Als docent mag je natuurlijk best je voorkeuren hebben voor bepaalde leerlingen: in elke klas zitten naast het merendeel leuke ook een aantal vervelende exemplaren. Te druk, te brutaal, te ADHD, te irritante ouders, teveel mobieltje, teveel petje op of teveel onderuit gezakt of gewoon te ongeïnteresseerd. Er zijn er ook, die nooit aanwezig zijn: dat zouden de ideale leerlingen kunnen zijn, ware het niet dat je ze toch wat wilt leren. Voorkeuren, of afkeren, mag je echter nooit laten merken. Omgekeerd trek je als leraar ook bepaalde leerlingen aan en anderen stoot je af. Zo kende ik een leraar op een school waar ik vroeger werkte; die man had gewoon z’n uiterlijk niet mee. Kwam je daar even het lokaal in, dan sloeg de hitte je tegemoet, de leerlingen en de docent de ogen dwars in de kop van aan hysterie grenzende drukte. De arme man had achter op de hoedenplank van zijn auto ook nog eens een grote doos geurvreters liggen, ook al niet gunstig voor zijn populariteit.
Uiterlijk is soms belangrijk. Ga je gedurende je leraarloopbaan gekleed in een geruit jasje met elleboogstukken en krijtvlekken en tors je daarbij een bruine leren schooltas en een bosje pennen in je borstzak, dan is dat niet bevorderlijk voor de aandacht die je krijgt en de orde in je les. Zie je eruit als Brad Pitt, dan is dat ook geen garantie voor een onbezorgde les. Leerlingen zijn kritisch. Je moet wel een beetje orde hebben, ook al ben je nog zo oogverblindend.
Uit onderzoek is gebleken dat mooie mensen gewoon op alle gebied een voorsprong hebben. Meer aandacht, meer vrienden, meer middelpunt van de belangstelling, meer voorbeeld voor anderen. Dat geldt ook voor leerlingen. Hoe vreselijk kan het dan voor hen zijn, als ze niet aan het gangbare schoonheidsideaal van Hollands Next Top Model voldoen. Wanneer ze er niet uit zien als de winnares van Project Catwalk of X-factor, wat in die irritante tv-reclame consequent als ‘ex-factor’ wordt uitgesproken.
Wat doe je dan, als je niet mooi bent, sterker nog, als er echt iets mis is met je uiterlijk. Een collega van mij heeft de bewonderenswaardige eigenschap, dat hij ‘zielige’ meisjes aantrekt. Geregeld verschijnt er weer eentje in zijn kantoortje, onderweg schuifelend langs de wanden van de gang, in kleren die ook al nèt niet meer kunnen; geen vrienden en vriendinnen natuurlijk, en tot overmaat van ramp een stel ouders die duidelijk laten merken dat ze het eigenlijk zonde vinden dat hun dochter geboren is. Doktoren die ooit in de babytijd ook nog eens iets verprutst hadden, waardoor het gezicht ernstig en onherstelbaar beschadigd raakte, en tot overmaat van ramp met het klimmen der jaren nog een hele rij nieuwe kwalen en afwijkingen. Het vertrouwen in mensen ernstig geschaad, bij wie zoek je dan nog steun? Bij knuffels en bij dieren, en – gelukkig – soms bij een docent.
Luisteren maar, een beetje warmte proberen te geven, het gevoel dat ze toch nog iets betekent, tegen de klippen op en ook al zie je haar toekomst hopeloos in. Wat moet je zeggen? ” Ja, meisje, je hebt gewoon pech gehad?” Sommige leerlingen trekken het aan, die pech. Je zeult ze door hun schoolloopbaan heen, en als ze voor het laast de deur uit gaan, dan weet je al: dit gaat ondanks alles toch mislukken. De school als schuilplaats en enige veilige haven in de grote boze buitenwereld. Je zou ze voor altijd binnen de muren willen houden, daar waar je ziet dat ze nog een beetje geborgenheid vinden, waar ze een kortstondige periode van betrekkelijke bloei door maken. Een heel klein, iel en onvolgroeid bloempje plant je straks uit in een dor en bar landschap.
Goud waard, zo’n leraar die in elk geval luistert. Die ze het gevoel kan geven, dat ze niet alleen maar pech hebben.


Een der belangrijkste nieuwsbronnen voor CNN bij de vliegramp op Schiphol was Twitter. Op deze micro-blogdienst vond men de allereerste meldingen van de ramp, ruim voordat persbureau’s van een en ander gewag maakten. Ooggetuigen die op het moment van de crash passeerden maakten foto’s met hun mobieltjes en twitterden hun ervaringen. De krant oude stijl, de tv oude stijl, lijkt hopeloos te hebben afgedaan als het gaat om actuele nieuwsgaring.
In het onderwijs komt het tegenwoordig nog een heel enkele keer voor dat je een weekje vakantie hebt, en als het dan toch nattesneeuwt en kilt buiten, dan kun je maar beter iets nuttigs gaan doen als je met je correctie klaar bent, dus dat betekende voor mij het leggen van 62 m2 ( hoe doe je ook al weer zo’n superscript-tekentje? ) kliklaminaat. Dat had ik afgelopen zaterdag in een vlaag van arbeidsethos, impulsieve aankoopdrang en een poging de kwakkelende economie te steunen aangeschaft toen ik naar de Karwei ging voor een tubetje Bisonkit.
Hij had wel een beetje gelijk, vond ik, dus gauw die Zwijsen in een Maasvlakte-tas, die gevuld bleek te zijn met een razend duur ( zogenaamd € 7,95 ) glossy tijdschrift van een groep bemiddelde project-ontwikkelaars over de Maasvlakte 2. Wat die op zo’n beurs deden, ontging mij ten enen male.




Wie een beetje bij de tijd wil blijven, is in 2009 hevig aan het ‘defrienden’ ( op z’n Engels uit te spreken ) geslagen. Tis dat nu weer? Wel, dat is het wissen van vrienden op sociale netwerken als Hyves en Facebook. Waar je als scholier in 2008 helemaal meetelde als je 300 of meer vrienden had, is dat nu hopeloos ouderwets, en gaat het er nu om al die vrienden waar je eigenlijk nog nooit wat van had gehoord en geen contact mee had, snel en kundig met een druk op de knop te wissen. Een selecte groep intimi blijft over, en het is natuurlijk een onuitsprekelijke eer als je daar bij mag horen. Zo niet, dan ben je al snel een outcast in je digitale bestaan.