Pech

zwaantjeAls docent mag je natuurlijk best je voorkeuren hebben voor bepaalde leerlingen: in elke klas zitten naast het merendeel leuke ook een aantal vervelende exemplaren. Te druk, te brutaal, te ADHD, te irritante ouders, teveel mobieltje, teveel petje op of teveel onderuit gezakt of gewoon te ongeïnteresseerd. Er zijn er ook, die nooit aanwezig zijn: dat zouden de ideale leerlingen kunnen zijn, ware het niet dat je ze toch wat wilt leren. Voorkeuren, of afkeren, mag je echter nooit laten merken.  Omgekeerd trek je als leraar ook bepaalde leerlingen aan en anderen stoot je af. Zo kende ik een leraar op een school waar ik vroeger werkte; die man had gewoon z’n uiterlijk niet mee. Kwam je daar even het lokaal in, dan sloeg de hitte je tegemoet, de leerlingen en de docent de ogen dwars in de kop van aan hysterie grenzende drukte. De arme man had achter op de hoedenplank van zijn auto ook nog eens een grote doos geurvreters liggen, ook al niet gunstig voor zijn populariteit.

Uiterlijk is soms belangrijk. Ga je gedurende je leraarloopbaan gekleed in een geruit jasje met elleboogstukken en krijtvlekken en tors je daarbij een bruine leren schooltas en een bosje pennen in je borstzak, dan is dat niet bevorderlijk voor de aandacht die je krijgt en de orde in je les. Zie je eruit als Brad Pitt, dan is dat ook geen garantie voor een onbezorgde les. Leerlingen zijn kritisch. Je moet wel een beetje orde hebben, ook al ben je nog zo oogverblindend.

Uit onderzoek is gebleken dat mooie mensen gewoon op alle gebied een voorsprong hebben. Meer aandacht, meer vrienden, meer middelpunt van de belangstelling, meer voorbeeld voor anderen. Dat geldt ook voor leerlingen. Hoe vreselijk kan het dan voor hen zijn, als ze niet aan het gangbare schoonheidsideaal van  Hollands Next Top Model voldoen. Wanneer ze er niet uit zien als de winnares van Project Catwalk of X-factor, wat in die irritante tv-reclame consequent als ‘ex-factor’ wordt uitgesproken.

Wat doe je dan, als je niet mooi bent, sterker nog, als er echt iets mis is met je uiterlijk. Een collega van mij heeft de bewonderenswaardige eigenschap, dat hij ‘zielige’ meisjes aantrekt. Geregeld verschijnt er weer eentje in zijn kantoortje, onderweg schuifelend langs de wanden van de gang, in kleren die ook al nèt niet meer kunnen; geen vrienden en vriendinnen natuurlijk, en tot overmaat van ramp een stel ouders die duidelijk laten merken dat ze het eigenlijk zonde vinden dat hun dochter geboren is. Doktoren die ooit in de babytijd ook nog eens iets verprutst hadden, waardoor het gezicht ernstig en onherstelbaar beschadigd raakte, en tot overmaat van ramp met het klimmen der jaren nog een hele rij nieuwe kwalen en afwijkingen. Het vertrouwen in mensen ernstig geschaad, bij wie zoek je dan nog steun?  Bij knuffels en bij dieren, en – gelukkig – soms bij een docent.

Luisteren maar, een beetje warmte proberen te geven, het gevoel dat ze toch nog iets betekent, tegen de klippen op en ook al zie je haar toekomst hopeloos in. Wat moet je zeggen? ” Ja, meisje, je hebt gewoon pech gehad?” Sommige leerlingen trekken het aan, die pech. Je zeult ze door hun schoolloopbaan heen, en als ze voor het laast de deur uit gaan, dan weet je al: dit gaat ondanks alles toch mislukken. De school als schuilplaats en enige veilige haven in de grote boze buitenwereld. Je zou ze voor altijd binnen de muren willen houden, daar waar je ziet dat ze nog een beetje geborgenheid vinden, waar ze een kortstondige periode van betrekkelijke bloei door maken. Een heel klein, iel en onvolgroeid bloempje plant je straks uit in een dor en bar landschap.

Goud waard, zo’n leraar die in elk geval luistert. Die ze het gevoel kan geven, dat ze niet alleen maar pech hebben.

Tweet tweet!

mammoet

 Wanneer er een Jumbo neerstort in het Emmer Dierenpark  of eentje van een ander model in de buurt van de Polderbaan, dan is dat nieuws. De laatste dagen werd Twitter veel genoemd als nieuwe brenger van het ( slechte ) nieuws.  Zoiets is natuurlijk maar betrekkelijk.  Stel, ik begeef mij met bedachtzame pas door het dorpje B. op de Veluwe ( daar wonen veel bedachtzame mensen ) en 2 meter van mij vandaan slaat een mammoet die uit de lucht komt vallen een diep gat in het plaveisel. Zoiets maak je niet elke dag mee, dus snel pak in mijn iPhone, maak een foto van het hele gebeuren en plaats die vervolgens met een bijbehorend sensationeel berichtje op Twitter. Tien seconden later mailt CNN of Reuters mij of ze de foto voor een flink bedrag mogen kopen.

Niet dus. Want CNN en Reuters volgen mij niet en zullen dus tot in lengte van dagen onwetend blijven van de gebeurtenis die in B. nog  jaren later in het gemeentegidsje genoemd zal worden ( je zou kunnen bedenken dat de evolutietheorie in de vorm van een mammoet in het creatonistische B. als een bom insloeg, maar nou draaf ik weer wat door )
Hooguit komt er na tien minuten een journalist van de Barneveldse Krant langsfietsen ( want die volgt mij wel ), en misschien na anderhalf uur nog een journalistje- in-opleiding van de Volkskrant ( want die volgt mij om ondoorgrondelijke redenen sinds vandaag ook ) . De rest van de wereld zal het via Twitter nooit te weten komen, mogelijk wèl via de omweg van de Barneveldse Krant en de Volkskrant. Maar dan heb je het ook gelijk in de vorm van een helder artikel, want hoe gaat dat met Twitter: je leest de laatste berichtjes het eerst, en gaat vervolgens in regeltjes van maximaal 140 tekens  terug in de tijd.

“Het opgezette dier staat nu een beetje uit het zicht in het evolutiehoekje van het Nairacmuseum” 
“Een hoop kerels in witte pakken is aan het snijden en hakken”
“S
topt nu een bestelbus van het Natuurhistorisch Museum in Leiden of zo”
“Er zijn denk ik wel tien winkelwagentjes geplet!”
“De krater is zeker drie meter diep”
“Komt nu een heleboel politie en brandweer aan!”
“Het gebeurde naast mij op 2 meter afstand op de parkeerplaats van de AH!”
“Mammoet neergestort in dorpje B. op de Veluwe!”

Geen lezen zo natuurlijk, en als je de Tweets dan ook nog eens verspreid tussen de berichtjes van alle andere uit je Twitterkudde ziet staan, dan valt er al helemaal geen touw meer aan vast te knopen, tenzij je toevallig de onderste regel als eerst oppikt. Reken maar dat je dan ineens een hoop extra volgers krijgt. Twitter als medium om een boek te publiceren: dat wordt dus een soort Curious Case of Benjamin Button. Je begint met de laatste zin, en gaat vervolgens helemaal terug in de tijd. Het nieuwe schrijven.

Twitter is eigenlijk een enorme spreeuwenkolonie, zoals je die tegen de avond wel ziet en al helemaal hoort. Een miljoen kwetterende vogeltjes, die allemaal iets te zeggen hebben. Daar filter je er een stel uit die enigszins op hoorafstand naast je in de boom zitten. De kans dat één van hen een serieus nieuwtje heeft, is één op een miljoen. Als – ie tenmiste z’n mobieltje bij zich had. Maar gezellig is het wel, in zo’n kolonie.

Geen stijl

Geen StijlEen der belangrijkste nieuwsbronnen voor CNN bij de vliegramp op Schiphol was Twitter. Op deze micro-blogdienst vond men de allereerste meldingen van de ramp, ruim voordat persbureau’s van een en ander gewag maakten. Ooggetuigen die op het moment van de crash passeerden maakten foto’s met hun mobieltjes en twitterden hun ervaringen. De krant oude stijl, de tv oude stijl, lijkt hopeloos te hebben afgedaan als het gaat om actuele nieuwsgaring.

Ook diverse weblogs deden live verslag van de ramp: informatie was daar – via Twitter – vaak sneller te vinden dan op de beeldbuis of bij de radio. Ook een van Nederlands grootste weblogs,  GeenStijl.nl, meende een steentje te moeten bijdragen, of liever gezegd, te kunnen meeliften in de publiciteit, in de hoop nog wat zieltjes te winnen voor hun plannen een eigen tv-zender Powned voor kansloze types te creëren.

Nu zouden de beheerders hun eigen moeder nog live voor het oog van de camera vermoorden als het maar publiciteit oplevert en bijdraagt aan hun eigen zelfverheerlijking, dus dan is het niet meer dan typerend dat je tekstjes als deze bij de “verslaggeving” van de ramp aantreft:  “piloten geplet door instrumentarium” , “op naar de volgende Turkse vliegramp”, “Gristenfreaks wilden 020 verlossen van de duivel”, “Hij zag een flitspaal staan en ging vol in de remmen!”, “shit man, kenne die turken nou niet crashen op de aalsmeerbaan. Daar waar ik prachtig uitzicht op heb.”

In de huisregeltjes stelt Geen Stijl o.a. dat het niet is toegestaan “domme of nietszeggende reacties te plaatsen, en ook mogen er geen “niet vermakelijke commentaren” geplaatst worden. Dit is Geen Stijl, een clubje Telegraaf-lezers dat het liefst met alles en iedereen wat niet in het straatje past op de meest lage en misselijkmakende manier de vloer aanveegt. Geen Stijl, dat het publiekelijk kwetsen en belachelijk maken tot hoogst haalbare gedachtengoed heeft gemaakt. Geen Stijl, waarvan de gefrustreerde en rancuneuze beheerders ongeveer in snikken uitbarsten als ze niet gekozen worden tot aanbieders van het leukste tv-moment van het jaar. Eigenlijk vond ik dat zelf het leukste tv-moment van het jaar: die beteuterde koppen. Een paar pruilende volwassenen met een ernstig verlaat pubertijdsprobleem die niet tegen hun verlies kunnen en vervolgens wild om zich heen gaan slaan op hun trieste en treurigmakende site, die hoopt ook nog een rioolbijdrage op de beeldbuis te kunnen leveren. Ik mag rustig aannemen, dat de Nederlandse kijker nog niet tot dat niveau van een eencellige  of een wat minder intelligente kakkerlak is gezakt en PowNed geen schijn van kans geeft. We hebben namelijk al vuilnis genoeg langs de weg liggen.

Personeelsavondje

Tja... let ook even op de vieze sokken

Om er voor te zorgen dat het onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel niet helemaal gillend het pand verlaat dient er zo af en toe een activiteit georganiseerd te worden die voor de nodige ontspanning kan zorgen. Elk zichzelf respecterend onderwijsinstituut heeft daarvoor een groepje lieden aangesteld en enkele taakuurtjes toebedeeld om er iets leuks van te maken.  Enkele malen per jaar bereikt de spanning dan ongekende hoogtepunten vanwege naderende activiteiten.

Zo vond ik onlangs een uitnodiging voor een gezellig samenzijn in een etablissement hier ergens in de regio.  Het programma was nog geheim, maar een der onderdelen zou een maaltijd omvatten, en een ander onderdeel een “leuke activiteit”, “echt heel leuk!”  Wanneer  dergelijke kreten gebezigd worden voel ik al lichte samentrekkingen in mijn maag en gaan alarmschellen rinkelen. Ik ben niet zo op “leuke activiteit”. Op een “leuke” eindexamenstunt mocht ik eens meemaken hoe een argeloze docent als sidderend doelwit werd gekozen voor een rondtrekkend messen- en bijlenwerper, en dat gebeuren staat nog onuitwisbaar in mijn netvlies gegrift. Sindsdien heb ik er voor gezorgd dat mijn BAPO-dag ( voor de niet ingewijden: een dagje waarop je in het onderwijs na het bereiken van een bepaalde eerbiedwaardige leeftijd even van de schrik  kunt bekomen; zo ben je als school ook een dag verlost van verzuurde oude knarren  ) altijd valt op woensdag, de dag waarop bij ons de stunts plegen plaats te hebben.

 Ondanks voorzichtige pogingen om uit te vissen wat de activieit na het eten behelsde, moest ik nog enkele weken in martelende onzekerheid verkeren. Nu hebben wij een nieuwe directeur die nogal hecht aan saamhorigheidsgevoel, en wie z’n snor wil drukken, zal zo ongeveer een in viervoud gesteld smeekschrift persoonlijk en geknield aan de leider dienen te overhandigen, waarna het vertrek achterwaarts schuifelend weer zo snel mogelijk moet worden verlaten. Angst en beven dus.

Het programma is dan nu bekend. Mijn bange voorgevoelens zijn bewaarheid. Na de maaltijd, die stevig en copieus hoort te zijn – zo doet men dat hier op het platteland –  zullen wij ons als teams te buiten gaan aan  competitieve elementen als hoefijzer werpen, bierpulschuiven, wigwam steken, strobaal bouwen en armworstelen. Kortom, gezelligheid in Western-stijl. Voorzichtig probeerde ik nog iets van museumbezoek, desnoods een cowboymuseum, maar aan zulke culturele hoogstandjes heeft men in deze regionen niet zo’n boodschap.

Ja, nu zal ik door enkele collega’s wel weer gezien worden als iemand die als hoogtepunt van opperste genot het verzamelen van sigarenbandjes of mooie suikerzakjes ervaart, met misschien een heel riskante een levensbedreigende uitspatting als af en toe een potje halma of dammen, maar dat zij dan maar zo. Ik ben nu eenmaal niet zo’n feestbeest en mijn score bij het strobaal werpen is bepaald laag te noemen. Wie wil zó iemand nu in zijn team. En trouwens, ik heb die avond dansles, waaronder de Jive, toch ook een westernachtige dans. Een goed excuus om na het consequent met mes en vork steak vreten te verdwijnen, lijkt me zo.

Doe het zelf

huis1In het onderwijs komt het tegenwoordig nog een heel enkele keer voor dat je een weekje vakantie hebt, en als het dan toch nattesneeuwt en kilt buiten, dan kun je maar beter iets nuttigs gaan doen als je met je correctie klaar bent, dus dat betekende voor mij het leggen van 62 m2 ( hoe doe je ook al weer zo’n superscript-tekentje? )  kliklaminaat. Dat had ik afgelopen zaterdag in een vlaag van arbeidsethos, impulsieve aankoopdrang en een poging de kwakkelende economie te steunen aangeschaft toen ik naar de Karwei ging voor een tubetje Bisonkit. 

Nu stond het huis nog vol met meubilair bovenop het bestaande, haast afgesleten parket, en buiten zetten was ook al geen optie, dus de zondag werd doorgebracht met het verschuiven van de bank en de rest, het daaronder met grof geweld wegbreken van de vloer, tot er geen plek meer was om alles op te stapelen. Zolang de tv maar kan blijven spelen. Hoeveel rotzooi kun je in je leven om je heen verzamelen eigenlijk. En waarom maken ze geen lichtgewicht piano’s.

Maar goed. De handleiding vertelde enthousiast dat het leggen van kliklaminaat een fluitje van een cent was, en ook de Karwei-meneren waren vol lof, dus alles zou reg kom, en je spaart een hoop centen uit als je alles zelf doet, ook als je het niet kunt misschien. Ik vond de bijgeleverde wigjes aan de dunne kant, en het aanslagijzer had ik al heel snel uit model geslagen, ten koste van een aantal bedorven vloerdelen, en onderweg naar de vuilstort met drie kuub oud parket achterin kregen we een lekke band door een schroef uit de oude vloer, maar na een aantal handleidingen en filmpjes op internet en nog een paar adviezen van de Karweiers had ik ineens de slag te pakken en ging het leggen inderdaad verder vanzelf zonder dat je nog maar één aanslagijzer nodig had. Het tempo waarin de planken gelegd werden, nam met het toenemen van de pijn in mijn ruig en knieën drastisch af, maar de woonkamer is nu dan toch klaar, en alles is weer op zijn oude plek gezet. Ik hoef niet meer met mijn handen hoog in de lucht  boven de dekens in bed te liggen omdat elke aanraking aan mijn gekwelde vingers zeer doet, en het enige wat nog rest, zijn de plinten en een stukje keuken- en gangvloer.

Nu is het met die plinten zo, dat daar wel weer enkele jaren over heen zullen gaan, want bij het weghalen van de oude vloer kwam ik nog stukken onbewerkte en ontbrekende plint van zestien jaar geleden tegen.  De komende zestien jaar zal ik dus op gezette tijden weer gekweld worden door de gedachte aan die plinten die nog af moeten, en zal mijn gezin het weer als wapen tegen mij gebruiken als ik weer een nieuw bouwkundig projekt overweeg.

Vandaag dus nog maar een bescheiden beginnetje met de afwerking maken, een oud-Hollandse zender op de radio ( alleen mooi tijdens kluswerkzaamheden )  en dan maar kijken hoe ver ik kom. ’t Is eigenlijk net onderwijs: het is nooit af. Er is wel een verschil: onderwijs is leuk, maar hoe meer ik naar de nieuwe vloer kijk, hoe lelijker ik hem eigenlijk vind. Dat wordt afzien, de komende zestien jaar.

NOT done 2009: 200 jaar onderwijsvernieuwing

De leukste dag in twee jaar tijd is weer voorbij. Voor mij als onderwijsgevende dan. Voor mij liggen weer twee lange jaren van ploeteren en uitzien naar de volgende NOT ( voor de niet schoolfrikken: Nationale OnderwijsTentoonstelling ).

Het is trouwens elke keer weer frappant, wanneer je bij de jaarbeurs arriveert, hoe netjes men staat te wachten voor het rode voetgangerslicht. Heel Nederland is hier getuige van de voorbeeldfunctie die onderwijzend Nederland zichzelf heeft toegedacht. De enkeling die toch door rood loopt, ja, die kan een carrière in het onderwijs verder wel vergeten.

Amechtig onderuit gezeten, temidden van enorme stapels gratis cd-tjes, niet-schrijvende balpennen, muismatjes, badsponsjes in de vorm van een blauw voetje (?) , blikjes pepermunt, en dat alles in de al uitpuilende Zwijsen-boodschappentas gepropt, zitten de bezoekers op hun vrije woensdagnamiddag in de trein terug naar alle uithoeken van het land. Na twee jaar gaat zo’n tas slijten, vandaar dat die NOT elke twee jaar gehouden wordt.Een gehaaide verkoper wist mij trouwens te overtuigen dat de Zwijsen-tas niet mannelijk genoeg stond, en zie, het resultaat:

img_0237 Hij had wel een beetje gelijk, vond ik, dus gauw die Zwijsen in een Maasvlakte-tas, die gevuld bleek te zijn met een razend duur ( zogenaamd € 7,95 ) glossy tijdschrift van een groep bemiddelde project-ontwikkelaars over de Maasvlakte 2. Wat die op zo’n beurs deden, ontging mij ten enen male.

Zo’n beurs is altijd vreselijk druk, daarom is het altijd wijs een managersgezicht op te zetten en naar het gedeelte met directiemeubilair te koersen. Daar komt je al snel een weldadige sfeer tegemoet, hoe anders dan de doorsnee-docentenkamer. Hier overheersen ondertonen van bergamot, leder en notenhoutsoorten.

Notenhout, leder, kaviaar, optieregelingen, spiritualiteit. De bestuurder volet zich hier thuis
Notenhout, leder, kaviaar, optieregelingen, spiritualiteit. De bestuurder voelt zich hier thuis

Je vindt daar ook niet snel rolletjes pepermunt of hartjes met opdruk, nee, hier gaan we voor het verfijndere gebak:

img_0240 
Hoe anders dan toch het gewonere docentenwerk, uitgestald onder onbarmhartig neonlicht:

Hier red je het wel een middagpauze op.
Hier red je het wel een middagpauze op.

Vooral de stands waar gratis voorwerpjes te krijgen zijn – gummetjes, pennen, post-it blokjes, t-shirts- mogen zich elke keer weer in een warme belangstelling verheugen. Je zou niet zeggen dat het onderwijs in het geld zwem, zoals boze tongen beweren. Heb je als stand niks bijzonders te bieden, ja, dan wordt het al gauw een beetje sneue vertoning:

img_0249

Het moeten vermoeiende en deprimerende dagen zijn, als je als vertegenwoordiger van je bedrijf de hele tijd tegen je collega’s moet staan praten bij gebrek aan bezoekers, maar zeg nu zelf, zo’n stand oogt ook niet bepaald uitnodigend. Nee, dan eentje waar je een gratis smaakworkshop van Pierre Wind kunt winnen. Wat dat met onderwijs te maken heeft, is niet geheel duidelijk, en door het overaanbod van scheldende en tierende televisiekoks weet ik niet of dit nu zo’n publiekstrekker is geweest.

img_0246

Er waren ook bedrijven, die iets met enge poppen in een ziekenhuisbed deden. Voor de dokter- en zusterschool of zo, denk ik. De pop in kwestie riep mij echter teveel associaties op met de toestand waarin het Nederlandse onderwijs verkeert, dus gauw verder naar de volgende stand. Oordeelt u zelf:

img_0253

Maar goed, de meest intrigerende verwijzing op de NOT was toch wel een groot bord wat verwees naar een stand met de naam: “200 jaar onderwijsvernieuwing”.  Kijk, daar kun je natuurlijk heel moedeloos van worden, maar aan de andere kant weet je nu ook dat alles wat nu over ons heen komt, niet  de laatste vernieuwing zal zijn. Altijd blijven hopen dus maar.

Helemaal in: “Defrienden”

4_61_second_life_beach_girls2Wie een beetje bij de tijd wil blijven, is in 2009 hevig aan het ‘defrienden’ ( op z’n Engels uit te spreken ) geslagen. Tis dat nu weer? Wel, dat is het wissen van vrienden op sociale netwerken als Hyves en Facebook. Waar je als scholier in 2008 helemaal meetelde als je 300 of meer vrienden had, is dat nu hopeloos ouderwets, en gaat het er nu om al die vrienden waar je eigenlijk nog nooit wat van had gehoord en geen contact mee had, snel en kundig met een druk op de knop te wissen. Een selecte groep intimi blijft over, en het is natuurlijk een onuitsprekelijke eer als je daar bij mag horen. Zo niet, dan ben je al snel een outcast in je digitale bestaan.

Moest je vroeger jezelf in allerlei bochten wringen om een einde aan een vriendschap te maken, tegenwoordig druk je op de delete-toets en klaar is kees. Vrienden delete je. Zo gaat dat in 2009. Dat is wel een beetje sneu voor een flink aantal eenzame pubers, die juist aan het hebben van 300 digitale vriendjes nog een beetje positief zelfbeeld ontlenen, heel prettig als je niet echt tevreden bent met bijvoorbeeld je uiterlijk en als anderen dat ook laten merken, dat je een beetje buiten de groep ligt, dat ze liever niet met je gezien worden op feesten, omdat je bijvoorbeeld niet aan het onbereikbare ideaalbeeld van America’s next Topmodel voldoet.  Een puber is daar vreselijk gevoelig voor: er bij horen, of juist niet.

Hoe veilig kan je je op internet verschuilen, achter een foto van een mooi meisje of een mooie jongen. Je verzint gewoon een compleet nieuwe identiteit, eentje die je graag altijd had willen hebben. En dan daar vrienden krijgen: in Second Life, op Hyves, ” Wil je alsjeblieft mijn vriendje worden?” Zoiets durfde je vroeger natuurlijk niet te vragen, lelijk als je was. Hoe makkelijk nu. Please, add me.

Laatst las ik een artikel over een groep pubers die een lichamelijke afwijking hadden: bochels, horrelvoeten, enorme jampotglazen, vergroeide ruggen. Gedwongen tot een sociaal isolement, en dat op een leeftijd waarop pubers zich juist zo aan elkaar willen optrekken en met elkaar willen meten. In de wereld van het online gamen en Second Life kunen deze jongeren zijn wat ze altijd hadden willen zijn: de stoere, aantrekkelijke gespierde held of heldin met het droomlichaam, onoverwinnelijk en het leven lacht je toe. Het digitale leven dan, maar voor hen is dat steeds meer hun enige leven. Hun personages stralen hun dromen uit.

Op mijn school loopt ook een aantal pubers rond, waarvan je weet en ziet: die hebben weinig vrienden en vriendinnen. Juist zij zijn het meest actief op internet, hebben enorme aantallen vrienden. Loop je ’s ochtends vroeg nog vóór de lessen door de gangen, dan zie je ze vaak al op de diverse werkplekken zitten, eenzaam achter een laptop. Ga je tegen zessen naar huis, dan zitten ze er wéér. Wat moeten ze anders.

Defrienden, er bijft hen ook weinig bespaard.