Elke peuter een eigen iPhone!

iphone_babyMark Prensky is een Amerikaanse media-goeroe, die ook behept is met een zoontje van vier. Vanochtend las ik een artikel van hem, waarin hij zich af vraagt of je ook kleine kinderen al met een iPhone kunt of mag verblijden. Hij had er nog eentje liggen, dus na enig wikken en wegen besloot hij het met de kleine maar eens uit te proberen, wèl met de telefoonfunctie uitgeschakeld. Dat wordt dus een nieuw dilemma voor dat kind: moet ik ’s ochtends al op Twitter via mijn iPhone, of ga ik eerst nog een uurtje ontbijt-tv kijken? Het ding wordt dus vooral gebruikt om de eigen stem op te nemen en om gesprekjes met zichzelf te voeren, blijkt na een paar maanden, waarin Prensky tot de conclusie is gekomen dat hij een wijs besluit heeft genomen.
Sterker nog, hij pleit ervoor alle peuters zo’n virtuele speen te geven en waarschuwt alle opvoedkundigen zich al vast voor te bereiden op een totaal veranderde wereld.  Ik voorzie een nieuw soort kleuterschool, waarin je de bewonertjes stilletjes in een hoekje ziet zitten, gekluisterd aan het verlichte schermpje van de iPhone, met elkaar in stilte communicerend via Twitter. Het speelplein blijft leeg, want ook op de iPhone kun je met je virtuele zand- en waterbak spelen, je kunt knikkeren en welke speelplaats beschikt er over een heuse achtbaan of de mogelijkheid vanuit een bommenwerper Taliban-terroristen uit te schakelen? De jeugd gaat ook weer lezen, en ’s avonds zit er geen ouder meer naast het bedje, maar ligt er een iPhone op het nachtkastje die met blikken stemgeluid voordraagt uit Jip en Janneke. Zo worden vader en moeder ook niet meer gestoord tijdens het zappen bij de buis, waarachter zij amechtig zijn neergezegen nadat zij zojuist na een lange werkdag tot zeven uur ’s avonds ook nog hun kind uit de crèche hebben moeten halen waar zij het om zeven uur ’s morgens naar toe hadden gebracht want de nanny had een dagje vrij dus moesten ze het zelf doen en ze hadden het zo druk dat ze haast niet aan Twitteren waren toegekomen en alleen maar even konden Twitteren om hun kind vanaf de bank beneden “Welterusten en slaap lekker en heb je je tanden wel gepoetst? De iPhone leest je nog even voor” ( is dat wel 140 tekens?  ) toe te Twitteren.

Lange zin hè? Past wel een beetje in de trend van zoveel mogelijk informatie in zo kort mogelijke tijd aanbieden. Kunt u het nog volgen? Ik niet meer. Ik heb altijd een hoge dunk van Prensky gehad, maar elke peuter een eigen iPhone lijkt me niet zo’n goed idee. Misschien wil een kind de blokjes uit zijn blokkendoos ook wel eens echt kunnen vasthouden, in plaats van via het schermpje van z’n mobiel. Misschien wil het kind ook wel eens echt voorgelezen worden, en echt tekenen en kliederen op een echt vel tekenpapier. Zijn we zo niet een beetje bezig allemaal kleine Laura Dekkertjes te kweken, omdat we zelf niet zonder onze gadgets denken te kunnen en we die gevoelens dus ook op onze kinderen projecteren? 

We moeten ook eens een keertje nee durven zeggen, ook al hebben ze dan op hun iPhone ontdekt waar Nieuw-Zeeland ligt.

Sudoku

sudokuVeel mensen hebben masochistische trekjes. Zoals die masochist die een sadist tegenkwam en riep”Sla me! Sla me dan toch!”, waarop de sadist antwoordde: “Nee, nog even wachten!” Mensen die ingewikkelde puzzels oplossen zijn ook een beetje masochistisch ingesteld.  Op mijn iPhone heb ik een applicatie draaien die hele nare puzzeltjes van de Volkskrant binnenhaalt, in diverse variëteiten: Beginner, gevorderd en expert. Ik kies dus altijd voor sudoku’s. Die kunnen door de meest onnozele figuren nog gemaakt worden, want je hoeft er niet eens tot tien voor te kunnen tellen. Het niveau is natuurlijk gevorderd, want je kunt niet met goed fatsoen op feesten en partijen verkondigen dat je Sudoku’s op beginnersniveau maakt.

Nu is het sowieso interessant dat je kunt melden dat het hier puzzels van de Volkskrant betreft, dat heeft toch iets meer cachet dan puzzeltjes uit de Telegraaf of de Kampioen. Waarom pijnigt een mens in vredesnaam z’n hersens af met het in de juiste volgorde zetten van maximaal negen cijfertjes? Ik ben nu een paar maanden bezig, en ik moet hier zachtjes fluisterend toegeven dat ik tot nu toe drie keer een sudoku op gevorderden-niveau heb weten op te lossen. Vreselijk is het. Soms lig ik er ’s nachts aan te denken. Nutteloze bezigheid ook. Ik heb een jaar lang op de Nintendo DS Dr. Kawashima’s brain-training gebvolgd en mijn hersenleeftijd van 78 tot 33 weten terug te dringen, maar een beetje fatsoenlijke Volkskrant-sudoku’s oplossen, ho maar!  Stomme Dr. Kawashima.
Je moet er denk ik een bepaalde logica en ook een bepaalde schikking van je hersencellen voor bezitten. Er schijnen tactieken en technieken voor te zijn. Niet aan mij besteed. Voor wiskunde haalde ik nooit hoger dan een drie op de middelbare school, in de tijd dat dergelijke cijfers nog pedagogisch verantwoord waren. Ik vond die wiskunde leraren nare mannetjes, en zij vonden mij ook een naar kereltje. Dat mocht toen ook nog, een leerling een naar kereltje vinden.
Sudoku is dus blijkbaar iets voor wiskundigen, het draait tenslotte om cijfertjes, ook al gaat het maar tot en met negen. Via collega edu-blogger Wiswijzer kwam ik in mijn geestelijke nood terecht bij Sudoku.org.uk. Daar wordt een mens niet vrolijk van. Daar hebben ze het al over Killer-Sudoku’s, en Diabolical Sudoku’s; en dat terwijl ik al trots ben op mijn drie gevorderden van de Volkskrant. Ik heb die hersencellen gewoon niet. Gauw wegzappen daar.

Al die uren dat ik heb zitten ploeteren op die Sudoku’s, het is zo verslavend maar dus eigenlijk zonde van de tijd. Nee, ik had beter kunnen Twitteren of joggen op de Wii-Fit. Ik voorzie binnen afzienbare tijd ontwenningsklinieken voor Sudoku-addicts. Neem mij nou, nog een weekje vakantie en vandaag toch zeker anderhalf uur vruchteloos op zo’n gevorderden-Sudoku zitten ploeteren, omdat het mijn eer te na is om op het knopje “Beginners” te drukken. En ik weet al wat ik straks ga doen als ik uit-gecomputerd ben. Hoe vreselijk is het toch wanneer je dagelijks weer geconfronteerd wordt met het feit dat je niet tot tien kunt tellen.

We doen er nog even onderstaand Monty Python-achtig clipje van de BBC bij, dus kwaliteit verzekerd.

 [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=UrVlKKTTOiM[/youtube]

Nachtmerrie

wanorde
Lessituatie ( 't kan trouwens ook een ouderwets gezellig strandfeest zijn in Hoek van Holland )

Elk jaar heb ik zo tegen het einde van de zomervakantie een nachtmerrie, en die gaat altijd over mijn werk. Over school dus. Verder droom ik haast nooit ergens naar over, maar zo vlak voor ik weer moet beginnen is het toch telkens weer raak. Waar droom ik dan over. Wanorde in de klas, bijvoorbeeld, of – helemaal traumatiserend – ruzie met het management over wel of niet door te voeren ict-vernieuwingen. Een beetje management is behept met een redelijke achterstand bij informatica en alles wat daarmee samen hangt, hoewel er hier en daar wel uitzonderingen zijn, als we het laatste onderzoek van Kennisnet mogen geloven.
Zou het management zelf bijvoorbeeld ook wel eens nachtmerries hebben over bijvoorbeeld geen macht over de ondergeschikten, vraag ik mij af. Totaal oproer tijdens de lerarenvergadering, gesmijt met stoelen en mogelijk zelfs propjes en zo. Zo’n beetje de taferelen die je wel eens in het zuid-Koreaanse parlement ziet, waarbij brillen en tassen hoog door de lucht vliegen, en waarbij benen ondersteboven bovenuiteengereten bureau’s bungelen. Wie weet maak ik dat gedurende de rest van mijn loopbaan, die als ik de heren bankbobo’s mag geloven tot mijn achtenzestigste door zal gaan, nog eens mee.
Wordt zo’n manager midden in de nacht badend in het zweet wakker, roepend: “Mensen, luister dan toch! Met deze onderwijsvernieuwingen kunnen we ons beter in de markt positioneren!” Na sussende woorden van de echtgenote kan hij dan weer met een verzaligde glimlach op de lippen gaan slapen. Het was maar een nare droom. Hij heeft ze nog in de hand.

Zulke ingewikkelde materie, daar nachtmerriet de gewone doorsnee-docent niet over. Bij hem of haar gaat het bijan altijd over geen orde kunnen houden in de klas, de grootste angst van elke docent, en ook de meest ervaren rotten lijden daar een enkele keer dus ’s nachts wel eens aan. Elke docent wordt in de praktijk wel een keer voor de leeuwen gegooid, en moet het dan alleen zien te rooien. Caesar tegen de Hunnen, De Bree tegen de Hel. Monsters tegenover je, die samenscholen, samenzweren, die ondanks je schril geroep door blijven monkelen en je met grijnzende gezichten proberen te slachten . Tot je je beheersing verliest en begint te schreeuwen, of er eentje schuimbekkend bij z’n lurven probeert te grijpen. Dan is het doel bereikt, wat is leuker dan de docent die tenslotte dan toch nog helemaal uit zijn dak gaat van onmacht en wanhoop?  Gelukkig, het is maar een droom, hoewel een enkele collega, die het gewoon niet in z’n vingers heeft, elke dag z’n nachtmerrie uit ziet komen, totdat hij of zij een andere baan heeft gevonden of in een inrichting is beland.

Veel nieuwe collega’s dus, die dit jaar voor het eerst voor de leeuwen gaan. Heel eng allemaal, het wordt soms bloed zweet en tranen, tegen al je goedbedoelde principes in. Alles wat je geleerd hebt op de opleiding blijkt ineens heel anders uit te pakken. Wanhoop niet, het hoort er allemaal bij. Het kan een week duren, het kan een paar jaar duren, daarna heb je het te pakken en speel je met zo’n klas alsof het een instrument is. Druk je hier, dan gebeurt er dit, blaas je daar, dan gebeurt er dat. Het is net muziekles. Na veel repeteren produceer je dan toch een prachtig nummer, waarbij ritme en klank volledig op elkaar afgestemd zijn, en waarmee je een flinke schare volgelingen aan je kunt binden.  Soms knapt er wel een snaar, of klinken er wat valse noten. Als ervaren musicus raak je daardoor niet meer van slag. Fortissimo!

Wauwel in China (Deel 4 en slot )

internetshopChinezen lijken niet zonder lawaai te kunnen. Althans, in de grote steden. Wie door China gaat reizen voor z’n rust, moet daar dus niet heen. Je hoort dus overal geluid, afgezien van het voortdurende verkeersgeraas. Dat geluid bestaat uit muziek of Chinese instructies: beide worden de wereld in geblazen door tal van geluidsinstallaties, bij voorkeur zo hard mogelijk en van zo slecht mogelijke kwaliteit. Loop je ergens in een een redelijk stil park, zoals bijvoorbeeld op de muur bij Badaling of inhet park bij de Ming-graven in Beijing, dan is daar achter een boom wel op listige wijze een luidspreker verstopt waaruit geluid weerklinkt, in dit geval kalmerende muziek.
In de trein naar Xi’an werden wij ’s ochtends om zeven uur door de luidsprekers gewekt door een juffrouw die ons zoetgevooisd meedeelde dat zij nu “prettige muziek ter ontspanning” voor ons zou gaan draaien. Zo rijd je dus geheel ontspannen de heksenketel van Xi’an binnen, waar buiten de hekken ook weer een miljoen Chinezen op hun verwanten in de trein lijken te wachten, met alle bijbehorende herrie. Chinezen lijken voortdurend instructies te krijgen: bij het mausoleum van Mao wordt de onafzienbare rij wachtenden om de vijftig meter toegebruld door driftige mannen met megafoons – “DOORLOPEN! DOORLOPEN!” – ; op een druk kruispunt worden boven het verkeerslawaai uit galmende mededelingen gepleegd, en zit je ergens in Shanghai op een muurtje bij de Oriental Pearl Tower op adem te komen, dan stopt daar een bus voor je neus en begint daar een juffrouw ook weer door zo’n klein onverstaanbare Chinese kwaliteit-megafoontje een complete schreeuwpartij van vijf minuten te houden naar niemand in het bijzonder. Daarna rijdt de bus weg en komt de volgende aanrijden, waarna het ritueel zich herhaalt.

Onze reisleidster moet ongeveer haar stembanden hebben verloren bij haar pogingen het machinale gebrul van haar Chinese collega’s te overstemmen en in een enorme druipsteengrot stond ik doodsangsten uit omdat ik vreesde dat het megafoon-gegalm van de Chinese gidsen – die allemaal door elkaar heen kwaakten – mogelijk een ondergrondse beving zou kunnen veroorzaken zodat Wauwel, gespietst door stalagtieten, amechtig ter aarde zou zijgen.
De klank van het Chinees is ook ideaal om overal versterkt te laten doorklinken. Het is al niet te verstaan, en als dat dan ook nog in een erbarmelijke geluidfskwaliteit gebeurt, dan voel je je snel in een soort Dante’s inferno.
Waar vind je een bakkerswinkel die buiten zijn deur een geluidsbox van een meter hoog heeft staan, waaruit met 100 decibel dreunende gabberhouse-muziek klinkt? Waar vind je een mobieltjewinkel naast diezelfde bakkerswinkel die uit een nog grotere geluidsbox op vol vermogen militaire marsmuziek de wereld in slingert? Mocht je ondanks het misselijk makend gedreun in je maag toch nog trek hebben in een koekje, dan moet je jezelf eerst nog een stembandbeschadiging schreeuwen om bij de doof geworden bediende iets te bestellen. Laat staan dat je daarnaast nog de geluidskwaliteit van een mobieltje uit kunt proberen. Wie wil er in een “Internet, Tea en Coffeeshop” onder oorverdovend gekrijs z’n mail checken ( trouwens ook nog op een toetsenbord met Chinese tekens ) ?
Zo heb je kapperswinkels – die vreemd genoeg ook vaak massage met een “happy ending” aanbieden – met bonkherrie, kledingwinkels met bonkherrie, drogisterijen met bonkherrie en ook, nu niet schrikken, een tandarts, gewoon in de etalage met de deur open, die de patienten rustgevende bonkherrie voorschotelt tijdens het boren en trekken.

Hebben die mensen dan nooit rust? Jazeker, die zoekt men ’s ochtends vroeg. Bijvoorbeeld in Beijing of Shanghai, waar het om zes uur nog wonderlijk, plattelandsachtig stil is op de drukke verkeersaders. Men zoekt dan massaal ( dat weer wèl ) een stukje groen op en geeft zich volledig over aan Tai Chi: de trage bewegingen, vroeger behorend bij een Oosterse vechtsport, nu gebruikt om volgens vaste patronen volledig tot rust te komen en daarbij ook nog de spieren te trainen. Zo wandelde Wauwel op een zondagmorgen om zeven uur door een parkje waar honderden, voornamelijk oudere Chinezen bezig waren met dans, met mime, met waaiers en namaakzwaarden, met stokken met linten, met de paso-doble dansen met 300 paren tegelijk…. en alles ademde rust, rust, en nog eens rust. Het leek of je door een vertraagde film liep. Het jachtige leven in de grote steden kwam hier heel langzaam en geleidelijk tot stilstand en dat had ook een enorm louterende invloed op mij zelf. Die ochtend in dat park in Beijing was een van de hoogtepunten van de reis.

In Nederland is het vergeleken met China overal volledig uitgestorven. In Amsterdam en dorpje B. op de Veluwe hangt een serene rust, vergeleken met de hectiek van Beijing, Shanghai en Guangzhou. En toch heeft de bevolking hier bij ons veel meer stress; we missen blijkbaar iets wat de Chinezen met hun eeuwenoude cultuur tot het toppunt van rust en ontspanning heeft gebracht. We missen de tijd om onszelf nu eens echt over te geven aan het leven in een vertraagde film, het leven in slow motion. Dáár kan het, hier zou het moeten. We moeten weer eens tot tien leren tellen, weer eens diep inademen, en dan ook nog eens diep uitademen. Bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg, met z’n allen, zonder schaamte, op het grasveldje in de buurt. Of, tijdens één van de vele treinstoringen op Utrecht Centraal: die hele hal vol gestrande passagiers allemaal volkomen ontspannen in de weer met waaiers, plastic zwaardjes en linten, of massaal aan het walsen. Heerlijk toch? Zo krijgen we weer eens tijd om ook het ogenschijnlijke niets doen te waarderen.

Eigenlijk wil ik morgen terug naar China.

O ja, voor wie toch liever wil jachten en jagen: hieronder nog een videoclipje van ons ritje met de Maglev Zweeftrein van Shanghai Airport naar Shanghai city. 431 kn. per uur.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=otoB7aKC3pc[/youtube]

Weeralarm

weeralarmHet is iets van 35 graden buiten ( binnen lijkt wel 40 ), maar ik zit hier in angstige afwachting van het weeralarm, wat met rasse schreden door het KNMI is afgekondigd. De auto is volledig ingepakt  in bubbeltjesfolie – hebben we na het weeralarm nog iets te knappen-  tegen de enorme hagelstenen. De site van de buienradar is overbelast want er is geen bui in de verre omgeving te zien en de NS maakt zich alvast op voor een nieuwe treinchaos rondom Utrecht, waar vallende bladeren, boomtakken en vroege sneeuwvlokken de rails, telefoonverbindingen en wissels danig zullen verstoren. Tel daarbij de Mexicaanse griep die wild om zich heen slaat en de chaos is compleet.
Een panel van deskundigen, bestaande uit Piet Paulusma, Ab Osterhaus, Gordon, Henk Jan Smits en Andries Knevel zal vanavond het verdwaasde en murwgeslagen volk in een gezamenlijke uitzending van alle omroepen  toespreken. Mogelijk wordt ook de oude Drees nog uit zijn graf gelicht en aangehaald.  Van Agt zal overhaast terugkeren van zijn boottochtje naar de Gazastrook en de leiding van het land tijdelijk op zich nemen, samen met Gretta. Erwin Krol wordt ontslagen bij het weerbericht want veel te blij en enthousiast. Shownieuws komt met een extra lange uitzending en Tell Sell doet de turbo-sneeuwschuivers in de aanbieding.

Ondertussen gaat Wauwel op zoek naar spijkers en aangewaaid wrakhout om de ramen dicht te timmeren. De katten mogen voorlopig even niet meer naar buiten totdat de sirenes het sein ‘veilig’ laten klinken. De oude surfplank, die al jaren op het dak lag, heb ik in twee stukken gezaagd en afgevoerd ( toen de auto nog niet ingepakt was ) om wegwaaien te voorkomen. Nog even snel een verzekering tegen water- en overstromingschade afgesloten, kaarsen  en noodvoedselpakketten in huis gehaald en nu bezig zo’n kelder te graven die ze ook in die Amerikaanse tornado-gebieden wel hebben, dat is altijd handig voor de komende weeralarmen ( als er dan tenmisnte nog iets over is wat vernield kan worden door het komende tempeest ). Verder hoop ik dat de storm het complete opblaas-zwembad en de speel-inventaris van de buurkinderen uit hun tuin oplicht en tot ver over de landsgrenzen weg blaast, dat scheelt de zware periode die voor ons licht een hoop herrie.

Ooit is in Utrecht de halve Domkerk in elkaar gewaaid ; de gapende holte is nu nog goed waarneembaar tussen alle  beschonken introductie vierende studenten door. Zoiets is dus nu ook weer goed mogelijk. Weeralarm! Staat het eigenlijk al in de dikke Van Dale? Weer alarm! We raken er al lang niet meer van in paniek.

Wauwel in China ( deel 3 )

hurkVrienden hadden ons al gewaarschuwd: neem toch vooral veel wc-papier mee! Zo kwam het dat we met een gezonde voorraad in de koffer in Beijing arriveerden, na een reis waarbij je half en half verwachtte dat ook in het vliegtuig een Chinese hurkplee niet zou ontbreken.
In Frankrijk was een bezoek aan het toilet nog niet zo heel lang geleden al een angstwekkende ervaring, in het verre oosten zou het nog veel erger zijn. Ook veel stopmiddelen, ontstopmiddelen, toiletzittings-doekjes en  hygiënische vochtige doekjes ontbraken dus niet in de bagage, die al aardig op een dependance van het Kruidvat begon te lijken.

Gelukkig viel het allemaal redelijk mee, van de vier meegenomen rollen zijn er drie teruggekomen. De hotels hadden allemaal keurige potten, wel wat laag – met mijn lengte had ik af en toe het idee op een baby-potje te moeten hurken-, en als je onderweg ergens nodig moest dan zocht je gewoon een wat luxer hotel op om daar even fatsoenlijk te verpozen en gelijk weer een paar meter wc-papier mee te pikken.

Wat betreft toiletten en het ritueel daar omheen ben ik redelijk panisch; hoe gruwelijk is het om op een camping, nadat je eerst al pontificaal over het hele veld met een rol pleepapier – die op dat moment wel licht lijkt te geven – moet wandelen richting sanitairgelegenheid. Daar aangekomen wacht ik eerst tot alles is uitgestorven om vervolgens plaats te nemen in één der vertrekjes, die aan boven en onderkant ook al open zijn, ook zo iets verschrikkelijks. De deur sluit meestal ook maar half. Dat is dus afzien, zeker als er een persoon in de ruimte naast je plaatsneemt en je ongewild moet meegenieten.

In China kent men dergelijke gène niet. De stoelgang is daar een gemoedelijke en sociale aangelegenheid, zeker als dat gebeurt in openbare ruimtes zoals stations en dergelijke. Daar tref je toch nog wel veel van die hurktoestanden aan, en als het een klein beetje mee zit bevindt zich er soms ook nog een soort deurtje voor. Zo kon het gebeuren dat ik – door hoge nood gedwongen –  ergens tijdens een busstop bij een eetgelegenheid een dergelijke ruimte betrad. Richtingaanwijzers zijn niet nodig, je gaat gewoon op de geur af. Vijf toiletten op een rijtje. De eerste bleek een hurktoilet met onbestemde voorwerpen op de grond.
De volgende was bezet door een stevig tegen de deur duwend persoon, waarschijnlijk een mede-toerist.
De derde was open, de deur ontbrak, en daar bevond zich een Chinees, die al hurkend, de broek op de knieën,  de tijd doorbracht met het aandachtig spelen op een  spelcomputertje.
De overige twee heb ik maar niet eens meer geprobeerd, dan maar enige uren ophouden tot we in het hotel waren. Bij zo’n moment van contemplatie en bezinning wil je niet gestoord of afgeleid worden. Ooit, op vakantie in Noorwegen, ben ik eens op een uitgestorven hoogvlakte alle omliggende heuvels en bergen op- en afgerend om te controleren of er toch vooral niemand aankwam., voordat ik een door rotsen afgeschut plekje kon benutten.
Onze gids vertelde ons nog een opbeurend verhaal over het leven in de ‘Hutongs’, een soort volkswijken die tot voor kort het aanzien van Beijing bepaalden, maar die steeds schaarser worden. Daar gebruikten tot vijftien gezinnen elke ochtend het gezamenlijke toilet, wat bestond uit een aantal gaten in de grond. Echt iets voor mij, het leven in zo’n Hutong.
Op het grote station van Beijing, waar Amsterdam CS tien keer in kan, is voor veel Chinezen ook nog even de gelegenheid om – net als wij – vòòr de 1200 kilometer lange rit per nachttrein naar Xi’an  nog even naar het toilet te gaan. Het station was hoogst modern, de toiletten werkelijk uit de pré-historie. Er werd wel schoongemaakt hoor, maar ga er maar eens aan staan, met die volgens mij miljoen reizigers per dag. Eén van onze medereizigers had zich dus met dicht geknepen neus bekommerd laten zakken, toen onder het half hoge schotje door een zwabber verscheen, die twee keer tussen haar benen heen en weer werd gehaald, en vòòr je met je ogen kon knipperen was de schoonmaakbeurt weer voorbij.

Nee, dan het toilet in het Financial Building in Shanghai, de op één na hoogste toren ter wereld. Was de rit in de lift al een science fiction-achtige gelegenheid, het toilet zo mogelijk nog meer. Vòòr dat je daar trouwens belandde, werd je op elke hoek van de gang de richting gewezen door een knikkende en buigende Chinees in livrei, afdwalen was onmogelijk. Naast de verwarmde hight-tech toiletpot bevond zich een uitgebreid bedieningspaneel, wat onder andere de op de zitting uitgeoefende druk mat, en wat tevens allerlei suggesties deed voor een keur aan spoelbeurten in diverse temperaturen en straalvariaties.
Natuurlijk ook weer een aantal belangrijk uitziende knoppen met alleen Chinees opschrift, dus daar durfde ik niet op te drukken: vòòr je het weet wordt je drol op 492 meter hoogte de Chinese ruimte in gelanceerd. In China is alles mogelijk.