Mark Prensky is een Amerikaanse media-goeroe, die ook behept is met een zoontje van vier. Vanochtend las ik een artikel van hem, waarin hij zich af vraagt of je ook kleine kinderen al met een iPhone kunt of mag verblijden. Hij had er nog eentje liggen, dus na enig wikken en wegen besloot hij het met de kleine maar eens uit te proberen, wèl met de telefoonfunctie uitgeschakeld. Dat wordt dus een nieuw dilemma voor dat kind: moet ik ’s ochtends al op Twitter via mijn iPhone, of ga ik eerst nog een uurtje ontbijt-tv kijken? Het ding wordt dus vooral gebruikt om de eigen stem op te nemen en om gesprekjes met zichzelf te voeren, blijkt na een paar maanden, waarin Prensky tot de conclusie is gekomen dat hij een wijs besluit heeft genomen.
Sterker nog, hij pleit ervoor alle peuters zo’n virtuele speen te geven en waarschuwt alle opvoedkundigen zich al vast voor te bereiden op een totaal veranderde wereld. Ik voorzie een nieuw soort kleuterschool, waarin je de bewonertjes stilletjes in een hoekje ziet zitten, gekluisterd aan het verlichte schermpje van de iPhone, met elkaar in stilte communicerend via Twitter. Het speelplein blijft leeg, want ook op de iPhone kun je met je virtuele zand- en waterbak spelen, je kunt knikkeren en welke speelplaats beschikt er over een heuse achtbaan of de mogelijkheid vanuit een bommenwerper Taliban-terroristen uit te schakelen? De jeugd gaat ook weer lezen, en ’s avonds zit er geen ouder meer naast het bedje, maar ligt er een iPhone op het nachtkastje die met blikken stemgeluid voordraagt uit Jip en Janneke. Zo worden vader en moeder ook niet meer gestoord tijdens het zappen bij de buis, waarachter zij amechtig zijn neergezegen nadat zij zojuist na een lange werkdag tot zeven uur ’s avonds ook nog hun kind uit de crèche hebben moeten halen waar zij het om zeven uur ’s morgens naar toe hadden gebracht want de nanny had een dagje vrij dus moesten ze het zelf doen en ze hadden het zo druk dat ze haast niet aan Twitteren waren toegekomen en alleen maar even konden Twitteren om hun kind vanaf de bank beneden “Welterusten en slaap lekker en heb je je tanden wel gepoetst? De iPhone leest je nog even voor” ( is dat wel 140 tekens? ) toe te Twitteren.
Lange zin hè? Past wel een beetje in de trend van zoveel mogelijk informatie in zo kort mogelijke tijd aanbieden. Kunt u het nog volgen? Ik niet meer. Ik heb altijd een hoge dunk van Prensky gehad, maar elke peuter een eigen iPhone lijkt me niet zo’n goed idee. Misschien wil een kind de blokjes uit zijn blokkendoos ook wel eens echt kunnen vasthouden, in plaats van via het schermpje van z’n mobiel. Misschien wil het kind ook wel eens echt voorgelezen worden, en echt tekenen en kliederen op een echt vel tekenpapier. Zijn we zo niet een beetje bezig allemaal kleine Laura Dekkertjes te kweken, omdat we zelf niet zonder onze gadgets denken te kunnen en we die gevoelens dus ook op onze kinderen projecteren?
We moeten ook eens een keertje nee durven zeggen, ook al hebben ze dan op hun iPhone ontdekt waar Nieuw-Zeeland ligt.

Veel mensen hebben masochistische trekjes. Zoals die masochist die een sadist tegenkwam en riep”Sla me! Sla me dan toch!”, waarop de sadist antwoordde: “Nee, nog even wachten!” Mensen die ingewikkelde puzzels oplossen zijn ook een beetje masochistisch ingesteld. Op mijn iPhone heb ik een applicatie draaien die hele nare puzzeltjes van de Volkskrant binnenhaalt, in diverse variëteiten: Beginner, gevorderd en expert. Ik kies dus altijd voor sudoku’s. Die kunnen door de meest onnozele figuren nog gemaakt worden, want je hoeft er niet eens tot tien voor te kunnen tellen. Het niveau is natuurlijk gevorderd, want je kunt niet met goed fatsoen op feesten en partijen verkondigen dat je Sudoku’s op beginnersniveau maakt.
Chinezen lijken niet zonder lawaai te kunnen. Althans, in de grote steden. Wie door China gaat reizen voor z’n rust, moet daar dus niet heen. Je hoort dus overal geluid, afgezien van het voortdurende verkeersgeraas. Dat geluid bestaat uit muziek of Chinese instructies: beide worden de wereld in geblazen door tal van geluidsinstallaties, bij voorkeur zo hard mogelijk en van zo slecht mogelijke kwaliteit. Loop je ergens in een een redelijk stil park, zoals bijvoorbeeld op de muur bij Badaling of inhet park bij de Ming-graven in Beijing, dan is daar achter een boom wel op listige wijze een luidspreker verstopt waaruit geluid weerklinkt, in dit geval kalmerende muziek.
Het is iets van 35 graden buiten ( binnen lijkt wel 40 ), maar ik zit hier in angstige afwachting van het weeralarm, wat met rasse schreden door het KNMI is afgekondigd. De auto is volledig ingepakt in bubbeltjesfolie – hebben we na het weeralarm nog iets te knappen- tegen de enorme hagelstenen. De site van de buienradar is overbelast want er is geen bui in de verre omgeving te zien en de NS maakt zich alvast op voor een nieuwe treinchaos rondom Utrecht, waar vallende bladeren, boomtakken en vroege sneeuwvlokken de rails, telefoonverbindingen en wissels danig zullen verstoren. Tel daarbij de Mexicaanse griep die wild om zich heen slaat en de chaos is compleet.
Vrienden hadden ons al gewaarschuwd: neem toch vooral veel wc-papier mee! Zo kwam het dat we met een gezonde voorraad in de koffer in Beijing arriveerden, na een reis waarbij je half en half verwachtte dat ook in het vliegtuig een Chinese hurkplee niet zou ontbreken.