Bij de tijd

Wel, na enkele weken zwoegen en ploeteren is Wauwel weer enigszins bij de tijd. De schade van de database-crash is enigszins hersteld ; de meeste bijdragen zijn gered, al staan ze niet meer op de juiste datum. Maar dat komt zo geleidelijk aan nog wel.

Alle trouwe lezertjes natuurlijk enorm bedankt voor het geduld in deze barre tijden, en vanaf heden mag u weer allerlei opgewekte en minder opgewekte berichtjes op dit weblog verwachten.

Laatste Schooldag

 

Het is diploma-uitreiking. De school is mooi versierd met zaken die je anders nooit ziet, maar die nu ergens achter uit de kast worden gehaald. Rijtjes stoelen in de aula, wij, als docenten, zijn enigszins op ons paasbest opgedirkt en wachten af wat komen gaat. En wat komen gaat is eigenlijk hetzelfde als al die voorgaande jaren. Een leerling is voor jou één van de vele, meestal tenminste, maar voor hèn ben jij die ene. Daar doe je het dus voor.
Ze komen binnen, met hun ouders. Mooi aangekleed, de meesten. De laatste schooldag misschien, en daarna het werk, de baan of misschien wel gelijk het gezin. Schooltijd, de mooiste tijd van je leven? Ik denk het wel, toch wel. Tenzij je gepest bent natuurlijk, dan is de school een hel. Later zie je dat goed, die hel. En later zie je ook dat het de mooiste tijd van je leven is geweest. Nu niet, want dat ga je natuurlijk niet toegeven tegenover je ouders of vriendinnen. Daar zitten ze dus, en ze wachten op dat belangrijke papiertje, het diploma. Ze kauwen kauwgum, kijken op het mobieltje, dat gaat niet uit natuurlijk…. Ze kijken om zich heen. Wat voor soort jurk of shirt heeft zij aan daar. Zou dat zijn vriendin zijn, dus toch een vriendin. Kijk die leraar, waar ik altijd zo tegen tekeer ging… Er zijn ouders. Soms ook met kauwgum, ook met mobieltjes, veel tattoes ook. Sommigen ook echt mooi aangekleed, anderen komen zó van het werk. Sommigen zijn voor het eerst in de school, voor het eerst in vier jaar….. Er zijn toespraken. Te lang natuurlijk. En dan het diploma, de hapjes en de drankjes.

En je praat met de leerlingen, die je vier jaar hebt gehad, en die je hebt gekend als schuchtere slungelige pubers toen ze voor het eerst als klas bijeen waren. Nu zijn ze dan klaar, en ze gaan de wijde wereld in, en soms kom je er nog eentje tegen, een sloofje geworden, of één die drie keer zoveel verdient als jij. Eh…. hoe heet jij ook al weer… o, al twee kinderen, en hoe oud ben je nu? 21 jaar, zo… En je pikt er in die hal vol met gezellige mensen nog eentje uit, die staat een beetje achteraf. Eigenlijk stond die al vier jaar lang een beetje achteraf. En je zegt: “Zo, dat heb je toch maar mooi voor elkaar, meisje. En waar zijn je ouders?” En dan zegt zij: “Ja, die hadden geen tijd vandaag……” Laatste schooldag, ja. Laatste schooldag.

Dans, meisje.

Dans voor eeuwig

Onlangs was ik bij een voorstelling jazzdance van dansschool Yvon Tomasoa, waar één van mijn dochters met enorm veel plezier les heeft en waar men – zichtbaar aan het resultaat – met enorm veel plezier lesgeeft en ook nog eens opvoedt.
Een volle sporthal, ouders met bloemen, een grote groep kwetterende jongste leerlingen aan de zijkant, net musjes, en de gevorderden daarachter. Helaas, haast geen jongens. Twee slechts, in een eldorado. Waarom missen mannen dat gevoel voor esthetiek? Muziek zwelt aan, de lichten doven, een aantal musjes zwaait nog even snel naar vader en moeder op de tribune. De voorstelling begint…. het wordt een wervelende show. De kleintjes huppelen en springen, kijken haastig naar elkaar, en genieten ondanks alle zenuwen, geroutineerd begeleid door de juffen. De groten dansen fanatiek, geven zich voluit. Soms een misstap, het valt nauwelijks op, het publiek kijkt ademloos. Stilzitten lukt niet meer, mij althans niet. Sommigen dansen met een strakke blik, concentratie. Maar ook zijn er die stralen, die dansen onbezorgd, ze zweven bijna. Die meiden, die zijn nu op hun top. Ze zijn allemaal prachtig om te zien. Een vloer vol engelen op het hoogtepunt van hun geluk.

En de zaal valt weg, verandert in een enorme ruimte, een stadion, een uitgestrekte vlakte. En daar, midden in de leegte, een danseres in de nacht, één spot op haar gericht. Zij danst, zij danst, de muziek is om haar heen en in haar geest. Alles ligt nog voor haar, de tijd is als een mist en glijdt als in een draaikolk om haar heen. Het leven lacht haar toe, alles is nog mogelijk. Geen zorgen nog, geen pijn, nog geen verdriet. Geen starend stil staan voor de spiegel, kijkend naar de eerste grijze haar, naar lijnen onder het betraande oog, het haar in pieken langs ’t gelaat. Geen vent die haar belazert, of een kind dat haar verlaat. Geen ziekte en geen angst voor dood. Geen eenzaamheid, de wereld lacht nog toe en roept haar naam. Dans, meisje, dans. Blijf altijd dansen in het leven.

Barneveld kandidaat Olympics 2080

Het gaat financieel en op sportgebied fantastisch hier in het kleine dorpje B. op de Veluwe. Handenwrijvend en in een royaal gebaar heeft de gemeente een toch wel fantastisch evenement binnen gehaald voor het luttele bedrag van slechts 30.000 euro, waaraan ik ook heb mogen bijdragen middels de gemeentelijke belastingen. Een zinderende wielerwedstrijd, met toch zeker wel enkele tientallen bezoekers heeft deze zich voor de sporters als een eldorado presenterende plaats weer eventjes stevig op de internationale topsportkaart geplaatst, en volgend jaar gaat het allemaal nog veel grootser worden want de bepaling van de hoogte van de OZB is inmiddels geheel vrij gegeven.

Maar nu komt het!! Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat deze sportieve gemeente zich kandidaat heeft gesteld voor de <strong>Olympische Spelen van 2080</strong>!!!!. Ja, daar staat U wel even van paf!  Met deze primeur hier vist de Barneveldse Krant toch maar eventjes mooi achter het net!  Alle voorzieningen zijn er eigenlijk al. Een schitterende spoorlijn, enorme hoeveelheden leegstaande kantoorruimte – en dat zal tegen die tijd zeker nog steeds het geval zijn- en natuurlijk ook een schitterend gelegen Transferium ( en dat zal tegen die tijd OOK zeker nog leegstaan! ), een mooi kunstwerk, een muziektheater ( maar het is twijfelachtig of dat tegen die tijd klaar zal zijn ) en – als klap op de vuurpijl – een Olympisch Stadion, waarvan u op onderstaand prentje de fraai ontworpen toegangspoort kunt ontwaren.   Kortom, geen vuiltje meer aan de lucht hier. Komt allen naar Barneveld.

Olympic Stadium: Entrance

Midlife-crisis

Ja, zo zou het ook gekund hebben...

Mannen zijn en blijven grote kinderen, altijd maar weer zeurend om nieuw speelgoed. Als ze ziek zijn, blijkt ook hun kinderlijke mentaliteit en zwelgen zij in zieligheid. Waar vrouwen, gestaald door de nodige bevallingen, geen kik geven en altijd maar doorgaan met wassen, strijken, zuigen, koken, boodschappen doen, kinderen naar bed brengen, ligt de man direkt uitgeteld en ernstig ziek in zijn bed ( wèl met de afstandsbedieing van de tv bij de hand, die direkt weer aangaat als vrouwlief uit de slaaplamer is verdwenen ). De man moet verzorgd worden, hij wil een sinasappelsapje, een stukje kaas, hij wil dat iedereen ernstig medelijden heeft en hem bezorgd aankijkt, dat alle bewoners van het hele huis sluipend zich sluipend door de kamers begeven, zodat iedereen ook goed zijn zachtjes kreunen kan horen. Er moet ook direct een dokter komen, er moeten pilletjes en pijnstillers naast het bed staan en de krant moet ook binnen handbereik zijn, en ook direct gebracht worden als die in de bus valt. Is de man eenmaal van zijn ( altijd ernstige ) ziekte hersteld, dan komt het kind weer boven, en wil hij achter de computer, spelletje doen, nachtje stappen met de vrienden, een paar dagen visvakantie, naar een nieuwe auto kijken, lekker buis hangen beneden en genieten van de geuren van het eten dat zijn vrouw in de keuken bereid. En dan is hij vijftig of in die buurt. Is wel een probleempje. De buik neemt snel in omvang toe, de grijze haren komen, neus- en wenkbrauwhaartjes gaan wanstaltig groeien en naast alle zorgen moet hij ook nog indruk maken op de vrouwtjes, liefst wat jonger, want die zijn natuurlijk helemaal wèg van zo’n stoer uitdijend kalend type, wat in de sauna de hele avond krampachtig de buik probeert in te houden. Alleen daar al zou je sterke buikspieren van krijgen, ik spreek uit ervaring.

Ik ben ook zo’n man in zo’n crisis. Grijze haren krijgen meer en meer de overhand, en ik twijfel steeds meer of ik mijn glimmend zwart leren colbertje nog wel aan kan trekken. Of mijn hyper- puntschoen. Op een schoolfeest durf je voor ’t oog van al je leerlingen niet meer even uit je dak te gaan, zie zo’n bejaarde gek daar toch eens stumperen. Gisteren heb ik in een laatste stuiptrekking van jeugdig elan mijn haar laten kleuren, of verven, weet ik veel. Bijna zwart. Aardig kapstertje, vond mij ongetwijfeld een interessante rijpere heer. En ik natuurlijk popi doen, veel lachen bij het knippen en het verven. Pure zenuwen natuurlijk, maar nu is het te laat.

Het kapstertje lacht met parelende tanden, het zegt ‘u’ tegen mij. Hoe vreselijk. En dan naar huis, nèt Herman Brood vlak voordat hij van het dak af sprong. “Het lijkt wel een pruik uit de feestwinkel” is het eerste wat ik daar hoor. Kijk, terug bij af. Ach, ik kan er niet mee zitten, die tijd die is geweest. Volgende keer doe ik het maar groen. Shrek 3. O ja, ik overweeg nu een tattoo.

Vaderdag

Vandaag was’t vaderdag, naar ik meen ooit door Hitler uitgevonden. Voor de nieuwsgierige lezertjes eerst maar even mijn verlanglijstje:

1. De Clipette – voor het snel en pijnloos verwijderen van die hinderlijke neus- en oorhaartjes!

2. Geruite opa-pantoffels

3. Een gekleide asbak ( ik rook niet )

4. Een flesje Fresh Up aftershave van de Hema

5. Geruite sokken

Geen van deze geschenken bereikten mij na een nacht waarbij ik vanzelfsprekend van de zenuwen niet kon slapen. Ook geen ontbijtje op bed, de gezinsleden verschenen met een vertraging van elk ongeveer een kwartier beneden.
In blijde verwachting van mogelijk andere geschenken keek ik om mij heen, maar twee gekookte eitjes en een zakje snoephartjes werden uiteindelijk mijn deel. Was ik overigens heel tevreden mee hoor, want ik heb drie dochters van vijftien tot twintig jaar, en alleen hoon met betrekking tot mijn hier en daar wat uitdijend lichaam is dan nog voor mij weggelegd.
Daarna werd de sfeer bij het ontbijt snel kribbig.
Dochter A tegen dochter B: “Kun jij het deksel even op die pindakaaspot doen? Het stinkt!”
Dochter B: “Ja zo”, waarna een tergend langzaam besmeren van de boterham volgde, waarbij de pindakaaspot nog een stukje dichter in de richting van dochter A werd geschoven. Het getreiter escaleerde vervolgens razendsnel, waarbij met potten en kopjes thee werd geduwd
In mijn functie als gezinshoofd meende ik dus in deze gezellige sfeer te moeten ingrijpen, waarna uiteindelijk dochter B razend van woede het pand wilde verlaten, met medenemeing van haar ontbijt. Wij konden dat nog net verhinderen, en het ontbijt verliep verder in grimmige sfeer, waarbij verbeten blikken over en weer werden geworpen. Herkenbaar, ouders?

En de boterkoek van Euroshopper bij de koffie was ook al niet te vreten.

Ook een leuke vaderdag gehad?

O nee, niet weer een teddybeer!

Ooit gaf ik in een vlaag van verstandsverbijstering en identiteitscrisis aan huis les, en wel in het maken van schilderijen en aquarellen. Vijf dames zeulden zich dan, behangen met verfkisten, papierkokers en handtassen elke dinsdagavond drie trappen op om zich vervolgens gezellig onder het oog van de meester en het genot van een kopje koffie op de edele kunst van het schilderen te werpen.

In het algemeen waren de onderwerpen vrij, maar voor de liefhebbers zette ik zo af en toe een stilleven neer. De avondjes waren gezellig, het niveau was redelijk, en, het allerbelangrijkste, schilderen ontspant en werkt bevrijdend, zeker voor de moderne, drukbezette huisvrouw. Men mocht ook vrij werken, in mijn onuitsprekelijke goedheid kon ik dat nog nèt goedkeuren. Meestal echter verviel men dan al gauw in de geijkte rommel die je ook op kunstmarkten voor creatieve handen tegenkomt: beschilderde dakpannen en melkbussen, bloemstukken en die eeuwige teddyberen.

Ook ik heb wel eens op zo’n kunstmarkt gezeten, waarbij het bij mij leek of het altijd moest stormen en regenen. De passanten bestonden vaak uit personen die zó uit de Hema kwamen, met in de ene hand een volle boodschappentas en in de andere een lauwe wordt. Het tentoongestelde werk werd aan een kritische blik onderworpen, waaran de gevreesde vraag kwam: “Hebbie voor 25 gulden geen schilderij van een teddybeer?”