Bits, brains and games , deel 1

Ik krijg er langzamerhand een handje van om tijdens congressen die ik frequenteer een internethoekje op te zoeken om daar even live verslag te doen van mijn bevindingen. Dit keer vanuit Veldhoven, te bereiken door twee uur in een onafzienbare file te staan, in het congres-centrum Koningshof, volgens mij een voormalig seminarie of zo. De crème de la crème van het ICT-onderwijs is hier samen gekomen om te horen hoe hopeloos achter men loopt vergeleken bij de huidige leerling. Wij zijn de ‘digital immigrants’ in een nieuwe digitale wereld van digital natives. Met alle aanpassings- en inburgeringsproblemen van dien. Het volgen van een verplichte inburgeringscursus ( het ECDL ) helpt niet echt, wij blijven dialect spreken, want wij ‘emailen’ bijvoorbeeld nog, en dat is wel zóóó’ 2005. Nou roep ik dat al heel lang, maar ik ben in mijn onderwijsinstituut soms een roepende in de woestijn, dus één en ander was vandaag heerlijk om te horen uit de mond van Mark Prensky, een Amerikaanse digitale goeroe. Wat dat betreft is deze conferentie dus al geslaagd. Daarna een workshop van het Kennisnet, een instantie uit een grijs verleden die krampachtig poogt scholieren, ouders en docenten naar zich toe te trekken en weg bij het boze Google. Daar werden mij ondermeer de problemen bij het online zetten van video-content uitgelegd, iets waar ik niet op gerekend had, temeer dat dit gebeurde door een middelbare dame, die onder een naveltruitje een door meerdere bevallingen en dito navelbreuken geteisterde blubberbuik aan den volke toonde. Dat was even schrikken ja, zo op de vroege morgen. Straks gaan we het hebben over mindmapping, en dat belooft weer interessant te worden. Vanavond meer…….

Crimineel

Het gaat niet goed met Barneveld, het lieftallige dorpje op de Veluwe waar ik domicilie houd. Dat konden wij afgelopen week lezen in de plaatselijke krant. Slechts vijftien procent van de inwoners vindt dat de gemeente doet wat ze zegt, de helft van de inwoners weet eigenlijk niet waar de gemeente zich mee bezig houdt. Wel is men tevreden over de leefbaarheid van de eigen wijk.
Barnevelders krijgen ook steeds vaker te maken met een geweldsdelict. Deze week nog: een ramkraak bij een plaatselijke electronica-keten, vandalen rijden met een auto rondjes over grafzerken, en ook persoonlijk kreeg ik de afgelopen tijd te maken met een geweld, notabene omdat ik opkom voor de leefbaarheid in mijn eigen wijk, die wordt bedreigd door de bouw van twee megakerken voor duizenden met auto’s af en aan rijdende kerkgangers. Ik moest op 7 maart mijn stem uitbrengen in een kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in Nederland, een somber bouwsel waar je door duistere neerdrukkende gangetjes uiteindelijk bij de stemcomputer belandde. Daar bleek ook een maquette te staan van één der geplande kerken. Een enthousiast gemeentelid ( voor zover enthousiasme daar is toegestaan ) bemerkte mijn interesse. “Mooi hè?”, klonk het, terwijl zijn vrouw onderdanig glimlachend vanaf een afstandje toekeek. “Ik denk daar toch iets anders over.”, was mijn antwoord.
Daarna ontspon zich een discussie waarin ik uiteindelijk te horen kreeg: “Als jij die kerk tegenhoudt, dan overleef je dat niet!”. Ik meende even het niet goed verstaan te hebben, maar het werd nog eens herhaald en mijn dochter kan daarvan getuigen. Tevens werd mij nog te verstaan gegeven dat deze belijdende kerkganger er persoonlijk voor zou zorgen dat alle boompjes in de geplande groenstrook, bedoeld om al dat blik aan het oog van de aanwonende heidenen te onttrekken, er weer persoonlijk door hem uitgerukt zouden worden.
Discussie gesloten. Gelukkig kwam ik iemand tegen die deze fundamentalistische meneer bij naam en adres kende, dus dat kan bij een mogelijke aangifte altijd van pas komen.

Nu mag ik hopen dat meneer het niet letterlijk bedoelde maar zich slechts bediende van de in de reformatorische kerken gebruikelijke “tale Kanaäns”, zodat ik misschien rekening moet gaan houden met een bliksemschicht die mij vanuit de hemel D.V. op een zeker moment zal treffen, of een spleet in de aarde die zich onverwachts voor mijn voeten zal openen en mij zal verzwelgen. Misschien moet ik mij dus voortaan in een koperen maliënkolder hullen om de bliksem wat af te wenden, of op ski’s voortschuifelen om de spleet te kunnen overbruggen, ik zal daarover nadenken.

Blijft het feit dat wij in plaats van moslim-fundamentalisten hier in Barneveld te maken krijgen met een ander fundamentalisme, wat niet minder onderdrukkend is. Ik zie nauwelijks verschil.

Kafka

Iedereen kent ongetwijfeld het wereldberoemde boek “Het Proces” van Frans Kafka. Daar beschrijft hij hoe een individuele mens vermalen wordt tussen allerlei instantiesdie buiten hem om bepalen wat er gebeurt. De hoofdfiguur van het verhaal, Josef K., raakt geheel verloren in een bureaucratisch doolhof. Trouwe lezertjes zullen hebben gemerkt dat het hier erg rustig is qua nieuw leesvoer van mijn hand. Trouwe lezertjes zullen ook in een vorig stukje hebben gemerkt dat mijn internet- en telefonieverbinding sinds 13 maart is weggevallen, met dank aan TISCALI, de provider die wel zo vriendelijk is geweest ook al vast het abonnementsgeld voor april van mijn rekening af te schrijven. Wel, ik zit nu inmiddels ruim drie weken zonder internet en vier weken zonder telefonie. De aanvankelijke hysterie binnen een groot deel van het gezin heeft inmiddels plaats gemaakt voor doffe berusting, na talloze dure mobiele telefoontjes naar een dure ( 30 cent per minuut ) helpdesk met volslagen onbenullige medewerkers die geen enkel idee lijken te hebben waar ze over praten. Zo wist men mij na twee weken te vertellen dat mijn modem kapot was. Men kon dat op wonderbaarlijke wijze meten over een lijn waar geen stroom op stond. Ook wist men mij te vertellen dat de KPN per ongeluk twee draadjes had losgetrokken en weer aan elkaar geknoopt. Men vertelde dat er een netwerkstoring was geconstateerd, die ook was opgelost. En ga zo maar door. Gistermorgen twee uur vergeefs gewacht op een monteur die nooit meer iets van zich heeft laten horen. Gister ook vergeefs gewacht op een telefoontje voor een nieuwe afspraak. Vandaag heb ik maar weer eens voor € 2,10 verbeld met de helpdesk, om daar te horen dat binnen 5 tot 10 werkdagen een nieuwe afspraak voor bezoek van een monteur zal worden gemaakt. Waar dan ook weer de nodige dagen over heen kunnen gaan. Men leeft erg mee bij TISCALI. Ik heb temidden van enge spinnen en ander ongedierte in klamme duisternis onder de vloer rondgekropen of onverlaten zich misschien aan mijn levenslijn hadden vergrepen. Mijn belastingaangifte is te laat, mijn mailboxen zijn inmiddels vermoedelijk geblokkeerd omdat ze vol zitten, het bezoekersaantal van dit weblog is gekelderd, inbrekers omcirkelen mijn huis omdat de telefoon niet opgenomen wordt en er is reeds politie wezen kijken of ik misschien dood in huis lig. Bij het dichtstbijzijnde gekkenhuis heb ik inmiddels ( per brief ) geïnformeerd of er op korte termijn nog een plekje voor mij vrij is. Heerlijk, beetje rondgereden worden inkarretje naar de eendenvijver, en tussen de middag een lieve zuster die mij pap in de kwijlende mond voert. Mocht ik ooit ontslagen worden uit dit gesticht voor internetlozen, dan ga ik postduiven kweken. Die krijgen allemaal een briefje aan hun poot waarop staat: NEEM NOOIT INTERNET BIJ TISCALI !

Bla-bla-dag, deel 2

Deze post komt live vaaf het sportcentrum Papendal, alwaar het college van bestuur van het onderwijsinstituut waar ik werk heeft gemeend een ontmoetingsdag te organiseren zodat de medewerkers van alle lokaties elkaar een beetje kennen. De entourage deed sterk denken aan de partijcongressen in Neurenberg in de jaren ’30. De dag werd geopend door de voorzitter van het college, die nog nèt niet gezeten op een wolk langzaam onder laserstralen en aanzwellende muziek uit de nok van de zaal nederdaalde. Hij stelde zichzelf trouwens niet voor, dus ik moet u hier zijn naam schuldig blijven. We hadden allemaal een mooi keycord ontvangen ( is erg in tegenwoordig ) waaraan een kompasje bungelde, wat waarschijnlijk niet het noorden maar wèl het hoofdkantoor van ons geacht college aanduidt. Ook was het de bedoeling dat je zeven wildvreemde collega’s, waarvan de namen op een kaartje stonden, bij elkaar zocht. Gelukkig werd ik niet al te zeer benaderd door genoemde wildvreemden, dus kon ik van dat onderdeel verschoond blijven en mij geestelijk voorbereiden op de “clinic” ( Creatief schrijven met Loesje-medewerkers ) waavoor ik mij had ingeschreven. Helaas bleek de belangstelling dermate klein ( waarschijnlijk té opruiend dus bedreigend voor de gezellige sfeer ) dat ik terechtkwam bij “Omgaan met je talenten”. In een kring gezeten werden wij daar toegesproken door een naar ik schat negentigjarig persoon ( “ik ben van kindsaf aan een onderwijsmonster”) met de stem van een weekdier, die ons kond deed van zijn incestueuze jeugd, zijn depressieve schoonmoeder, van het feit dat hij een uitstekend vader was en dat hij allerlei managersbaantjes had gehad. Verder leerden wij dat wij allemaal een minne persoonlijkheid hadden, dit tot stijgende verbijstering van de amechtig naar adem happende toehoorders. Gelukkig was er even koffiepauze ( het zou tweeëneenhalf uur duren ) zodat een grote groep aanwezigen de gelegenheid schoon zag om niet meer terug te keren, dit tot grote ontreddering van het organiserend comité. U begrijpt dat ik ook tot deze groep behoor. Nu zit ik in de hal op de PC’s, die daar staat opgesteld om een enquete over deze dag in te vullen. Ze zijn vandaag uitsluitend voor bezoekers van deze dag bedoeld. Naast mij zit echter een breed geschouderd iemand uit Armenië of zo, die ik niet durf weg te sturen, want hij kijkt op kickbox-sites. Achter mij zingen in de zaal een uit het graf herrezen Gert en Hermien op blijde toon, en aangezien de lunch nu lonkt, zal ik mij daar maar aan vergrijpen. Een volgende keer meer over mijn enerverende wederwaardigheden.

Bla-bla-dag

Het onderwijs-instituut waar ik mijn leven slijt, maakt deel uit van een groter geheel, dat zich het achtervoegsel ‘groep’ heeft toegeëigend, want dat staat natuurlijk een stuk gewichter. Eens in de twee jaar organiseert het opperste Sanhedrin van deze groep een dag waarop de personeelsleden van alle bij de groep aangesloten ( of door de groep opgeslokte ) onderwijsinstellingen elkaar dienen te ontmoeten in een ‘ontspannen sfeer’ met veel ludieke activiteiten en schouder-gemep. Volgende week is het weer zo ver, en dat de spanning aan de top inmiddels tot orgasmische hoogte is gestegen blijkt wel uit het feit dat ik vanaochtend in mijn postvakje een in knisperend cellofaan verpakte lollie aantrof, compleet met geglazuurd logo en nog wat opbeurende kreten. Een lollie…. Een zoethoudertje? Of we toch vooral maar niet willen vergeten dat we volgende week donderdag vrijhouden om de leden van het college van bestuur in hoogsteigen persoon te mogen aanschouwen en om ze misschien zelfs – ik kan haast niet wachten – bij de voornaam te mogen noemen! Waarna vervolgens een gezellig en vooral ongedwongen samenzijn zal losbarsten, waar je bijvoorbeeld je juwelen (!) mag meenemen om ze door een aldaar aanwezige kenner te laten taxeren. Daartoe worden wij tenminste middels een nadrukkelijk overal aanwezige poster opgeroepen. Nu beschik ik niet over voldoende pecunia om daar juwelen mee aan te schaffen die voldoende waardevol zijn om ze te laten taxeren , laat staan dat ik me daar dan mee op een dergelijke dag zou volhangen, maar misschien zijn er toch nog elders collega’s die eventueel hun tepelpiercing op de juiste waarde willen laten schatten. Uiteindelijk wilde ik met het openbaren van mijn eikel-piercing nog even wachten tot de volgende coming-out. Pimpen is in de mode, en gaat het bestuur met haar tijd mee. U ziet wel, het onderwijs wordt met de dag swingender en eigentijdser, en u kunt natuurlijk uitgebreid verslag verwachten van mijn bevindingen op deze boeiende dag.

Ontreddering

Het vreselijke is gebeurd. Was ik eerst als een kind zo blij met mijn nieuwe internet-provider ( Tiscali ), kom ik gistermiddag thuis en tref ik daar een dochter aan die op de rand van hysterie balanceert. Het internet ligt eruit. Techneut als ik ben rommel ik wat aan draadjes en knopjes, wat meestal helpt, maar dit keer blijft het lampje van mijn modem hardnekkig op zwart staan. Aangezien mijn telefoon tegenwoordig ook op internet loopt, moest ik mij dus tot een dure helpdesk wenden die te kennen gaf dat dit probleem wel eens een dag veertien zou kunnen duren. Deze onheilstijding sloeg bij de rest van het gezin in als een bom. Totale ontreddering. Drie dochters die niet op MSN kunnen, een vader die verweesd aan tafel voor zich uit zit te staren, een vrouw die ongewoon opgewekt en blij is, want zo’n gezellig goed gesprek op de bank is een leuk vooruitzicht. De plannen voor de rest van de avond werden besproken. Laten we een vredesnaam dan maar naar bed gaan met een boek of zo, stelde ik voor, want ik had geen zin om amechtig naar alwééér een afbeelding van ‘America’s next Top Model’ te moeten kijken. Onwennig staarden mijn dochters en ik voor zich uit, aardappelen koud, boontjes slap. De maaltijd verliep in sombere stemming, en zacht sloffend verdween iedereen met gebogen rug naar de respectievelijke kamers. Nou moet ik straks naar huis. Het eerste wat ik doen zal, is met kloppend hart de deur van de kelderkast open maken, om vermoedelijk te constateren dat de lampjes nog steeds uit zijn, want in dat soort pessimistische vooruitzichten krijg ik altijd gelijk. Ik ga nog liever naar de tandarts, laat al mijn tanden trekken zonder verdoving, dan wéér een avond zonder vertrouwd knipperende modem-lampjes. Hoewel, vanavond heb ik nog een personeels-etentje, bedenk ik nu. Dat scheelt weer. En morgen zie ik wel weer verder.

Open Dag

Op het moment van schrijven is het op het onderwijsinstituut, waar ik mijn centjes pleeg te verdienen, open dag. Vanuit een leeg informatica-lokaal, want daarmee scoor je als school tegenwoordig niet meer, zie ik drommen bezoekers over het plein schuifelen. Zo nu en dan steekt een argeloze passant zijn hoofd om de deuropening, om bij de aanblik van al die zachtjes snorrende PC’s schielijk weer te verdwijnen. Ik kom dan telkens half overeind om aan een boeiende verhandeling over het nut van Word te beginnen, maar dan is het al weer te laat. Mooi tijd voor mijn weblog dus. Op een beetje open dag wordt alles uit de kast gerukt wat daar al weer een jaar in heeft gelegen. Zo scoren wij bijvoorbeeld met kuikentjes, die hier blijkbaar veilig opgehokt zijn, met een afdakje boven de kopjes. Ook is er veel interesse in paarden en zo, dat is booming business. Hoe anders was het lang geleden toen ik nog in IJmuiden werkte op een school voor “lager economisch en administratief onderwijs”. Gelegen in een kwijnende buurt, waar geregeld in het weekend met een geweer dwars door het hele pand werd geschoten, konden we ons daar verheugen in het astronomische aantal van wel 50 bezoekers. Bezoekers die veelal bestonden uit leerlingen die uiterst irritante vriendjes hadden meegenomen, zodat je voortdurend als een soort schildwacht achter hen aan moest sjokken. Ook ging men tijdens zo’n open dag geregeld met elkaar op de vuist, waarmee de praktijk van de rest van de week werd voorgezet. Altijd weer een enerverend gebeuren, zo’n open dag daar. Hier lopen zo’n 1000 bezoekers rond, ze zijn alleen niet hier. Heel kalmerend en rustgevend, zo’n open dag, ook al is het dan een zaterdag. Af en toe komt één van mijn meerderen controleren of ik hier niet in slaap ben gesukkeld en of ik wel genoeg mensen te woord sta. Wel, ik zit dan in elk geval belangrijke zaken achter mijn computer te doen. Over een paar uurtjes is het weer voorbij.