“Dit huis nemen we niet: het internet is te traag!”

planGrubby is een rustige lange slungel van een jaar of 20, schat ik zo. Wie noemt zijn kind nou Grubby? Niemand natuurlijk; het is z’n alter ego in die andere wereld waar wij zo weinig van af weten, de wereld van het de computergames, in dit geval World of  Warcraft (WoW). Z’n tegenstander is Sky, een soortgelijke Chinese knaap uit het platteland, naar Beijing getogen om daar, middels twaalf uur oefenen per dag, eeuwige roem te vergaren door Grubby te verslaan.
De documentaire zoals die van de week in Holland Doc te zien was, toont treffend de steeds groter wordende kloof tussen de generatie die nog is opgegroeid en leeft in de dagelijkse huis-tuin-en-keukenwereld, en de generatie die daarnaast nog in heel andere werelden vertoeft, werelden die steeds meer vervlochten raken met hun reëele wereld, zodat het ook steeds lastiger wordt een duidelijk onderscheid tussen die twee te maken. Werelden waar monsters achter elke dreigend kasteel vertoeven, waar tovenaars, feeën en kollen hun spreuken prevelen, waar vierentwintig uur per dag bloedige veldslagen door zo’n elf miljoen spelers online worden uitgevochten. Werelden die een levendige handel in attributen: zwaarden, vergiften, toverdrankjes, bezweringen, bepantsering in de echte wereld te weeg brengen, een handel die harde valuta oplevert. 

Er is veel geld te verdienen. Grubby keurt met zijn vriendin een enorm appartement in China, maar nee, het wordt afgekeurd: het internet is er niet snel genoeg. Een halve seconde vertraging in de verbinding is dodelijk.

We zien de berustende ouders van de Chinese Sky, in een armoedig appartement. Zelfs stokslagen hebben de jonge Sky niet van zijn passie af kunnen brengen, en de vader moet zijn zoon op straat verdedigen tegen een groep buurtbewoners, die zo’n gamers-bestaan niet voor vol aan zien, die het niet respectabel vinden, en die vinden dat hij maar een vak had moeten leren, in Naaimachine-Fabriek 420 voor mijn part.

Ach ja, vroeger, en dat is dus nauwelijks langer dan twintig  jaar geleden, speelden we ’s avonds nog een half uurtje mens-erger-je-niet, of een potje Monopoly. Daarna lummelde je nog een paar uurtjes op straat of  in een clubhuis rond. Hoe suf, hoe vreselijk 2008. … vinden de gamers van nu. Beetje op zo’n kartonnen bord rondhupsen met een pionnetje. 
Begrijpen wij onze pubers eigenlijk nog wel? Weten we eigenlijk nog wel waar ze het over hebben? Vragen wij ons eigenlijk wel serieus af  hoe het komt dat ze zich  zo moeilijk gedragen  in het “gewone” leven zoals wij dat kennen? Wij kunnen niet begrijpen hoe het mogelijk is dat Grubby en Sky een stadion vol pubers tot haast hysterisch enthousiasme kunnen brengen.  Onze hersenen denken blijkbaar anders. Onze hersenen hebben niet geleerd hoe snel je moet reageren om niet door een vloek van een tovenaar getroffen te worden in een dreigend spooklandschap. We hebben niet geleerd welk strategisch inzicht je moet ontwikkelen om er voor te zorgen dat je kasteel niet door hordes “Undead” onder de voet wordt gelopen.  We zien er het NUT niet van in. Bezigheden moeten NUTTIG zijn in onze ogen, moeten iets tastbaars opleveren.

Dat is dus allemaal gedacht vanuit een wereld die niet de hunne is, en die ook nooit meer de hunne zal worden, omdat de ontwikkelingen elkaar steeds sneller gaan opvolgen. We zullen dus haast moeten maken om die kloof niet verder te laten groeien. Inhalen gaat niet lukken.. nooit meer. Maar een beetje verdiepen in waar ze het nou echt over hebben en wat hen naast school nu echt bezighoudt, kan af en toe geen kwaad.

Niet elke puber wordt een glazig kijkende gamer achter het beeldscherm. Maar elke puber leeft tegenwoordig wel in een wereld van mobieltjes, van MSN, van SMS , van Hyves en Twitter. En die toch nog vrij eenvoudige wereld is voor veel ouderen, opvoeders, onderwijsgevenden, noem maar op, al behoorlijk buitenaards.  Hoog tijd om in elk geval daar eens een serieus kijkje in te nemen. Nog een mooi citaat: “Spelen met het menselijke ras is wel een beetje saai”

Zo, nu kruip ik weer even in de cockpit van mijn Flight Simulator-vliegtuig voor een kort vluchtje van Schiphol naar London Heathrow.

Stem maar weer eens op mij

shangh

Klik hier om te stemmen

Nu even misbruik van dit blog. Mooie foto hè?  En u vindt Wauwel ook een leuk weblog hè, en wilt dat graag blijven lezen. Wil iedereen even op het linkje onder deze foto of op de foto zelf klikken en vervolgens even op mijn vakantiefoto-inzending stemmen door het geven van een 10?  Ik ben heel zielig eigenlijk, want ik win nooit wat. Wie weet gaat dit nu veranderen. Wie niet stemt, mag nooit meer dit blog lezen, laat dat even gezegd zijn!

Twitter-verslaving groot probleem

twitterverslavingIk wil mijn lezertjes niet ongerust maken, maar dit is toch wel even ernstig:

Uit recent onderzoek is gebleken dat 4 van de 10 internetgebruikers verslaafd zijn aan Twitter, de micro-blogdienst die de laatste tijd zo in het nieuws staat. Daabij kan nog onderscheid gemaakt worden tussen mannen en vrouwen: 63% van de vrouwelijke internetters heeft een dwangmatige  Twitter-neurose ontwikkeld, tegenover 21% van de mannelijke gebruikers. Onderzoekers verklaren dit verschil uit het feit dat vrouwen  van nature meer de neiging hebben om zich te verliezen in gesprekjes over alledaagse onderwerpen, in alledaags eenvoudig taalgebruik. Ook speelt mogelijk mee dat vrouwen overdag meer tijd hebben om te twitteren, aldus de conclusies uit het onderzoek. Het meest wordt er getwitterd in de leeftijdscategorie tussen 30 en 50 jaar.
Op het Twitteren in het openbaar blijkt ook een enorm taboe te rusten.  Op feesten en partijen of bij andere sociale verplichtingen is het not-done om openlijk voor je twitter-gedrag uit te komen. Het twitteren gebeurt dan ook op momenten of plekken die voor anderen niet zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op het toilet of  ’s nachts. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het feit dat voor Twitteren tegenwoordig niet meer uitsluitend een computer nodig is. Op steeds meer mobiele telefoons zijn applicaties om te twitteren geïnstalleerd.

Werkgeversorganisaties, bezorgd om het verlies aan werktijd, dringen er bij de overheid op aan om maatregelen te nemen, daarbij gesteund door medici en instanties voor geestelijke gezondheidszorg. Men vreest dat twitterverslaving binnen enkele jaren de plek van alcohol en/of drugsverslaving zal overnemen.  Er zijn inmiddels initiatieven ontwikkeld om te komen tot een wetsvoorstel wat het twitteren aan banden moet leggen. Men denkt daarbij aan een soort twitterblokkade zoals dat bijvoorbeeld in China gebeurt, maar dan op bepaalde uren, bijvoorbeeld onder werktijd en ’s nachts.  In het najaar zal deze wet aan de Kamer gepresenteerd worden.
Daarnaast zijn twee academische ziekenhuizen gestart met een speciale polikliniek voor twitterverslaving, waarbij inmiddels veelbelovende resultaten worden geboekt met het nieuwe medicijn Twexit.  Voorlopig is dit medicijn nog niet in Nederland geregistreerd, maar via internet is het wel in de Verenigde Staten te bestellen. Twexit is trouwens als bedrijf ook op Twitter te volgen.

Bron: WPD 2009

Eeuwig hetzelfde

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=T_yDWQsrajA[/youtube]

Wat als je alles wat je doet, eindeloos kunt herhalen, verbeteren, perfectioneren zonder dat dat gevolgen heeft?
Gisteravond keek ik naar de film “Groundhog Day”. Die had ik al vaker gezien. Het gaat over een weerman die in een klein dorpje een bepaalde folkloristische gebeurtenis moet verslaan. In stilte is hij verliefd op één van de leden van zijn cameraploeg.
De volgende morgen wordt hij wakker, en dan blijkt het wéér dezelfde dag te zijn, met dezelfde gebeurtenissen, die hij, naarmate er meer dezelfde dagen komen, steeds beter kan voorspellen en waarop hij dus ook steeds beter kan anticiperen. Hij weet dat de volgende dag alles weer precies zo zal lopen als de dag ervoor, met uitzondering van de zaken die hij zelf kan beïnvloeden. Zo komt hij steeds meer te weten over zijn collega en uiteindelijk heeft hij haar veroverd, waarop in de film dan toch echt een andere dag aanbreekt die niet meer het zelfde verloopt. De betovering is verborken; ja, je moet er toch een eind aan breien.

Een aardig gegeven. Je leeft maar één dag, en die wordt eindeloos herhaald. Je gaat niet dood, want de volgende ochtend begin je weer van voren af aan, en je weet nu wat je kunt doen om dat doodgaan te vermijden. Of misschien wil je wel elke keer op een andere manier doodgaan. Bevalt de ene niet, dan probeer je de volgende dag de andere.
Op Twitter reageerde een collega-blogger: het lijkt op het docentenbestaan. Jarenlang doe je hetzelfde.
Je geeft eeuwig dezelfde lessen, de leerlingen gedragen zich eeuwig hetzelfde. Is het onderwijs een tredmolen waarin je altijd maar je rondjes draait? In de film was de hoofdpersoon voortdurend zijn gedragingen aan het aanpassen aan zijn omgeving, om zo het gewenste effect te bereiken.  Elke dag een kans om het beter te doen.

Elke dag opnieuw beleven heeft zo zijn voordelen: je wordt niet ouder, je hoeft je niet meer druk te maken over een aftakelende gezondheid, je kunt alles eten wat je hart begeert, je kunt alles doen wat je niet kunt nalaten. Nadelige gevolgen duren hooguit tot twaalf uur ’s nachts, want daarna begint alles weer van voren af aan.
Stel er is een leerling waar je een gruwelijke pesthekel aan hebt. Die smijt je er dus elke keer met veel plezier en in wisselende variaties uit ( door de deur, uit het raam, van het dak, alles kan . Lak aan boze ouders, lak aan directie, lak aan schosing en processen). Heerlijke opluchting. Ondertussen perfectioneer je je lessen ook nog steeds verder, je leert andere vaskken erbij, op het laatst beheers je werkelijk alles. Ideaal, dat docentenbestaan.

Elke docent echter weet dat je leerlingen anders gaat bezien als je ze langer meemaakt. Helaas heb je daar soms de tijd niet voor. Je hebt een klas bijvoorbeeld tien weken lang, en daarna nooit meer. Dat is jammer, hoewel er natuurlijk altijd wel lieden zijn  waarvan je denkt: blij dat ik daar van af ben. Dat zijn gelukkig uitzonderingen.
Als je nu dus elke dag beschouwt als een dag waarop je de dingen die gisteren niet naar wens verliepen kunt aanpassen en verbeteren, creëer je zo je eigen Groundhog Day. Wel aardig om daar eens bij stil te staan. Maar ook weer niet te lang, want we hebben niet eeuwig de tijd.

De school van de toekomst

schoolbordDe meester tegen de kindertjes op de eerste schooldag na de vakantie: “Zo kinderen, twitteren jullie maar eens in maximaal 140 tekens wat jullie allemaal de afgelopen vakantie hebben gedaan!”
Nu ook voor Wauwel de karig bedeelde zomervakantie ( even wat ogen uitsteken ) bijna voorbij is, breekt de tijd aan voor wat ideeën over de toekomst van het onderwijs. Trouwe lezertjes weten dat ik daar wel wat gedachten bij heb, waarvan ik er nu weer beknopt wat zal ventileren.

De school van de toekomst kent geen vakantie meer, en is 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend, het hele jaar door. Jaloerse lieden die ons onze vakantie niet gunnen, zijn hier gelijk mee tevreden gesteld.
Vroegâh had je voor leerlingen twee dingen: de vrije tijd en de school. De school begon om half negen, eindigde om een uur of drie en daarna was het thuis huiswerk maken en voor de rest vrije tijd voor bijvoorbeeld een beetje tv-kijken, de sjoelcub, de sigarenbandjesverzamelclub, de voetbalclub, de Arendsoog-boekenleesclub, de knutselclub of voor mijn de kantklos-club. Internet nog nooit van gehoord, mobieltjes nog nooit van gehoord.
Een school die nu nog steeds aan deze traditie vast houdt, is wel zóóó 2008. Jongeren willen nu 24 uur per dag online zijn. Statistieken tonen dat ook aan, en in de grafieken zie je tijdens dat online zijn een enorme dip: die is niet ’s nachts, wat je zou verwachten, maar juist op de momenten dat ze op school zitten. De school is dus blijkbaar een hinderlijke onderbreking van hun dagelijks leven, wat zich tegenwoordig ook voor een belangrijk deel virtueel afspeelt, en wat bovendien nog eens oneindig veel meer bezigheden kent dan 20 jaar geleden. De huidige scholier verwerkt op één dag meer informatie dan een middeleeuwer gedurende zijn hele leven.
Logisch dan ook dat zo’n middeleeuws instituut als de school, met z’n vaste lestijden en leermomenten, steeds meer een anachronisme wordt in het drukbezette leven van de moderne jongere. Daar lopen nog docenten rond die een computercursus moeten volgen, om op de hoogte te geraken van al die nieuwerwetse technieken. Er zijn er bij die het verschil tussen MSN en SMS niet weten. Of die het hebben over een “webside” in plaats van een “website“. Het lijken wel ouders. Er zijn scholen die de levensader van jongeren willen afsnijden: die verbieden het gebruik van mobieltjes binnen de school.  Vraag een jongere of hij of zij een dagje zonder mobieltje kan, en je weet van te voren wat het antwoord is.  als ik aan mijn dochters voorzichtig voorstel of het misschien handig zou zijn om hun mobieltje ’s nachts uit te zetten, want waar heb je dat nu ’s nachts voor nodig en zo, dan wordt ik aangekeken of ik helemaal gek geworden ben. Stel je voor dat je ’s nachts een berichtje mist. Berichtjes, die inderdaad op de meest krankzinnige tijden binnenkomen.

Hippe scholen begeven zich hier en daar voorzichtig op de Twitter-markt. Voorlopig is dat zinloos, totdat elke jongere een mobieltje heeft met internet-verbinding.  Maar de school die zich nu in het aanbod van de lessen en het lesmateriaal niet gaat oriënteren op de mogelijkheden van het mobieltje, die gaat de boot missen. En dan bedoel ik niet het mobieltje waar veel docenten mee rondlopen, dus eentje waar je mee kunt bellen en waar hier en daar nog een antenne op zit. De nieuwe mobieltjes hebben allemaal snel internet, audio-visuele mogelijkheden en zijn rechtstreeks verbonden met schoolnetwerk, met de digitale schoolborden, met de docent, de klasgenoten, de laptop thuis en de e-reader in de klas en met de hele wereld.  Het nieuwe mobieltje is een soort uitbreiding op onze hersenen geworden, een nieuw lichaamsdeel.

De school van de toekomst blikt zijn beste docenten en zijn beste lessen in, is reëel èn virtueel 24 uur per dag open, en staat klaar voor de leerling op het moment dat het hem of haar uitkomt, dus niet wanneer het de school uitkomt. Dat ook nog onafhankelijk van de plek waar leerling, docent of school zich bevindt. Klassikale lessen op vaste tijden verdwijnen, en wat daar voor in de plaats komt bestaat uit hapklare, direct toepasbare informatie die wordt aangeboden wanneer daar op dat moment vraag naar is. En die informatie dient dan ook nog eens eindeloos via internet herhaald te kunnen worden.

De nieuwe school heeft vier knoppen: “PLAY-FAST BACKWARD-FAST FORWARD-STOP/PAUSE”. Daar kun je eindeloos op drukken, en zolang iets knopjes heeft, geluid maakt en licht geeft, dan is aandacht verzekerd.  De school van de toekomst draagt de leerling altijd met zich mee, in de vorm van het mobieltje in de broekzak.

Concert Hands, voor al uw pianoconcerten

concertpianoMijn buurvrouw deelde mij laatst in een onbewaakt ogenblik mee dat haar zoontje van vijf binnenkort een drumstel krijgt voor drumles. De lezer zal begrijpen dat mijn -als het om de buurkindertjes gaat- toch al verhitte gemoedsgesteldheid er door dit bericht niet beter op werd. Dat wordt dus binnenkort met het meetlint langs de aanpalende muur om te kijken waar ik het handigst twee enorme geluidsboxen met tweehonderd beats per minuut omgekeerd tegen de wand kan monteren, die vervolgens dag en nacht het kleine jong er aan zullen herinneren dat niet alles zo maar kan.
Zelf ben ik niet erg behept met muzikaal talent, ondanks jarenlange verwoede pogingen. Ik heb gitaarles gehad, natuurlijk ook direct een elektrische gitaar met versterker aangeschaft naast de acoustische en de twaalf-snarige die ik ook al in een vlaag van koopdrang het huis binnen had gehaald. Die twaalf-snarige is trouwens te koop, voor de liefhebber. Een Eric Clapton zal ik dus niet worden, en wie zit er nog te wachten op een gereïncarneerde vijfenvijftigjarige Elvis-kloon?

Ook pianolessen, heel officieel bij de muziekschool, resulteerden niet in Wibi-achtige voorstellingen. ik kreeg les volgens de methode Suszuki, waarbij de juffrouw – die zeer recht in de leer was – het eerste jaar bezig was mij ongeveer uitsluitend het liedje “Cho-co-la-de-koek-jes” aan te leren. Met zoiets scoor je dus niet echt op familiefeestjes en bruiloften. Vader zal nog eens even , op velerlei verzoek, “Chocoladekoekjes” spelen. Volgend jaar komt er misschien nog een liedje bij. Ook een der dochters kreeg les volgens dezelfde methode, wat tot effect had dat zij het klavier op bepaalde momenten het liefst met een hamer in plaats van met zacht strelende vingers te lijf zou gaan. De methode Suzuki heeft ons dus niet geholpen.

Had ik dan maar het “Concert Hands” toestel tot mijn beschikking gehad, dan toerde ik nu toch wel op zijn minst met André Rieu de wereld rond, of begeleidde ik Hans Klok in een goochelshow in Las Vegas. Wat is de “Concert Hands”?  Via Idealize.nl  kwam ik bij dit intrigererende apparaat terecht. Voor vijfduizend dollar krijg je een soort weeftoestel wat je aan je piano dient te bevestigen. Daarop zitten weer een paar motorisch voortbewogen steunen waarin je je polsen moet leggen en aan je vingers komen allemaal draden die er voor zorgen dat je handen, boven de juiste toetsen aangekomen, door middel van blijkbaar elektrische schokken de juiste toon aanslaan. Ondertussen kijk je op de monitor die je ook nog ergens kwijt moet, en alles komt goed: Chocoladekoekjes alsof je het al jaren speelt.  In de tijd die je voor de op- en afbouw nodig hebt, kan je het volgens mij  langste pianostuk ter wereld  volledig uitvoeren, wat -afhankelijk van het tempo- 12 tot 24 uur duurt.  Het is zo’n toestel wat je over een jaartje op Tell sell tegen gaat komen, maar dan als hulpmiddel bij het versterken van je buikspieren. Het heeft ook wel iets weg van de electrische stoel. Het publiek wacht gebiologeerd op het moment waarop de eerste bliksemschichten uit je vingertoppen over de toetsen uiteen waaieren. Succes verzekerd.

Dromen zijn soms bedrog en onze aderen zijn niet gevuld met zout

Het prinsesje wat haar zin niet kreegEr was er eens een verwend prinsesje en dat was dertien jaar oud. Ze heette Aura. Ze had bijna alles wat haar hartje begeerde. Ze hoefde maar met haar vingers te knippen en haar vader en haar moeder stonden voor haar klaar. Die zorgden er voor dat het haar aan niets ontbrak. Het meisje had de hele wereld al rondgereisd, en was ere-burger van Duitsland en Nieuw Zeeland. Aan één ding had het kindje nooit genoeg, dat blijkt wel weer. Ze moest altijd meer, meer, meer.  En zo dachten haar ouders er ook over.

Op een dag zat het prinsesje te denken wat ze nu eens voor haar verjaardag wilde hebben. Dat was moeilijk, want – zoals we allemaal weten – prinsesjes hebben alles al. Het enige wat ze niet had, dat waren vriendjes.  Dat is ook een beetje moeilijk als je zo anders bent dan de anderen, en als je ouders dat ook vinden. Dat is nu eenmaal het trieste lot van prinsesjes. Die staan altijd een beetje buiten de werkelijkheid, en de ouders ook. Zo droomde het prinsesje voort, en in één van haar dromen zag zij zichzelf in een bootje rond de wereld varen.
“Dat wil ik doen!” sprak zij bij zichzelf toen zij de volgende ochtend in haar bedje wakker werd. “Ik ga niet meer naar school, maar  ik ga gezellig helemaal in mijn eentje de wereldzeeën ontdekken.”.
Haar ouders waren direkt enthousiast. Die school, daar leerde  je toch niks meer, en ze hadden het meisje toen ze nog heel klein was ook al zelf les gegeven ( vandaar dat het prinsesje er nu misschien wat vreemde ideeën op na hield ), vriendjes had je op die leeftijd ook niet nodig en een kind van 13 kon best twee jaar zonder haar ouders. Haar vader zorgde voor een boot ( “De VOC” ) en stond op het punt het prinsesje uit te zwaaien, toen er iets naars gebeurde.
Er kwamen allemaal boze stomme mensen, die zeiden dat het prinsesje nog te jong was, en dat het een verwend nest was, en dat de ouders uit de ouderlijke macht gezet moesten worden en meer nare dingen. Dat waren de ouders en het prinsesje niet gewend. Het meisje had altijd direkt haar zin gekregen, en net als alle andere dertienjarige kleine meisjes vond ze zichzelf al vreselijk groot en intelligent. Zij en haar ouders begrepen niet dat er ook nog gewone mensen waren, die zich aan afspraken en regels hielden, en die er aan gewend waren dat niet alle dromen uitkwamen en dat het soms ook wel eens goed was het maar bij dromen te laten.
Het prinsesje trok een pruillipje en haar vader haalde er in schuimbekkende woede een gladde advocaat bij. Deze onderzocht het meisje en kwam tot een verbazende ontdekking: in plaats van blauw bloed -het prinsesje was tenslotte van adel –  had het meisje zout zeewater in haar aderen!  Nou, als dat geen bewijs was, dan wist hij het ook niet meer.  Nu zou het meisje zeker vrij van school krijgen. Zie je wel dat zij bijzonder was? En er was vast wel ergens een docent die zo achterlijk was om het meisje af en toe op zee wat sommetjes door te sturen als dat zo uitkwam in de drukbezette agenda van het zwalkende prinsesje. 

Ze hadden schoon genoeg van de boze bevolking, en het prinsesje besloot dat ze niet meer in dit land wilde wonen. Nou ja, dat besloot ze niet zelf, maar dat hadden haar vader en die advocaten-meneer voor haar bedacht. Zo zou niemand meer iets over haar te zeggen hebben, en als je gewend bent dat er voor jou geen regels zijn, is dat wel zo prettig. De ruzie liep steeds verder op. Uiteindelijk besliste de rechter dat Aura net als de gewone mensen een gewoon prinsesje moest blijven en vooral een gewoon kind, wat droomt en onvervulde wensen heeft, net als alle andere kinderen. Want als je niets meer te wensen hebt, dan word je wel een heel naar en eenzaam kindje en krijg je misschien wel nèt zo’n harteloos karakter als je ouders. Het prinsesje moest eerst heel hard huilen, en nog harder toen ze hoorde dat ze toch gewoon bloed in haar aderen had.

Maar toen ze eenmaal in september gewoon in de klas zat en weer een hoop nieuwe vriendjes kreeg en geen vriendjes die wel een financieel slaatje uit haar wilden slaan, vond ze het toch wel fijn. Het was heerlijk om weer gewoon te zijn. En in haar agenda, tussen de plaatjes van K1 en K2, stond ook een plaatje van haar boot. Daar zou ze later, als ze groot was, een grote tocht mee om de wereld gaan maken. Wat heerlijk was dat voor dat prinsesje, dat nu geen prinsesje meer hoefde te zijn en het was eigenlijk best een heel lief meisje. En dat dromen niet altijd bedrog zijn, dat blijkt wel uit het feit dat zij, toen zij volwassen was, haar boottocht maakte, nadat ze de school moet goed gevolg had afgerond.

En haar ouders? Ja, die begrijpen het nog steeds niet. Die zijn naar een ver land verhuisd. Ze gaven toch al niet veel om hun kind. En het prinsesje leefde nog lang en gelukkig en maakte nog vele zeiltochten om de wereld, met haar bootje VOC. Daardoor werd ze later ook nog ere-lid van het CDA, en Balkenende adopteerde haar, bij gebrek aan ouders.

O ja, elke gelijkenis met bestaande personen of situaties is natuurlijk louter toeval.  😉