Opwindende relatie-tips voor 50-plussers

Wel, hier dan tip 1, geïnspireerd door Joran van der Sloot.

Zet tijdens het ontbijt voorzichtig de gekleurde hagelslag en de theepot opzij, om zo enige ruimte op de ontbijttafel te creëren. Deponeer daar vervolgens uw partner op de tafel ( u kunt eventueel een keukentrapje gebruiken als het wat moeizaam gaat ), liggend op de rug, en geniet van uw kopje thee, ditmaal niet vanuit het dagelijkse servies, maar rechtstreeks vanuit de navel van uw geliefde. Juist op deze leeftijd is daar wat meer ruimte, dus ook meer thee! En daarna snel naar uw werk!

Succes verzekerd.

’t Heerlijk avondje is gekomen!

Met behulp van een geheime camera heeft Wauwel unieke opnames kunnen maken van Joran, terwijl hij, lichtelijk beneveld door pillen en drank en een overdosis sex on the beach, zachtjes voor zich uit zat te prevelen, in afwachting van de TV-klapper van het jaar: Peter R. de Vries. Een letterlijke registratie hieronder: 

<RECLAMEBLOKJE> 

Het heerlijk avondje is gekomen. 

Zachtjes gaan de roeiriemen,
spletter splatter spetter spat,
glijdt het bootje door het duister,
af en toe klinkt steels gefluister,
Joran kijk toch uit ik word nog nat.
Zullen wij haar hier maar laten zakken?
Of moeten we haar eerst nog meer verpakken?
doe er nog maar een kilootje bij,
voor je het weet drijft ze weer langszij.
Zo is ’t wel goed en doe die camera eens weg,
eerst m’n advocaat voordat ik nog wat zeg.

<RECLAMEBLOKJE>

Zie de maan schijnt over de baren,
die meid die had wel mooie blonde haren.
En daar wordt ook nog aan de deur geklopt,hard geklopt, zacht geklopt,
’t zal Peter R. de Vries zijn zeker,
met een verborgen camera zeker,
en hoe moet dat dan met Boer zoekt vrouw?
Nou ja, we zien wel, wie de roe krijgt en wie de uitzendrechten.
ABC en CNN moeten daar nog een beetje over vechten.
Vanavond eerst gezellig met het hele land,
een avondje voor de buis met chips en bier,
en zo kwam ik ( Joran ) tot dit gedichtje alhier.
Ja, ’t is wat warrig, maar dat is wel meer met wat ik zeg,
Die Nathalie, die had gewoon een beetje pech.

En doe die camera eens uit!
Pas maar op, mijn pappie is rechter en die let goed op zijn spruit!

<RECLAMEBLOKJE> 

Ja, wie zal het nu gedaan hebben, kijkers? De lijnen gaan nú open. Stuur een SMS met “Joran” naar 0342, of “Pappie”naar 0343. Denk je dat Sinterklaas het gedaan heeft, sms dan “Sinterklaas”naar 0343. € 2,50 per ontvangen bericht. De winnaar krijgt een geheel verzorgde reis naar Aruba, inclusief gezellige avond op het strand met vader en moeder Van der Sloot.

Weg van hier: Carnaval

 

Het verschrikkelijkste feest ter wereld is zonder twijfel carnaval. Nog erger wordt het, als de viering plaats vindt in dorpen als Tweede Exlooërmond of Barneveld ( voor de UVA-studenten: beide dorpjes liggen bóven de grote rivieren, en die op hun beurt liggen weer in midden-Nederland). Kijk, met carnaval in het zuiden van Nederland heb ik niet zo veel moeite. Brabanders en Limburgers bezitten nu eenmaal – jah , laat ik het niet te kwetsend zeggen – flink minder hersencellen dan personen uit het noorden en midden des lands, hetgeen zich uit in het praten met een zachte  ‘g’  en wereldvreemd taalgebruik als “ons mam” en “ons pap”. Begrijpelijk dat men dan troost zoekt in het als Bokito verkleed rondhupsen en het slaken van fijnbesnaarde kreten als “Heja, hoja, jahaaaa!!” . Men kijkt daar een heel jaar naar uit, en m’neer P’stoor doet misschien ook wel mee.

De festiviteiten in de in het begin van mijn stukje genoemde plaatsjes en soortgelijke gehuchten bestaan in het algemeen uit een “feest” in de plaatselijke kroeg, de dag daarop gevolgd door een optocht van enkele versierde trekkers met aanhanger. Een en ander wordt meestal in de gietende regen en snijdende wind gadegeslagen door een tiental kleumende dorpsgenoten, die de volgende middag blijkbaar nog in staat waren zich van de barkruk te laten vallen om met rode neuzen van drank en kou naar de openbare weg te kruipen. 
Op de praalwagen- een enigszins schoongeveegde aanhanger waarin normaal varkens naar de slacht worden vervoerd- bevindt zich een tiental corpulente en jolige heren van middelbare leeftijd. Ze hebben vaak een brilletje met goudkleurig montuur ( Hans Anders ), bijna allemaal zo’n James Last-ringbaardje, een bierbuik en een slecht zittende smoking met een wittig overhemd, wat ontsierd wordt door vlekken eigeel en schroeigaatjes van gemorste as. Bij een enkeling staat de gulp nog open ( ze plassen natuurlijk allemaal staand en hevig spetterend ). Op hun hoofd een soort muts waarop wat uit de vogelpest-crisis overgebleven verlepte veren, en om hun nek hangen wat onbestemde versierselen van goudkleurig plastic, uit de zomeruitverkoop van de feestwinkel in de grote stad.  Met enige moeite houden zij zich in de gure wind staande en af en toe roepen zij iets van “Alaaf!”, maar niet te hard want je staat natuurlijk behoorlijk voor joker op zo’n kar en je bent ook niet meer zo helder bij je hoofd na de afgelopen nacht, dus elk geluidje doet zeer.

Na tien minuten is de tocht voorbij en kan men het etablissement weer in. Dat was dan weer het carnaval in B., voor de gelegenheid omgedoopt tot “Kiependaarp” of zoiets. De toeschouwers gaan weer verder met de boodschapjes bij de plaatselijke super en knabbelen wat aan hun Hema-worst. Ja, doe mij maar de lunchroom van de Hema eigenlijk, dat is pas ècht feest!

Een voorjaarsdagje stervensbegeleiding

 

Ja, hoe was jouw zaterdag? Nou, heel vermoeiend maar eigenlijk heel mooi en heel intens. Sommige dagen in je leven wil je niet gemist hebben: als kind bijvoorbeeld je verjaardag. Je kijkt er weken naar uit ( doe ik trouwens nog, en ik ben van plan dat tot aan mijn dood te blijven doen ), en zo’n dag die vliegt dan ook voorbij.
Vandaag leek een dag zonder einde en zonder tijd. Niet te missen. Een mooie dag.

Terwijl je soms hard moet schreeuwen omdat de oude oren van je moeder het niet meer horen, voer je toch een zacht gesprek. Gesprekken die je eigenlijk nooit hoopt mee te maken, maar waarvan je weet dat ze eens komen, als je geluk hebt, als je tijd hebt. Als je je kunt voorbereiden. En alles gaat dan eigenlijk vanzelf. Je gaat terug in de tijd, terug naar 1918 en de jaren daarna. Je bent in een andere wereld waar haast niet leek te bestaan. Toen niemand ooit gehoord had van begrippen als thuiszorg, stervensbegeleiding en hospices. Je hoort dingen van jezelf die je al lang vergeten was. Niks mis nog met haar geheugen. Er komt een zuster langs, liefdevolle zorg. Er zijn dus echt ook nog engelen op deze aarde. En inderdaad, ze zijn gekleed in wit.

Je hoort jezelf bij vlagen opgewekt praten: als u weer thuis bent gaan we een mooi ritje door de bloeiende boomgaarden maken, terwijl je weet dat alles dan voorbij zal zijn, als de bloesems bloeien. Acteren is een kunst en toch ook weer niet.
Tussen de middag er even uit voor een paar snelle boodschappen in de stad. “Ik zou wel een blikje bier lusten eigenlijk”. Wel, dat haal je dan, ook al weet je dat er maar een enkel slokje van genomen zal worden. Tien blikjes bier desnoods. Het maakt niet uit. Had ze om een sigaret gevraagd, dan had je dat ook gedaan, ook al rookte ze al vijftig jaar niet meer. Eet maar, drink maar, rook maar. Nee, het maakt niet uit. Ze weegt nog iets van 38 kilo. Heel geleidelijk word je ijler, doorzichtiger haast. Het zweven, het opstijgen naar dat oneindige daarboven is bijna begonnen, geen gewicht meer om mee te torsen.  Daar waar de hemel is. Daar waar je ouders zijn, die op hun beurt ook weer bij hun ouders zijn, en steeds maar door, terug naar het allereerste begin. Het wonder van de hemel. Opnieuw geboren.

Je neemt een bosje narcissen mee: wie weet ruikt ze nog wat van die geur toen narcissen nog echt naar narcissen roken. Als het maar aangeeft dat het voorjaar wordt. Je hoort de eerste merel zingen als de schemering na zo’n lange dag begint te vallen, en je zegt dat je er zeker tien hoort. Het wordt voorjaar. Het negenentachtigste voorjaar alweer.  Je hoort van alles over vroeger, soms al heel vaak gehoord, nu weer herhaald. Dat is niet erg. Nu kun je die stem nog horen, straks gaat dat alleen nog in je herinnering. Hoe zal dit jaar verlopen. Men zegt: Het is mooi als je de dingen goed kunt voorstellen. Wel, oud zijn, meer nog: oud voelen, hoe stel je je dat voor? Een mens zit prachtig in elkaar, volmaakt eigenlijk. Sommige dingen  – ook al zou je het willen – kun je je gelukkig niet voorstellen. Beter zo.

En later ben ik zelf zo ver, en dan hoop ik dat ik deze dag niet vergeten zal zijn, deze dag waarop ik de eerste merel weer hoorde zingen, speciaal voor ons daar in die stille schemerkamer.  Het wordt weer voorjaar. Een hele troost.

Boer zocht vrouw

 

Het onvoorstelbare is gebeurd: gisteravond hebben wij halverwege de ontboezemingen van Boer Henk het toestel uitgezet, waar 4.136.000 Nederlanders juist hun tv inschakelden. Wauwel mot weer zo nodig tegen de stroom inroeien.
Het werd te veel allemaal, de druk de spanning, boerin Agnes, die als vervelendste klus in haar leven opgeeft: het doen van plastic over een maïsbult; Boer Henk, die het liefste planten water geeft; boer Jan, die niet graag “de mestput mixt”( wat dat dan ook moge zijn ). Alleen Yvonne Jaspers kan eigenlijk nog een beetje boeien, en dan nog maar met moeite.

Ons teer gestel kan het allemaal niet meer verdragen. Het is nog slechts een kwestie van tijd of de gezamenlijke boeren brengen hun eerste Carnavalshit uit ( ja, KRO, hè? ): “Mien waar is mien feestzeug?”, krijgen allemaal hun vaste actualiteitenrubriek ( “Oink in het land” ), komen met een eigen cosmeticalijn bij de Hema ( de geur laat zich raden ), een kledinglijn ( iets met blauwe overalls), komen met een afslankmethode ( iets met gehakselde afhaal-Chinees-overschotten ), en natuurlijk ook weer een nieuwe politieke partij, de Boerenpartij, terug van weggeweest en met vier miljoen potentiële kiezers. Wie nu niet heel snel die club opricht, is gek. Lijsttrekker Yvon Jaspers, Marianne Thieme en Geert Wilders verbleken van schrik.

Heel Nederland verlangt terug naar het platteland, de gierput en het plastic tafelzeil in de keuken vol degelijk eiken en roomkleurige tegeltjes aan de wand. Vader en moeder-boer knusjes lezend in een hoekje van de opkamer, ondertussen wel een scherp oog houdend op het gevoos van de jongelui.

Straks zijn wij dus paria’s in een maatschappij vol boeren en would-be boeren, de snelwegen niet meer gevuld met glimmend blik, maar met ronkende, van onder tot boven met gier bedekte trekkers, maishakselaars, grasschudders en noem maar op.  Varkensflats alom, zo ver je kunt kijken bloeiende bollenvelden of huizenhoge maïs, het Agrarisch Dagblad wordt de grootste krant van Nederland, en in plaats van het Acht-Uur-Journaal worden wij voortaan verblijd met de boeiende Mededelingen van het Landbouwschap, die ik ook als kind al ’s ochtends om half zeven door de luidspreker hoorde schallen: “Guste vaarzen deden éénvijfenvijftig de kilo levend gewicht, de handel was matig”. Nooit wat van die Enigma-code begrepen trouwens.
Geen Hollands Next Top Model meer, maar de verkiezing van pink van het jaar, mooi geschoren, stevige roze uier en mooi exterieur. Zie je zo’n plaatje van een man in een witte slagersjas, die een koe bij de kop vast houdt, terwijl dat beest zelf ook nog met de voorpoten op een heel klein heuveltje staat. Heel het land in rep en roer, want Klazina 354 lijkt te gaan winnen. ’s Avonds laat de herhaling, en op internet kun je via de webcam in de melkrobot de beesten 24 uur per dag volgen.  Fabrikanten van roodgeblokte plastic keukenzeiltjes beleven gouden tijden, meubelfabriek Oisterwijk komt weer reutelend tot leven en we gaan allemaal om negen uur naar bed en we staan om vijf uur ’s ochtends op.
Het gesprek van de dag , live op TV ( zwart-wit, back to basics) tussen boer en boerin:
Boer: ” De klok heit acht, ik wor een bietje berig als ik oe zo zie, als we eens in de bedstee doken?”
Boerin: ” Da’s best, moar ik ga toch liever nog wat gier uutrijden”.

Ik wil weer terug naar Haarlem.

Naar België

 Fituur Ria in Zomergem.....ach ja...

Gisteravond had ik het onuitsprekelijk genoegen het NOS-journaal te mogen aanschouwen, waarin een onderwerp aan de orde kwam dat mij door ontroering deed overmannen. Ik moest nog nèt geen steun zoeken bij het meubilair, maar daar is het ook zo’n beetje wel mee gezegd.
De nieuwslezer deelde mij namelijke mede dat het aantal Nederlandse kinderen dat in België naar school gaat, het afgelopen jaar is verdubbeld. Dit schooljaar volgen maar liefst 19.000 kinderen het Belgische onderwijs, een verdubbeling. Men kiest vooral voor de orde, de structuur en de discipline die daar zouden heersen, er is meer respect voor leerlingen en docenten, men krijgt beter rekenen en taal, in groep 5 al Frans en de klassen zijn er kleiner.
Wel, wat betreft het taalonderwijs is sowieso duidelijk dat de Vlamingen een enorme voorsprong op hun noorderburen hebben. Bijna alle taalwedstrijden en – spelletjes op de Nederlandse televisie worden gewonnen door Vlamingen, naar het schijnt achteloos tussen twee happen frituur door.
Het journaal toonde ons beelden van een met stomheid geslagen Belgisch schoolplein, waar keurige rijtjes kinderen van jong ( zes jaar ) tot oud ( 18 jaar ) stonden te wachten tot zij op een teken van de meester naar binnen mochten marcheren, om vervolgens plaats te nemen in twee aan twee opgestelde bankjes. Niks geen groepjes, speelse opstellingen. De geest van Bint ( het allermooiste onderwijsboek aller tijden ) waait hier stevig door het pand.  De leerlingen zelf werden natuurlijk ook ondervraagd over hun bevindingen: ze waren allemaal enthousiast. “Het is hier niet zo’n rommeltje, ze zijn hier streng, je krijgt goed les”, dat soort hartverwarmende terminologie werd gebezigd.
Even lastig natuurlijk: de geschiedenis. Onze vorstin heeft het daar natuurlijk moeten afleggen tegen de escapades van het Belgische koningshuis. Of de kinderen dat er ook maar even in wilden stampen. Na alle beelden had ik zo half en half verwacht de docent daar met een knuppel door het pand te zien paraderen, maar dat viel mee. Nee, dan Nederland.
Onlangs werd ik door een vakblad benaderd om mijn mening te geven over sites als “Beoordeelmijnleraar.nl“. Iedereen kan daar anoniem zijn school of leraar afzeiken, waarbij de slachtoffers met naam en toenaam vermeld worden. Vèt grappig natuurlijk weer, geheel passend in de stijl van het filmpje op YouTube waarbij de hele wereld getuige mocht zijn van de wanorde die heerste in de klas van een collega klassieke talen ergens in Nijmegen. Moet kunnen, haha, huhuh! Voor mijn eigen school dus maar anoniem een niet bestaande leraar klassieke talen bedacht, de heer P. Kiekertak ( om nog even bij Bint te blijven ), en hem direkt een hoge beoordeling gegeven. Alle lezers even op hem stemmen graag, verzin maar wat leuks. Zo makkelijk fles je dus de boel. De site beweert ook het gebezigde taalgebruik goed te censureren. Over het Vossius Gymnasium in Amsterdam merkt een anonieme leerling op: “Kutsgool, retesaai”. Ach ja, als daar inderdaad zó slecht taalonderwijs gegeven wordt, moet het wel een kutsgool zijn. De initiatiefnemers van Beoordeelmijnleraar moeten er gezien het niveau van de site haast ook wel onderwijs gevolgd hebben.
Straks mijn kleinkinderen toch maar naar België dan.