Het competentie-onderwijs komt er aan. De zon gaat weer schijnen, “hierna komt nooit meer een betere onderwijsvernieuwing”, zo wist één van de bedenkers mij eens met droge ogen te verzekeren. Eén van mijn collega’s werd in zijn functie als examencoördinator verblijd met een schrijven van ene Drs. Teja ( vroeger schreef men gewoon Thea ), die zich namens het APS zorgen maakte over geconstateerde “weerbarstigheden bij het beoordelen van competenties”, een probleem waarvoor nog geen oplossingen voorhanden zijn. De brief moet bijdragen aan het vinden van bewuste beoordelaars en heldere beoordelingsorganisaties binnen de scholen, want “dat kan niet naast het lesgeven gedaan worden”. Bij deze brief werd een ‘publicatie denktankproject 8511.500’ gevoegd, mogelijk gemaakt door een subsidie van het Ministerie van LNV. De publicatie meldt ons juichend dat veel scholen enthousiast en geïnspireerd bezig zijn hun onderwijs anders in te richten, dat is al een hele geruststelling. Bij het toetsen en beoordeling van competenties blijken we voortaan te moeten “aanvoelen” wat een leerling bedoelt. Als een leerling dus “één plus één is drie” zegt, bedoelt hij eigenlijk “twee”. De rest van de kennis van de leerling wordt getoetst in een ‘proeve van bekwaamheid’, die zoveel mogelijk moet staan voor een echte werksituatie, maar we mogen dan voortaan alleen maar spreken over ‘extrapoleerbaarheid’. Alle leerlingen dienen te beschikken over ‘reflectief vakmanschap’. In de schaarse examens die er nog zijn wordt dit getest met bijv. de volgende vraag: “Hoe heb je bij het bakken van de amandelflappen rekening gehouden met de hygiënische voorschriften?” De beoordelaar moet bij de beantwoording van deze vraag wel controleren of deze leerling niet gebruik heeft gemaakt van ‘windowdressing’. De leerling neemt voortdurend ‘go/no go-beslissingen’ tijdens ‘coachende gesprekken’ met de beoordelaar. Daaraan gaan ook mede-leerlingen deelnemen die mee kunnen adviseren ( ‘horizontaal beoordelen’ ), en de docent gebruikt daarbij ‘waarderingsinstrumenten’. Zo neuzelt het APS nog een tijdje door, en signaleert daarbij een heleboel valkuilen, maar die zijn allemaal niet erg want in de praktijk kun je ook altijd aan een ander vragen wat je moet doen. Het gaat helemaal goed komen met het competentie-onderwijs, zolang de simpele uitvoerend docent maar goed luistert naar wat de bedenkers van dit moois nu allemaal weer bedacht hebben om zichzelf aan het werk te houden.
