
Op deze vroege morgen, waarop ik – gehuld in zakkerige ochtendjas – scheef onderuit vanwege de rugpijn in mijn bureaustoel ben neer gezegen, zie ik dat ik een nieuwe volger op Twitter heb. Zoiets is natuurlijk fijn, wanneer je nieuwe volgelingen krijgt; je voelt je een soort evangelist of politieke partij, maar deze is wat moedeloos makend.
Het is namelijk een Engelse meneer die mij een e-bookje wil aansmeren over ‘Body Sculpture’. Het werkje is getooid met een treurniswekkend plaatje, zoals hier boven getoond, en het roept mij opbeurend toe dat ik het mij niet kan permitteren dit boekje voor slechts zeven dollar links te laten liggen, en dat ik de wereld kan veroveren en dat ik op mijn oude dag gelukkiger zal rusten in mijn opgepompte spiermassa. Dit aanbod komt nooit meer.
Gelukkig maar. Ik heb het niet zo op spam. Wie de eerste digitale “Ja, wel (week)kranten – Nee, helemaal geen ongeadresseerd drukwerk” sticker weet te maken zal een rijk man zijn. In mijn mailbox weten elke week weer enige tientallen lieden mijn toch behoorlijk hoog opgeworpen barrière te omzeilen: de ene keer word je gedurende enkele weken gebombardeerd met reclame voor Viagra en dergelijke ; “It’s amazing how big your instrument can grow!” ( hoe weten ze dat ik de vijftig gepasseerd ben? ), dan weer een tijd aanbiedingen voor contactlenzen of kunstogen of iets dergelijks ( hoe weten ze dat ik contactlenzen een een heel assortiment brillen heb? ), en ook word ik geregeld bestookt met uitnodigingen om allerlei studies te gaan volgen aan vage universiteiten ( weten ze dan niet dat ik de vijfitig al gepasseerd ben? ).
Zo af en toe komt er nog een mailtje binnen van bijvoorbeeld Dr. Richard Waziri Obozora, die namens de regering in Nigeria een flink bedrag voor de weduwe van wijlen de president van een lokale oliemaatschappij op een veilige plek moet bewaren en die daarbij heel vriendelijk in eerste instantie aan mij heeft gedacht. Dat soort mailtjes vind ik natuurlijk heel prettig om te ontvangen, want op die manier heb ik al ongeveer het gehele bruto nationaal product over de afgelopen tien jaar van dat land bij elkaar weten te sprokkelen. Als er nog iemand is die dat enorme bedrag een tijdje tegen vergoeding voor mij in bewaring wil nemen, dan meldt hij of zij zich maar via deze site. Wel even een waarborgsom storten svp.
Even nog terug naar de Body Sculpture. Ik ga dat boekje niet kopen. Ik raad andere Twitteraars aan dat ook niet te doen. Van gewoon stevig door bloggen en Twitteren – bijvoorkeur op een mobieltje met zo klein mogelijke toetsjes – krijg je ook stevige spieren. Kom je dus op straat iemand tegen met enorm ontwikkelde onderarmspieren en en reusachtig gespierde vingers die in een klein subtiel puntje eindigen, dan weet je: dat is een blogger of een Twitteraar.
O ja, sommige lezertjes zijn benieuw naar deel 3 van mijn Chinese avonturen. Daar wordt aan gewerkt. Wanhoopt niet.

Tot ongeveer de meest gruwelijke ervaringen die je als dorpsbewoner kunnen overkomen, behoort de jaarlijkse braderie. Hier in dorpje B. op de Veluwe wordt dat – heel toepasselijk – de Oud Veluwse Markt genoemd. Enkele weken lang vindt deze manifestatie elke donderdag plaats, en tout zich op de naburige campings vervelend frikandellen-volk stort zich dan op de oud-hollandse ambachten, de Barneveldse sprits ( die in een volgend dorp gewoon Sint Willibrordse Sprits of Stadskanaalse Sprits heet ), het klompendansen, het kantklossen, de t-shirts met opschrift “Lik mijn lollie!”, het optreden van Grad Damen of welke brallende tokkie dan ook, het mandenvlechten en andere vreselijke zaken.
Oplettende lezertjes zullen hebben gemerkt dat het de afgelopen weken wat stilletjes was geworden op dit weblog; zoiets is natuurlijk niet bevorderlijk voor het aantal hits, want weblog-volgers kunnen behoorlijk ontrouwe lieden zijn. Wauwel gaat dit nu goedmaken met wat bevindingen van zijn reis naar China, want daar heeft hij de afgelopen tijd doorgebracht. China mag dan enorm in de vaart der volkeren omhoog stoten: de internet-verbindingen zijn er nog niet altijd even denderend, en het Twitteren bijvoorbeeld is daar helemaal onmogelijk. Overigens, uitleggen dat je even zou willen internetten is een opgave op zich, zelfs het woord ‘internet’ doet bij de meeste Chinezen geen lampje branden, hoewel ze je uiterst vriendelijk toe blijven knikken.