Je kunt altijd nog docent worden

In deze donkere dagen van kredietcrisis zijn er gelukkig altijd nog lieden die lichtpuntjes zien, zelfs voor het onderwijs, een beroepstak waarvan je je kunt afvragen of die eigenlijk wel te lijden zal hebben door die crisis. De te verwachten massa-ontslagen in het bedrijfsleven zullen namelijk een hoop nieuwe docenten opleveren, met name in het MBO, een onderwijstype met een innige band met dat bedrijfsleven. Dat is althans de visie van kundige lieden in dat bedrijfsleven. Je schoolt je uitgerangeerde ( want oud ) of ongeschikte ( te weinig opleiding ) werknemers even om met wat cursusjes, en voilá, ze kunnen voor een klas pubers gedumpt worden.

Voor de ex-bedrijfslever zal het even wennen zijn aan hier en daar wat hinderlijk gedrag van je publiek, de wat karig uitgeruste personeelskamer, opstandige ouders die zeker weten dat hun kind nooit wat fout doet,  de onbetaalde overwerkuren, de grote vergaderdruk, de matige carrière-perspectieven, de enorme stapels correctie, en – niet onbelangrijk, het eindsalaris. Waarom dan toch het onderwijs?

Wel, onderwijzen, dat moet je toch een beetje in je hart en in je genen hebben zitten. Het omgaan met leerlingen is iets wat je voor een behoorlijk deel in de vingers moet hebben. Daarom vind ik dat lerarenopleidingen wat minder nadruk moeten leggen op het hoe van het onderwijzen, en meer op de inhoud van de stof en de vakkennis. Een docent staat anders tegenover zijn werk  dan de doorsnee werknemer. Kijk maar naar stakingen: waar her en der massa’s boze werknemers het werk neerleggen, gaat een docent eerst even kijken of je dan niet te veel lesuitval krijgt. Staken is goed, maar dan wel op woensdagmiddag. Kom daar maar eens om in het bedrijfsleven.

Een dagje naar de NOT? Ja gezellie, maar dan liefst op woensdag, dan hebben de leerlingen namelijk niet te veel uitval. Ouderavonden? Geen probleem, dat doen we in feite onbetaald en zonder mokken, en dat geldt ook voor allerlei bijscholingscursussen die nogal eens op zaterdagen gepland worden. Je moet dus een beetje een tik hebben om in het onderwijs te willen werken en het nog leuk te vinden ook.

Het uitwerking van het voorstel van het bedrijfsleven zie ik dan ook met enige zorg tegemoet. Het straalt een behoorlijke onderschatting van het docentenberoep uit. Nu zou je tegenwoordig soms denkenj, dat het ook niet zo veel meer voorstelt. PABO’s  roepen moord en brand om het belabberde taal- en rekenniveau van hun studenten, maar laten hen evengoed eindeloos herkansen tot er dan toch een minimaal zesje uitrolt, want zoveel uitval, dat is toch wel slechte reclame voor je school.  En dan vooral niet testen op aardrijkskunde, geschiedenis of al die andere vakken die ook op de ( basis)school gegeven worden, want dan zijn de poppen helemaal aan het dansen.

Er komt een generatie docenten nieuwe stijl aan, die zonder de Tomtom hopeloos verdwalen, die denken dat Goebbels de naam is van een nieuw Duits biertje  en die ‘hun’ met ‘hen’ verwisselen als het hun eigen allemaal wat te ingewikkeld wordt….

Van de week een stukje Tom Cruise gezien, die Stauffenberg  speelt. Hij vertelde daar nog niet eerder van de man gehoord te hebben, en wat maakt het uit, want “in half Azië hebben ze ook nog nooit van die kerel gehoord” . Een beetje docent nieuwe stijl.

Ik zou wel eens een voltallig docententeam van een doorsnee ROC willen laten meedoen aan het Groot Nationaal Dictee, en daar nog een rekentest, een topografietest en een geschiedenistest aan vast willen knopen. Ontslag bij onvoldoende resultaat. Dat gaat weer een hoop door het bedrijfsleven in te vullen vacatures opleveren.

Maar er is hoop . De eindexamennormen worden aangescherpt. En gelukkig zijn er nog steeds heel veel docenten die voor het vak kiezen niet vanwege het salaris, maar omdat het gewoon vreselijk leuk is om met jongeren te werken en ze iets bij te brengen. Ik zou denk ik geen ander beroep willen. En als je dan geen uitnodiging  meer krijgt voor een ouderavond, waar in vijf regels drie koeien van taalfouten staan, zoals mij eens is overkomen op de lagere school van mijn dochter, dan komt het toch nog goed met het onderwijsniveau.

Mochten er nog fouten in dit blogje staan, dan zijn dat natuurllijk tikfouten, dat begrijpt u wel.

Nog nét weekend: YouTube Youweeltje

Al eerder liet ik hier wat filmpes volgens het time-lapse principe zien: je laat een camera om de zoveel seconden, minuten, uren of dagen een opname maken vanaf een vaste plek. Vervolgens plak je al die foto’s aan elkaar en het resultaat is een filmpje, in dit geval eentje waar een grote rust van uit gaat: een jaar in het bos  in veertig seconden. Dat moet voor de gestresste toeschouwer toch vol te houden zijn. De geluiden doen de rest, want eindelijk eens geen bonkende herrie maar gewoon: bos, natuur, rust. In veertig seconden.

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=lmIFXIXQQ_E[/youtube]

Wonderkind

wonder

Een goede collega van mijn heeft afgelopen week zijn kind verloren. Een bijzonder kind. Gehandicapt. Geest en tegenstribbelend lichaam in een jarenlange omstrengeling, de een lijkt  niet te weten wat de ander doet.  Wat  kun je doen als je dit soort berichten hoort. In feite sta je met je mond vol tanden en met ongelooflijk lege handen, en alles wat je zegt dat lijkt een schrale troost.
Kinderen en dood, zoiets gaat niet samen, het is een enorme contradictio in terminis. Als ik op tv kinderen in ziekenhuizen zie, verloren in zo’n groot bed, met zoemende en klikkende  apparaten die op boze monsters lijken, dan hou ik het maar met moeite droog.  Ik had ooit eens een knaap in de klas, een jongen van een jaar of vijftien, een rauwdauw, totdat een tumor hem in het Anthonie van Leeuwenhoek-ziekenhuis deed belanden. Daar ga je dan als mentor naar toe, en je loopt door die gangen en achter die ramen ligt onnoemlijk leed, een plek waar geregeld toekomstdromen en fantaseren over later met één klap worden weggevaagd. Veel knuffels op de bedden daar, ook als ze zestien, zeventien en ouder zijn. Houvast. Zachtheid.

De hardheid en de onverschilligheid van pubers is maar schijn. Groepsgedrag. Spreek je ze alleen in je kantoor, dan schrompelen ze snel ineen, tranen met tuiten, doodsangst om een zieke moeder,  verdriet om een oma die er ineens niet meer is, wanhoop om een broertje met heel slechte prognose… Pubers hebben heel wat te verstouwen tegenwoordig. Naast de portie ellende die ieder in zijn leven op een gegeven moment onvermijdelijk over zich heen krijgt, komt daar nog de narigheid die via internet en televisie in een 24-uurs bombardement wordt uitgestort. Op YouTube zien ze de meest gruwelijke filmpjes, het lijkt ze allemaal niet te doen. Zeggen ze…. maar ondertussen. Het komt er allemaal bij. Misschien is dat wel een van de oorzaken dat we tegenwoordig zoveel rugzakleerlingen hebben, zoveel afwijkend gedrag.  Je kunt ze proberen te vullen met kennis en allerlei mooie zaken die met opvoeden te maken hebben, maar op een gegeven moment kan er even niet meer verwerkt worden.  Wanneer er eentje uit de vriendenkring komt te overlijden, stromen de Hyves-pagina’s vol met honderden leedbetuigingen, in de vorm van plaatjes van knipperende kaarsen, verwelkende rozen en betraande gezichten. Wij kijken daar als volwassenen wat onwennig tegenaan, nemen het vaak niet serieus. Rouwverwerking à la Web 2.0.

Het kind van mijn collega had geen Hyves. Geen MSN. Het had zijn ouders, die het al hun liefde gaven, en meer dan dat. Je hele leven is er omheen gebouwd, als een beschuttende vallei. Een tegenstribbelende geest in een tegenstribbelend lichaam. Maar vooral een heel bijzonder kind, want een wonderkind. Waar gaan wonderkinderen heen? Of je nu gelovig bent of niet: wonderkinderen gaan naar de hemel. Een hemel speciaal voor hen, waar lichaam en geest  eindelijk tot rust komen en ontspannen.

Alle kinderen zijn eigenlijk altijd wonderkinderen. Maar dit was toch een heel bijzonder kind, want deze week ging het naar de hemel.

Interview

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=KbdWVO8D8uQ[/youtube]

De schrijvende onderwijspers vertoont de laatste weken opvallend veel belangstelling voor dit weblog. Door twee bladen ben ik benaderd om mijn visie te geven over diverse onderwijsontwikkeingen. Zoiets streelt natuurlijk op enorme wijze het imago van Wauwel, zeker omdat dit gedaan is door twee bladen die hier toch lichtelijk door de mangel gehaald zijn. Men heeft blijkbaar de stoute schoenen aangetrokken en de leeuw in zijn hol opgezocht, om zo de vijand de andere wang toe te keren en elk wapen daardoor uit handen te nemen.

Om welke bladen gaat het dan? Wel, ik heb een stukje gewijd aan het nieuwe – aan het MBO gewijde – blad Wijszer ( dit is geen tikfout ) en daarnaast schreef ik onlangs een beschouwing over de MBO-krant, een uitgave van het Proces-Management  MBO 2010. Beide organen hebben mijn stukjes blijkbaar sportief opgevat en zien mij nu vermoedelijk als een soort Maarten van Rossem op onderwijsgebied, met in het achterhoofd het idee van “om die zuurpruim kun je lastig heen”. Als er iets gegort moet worden over onderwijs dan komt men blijkbaar op Wauwel terecht (of bij de BON natuurlijk, waar men de laatste tijd opvallend weinig van hoort), en vóór er iets gepubliceerd zal worden gaat men zich eerst afvragen of dat mogelijk koren op de molen van Wauwel zou kunnen wezen want dan maar liever niet.

De pen is nog altijd een der scherpste wapenen. Zeker op het internet, waar iedereen die iets dwars zit, dit aan de grote klok kan hangen. Het is lastig je daar tegen te verdedigen. Als leraar kun je een leerling, die in het algemeen toch altijd iets minder vlot gebekt is dan jij, met een paar woorden de grond in boren. De grootste lastpost verschrompelt. Niet elke docent is zich van dat gevaar bewust, en van de impact die dat op zo’n toch wel weerloze leerling kan hebben. Wie van een dergelijk middel gebruik maakt , is het beroep docent niet waardig. Het probleem is alleen dat leerlingen, en veel volwassenen ook trouwens, niet meer in staat zijn subtiele nuances in opmerkingen te doorzien. Weer iets wat het huidige onderwijs zich mag aanrekenen.  We kunnen slecht omgaan met die ander met het korte lontje. En die lontjes worden steeds korter. Niet in de hand houden, maar direct weggooien. Geen tijd  meer voor nuancering of een gefundeerde discussie.

Gaat Wauwel nu uit pure dankbaarheid voor deze op een presenteerblaadje aangeboden roem voortaan alleen nog maar advertorials schrijven en principes overboord gooien? Principes kunnen geregeld hinderlijk aanwezig zijn. Maar sommige principes dien je te handhaven, zeker binnen de ruimte die je krijgt. Er valt een hele hoop op het onderwijs aan te merken. Docenten lijken nooit tevreden, je herkent ze in gezelschap ook uit duizenden. Op de camping bijvoorbeeld pik je direct de lesboeren er uit.  Je ziet het aan de gelukzalige koppen waarmee we elke minuut van onze krap zes weken zomertherapie in ons opzuigen voordat we ons weer in het keurslijf van vergaderingen en van bovenaf opgelegde regeltjes moeten wringen. De koninkjes van het eigen koninkrijk komen weer een tijd onder het gezag van de dictator die namen heeft als “Onderwijsvernieuwing” , “ROC”, ” Zeurouder” , ” Vergaderagenda”, ” Toetsmatrix” , ” Examennormen” , noem maar op.

Wauwel gaat dus op de oude voet verder. Maar met steeds in het achterhoofd dat een baan in het onderwijs toch wel één van de leukste beroepen is. Ondanks het wat karige salaris en de steeds korter worden vakanties…… ja…. u zit weer boven op de kast, lezer, het is wéér gelukt. Dankzij de komende publicaties echter zal Wauwel net als Maarten van Rossem een veel gevraagd spreker op managementscongressen worden en zal hij door gerenommeerde onderwijsadviesbureau’s benaderd worden voor een peptalk tegen een aanzienlijk honorarium. U hoort nog.

Hitler, Hitler, Hitler!

Veel collega-Bloggers hebben zich tot nu toe angstig op de vlakte gehouden in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Misschien is men bang om lezers te verliezen, want nergens lopen de gemoederen zó hoog op als het gaat om deze kwestie. Iedereen lijkt op eieren te lopen. Ook het journaal, maar donderdag waren oplettende luisteraars toch even getuige van een gebeurtenis die verder angstvallig uit de publiciteit lijkt te worden gehouden. In de Utrechtse binnenstad werd een pro-Palestijnse demonstratie gehouden door – naar al snel bleek – voornamelijk Marokkaanse jongeren. Zoiets moet natuurlijk kunnen. Al snel waren echter spreekkoren te horen, waarbij alle Joden aan het gas werden gewenst, en zo mogelijk nog griezeliger, het en masse scanderen van de naam “Hitler”. Een geluid waarbij mij de rillingen over de rug liepen. Dit had niets meer te maken met demonstreren tegen een land wat een ander land aanvalt, nee, dit was pure rassenhaat en een voorbode van wat ons hier mogelijk nog te wachten staat.
Het is weer zo ver dat Joden zich in Nederland onveilig moeten voelen, iets wat hier bij moslims toch echt nog niet het geval is. Het conflict tussen Israël en Hamas gaat dus nu veel verder dan de regio, en het hier alom heersende begrip voor Hamas vind ik onbegrijpelijk.
Hoe kan men begrip hebben voor een volk wat zijn peuters dagelijks kinderprogramma’s voorschotelt zoals het filmpje hieronder, een voorbeeld van zeg maar de Hamas-variant van Tik Tak, waar wij onze Nederlandse kindertjes mee opvoeden?

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=bCuBHBfUNd4[/youtube]

Er kan veel terechte kritiek op Israël uitgeoefend worden, maar je kunt het land niet verwijten dat het zijn kinderen opvoedt tot het uitroeien van een ander volk, tot rassenhaat en tot zelfmoordaanslagen, en met dat laatste doel ik op de beelden van Palestijnse optochten van peuters die zijn volbehangen met namaak bomgordels en -kalashnikovs.

Israël verdedigt zich terecht tegen raketaanvallen op puur willekeurige burgerdoelen. Hamas heeft bewust burgers gekozen als doel. Dat kun je Israël niet  verwijten. Ja, er vallen aan Palestijnse kant veel burgerslachtoffers. Slachtoffers die met de keuze voor Hamas een groot onheil over zichzelf en hun kinderen hebben afgeroepen. Die weten dat zij risico lopen als zij Hamas toestaan hen als dekmantel en als menselijk schild te gebruiken. Zolang steun voor Hamas nog uitdraait op slachtpartijen onder de eigen bevolking, op pure rassenhaat en op groepen jngeren die elders in de wereld de grootste massa-moordenaar als hun idool zien , kan ik weinig begrip voor de Palestijnse zaak opbrengen.

YouTube Youweeltjes

Hoewel geen weekend, toch even snel dit meesterlijke filmpje tussendoor. Voor de dierenvrienden. Je gooit wat muizen en ander gevogelte in een driehoekige spiegelbak en nee, er wordt niks mishandeld:

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=306MUlh054Y[/youtube]

Ook maar weer eens: Beoordeel je leraar

Collega edu-blogger Helikon heeft een artikel gewijd aan wat nieuwe ontwikkelingen rond de site “Beoordeelmijnleraar.nl“, waarover ik net als hij ook al eerder het een en ander geschreven heb. Wat is het geval: enkele “beoordeelde” leraren hebben een klacht ingediend bij het College Bescherming Persoonsgegevens omdat zij zich door de site in hun privacy aangetast voelden. Leraren staan namelijk geregeld met naam en toenaam te kijk met slechte beoordelingen en negatieve kritieken.

Wanneer beoordeelt een leerling een leraar? In het algemeen denk ik toch vooral nadat er lage cijfers zijn uitgedeeld. Het aantal leerlingen wat bijvoorbeeld bij mij is komen klagen over een te hoog cijfer, is op de vingers van één hand te tellen, maar zodra er laag wordt becijferd steken al snel gevoelens van overdreven sterk ontwikkeld eergevoel en gekrenkte trots de kop op. Kritiek geven gaat helaas altijd makkelijker dan een pluimpje. Beoordeelmijnleraar is dus een mooie uitlaatklep als je weet dat je eigenlijk geen bal aan je werk hebt gedaan, als je weet dat je veel te veel thuis aan je competenties hebt gewerkt ( lees “MSN-nen”) en als je weet dat je de schaarse keren dat je wèl in de les aanwezig was, niet hebt opgelet of de lolbroek hebt uitgehangen. Het is altijd makkelijker de schuld bij een ander te leggen dan bij je zelf, zo zit de mens nu eenmaal in elkaar.

Als scholier kun je een en ander ook nog redelijk anoniem doen, en als je ook nog een afspraak maakt met wat mede-klasgenoten is het snel gedaan met de goede naam en eer van de docent in kwestie.  Een ruziënd echtpaar gaat in het algemeen de vuile was niet op internet zetten, dus waarom zou Beoordeelmijnleraar als mand voor vuile was moeten dienen? Wat schiet een leerling in Maastricht op met een boze leerling in Groningen? Komt er nu ook een site genaamd “Beoordeelmijnleerling.nl”? Een soort publieke rapportenvergadering? “Nou, die Jantje in klas 4 van het Ronald Plassterk College, die krijgt een drie, want in de les is het een etterbak, hij hangt er bij als een zoutzak, is hondsbrutaal, heeft nooit z’n boeken bij zich, komt altijd te laat, en z’n ouders zijn een stel Tokkies. Collega’s, doen jullie ook nog even een duit in het zakje?”

Het LAKS zou woorden te kort komen, er zouden kamervragen gesteld worden, colleges van bestuur zouden ontredderd met de handen in het haar massaal ineen zijgen.

Nee, ik vind Beoordeelmijnleraar.nl nog steeds een verwerpelijk initiatief van een aantal gehaaide zakenjongens die onder het mom van “kijk ons eens begaan zijn met de kwakkelende kwaliteit van het onderwijs”een leuk centje willen verdienen ( die hebben in elk geval wél goed economie-onderwijs gehad ). Geheel passend in de ook in 2009 heersende trend van alles over iedereen moeten kunnen zeggen en als je commentaar hebt dan kun je een dreun krijgen.

Wie kritiek heeft op z’n leraar, die praat dat met de leraar persoonlijk uit, desnoods met iemand van het management erbij. Een goede leraar kan tegen kritiek. We zijn er tenslotte niet op uit om leerlingen te pakken, maar om ze iets te leren. En dat dan als het even kan nog te belonen met een goed cijfer ook.