“Lust ik niet!”

Ja, wat dit is weet ik ook niet. zou het ook niet lusten 

Wij eten vanavond nassi. Dat is namelijk heel erg lekker. Vind ik dan. Mijn vrouw gaat daarin gelukkig met mij mee -zij maakt het dan ook heerlijk klaar- , maar mijn drie dochters hebben totaal andere opvattingen over lekker eten: eentje wil eigenlijk alleen maar Jaimie Oliver( vreselijk mannetje )-achtige dingen, de ander wil eigenlijk liefst alleen vegetarisch en een derde dochter kan ik geen groter plezier doen dan met een deeltje uit de serie wereldmaaltijden van AH of Honig of hoe ze allemaal heten aan te komen.
De keuze van het voedsel voor het diner leidt in dit gezin dus geregeld tot hevige discussies. Enkele gerechten, die mijn vrouw en ik weer erg lekker vinden, zijn voor mijn kroost absoluut not done: spruitjes, brusselse lof met ham en kaas, prei, nassi dus, spinazie ( “groene kots”) en nog zo wat. Nu kan ik ook en laag springen en zeggen dat ik vroeger alles at, maar dat is natuurlijk niet zo. Als de dag van gisteren staan nog de middagen op mijn netvlies gebrand dat ik het als kind vertikte om mijn vlees op te eten, want daar zaten van die enge zwibbelzeentjes in zodat de ene helft al ergens ver weg in je darmen zat en de andere helft nog in je kokhalzende mond, verbonden door zo’n gruwelijk sliert vet. Volgens mijn vader was dat vlees “het beste van het beste”, daar móest vet aan zitten. Zo zat ik daar dan op zondagmiddag, alleen achtergebleven aan tafel, met het opera en belcanto-programma van Radio Brussel schallend naast mijn oor ( psychologische oorlogsvoering? ), op slinkse wijze de overgebleven stukjes gruwel van mijn bord naar mijn broekzak te transporteren. Na een uurtje was mijn bord dan leeg, en mocht ik weg. Ja, je gaat geen eten weggooien als je de oorlog had meegemaakt. Ik dus wel, want van na de oorlog. Ook voor mij hadden veel dingen vroeger dus een vieze smaak.
Wat zijn wij als ouders eigenlijk een bruten, door dan met overdreven blijde gezichten weer een grote schaal met nassi op tafel te deponeren en nog veel enthousiaster beginnen te smikkelen als wij de misprijzende gezichten van onze dochters zien. Het wordt nog veel leuker trouwens. Vrijdag gaat mijn vrouw op wintersport, en dan kan ik weer één van mijn heimelijke wensen ten uitvoer brengen: direct om vijf uur bellen en een heerlijk menuutje A met een loempia bestellen bij onze plaatselijke ondergrondse Chinees, die nog steeds mijn adres niet velstaat: “Alendsholst zegt u? Is ovel half uultje klaa menee. Sambal bij?”
Want als het om Chinees bestellen gaat, heb ik geen drie maar vier vrouwen tegenover mij. Dat wordt weer heerlijk smullen en twee dagen lang opwarmen komend weekend. Want dan ben ik eindelijk weer eens de baas in huis.

De nieuwe God heet Google

De nieuwe aarde volgens Google 

Er is een nieuwe God in de wereld: Google. Deze god schiep een nieuwe hemel: Google Sky, en een nieuwe aarde: Google Earth. Deze god weet alles: zoekt en gij zult vinden op Google. Wie dwaalt raakt nooit meer de weg kwijt, want daar is dan Google Maps. Google behoedt ons op onze wegen…

Wie in Google gelooft, zal eeuwig gevonden worden. Steeds meer mensen geloven in deze god en delen alles wat zij hebben in Google Docs. Google hoort ook alles wat wij zeggen, want Google komt met een eigen mobiele telefoon: directe lijn met Google. Google leidt ons bij wat wij dagelijks doen, met Google Agenda. Vertrouw je meest intieme gedachten toe aan Google Talk. Biecht maar op. Google beheerst ons denken, want alles wat wij leren, weten, vinden  en beoordelen gaat via Google. Google ziet alles, tot in het kleinste detail als het inzoomt op je land, je stad, je dorp, je straat, je huis. Zwaai even naar Google graag. Google is de nieuwe toren van Babel, maar dan zonder spraakverwarring, want Google spreekt ieders taal met de ingebouwde taalhulpmiddelen.
Op alle levensvragen heeft Google wel een antwoord. “Ga ik dood?  Want ik voel hier een pijntje”. Google verstrekt de diagnose. Google bepaalt je roem en macht, want hoe meer hits op Google, hoe bekender.
Met Google worden wij rijk. Wie Google Adsense op zijn website heeft, en wie vaak genoemd en gevonden wordt op Google, krijgt veel volgelingen. Die klikken allemaal op jou, populair als je bent. Rijkdom, macht, bekendheid. Het alziend, alwetend oog van Google.
Doe mij dan toch maar liever de oude God.

Kopje koffie, mevrouwtje?

Bij ons op school is elke maandag weekopening. Voor de docenten dan, hè, want leerlingen staan op die tijd nog in de file of op het perron te wachten op de trein naar Barneveld die weer eens niet rijdt.
Meestal houdt een collega een al dan niet stichtelijk referaat, waarna de directeur enige opbeurende woorden spreekt om de dodelijk vermoeide kompels moed in te spreken voor een nieuwe week van strijd. Vandaag ging het over de afgelopen open dag, met name over de bezoekersaantallen, en hierbij bewolkte het gelaat van onze herder enigszins.
Die aantallen werden om duistere reden niet gemeten volgens het principe van koppen tellen, zo bleek, maar het aantal uitgeschonken kopjes koffie blijkt al jaren maatgevend te zijn. Kopjes tellen dus. Nu had men geconstateerd dat er minder kopjes koffie zijn getapt, en als je weet dat het onmogelijk aan de kwaliteit van onderwijs kan liggen bij ons, dan moet dus wel de smaak van koffie aan verval onderhevig zijn. Bedrukte gezichten alom. Uit strategisch en concurrentie-oogpunt zal ik wat met de aantallen goochelen ( ik wou al zeggen ‘googelen’ ) : in plaats van gemiddeld 3000 kopjes koffie in voorgaande jaren waren er nu 2000 geserveerd.

Nu kan ik me voorstellen dat een beetje aspirant-leerling bij binnenkomst niet wanhopig naar de Senseo grijpt. Die wil liever wat sterkers, en hier op het platteland, toch een wat bedaagdere omgeving dan het wilde westen, zou je je kunnen indenken dat je de jongelui nog kunt verblijden met een beker schuimend versche koeienmelk of met een lekker glaasje ranja.  Jottem meester, wat een leuke school is dit!
In het westen is dat natuurlijk anders: daar verblijd je de toekomstige spruiten met een heerlijk lijntje cocaïne, door rietjes met schoolopdruk naar binnen te snuiven, of met een ferme dosis xtc of hasj uit eigen kweek. Of ze hun messen maar even in het bakje naast de voordeur willen leggen, na afloop niet vergeten mee te nemen. Maar ik draaf weer door.

Nee, geef mij dan maar het plattela’an. Geen security bij de deur, geen graffiti op de muur, nooit geen knokpartijen en ook nooit op tv.’Laat ik het afkloppen. Maar niet meer tellen aan de hand van de kopjes koffie dus. Voortaan gewoon wat kratjes pils bij de ingang. En na de rondleiding regelrecht de keet in. Levert flink wat meer bezoekers op.

Leraren zijn sexmaniakken

Met dank aan Eric Schreurs 

Leraren zijn viespeuken. Altijd al gedacht. Oversexte ouwe geilaards. De mannen dan, hè? Altijd weer die mannen. Het RTL-nieuws bracht ons het schokkende bericht dat afgelopen jaar 25 oude snoeperds op non-actief zijn gesteld, omdat ze, meegesleept in de niet bij te benen vaart der jeugd, zich hebben laten verleiden tot het zenden van dubbelzinnige sms-jes, kleffe tekstjes en tekentjes ( xxx ) op MSN aan het naar sex, drugs en rock en roll hunkerende jonge volkje. Hoe diep kun je zakken. En dat zou nog maar het topje van de ijsberg zijn. Tjonge, een groot deel van mijn collega’s in den lande verdacht.

Ja, als vijftiger wil je natuurlijk niet achterblijven en vooral voor hip en jong worden aangezien, dus doe je je oude mobieltje ( met nog zo’n antenne er op ) de deur uit, je schaft een kinky gepimpt nieuw modelletje aan met camera-functie waarmee je je gegroefde kop kunt doorsturen naar dat leuke jonge ding wat altijd jouw wijze lessen in zich op lijkt te slurpen, en je hebt in je scoringsdrang zo’n enorme plaat voor je kop dat je totaal niet in de gaten hebt dat het alleen maar om een goed cijfer gaat en dat zo jou echt een afzichtelijke, uit de mond naar rotting en verderf ruikende, dementerende bejaarde vinden want je bent de twintig al ruimschoots gepasseerd.
Zo heb ik woensdagavond weer een schoolfeest. Sta je daar – wat voor hip jasje zal ik nu eens aantrekken? – op je paasbest uitgedost om acht uur ’s avonds voor de zaal, is er nog geen hond te bekennen, want een beetje feest begint pas na het vooraf coma-zuipen om een uur of elf. Dat was je even vergeten in die dertig jaar dat je nu voor de klas staat.
Of ik ook kom dansen. Dacht het dus niet. Wat je ook doet, het blijft veredelde bejaardensex, en je voelt je daar op die dansvloer als een dolgeworden mastodont uit het verleden, meewaardig aangestaard door de toegestroomde paleontologen. En trouwens, waar wij met moeite de twist beheersen en misschien nog een beetje vage herinneringen hebben aan het slijpen op de tonen van “Je t’aime, mois non plus”, moet je tegenwoordig kunnen bubbelen, schuren en jumpstylen, allemaal zaken waar je liever niet van af wilt weten. Nog veel gruwelijker: één letterlijke of figuurlijke misstap staat een uurtje later wereldwijd op YouTube, en jij bent nummer 26 op de lijst van de ABOP. Mogelijk meer hits dan de film van Wilders. Nee, zo’n schoolfeest is leuk en gezellig vanaf de zijlijn. En ze vinden het allemaal heel leuk dat je er bent, trouwens.

Wat doe je dan om toch vooral maar populair te blijven als je geen sms-jes meer naar je leerlingen mag sturen, niet meer met ze op MSN mag zitten en als je nog man bent ook? Gewoon goed lesgeven denk ik. En vooral jezelf blijven: leraar zijn, en geen leerling, want die tijd is al lang geweest.

't Valt ook niet altijd mee

Leegruimen

 

Het is een regenachtige zondagnamiddag en ik ben in de flat van mijn moeder, op dezelfde plek waar ik een aantal weken geleden nog indringende gesprekken met haar heb gehad. Het bed is uit elkaar gehaald, de fotootjes en de tekeningen van de kinderen en kleinkinderen worden gewogen, nog niet te licht bevonden en opgeborgen in een doos. Aan de muur de groezelige omtrekken waar eerst de lijstjes hingen. Leek alles eerst schoon en smetteloos, nu valt het oog op lang verborgen stof en verkleuringen. Met haar ziel is ook de glans verdwenen.
Ik laat de luxaflex omlaag, dan herinnert het minder aan vroeger, en de stoelen, te zwaar om alleen in de container te gooien, worden voorlopig anders opgesteld, zodat het lijkt of je bij een vreemde bent, minder vertrouwd. Haar stoel verschuif ik niet, het kussentje onaangeroerd, misschien ligt daaronder nog haar zakdoek. Nog niet.
De kopjes in de kast, daar heeft zij nog uit gedronken, nog niet weggooien maar. Boeken, met Sinterklaas gegeven, het gedicht er nog in, soms ongelezen. Blijkbaar hield zij meer lichamelijke gebreken verborgen dan wij wisten. Hier en daar haar naam voorin. Die bladzijden scheur ik weg, een ander mag dat niet zien. Zij is niet zomaar een naam tenslotte.

In de vensterbank, in de slaapkamer, staan drie potjes bellenblaas. Half leeg. Daarmee stonden mijn dochters op het balkon. Straks wat lekkers van oma, maar eerst bellenblazen.

Als alles leeg is, als alles weg is, dan zijn alleen die potjes daar nog. Voordat we de deur voor de laatste keer in het slot trekken, gaan we nog één keer bellen blazen….voor haar.

Overdreven?

Binnen het onderwijs is er steeds meer aandacht voor veilig internetten. Nu het usance lijkt te worden dat jongeren hun hele hebben en houden op Hyves zetten, in een vlaag van digi-exhibitionisme, zijn er natuurlijk ook steeds meer lieden die op twijfelachtige wijze door de wijd openstaande Hyves-raampjes naar binnen gluren. Het is een goede Nederlandse gewoonte om ’s avonds de gordijnen open te houden, en wat is dan aardiger dan nog een blokje om met je gade en eens te kijken wat iedereen zo uitspookt terwijl men onderuitgezakt voor de bank zak nummer zoveel met chips naar binnen werkt. Vervolgens ga je dan natuurlijk niet even aanbellen en vragen of je binnen mag komen, maar op Hyves en veel van dat soort sites is het een stuk makkelijker. Je meet je een nieuwe virtuele identiteit aan, je trekt eens twintig jaar van je leeftijd af en twintig kilo van je postuur, en voilá, daar staat me toch een Adonis voor de digitale deur! Gauw binnenlaten dus, zeker als je een wat labiele virtuele persoonlijkheid hebt.
Terwijl ik dit stukje schrijf, staat mijn MSN aan, en zie ik dat er zo’n 100 van mijn leerlingen online zijn. Het was even schrikken voor ze, toen ik mij als hoogbejaarde liet toevoegen, maar na de verzekering dat ik nooit bij hen zou aanbellen was het goed en nu maken ze geregeld gebruik van mijn digitale spreekuurtje  ’s avonds om een uur of half acht. Dat scheelt me soms overdag op school weer een hoop uitleg tijdens de ophokuren. Ze kennen mij dus, en van wat ik zo hoor, zijn ze toch wel aardig kieskeurig in hun vriendenkeuze op het internet. De meeste echte vrienden die ze op Hyves hebben, kennen ze ook in het echt. Nu is het voor een beetje puber vreselijk statusverhogend als je veel vrienden op Hyves hebt. Waar je vroeger als leerling zielig in een hoekje zat omdat je bij de gymles alweer niet werd gekozen, zit je nu zielig in een hoekje omdat je te weinig vrienden in de virtuele wereld hebt. Daarom willen ze ook altijd bereikbaar zijn, want stel je voor dat je een vriend mist.
Een Engelse lagere school heeft een rigoreuze stap genomen om de leerlingen wat af te schermen van de gevaren van de boze digitale buitenwereld. Op alle online foto’s waarop leerlingen staan, zijn de gezichten weggeretoucheerd of vervangen door Smilies, die het geheel een futuristische aanblik geven. Er is wel wat voor het idee te zeggen eigenlijk.  Alleen de docenten zijn nog zichtbaar in beeld. Maar ja, dat zijn voor een beetje puber natuurlijk allemaal lelijke monsters als ze de vijfentwintig gepasseerd zijn. En wij ons hier maar druk maken over onze privacy-gegevens op internet.

Even aandacht graag

Hoe krijg je verveelde pubers bij de les? Schoolboekjes leren wil ook al niet meer, en als ze straks gratis zijn, verdwijnen geheid alle plaatjes. Een Amerikaanse site heeft daar iets op gevonden. Door daar telkens op F5 te drukken komt er weer een nieuw lezenswaardig feitje tevoorschijn. Zo komen onze steeds dikker wordende pupillen ook nog aan hun dagelijkse portie beweging toe. Leergierige leerlingen zullen weer smullen van droge feitjes en weetjes op pedagogisch en didaktisch verantwoorde wijze. Het Nieuwe Leren in optima forma!

Nu goed opletten, kinderen!