansicht toch weer iets misgegaan. Dit is natuurlijk NIET ons geliefd College van B&W. Aan een oplossing en een schikkingsvoorstel wordt gewerkt.

De operatie

Wauwel leeft weer enigszins. Letterlijk, want een aantal weken geleden sloeg ik mij bij het gezellie hameren en beitelen enorm op mijn duim, wat een opmerkelijke bloedfontein tot gevolg had. Maar, stoere huisklusser als ik ben, enige omwikkelde lakens doen wonderen, alleen het typen ging en gaat wat minder.
Nu loop ik ook nog bij de bedrijfsarts, die mij verblijdde met de medeling dat ik begin juli op wonderbaarlijke wijze genezen zal zijn van mijn werkstress en burn-out, maar die mij ook vertelde dat het – na het beschouwen van mijn opgezwollen duim – wel verstandig zou zijn om even een röntgenfoto van dit lichaamsdeel te laten maken.
Naar het ziekenhuis dus. Dat gaf daar wat problemen, ik was uit eigener beweging naar spoedeisende hulp gegaan en dat leidde tot hevig overleg. Ik mocht in een wachtkamer gaan zitten waar allerlei personen in meer of mindere staat van ontbinding in en uit strompelden. Ik kreeg na een uur een kaartje in mijn hand geduwd, waarop was aangekruist dat ik “urgent’ was. Na nòg een uur mocht ik in een soort badkamertje gaan zitten ( er was geen andere plek ). Daar bevond zich ergens in een hoek een afvoerputje dat steeds harder ging borrelen en de ruimte met een ondraaglijke stank vervulde.
Personeel – van heinde en verre aangetrokken door de lucht – wierp af en toe verschrikte blik naar binnen. “Uw duim rot al behoorlijk”. Uiteindelijk vroeg ik maar op de gang te mogen blijven staan om niet al te zeer op te vallen.
Aan het eind van de middag was dan een foto gemaakt die toonde dat zich een stuk ijzer in mijn duim bevond en dat moest er uit. Zou gelijk kunnen. Maar op het moment suprème aarzelde de specialist toch, bang als hij was om mijn kunstenaarsduim, vanwege mijn bloedverdunners, tot de grootte van een ballon te doen opzwellen. Of ik woensdag maar terug wilde komen.

Wel, daar zat ik dan die woensdag met een inmiddels gevoelloze duimtop ( was zenuw doorgesneden ) te wachten op de operatie, die toch niet doorging omdat ze geen operatiekamer met röntgen-doorlichting hadden. Zou ik vrijdagmorgen om half tien dan kunnen komen, om tien uur geholpen, zou kwartiertje duren. Vooruit dan maar.

Vrijdagmorgen, half tien: ik meldde mij bij de opname. Een dame begeleidde mij vervolgens naar een ziekenzaal waar ik een eigen bed bleek te hebben en waar ik mij mocht uitkleden en in een operatiehemd mocht hullen. Voor een splinter in de duim dus. Ik kreeg ook vast twee pillen toegediend en moest enorme formulieren invullen. “Gaat u nu maar even op het bed ligggen, hier is het knopje voor de radio, dat is voor de telefoon”. Ik overwoog nog om een televisie te huren, maar ja, een kwartier zonder kan nog nèt.
Na twee uur wachten verscheen een zuster aan mijn sponde: “U krijgt nu eerst een ruggeprik voor de operatie”. Dit gevaar kon gelukkig afgewend worden, en na nog een uur werd ik – liggend in mijn bed – naar een andere ruimte gereden, “ter voorbereiding” op de operatie, die in mijn ogen gezien alle voorbereidingen inmiddels niet anders kon leiden dan tot volledige amputatie van het gehele bovenlichaam. Ja, je neemt toch het zekere voor het onzekere.
Uiteindelijk bleek mijn arm wat te lang voor het naast de operatietafel gereden bijzettafeltje, en moest ik vervaarlijk balancerend op de rand van de tafel de ingreep ondergaan, die door vier mompelende specialisten werd verricht, waarbij ik onderwijl met de aenesthesist de toestand van het moderne onderwijs besprak.
Nog een uurtje op de recoverkamer ( “Ik schrijf u al weer uit terwijl u nog niet ingeschreven bent” ) en vervolgens kon ik met arm in mitella om drie uur ’s middags weer naar huis. En m’n duim is nog steeds gevoelloos.

Het Koninkrijk Gods

Niet iedereen kan zeggen dat achter zijn of haar huis het Koninkrijk gods verrijst. Ik wel dus. Ik woon in Barneveld, een onbeduidend dorpje ergens op de Veluwe, waar een groot deel van de bevolking uit godvrezende lieden bestaat. Dit bevolkingsdeel heeft het idee opgevat dat het tijd werd voor enige nieuwe kerkgebouwen en daarbij het oog laten vallen op de weilanden achter mijn huis.

Dus wordt er nu zes dagen per week gearbeid in het zweet des aanschijns, vaak tot ’s avonds laat, en zie, reeds verrijzen de contouren van een kolossaal bouwsel waar straks niet minder dan 3000 gelovigen èn hun voertuigen zich een flink aantal malen per week zullen verzamelen. Zo zullen zij daar elke samenkomst een portie zwavel en as over zich uitgestort krijgen en er terdege aan herinnerd worden dat de hel nabij is als straf voor alle loos geploeter en najagen van wind. Of dat nog niet genoeg is, zal er àchter dit toonbeeld van gezelligheid en feestelijkheid nòg een kerkbouwsel verrijzen, maar dan van een ander kerkgenootschap, wat iets zwaarder of minder zwaar in de enige ware leer is. Maar ook weer plek voor zo’n 2500 zwart en duister geklede lieden. Van die bij elkaar 5500 gemeenteleden gaan er dus elke week wel een paar dood, in angstige afwachting van wat dan hun straf zal zijn, en de lezer zal begrijpen dat de parkeerplaats dagelijks gevuld zal zijn met kerk- en/of begrafenisgangers, er is daar niet veel verschil.

Toen ik tegen een buurvrouw in de straat opmerkte niet zo gelukkig met deze gang van zaken te zijn en dat ik mogelijk bezwaar zou aantekenen, werd mij geschokt te verstaan gegeven dat ik dan een belemmering zou opwerpen voor het Koninkrijk Gods. Ja, en welk weldenkend mens haalt het dan nog in zijn hoofd om dat tegen te willen houden? Dus bevind ik mij nu in de gelukkige omstandigheid dat ik met een select clubje straatbewoners kan stellen dat mijn uitzicht nu langzamerhand geheel gevuld wordt met het Koninrijk Gods. Wat kan men zich nog meer wensen, nu het zonlicht langzamerhand verduisterd wordt door de slagschaduwen die de bouwsels in mijn richting werpen. Lezers van de avonturen van Ollie B. Bommel zullen zich misschien de Zwarte Zwadderneel voor de geest kunnen halen: een geheel in het zwart gekleed mannetje dat altijd een parapluutje bij zich draagt om zich te beschermen tegen de regen uit een duister wolkje wat altijd boven zijn hoofd hangt. Straks achter mijn huis: 5500 Zwarte Zwaddernelen, met bijbehorende wolkjes en regen. De zondvloed lijkt nabij.

Over neuspeuteren en zo

Men heeft iets moois bedacht op mijn werk. Ik geef les, iets met computers. Er zijn ook collega’s, die geven les over iets met beesten. Die lessen geven wij het liefst aan één bepaalde afdeling. Ik niet, want mijn lessen zijn blijkbaar zó interessant, dat ik ze her en der in de school aanbiedt.

Als ik geen les geef, zit ik in een kantoortje, vaak alleen, en soms zit daar ook een andere collega. Ideaal, geen storing, als ik de dunne scheidingswandjes even vergeet waardoor je van elke oprisping uit het naastgelegen kantoortje kunt meegenieten. Een enkele keer komt er een leerling binnen ( meestal zonder kloppen, maar daar kijk ik al lang niet meer van op ), die de deur open werpt en verwacht dat je direct opspringt en klaar staat.
Blijkbaar doe ik dat te weinig, want het over mij gestelde gezag heeft besloten dat het beter is als ik met een stuk of tien, twaalf andere collega’s in één kantoor ga zitten. Wij kunnen zo onze afdeling nòg beter bedienen, een warme wolle deken om de ontredderde leerling vormen. Gezellig in één kantoor, met per dag zo’n 60 leerlingen die knus binnen komen vallen, een honderdtal telefoontjes en telefoongesprekken ( en ook nog gelijktijdig ), aangevuld met onderlinge gesprekjes en discussies van vakcollega’s, met geluidjes en bliepjes van computers, met muziekjes uit diverse radio’s en mp3-spelers, en met allerlei leuke beltonen van mobieltjes.

Onderzoek heeft uitgewezen – zo was van de week op het nieuws – dat 90% van de Nederlanders zich schuldig maakt aan neuspeuteren, waarbij van de mannelijke collega’s 70% die bezigheid benut om balletjes te produceren die vervolgens weggeschoten worden in uiteenlopende richtingen, mogelijk ook mijn richting uit. Ikzelf doe dat natuurlijk niet, ik hoor vanzelfsprekend bij de resterende 10%, want het schijnt ook nog eens levensgevaarlijk te zijn in verband met streptokokken of zoiets. De MRSA-bacterie werd zelfs genoemd. Ik geloof dat ik dan gek word, met z’n allen in één kantoor. Ik denk niet dat ik dat ga doen, laat staan kan opbrengen. Ik doe een beroep op levensgevaarlijke werkomstandigheden, gevaar voor die kokken en zo. Ik denk dat ik maar boswachter word op Rottumerplaat, die schijnt weer aan te groeien; af en toe een goed en diepzinnig gesprek met een meeuw, die beesten kunnen je zo begrijpend aanstaren. Of ik trek mij terug in een klein afgelegen stenen huisje, met zicht op een eeuwenoud kerkhofje, onafzienbare heidevelden. Ja, dat ga ik doen. U hoort nog van mij.