Fairytale

Ach ja, je kunt natuurlijk dagenlang het songfestival afbranden zoals ik op Twitter heb gedaan, maar – ik moet het toegeven – de winnaar is een terechte winnaar met een liedje wat ongekend vrolijk stemt op zo’n druilerige zondagmorgen.

Dat liedje zit dus de hele dag al in mijn hoofd, en Wauwel overweegt nu om vanaf heden op folkloristische vioolles te gaan, nog wat meer Noors te leren en zijn intrek te nemen in een met mos begroeide stuga ergens langs de sombere Noorse fjorden. De rest van zijn leven zou hij daar dus door kunnen brengen met het zo nu en dan villen van een zeehond of een rendier, lurkend aan een zelfgesneden houten pijpje, en starend over het spiegelende water van de fjord terwijl hij bedachtzaam op een stukje stokvis kauwt. En steeds die Fairy Tale in zijn hoofd natuurlijk.

Daarom maar eens, geheel tegen de principes van Wauwel in, het linkje naar Fairytale van Alexander Rybak. Gratulerer Norge!

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=-8JRtGMBUz0[/youtube]

Stem op mij!!!! Tweet #Ja of #Nee

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=NlZcHwsa6CU[/youtube]

Stemhokjes en oudere heren die je naam controleren in een verlaten klaslokaal zijn zóóó ouderwets. Het kan allemaal veel makkelijker en goedkoper met Twitter. Nou ja, als je een beetje dóór fantaseert dan. Neem nou die Euroverkiezingen, daar wil toch geen hond heen. Beetje met een stomp potlood je stem uitbrengen in een schemerig stemhokje op een schemerige uitgerangeerde kandidaat die graag een dik salaris wil  verdienen met heen en weer reizen tussen Straatsburg en Brussel.
We gaan dat even helemaal anders doen. Iedereen die wil dat hij of zij ergens voor gekozen wordt, neemt gewoon een Twitter-account. Daarna gaat die persoon als een bezetene aan de slag om zoveel mogelijk volgers ( “Followers” in Twitter-jargon ) te krijgen, door flink te Twitteren. Bijkomend enorm voordeel is dat de uitgedragen boodschap in kernachtige kreten van maximaal 140 tekens  (de limiet voor Twitter-berichtjes)  uitgedragen moet worden, iets waar ik tot nu toe nog geen enkele politicus op heb kunnen betrappen.
Zo’n kort-en-bondig type verzamelt dan in een bepaalde tijd een schare volgers om zich heen. Degene met de meeste volgers heeft gewonnen. Zo simpel kan het wezen. Niks geen gedoe of geldverslindende campagnes, enorme bezuinigingen zijn ons deel. Vergaderingen kunnen voortaan eigenlijk ook wel via Twitter, gewoon vanuit de luie stoel. de kantoren in Brussel en Straatsburg kunnen dicht. En snel klaar hè, want niemand die lang door kan neuzelen!

Wil men toch nog graag ouderwets-achtig stemmen , dan laat je je volgers gewoon eenmalig een berichtje sturen: #BalkenendeJa of #BalkenendeNee . Daarna is het een kwestie van de reacties tellen.

Twitter bepaalt dus je populariteit. Ik heb alvast wat vooronderzoek gedaan, bijvoorbeeld bij de Nederlandse politiek. Dat gaat een heel kleine Tweede Kamer worden, met slechts enkele partijen. Minister-president wordt @MaximeVerhagen: hij heeft 132002 volgers. Nee, dan Balkenende: een beetje gespleten persoonlijkheid helaas, want daar zijn er drie van. Meerder gezichten heeft die man, degene met het grootste gezicht heeft 694 volgers. Dat gaat niks worden dus. Het pleit voor een soort echtheids-certificaat van onze politieke Twitteraars. Geert Wilders twittert ook. Ook al zo’n schizofrene politicus, want er zijn er ook meerdere: 1702 volgers. Alexander Pechtold twitters niet onverdienstelijk met 3877 volgers. Het kabinet zal dus zo’n beetje bestaan uit CDA, PVV en D’66

Nu het grotere werk, in de persoon van über-Twitteraar Obama: 1173144 volgers. Volg mij!
De Paus twittert daarentegen weer niet. Hij heeft blijkbaar geen behoefte aan volgers. Hoeveel volgers zou Jezus hebben als Hij kon twitteren? Onbetwiste winnaar toch nog steeds denk ik, hoewel het een nek aan nek race met Mohammed zal worden. Er zijn al wel enkele Jezussen op Twitter, maar ik twijfel sterk aan de echtheid. Mohammed ben ik op Twitter  vreemd genoeg niet tegen gekomen.

Hier in dorpje B. op de Veluwe is men ook al begonnen: de belagrijkste politieke Twitteraar, @B_A_Schermers heeft al 47 volgers. Dus, inwoners van B., doe die man een plezier en volg hem ook even. Want stel je voor, straks win ik nog met mijn 240 volgers. En wie wil Wauwel nou als belangrijkste politieke macht in B.? Mij volgen mag trouwens wel hoor: www.twitter.com/wauwel. Ik heb trouwens niet echt politieke ambities.

Gezellig coma-zuipen met de meester

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=FHs4QKBmWL0[/youtube]

Het gaat goed met het coma-zuipen op de Nederlandse schoolfeesten. Uit onderzoek onder wel 558 scholieren op  wel 43  scholen is gebleken dat er steeds minder alcohol geschonken wordt. Men zit daar weer met glunderende koppen aan een glaasje ranja te sippen en ook dan komt de gezelligheid vanzelf.

Nu vraag ik mij ernstig af in hoeverre je op basis van genoemde aantallen een gefundeerd oordeel kunt geven over de alcoholconsumptie van onze bloem des vaderlands, zeker als je ook deze week verneemt dat de burgemeester van – naar ik meen – Venlo de openbare eindexamenfeesten heeft verboden vanwege de astronomische hoeveelheden drank die er daarbij doorheen gejaagd werden, met alle gevolgen vandien. 
Was in 2005 een kwart van de schoolfeesten alcoholvrij, nu is dat een derde. Nog steeds drinkt echter 65 % van de scholieren op een schoolfeest alcohol. Of daarbij ook het vóórdrinken is onderzocht, weet ik niet. Verder is het heel goed mogelijk dat een fiks deel van de niet ondervraagde scholieren gewoon al te ver heen was om nog een zinnig antwoord op de enquête te kunnen geven.
Ook  is er de trend dat steeds meer scholen de feesten niet meer binnenshuis laten plaatsvinden maar  gewoon in een of andere feestzaal waarbij het alleen in naam nog een schoolfeest is, maar waarbij je dan als school van een hoop verantwoordelijkheid af bent. Zo kun je dus ook aan je teruglopende alcoholconsumptie komen.

Zo af en toe mag ik ook het genoegen smaken om enige tijd in zo’n etablissement te vertoeven, waarbij je na afloop nog twee uur met tuitende en piepende oren loopt vanwege de herrie. De aanwezige docenten houden zich bij dergelijke gelegenheden in een veilig groepje bij elkaar op, liefst enigszins bij de buitendeur, en becommentariëren daar de handel en wandel van de directie, waarvan soms ook heel even een afvaardiging langs komt om wat  te socialiseren.   
Binnen gaat dan het feestgedruis in alle  hevigheid voort, en als je dan even ter helle af moet dalen voor een glaasje fris of een bescheiden biertje, ontwaar je daar een hossende en soms opzichtig schaars geklede massa, die lallend en brullend een nieuw lied inzet op de maat van onverstaanbare geluidsbrij. Tot je blijdschap merk je ook dat veel leerlingen die overdag ernstig ziek waren afgemeld, op wonderbare wijze weer hersteld zijn.
Wanneer je dan even een paar foto’s maakt voor de schoolsite, vliegt men elkaar enthousiast om de hals, heftig morsend uit schommelende glazen bier, en in het ontluisterende licht van de flits zie je dan knalrode ogen, vuurrode blossen, enorme bier- en okselzweetplekken, nadrukkelijke jeugdpuistjes, en zo blijft er weinig over van de redelijk bevallige wezens die je normaal in de les voor je hebt. Ecce Homo.
Je moet altijd snel wezen, want voor je het weet worden ze wel heel erg  joviaal en word je meegesleurd om even midden in de hysterische menigte mee te pogo-en of te headbangen, en niets is zo lachwekkend als een docent op leeftijd die een dansje waagt, en voor je het weet sta je de volgende dag op YouTube.
Vroeg komen dus, op zo’n schoolfeest. Ook weer niet tè vroeg, want in mijn enthousiasme stond ik laatst om half negen voor de deur, en ja, dat is de tijd waarop iedereen nog vrolijk thuis aan het indrinken is tegenwoordig. Een beetje feest begint nu pas om elf of twaalf uur ’s avonds, de tijd waarop bejaarde docenten zoals ik ernstig aan hun bed beginnen te denken of het water voor de kruik op zetten.

En ben je dan weer thuis, dan denk je misschien heel stiekum wel eens: ach, was ik ook maar weer een keertje zestien, want zeg nou zelf, deden wij het vroeger wezenlijk anders?

Alle scholen dicht

Leslokaal 2010

Die varkensgriep kan mijn niet snel genoeg komen. Alle scholen gaan dan dicht, zo weet o.a. de Telegraaf ons te melden tussen alle songfestivalperikelen door. Niet dat ik een hekel heb aan school, en als de boel dicht gaat zullen wij  als docenten er toch wel zijn, maar zo’n onverwachte sluiting is een uitgelezen kans om ons eens volledig te bekeren tot e-Learning. Enige jaren geleden heerste hier in de regio Mond- en Klauwzeer en ook toen waren wij genoodzaakt de tent enkele weken te sluiten. Het aantal hits op onze internetpagina’s steeg tot astronomische hoogte, en zelfs de docenten en het management zagen het internet-licht en de geneugten die dat met zich meebrengt.

Ik mag dus ernstig hopen dat  het management de griepscenario’s reeds volledig heeft uitgewerkt en een grote rol heeft weggelegd voor Twitter en Electronische Leeromgeving. Vooral Twitter zal een enorme boost door maken, en als het nu niet lukt met  alle digitale zegeningen in het onderwijs, dan wordt het nooit meer wat, en zullen wij tot in lengte van dagen gedoemd zijn tot het krijtje en een stoffig schoolbord.  Die griep die gaat er natuurlijk komen. Gisteren las ik dat wanneer je niest, daarbij zo’n drieduizend miniscule druppeltjes verspreid worden waarin zich zo’n twintigduizend virussen bevinden, die allemaal naarstig op zoek gaan naar het dichtstbijzijnde menselijk wezen.

Het is ook gelijk een mooie gelegenheid om leerlingen langer op school te houden, zoals meneer Hans de Boer, voormalig voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid sinds vandaag graag wil. Ook al wordt het dan een virtuele school, waarin leerlingen op elk door hen gewenst tijdstip kunnen inloggen. Die aanwezigheid is eenvoudig te registreren, zodat iedereen eenvoudig aan z’n verplichte aantallen uren komt, en mocht een leerling de boel willen flessen door ondertussen iets anders te gaan doen, dan verplicht je zo’n booswicht tot het om het half uur indrukken van een toets of een moeilijk woord; zo wordt digitaal spijbelen een stuk moeilijker en leren ze en passant nog een beetje spellen ook.

Voor docenten met ordeproblemen wordt het ook een stuk makkelijker, scholen gaan enorm besparen op verlichting, verwarming, gebouwen etc, en kunnen in de toekomst volstaan met een serverkastje ergens bij de directeur thuis of zo. Vergaderen gaat allemaal middels de webcam, en ook hoogbejaarde docenten die eigenlijk alleen nog maar aan een infuus vegeteren kunnen weer ingeschakeld worden voor het bedienen van enkele knopjes op het toetsenbord. Zo bespaar je ook op ziektekosten. Op het moment dat iedereen weer gezond en wel naar school kan is het hele onderwijssysteem van een geldslurpend log apparaat veranderd in een geoliede digitale leeromgeving, die de student diens gehele leven verder begeleidt. Een Leven Lang Leren in optima forma.

Zo zie je maar weer: van elke bedreiging kun je weer een kans maken, en overdrijven is ook een vak.

Hoog bezoek

pink-clouds

Toen ik vanochtend zorgeloos fluitend ( want werkzaam in het onderwijs )  bij mijn school aan kwam fietsen, ontrolde zich voor mijn oog een schokkend tafreel: enige lieden waren daar met rood-wit lint vrijwel het gehele parkeerterrein hermetisch aan het afsluiten. Je gedachten gaan dan al snel uit naar forensisch onderzoek wegens een drievoudige moord, of een mogelijk op handen zijnde aanslag door  de Hofstad-groep, maar dat bleek allemaal mee te vallen.  Ons eerbiedwaardige onderwijsinstituut zou vandaag vereerd worden door hoog bezoek, namelijk een of andere secretaris-generaal van de VN of het LNV ( dat weet ik even niet meer )  met gevolg.
Je kunt dergelijke hooggeplaatse lieden immers niet ergens de auto in de berm bij de buren laten parkeren, met alle kans op een parkeerbon van de plaatselijke veldwachter alhier.  Zo’n man zou trouwens vervolgens tot in lengte van dagen uit zijn ambt ontheven worden of, ook mogelijk, verbannen worden naar bijvoorbeeld Kootwijkerbroek.

Het gezelschap zou rond half twaalf arriveren, en het gebouw was werkelijk op zijn paasbest uitgedost. De ontvangstruimten, vèr weg van het gewone gepeupel, waren getooid met sta-tafels, fraaie bloemstukken en het zou me niet verbazen als ook Wibi Soerjadi nog zou worden ingevlogen voor beschaafde achtergrondmuziek. De Toppers wil je bij een dergelijke manifestatie niet hebben.

De directeur-generaal kwam zich vergewissen van de stand van zaken binnen enkele onderdelen van ons onderwijs, en het had hem aardig geleken om zoiets eens op de werkvloer mee te maken. Een unieke ervaring. De ingang was geheel ontdaan van sigarettenpeuken en kauwgumplakkaten, en het management liep in meer of mindere mate netjes aangekleed in de hal heen en weer. Diverse colbertjes van ietwat verouderde snit en kleur waren uit de kast gerukt en ook kon men enkele stropdassen ontwaren. Zelf heb ik nog ergens een stropdas met roze varkenskoppen in dekast hangen, maar een associatie met de varkensgriep ( je moet trouwens van de EU “modern flu”of zoiets zeggen ) is dan te gauw gelegd.

In het dorp was ergens een luchtalarmsirene blijven hangen, maar dit kan ook een vorm van landelijk feestelijk onthaal geweest zijn. Toen het gezelschap eenmaal binnen was, konden wij als gewone docenten even opgelucht ademhalen en ons naar de koffieautomaat in de morsige docentenkamer spoeden om ons daar te laven aan de inhoud van een plastic bekertje en ons broodtrommeltje, terwijl elders in de feestruimte men zich vermoedelijk tegoed deed aan ingelegde kwarteleitjes met een scheutje Dom Perignon ’56. Hoe heerlijk moet het voelen om een hooggeplaatste binnen het onderwijs te zijn.  Om voortdurend op een roze wolkendek gevuld met onderwijsvernieuwingen vèr boven de dagelijkse praktijk te mogen zweven. Is er een hoger doel in het leven dan bijvoorbeeld als staatssecretaris of minister een onderwijsvernieuwing op je naam te mogen schrijven?

Ver onder het wolkendek,  op de werkvloer, moest ik die middag even ingrijpen bij een collega, waar een klas redelijk ernstig aan het ontsporen was, ondanks alle onderwijsvernieuwingen. Het huilen stond haar nader dan het lachen: zoveel voorbereiding, en dan zó behandeld worden. Het is niet altijd eerlijk verdeeld, en je gunt ze toch zo graag een leerzame en leuke les.  Jammer dat de inspecteur-admiraal er niet even bij was.

Ik overdrijf natuurlijk een beetje. Chargeren moet zo af en toe. Er waren geen kwarteleitjes. Geen champagne. Wèl lekkere belegde bolletjes; ik mocht er zowaar eentje proeven van de enorme berg die onaangeroerd terug kwam. Ja, als je je overal op de hoogte moet houden van de ontwikkelingen, kom je niet altijd aan eten toe. Zo heeft elke baan z’n voor- en nadelen.

Griepje

ll_plague

Nederland heeft de eekhoorn als meest favoriete zoogdier gekozen, en helemaal onderaan de lijst staat de rat. Koeien, paarden, katten en honden mochten niet meedoen, want niet inheems, dus ook het varken staat niet op de lijst. Dat varken zou nu wel eens met stip op de allerlaatste plaats kunnen komen, want dit dier heeft een nogal nare griep geïntroduceerd, die nu in razend tempo de wereld over lijkt te gaan. De pandemie is eindelijk daar, en zwartkijkers voorzien het einde der tijden. De komende uitgaven van Wauwel goed bewaren dus maar, want het konden wel eens exemplaren met antiquarische waarde worden.
Ab Osterhaus wordt ongetwijfeld beroemder dan Balkenende, en hij zal dan ook degene zijn die straks het crisis-kabinet gaat leiden wat ons door de financiële en nu ook door de griepcrisis moet gaan loodsen.
Nu had Wauwel aanstaande dinsdag naar Schiphol willen afreizen om bij de balie van – naar ik meen Tui – zo’n last minute-reisje te boeken, maar de keus wordt met het updaten van het nieuws steeds kleiner: Mexico is bij voorbaat al uitgesloten, New York en Nieuw-Zeeland kunnen al niet meer, en nu net komen ook Frankrijk en Groot Brittannië al op de Zwarte Lijst te staan. Morgen blijft misschien alleen nog dorpje B. op de Veluwe over.

Het is gedaan met het reizen. Waar vroeger de rat – toen ook al niet echt geliefd – met behulp van de pest hele dorpen en steden wist uit te roeien, is nu die taak over genomen door het varken, c.q. de mens. Het grote co-coonen is aangebroken, en de verkoop van horretjes ( van waarachter we angstig naar buiten kunnen kijken )  en mondkapjes ( voor als we toch nog schichtig naar buiten moeten, in de hoop niemand tegen te komen ) gaat een enorme vlucht nemen.

Twitteren wordt het nieuwe communiceren. Twitter: het digitale mondkapje. Zo zullen wij al twitterend elkaar kond doen van het steeds verder decimeren van de wereld om ons heen. Al twitterend gaat de mensheid ten onder. Een kleine groep blijft over: de echte computernerds, de twitteraars van het eerste uur, die toch al redelijk contact-gestoord waren. Het wordt de wereld van lieden met mensenvrees, met pleinvrees, van eenlingen, zonderlingen en digitale kluizenaars. Geen contact meer zeg. Stel je voor dat je er wat aan over houdt.

Stiltecoupé

Laatst zat ik, na een bezoekje aan een hectische beurs vol nieuwe onderwijs-gadgets en hebbedingetjes, in de trein terug naar huis in dorpje B. op de Veluwe, daar waar rust en reinheid heerst, en waar de eenvoudige burger met bedachtzame pas door de verstilde straten schrijdt, vooral op zondag.
Zo had ik dus een plekje gevonden in de stiltecoupé, een jammerlijk mislukte uitvinding van onze Nederlandse Spoorwegen. Na een gang door overvolle en lawaaiierige compartimenten kwam ik  dus in wat de NS als een oase van rust en hard werkende lieden had gehoopt.
De enkele stilte-minnende reiziger zit daar met verbeten trek om de mond nadrukkelijk stil te wezen, maar ja, als je wat van de herrie zou zeggen , haal je je mogelijk de woede van andere stilte-fanaten op de hals en trouwens, vòòr je het weet wordt er voor jou ook een Stille Tocht georganiseerd omdat herrieschoppers tegenwoordig een uiterst kort lontje hebben. Zo eindig je dan mogelijk toch nog in stijl. Alles over je heen laten komen dus maar, en in stilte je ergernis verbijten.

Schuin voor mij zat een man, die ik rond dat tijdstip wel vaker in de trein naar huis ben tegen gekomen. Als er iemand in de stiltecoupé past, was hij het wel. Al tijdens de bouw van de allereerste stoomtreinen moet hij daar al gezeten hebben, zó onopvallend, kleurloos, verstofd en voltooid verleden tijd.
Een open hangende grijsachtig beige, flodderige regenjas aan, daaronder natuurlijk een geruit colbertje van onbestemde snit en kleur, grauw overhemd, grijze terlenka broek, stro-kleurig grijzig haar, een benig, loodkleurig gezicht, een nietszeggende bril met vergrotende glazen, het zou zó maar een docent kunnen wezen.
Dit kon echter geen leerkracht zijn. Dit moest een klerk wezen, zo’n beroep uit “Karakter” van Bordewijk, of uit het werk van Dickens. Zo iemand die in een schimmig bruin betimmerd kantoortje achter glazen wanden de hele dag over stapeld mappen en folianten gebogen zit, onder het gelige licht van een bureaulamp, die groteske schaduwen op de wanden van het kamertje werpt. En inderdaad, vanuit een bruine verschoten leren schooltas werden stapels rapporten tevoorschijn getoverd, waarin met een potlood aantekeningen werden gemaakt.
Als zo’n man thuis komt, prikt hij in stilte met zijn net zo kleurloze vrouw aardappeltjes uit een schaal die precies in het midden van de tafel onder de lamp staat, en roert hij in een grijzige massa doorgekookte Brusselse lof op zijn bord. Elke dag weer, en het is altijd herfst en altijd bewolkt.

Achter mij werd een gesprek gevoerd, goed verstaanbaar boven de herrie van de andere gesprekken en de veel te hard afgestelde koptelefoontjes uit. Een schoolmeisje belde met haar vader: 
“He pap, ik zit nu in de trein naar huis, maar ik moet straks gelijk na het eten weg, wil jij even snel sigaretten voor me maken? Ik heb niks meer!”  Ze zal een jaar of zestien geweest zijn.
“Nou doe maar flink wat, in elk geval minstens tien, de rest maak ik als ik uit ga zelf wel, dan heb ik voor vanavond genoeg.” Waarmee gelijk werd aangetoond dat men overal in de horeca stevig door paft.

Minstens tien, en de rest vanavond. Wat moest dat voor vader zijn? Ik stelde me daar zo’n dikke vent in een wit hemd voor, onderuit gezakt op de bank, paar bierblikjes naast hem op het salontafeltje, en dan zo’n appraatje waarmee je met behulp van tabak en papiertjes sigaretten draait. Vermoedelijk een hele stapel, die er dan in een avond doorheen gerookt wordt. TV de hele dag aan, van stilte heeft men in dergelijke huishoudens nog nooit gehoord, laat staan van stiltecoupé’s. Arm kind. Nu al kansloos en veroordeeld tot net zo’n man als haar vader, en nèt zo’n kind als zijzelf, en nèt zo’n treurig leven zonder stilte.

De trein kwam aan in dorpje B. Etenstijd, op de straten geurde het naar jus en aardappeltjes en sudderlapjes. Stilte alom.