
Een loffelijk streven. De originele stickers zijn te bestellen bij www.sinterklaasintochtassen.nl
Kunst, wijsheden en meer…
Wel, eigenlijk zou ik dit stukje nu al moeten schrijven met mijn nieuwe Digiscribble: een soort electronische pen, waarmee je gewoon je bloknoot vol kalkt, en waarmee je even later al je geschreven tekst met een druk op de knop naar Word transporteert en nog leesbaar ook. Maar, voordat ik mijn baas voor deze aanschaf laat opdraaien zal ik op internet nog even wat gebruikerservaringen bij elkaar sprokkelen. Een enorm sterk argument zal echter mijn zich snel weer ontwikkelende muisarm zijn: als een leidinggevende ergens iets eng vindt, dan is het wel dat z’n personeel aan RSI ten onder dreigt te gaan. Tip aan collega’s: scherm met begrippen als “vleesetende bacterie” en “enkele maanden absolute bedrust”, en je hebt de mooiste spullen in no time bij elkaar.
Ik zit hier op het moment van schrijven op de I&I-conferentie in Lunteren, een broeinest van onderwijs-computernerds die hier enkele dagen op kosten van de baas bijeen zijn om zich te laven aan nieuwe snufjes als de Digiscribble. Een leuk apparaatje, waarmee je op vergaderingen natuurlijk prachtig tekeningen kunt maken of alvast een boodschappenlijstje op kunt stellen. Geen mens die iets in de gaten heeft en je hoeft ook niet meer met een laptop te zeulen, daar maak je al lang de blitz niet meer mee en het is zóó 2007. Nu zit je met een ogenschijnlijk gewone vulpen en een heel klein zwart kinky doosje op je papier. That’s all. Papier heeft trouwens zijn langste tijd wel gehad, bleek ook hier wel weer. E-paper gaat het worden, maar tot die tijd zal ik mijn digiscribbeltje benutten. Toch was er een bevallige jongedame die geheel in eigen beheer uiterst originele schoolagenda’s uitgaf, nog geheel gemaakt op ouderwets degelijk en fleurig papier. Geen foto’s , maar wel een handige uitleg van de stelling van Pythagoras bijvoorbeeld. Dat klinkt afgrijselijk, vooral voor iemand die – zoals ik – bij wiskunde nooit hoger wist te scoren dan een 3. Maar ik zag ineens na dertig jaar het licht. Wiskunde, een fluitje van een cent! En elke dag een nieuw origineel weetje, en hoe je de persoonsvorm schrijft en zo. Kom maar eens op het idee. Nog vijf jaar zal zij dat doen, daarna gaat ook zij, hoe kunstzinnig en origineel ook, toch digitaal. Hopelijk net zo origineel.
Er ging vandaag ook veel mis: geen internet, vastlopende computers, muizen die niet reageerden en personen die in 5 minuten tijd nog ongeveer 40 powerpointdia’s wilden vertonen, inclusief de daarbij behorende uitleg. Opvallend was ook het hoge gehalte grijsharigen onder de bezoekers. Ik weet wel hoe dat komt. De jeugd, de generatie Y, die weet dit allemaal al. Wij hollen slechts amechtig achter alle nieuwerwetsigheden aan, en winnen zullen we niet.
Over amechtig gesproken: het bleek dat ik tijdens de online registratie een knopje te veel had ingedrukt, waardoor er nu een hotelkamer voor mij gereserveerd bleek te zijn. Op zoek naar mijn kamer, een eindje verderop in de bossen, passeerde ik de eetzaal van dit congrescentrum: gevuld met een grote groep stokoude bejaarden, die daar, onderuitgezakt en half verscholen achter slabbetjes, hun bordjes gortepap in doodse stilte naar binnen slobberden, of althans daartoe een poging ondernamen. Het zou natuurlijk ook zomaar kunnen, dat sommigen van hen al geruime tijd overleden waren, het is een rustige uithoek van het congrescentrum daar. In het midden stond de tafel voor lopend buffet, die in deze treurige atmosfeer deed denken aan een opgebaarde kist. Ik zou in dit geval ook liever van strompelend buffet spreken. Dat wordt een gezellig ontbijt daar morgenochtend. Hopelijk sta ik niet achteraan in het rijtje voor de koffieautomaat dan. Die wachttijd kan ik dan echter goed benutten om vast wat aantekeningen te maken met mijn nieuwe Scribble. Want ik kan toch niet wachten met aanschaffen, dat weet ik nu al. Morgen meer.
Wel, we horen er nu dus ook bij. We hebben een Wii. DE Wii. Voor de volslagen leken: een Wii is een spelcomputer, maar ik ga hem dus voor fitness gebruiken, hetgeen de nodige smadelijke lachjes hier in huis oproept. Dat alles in het kader van mijn midlife-crisis, die nu ook zorgen over mijn uitdijend en inzakkend lichaam met zich meebrengt.
Zaterdagmorgen stond ik voor dag en dauw bij de lokale speelgoedwinkel hier in het dorp, want speciale aanbieding en je verwacht dan een hele oploop. Maar iedereen moest denk ik nog uitslapen van de Harry Potternacht, hoewel, hier in het dorpje B. hebben ze het niet zo op tovenaars en enge duivelse krachten. Voordat je het weet verkleuren de bietjes op je bord en smaakt de jus naar azijn, en dat is niks, zo tussen de middag.
Enigszins besmuikt trad ik naar binnen. “Ik kom voor de Wii-aanbieding”. Die aanbieding bestond hieruit, dat er een speciale sportset bij werd geleverd, bestaande uit – naar ik later ontdekte – een schuimrubber stokje ( moest honkbalknuppel voorstellen ), een schuimrubber bakspaan ( moest tennisracket voorstellen ) en een schuimrubber soort soeplepeltje ( moest golfstick voorstellen ), plus nog een extra ventilator maar waarvoor dat was wist ik niet.
Of het ingepakt moest worden. Dat was een mooie gelegenheid om aan te kunnen tonen dat je hem niet voor jezelf kocht maar ik was dapper en zette door: “Nee, ik pak hem thuis wel in”. Snel naar huis, en nonchalant fluitend de huiskamer betreden. Eerst maar eens helpen met de afwas, rommel opruimen, allerlei klusjes, badkamer doen en vervolgens achteloos vermelden van “o ja, ik heb ook dat ding gekocht”. Doos een beetje ongeïnteresseerd in een hoekje gezet, en daarna op mijn gemak koffie gedronken, hoewel ik natuurlijk gek van verlangen was om het ding uit zijn verpakking te scheuren.
Maar goed, we zijn nu een paar dagen verder, en ik moet zeggen: het hele gezin is betoverd door de Wii, zelfs mijn gade, die toch een redelijke afkeer van mijn technische hebbedingetjes ten toon spreidt, heeft zich laten verleiden tot een potje tennis. De argeloze passant zal voortaan een bespottelijk schouwspel ontwaren: een volwassen vent die met een klein plastic stokje enorme zwiepen in de lucht aan het geven is naar een virtuele tennisbal, of die met maaiende armen een denkbeeldige bowlingbal richting kegeltjes dirigeert. Ik heb mijn hand al lelijk gestoten aan de lamp tijdens mijn sportieve bezigheden, en op het moment van schrijven komt een redelijke tennisarm tot ontwikkeling. Morgen en overmorgen maar een dagje niet sporten. Even tot bezinning komen en weer met beide benen op de grond. In de VS is al een site in de lucht, geheel vol met foto’s en filmpjes van verbrijzelde dubbele ramen, dure plasma schermen met gaten er in en ander kapot meubilair, dit alles veroorzaakt door uit de bezwete handjes van verhitte spelers ontglipte Wii-controllers: Wii have a problem.
O ja, ik heb nog een X-box in de aanbieding. € 55 maar. Liefhebbers mogen zich melden.

Sint is weer in het land en dat zullen we weten ook, zeker nu de Goedheilgman al weer een week vroeger is dan vorig jaar, maar ja, die winkeliers moeten ook wat, hè? Haastige spoed is echter zelden goed. In het Zuidhollandse Den Hoorn moest de burgemeester hoogstpersoonlijk één van Sints volgelingen uit het water vissen. Door het gedrang in de toegestroomde menigte was de peuter te water geraakt, maar de alerte burgervader verzekerde zich door zijn kordate optreden van een ereplaatsje in het dikke boek van Sinterklaas.
Daarna moest Sint spoorslags afreizen om ook op tijd in Alkmaar te arriveren, maar daar ging het door alle haast helemaal mis. Het edele ros was het lange wachten op de Sint beu en vertoonde reeds bij het bestijgen de nodige nukkige trekjes. Toen de bisschop eenmaal gezeten was en wilde vertrekken, had de schimmel genoeg van alle commotie en wierp de goedheiligman met een ferme zwaai ter aarde, tot opnieuw ontzetting van alle aanwezigen. Het paard zelf keeek niet naar zijn berijder om en was er norsig bij gaan liggen, waarbij het kalmerend werd toegesproken door één der begeleiders, die maar voortdurend riep van: “Laat maar effe legge, laat maar effe legge!”. Het is niet duidelijk of hij daarbij het paard of de Sint bedoelde. Over de inkomst in B., het dorpje waar ikzelf woon, zullen we maar helemaal zwijgen, want daar wordt men ook niet vrolijk van.
Tot slot nog een compilatie van eerdere ontberingen van de Sint:
[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=Sc0JYHSdk78[/youtube]
Oplettende lezertjes zullen de afgelopen dagen kennis hebben genomen van de uitslag van een nieuw onderzoek, uitgevoerd door het Ministerie van Onderwijs onder ruim 5100 scholieren en – wat bevreemdend – 37 schoolleiders. Docenten zijn blijkbaar geen betrouwbare groep, maar dat terzijde.
Uit dit onderzoek bleek, dat bijna driekwart van de leerlingen tevreden is met de school waarop men zit. Vooral de manier waarop de lessen gegeven worden, scoort hoog: 80 % vermaakt zich daar kostelijk, inclusief de blijkbaar in vermomming in de les aanwezige schoolleider. Nu kunnen ook volwassenen zich tijdens les-achtige situaties uiterst jolig gedragen, dus in principe kan een klasje elkaar met propjes bekogelende schoolleiders op een management-bijscholingscursus de score positief hebben beïnvloed. Alles natuurlijk in blijde afwachting van de sherry en de golfclinic die ’s middags op het programma staat. Zoiets zal het wel geweest zijn dan.
Niet alle scholieren zijn echter tevreden en gelukkig, 22% moet zonodig weer de zuurpruim uithangen en vindt de lessen vervelend tot zelfs zeer vervelend. Bijna een kwart van de klas hangt er dus bij met een geïrriteerde blik, speelt met de mobieltjes, bedreigt de docent met messen, geeft de leerling vóór zich stiekume duwtjes, dat soort werk. Of komt gewoon niet opdagen, zodat alleen een groep gelukzalige types overblijft. Heerlijk toch.
Nu geef ik geloof ik les aan uitsluitend gelukkige klassen. Natuurlijk komt dat door mijn ontspannen, relaxte en gevatte manier van losjes doceren volgens de nieuwste competentie-technieken, maar, het komt denk ik nog meer door de school waarop ik zit.
Ik geef les op een agrarische school, waar voornamelijk leerlingen komen die “iets met dieren”, “iets met paarden” of “iets met váárkens en mòòje trekkers” willen doen. Ik geef dus les aan konijnenknuffelaars, pennymeisjes en boeren. Een zeer gemèleerd gezelschap dus, maar de leden hebben allemaal één ding gemeen: ze zijn allemaal erg tevreden, en denk ik ook redelijk gelukkig. Méér nog dan het landelijk gemiddelde denk ik. Veel meer. Bij ons geen detectie-poortjes bij de ingang, geen vechtpartijen, geen treiterijen, geen diefstal, geen vernielingen. Vrijwel nooit gebeurt er eigenlijk iets. Vrij uniek in onderwijsland, denk ik. Wij zijn gewoon een goeie school: als de leerling zich gelukkig en tevreden voelt, komt de rest vanzelf. Theo Thijssen kon tevreden zijn met zijn gelukkige klas. Wel, ik ben ook tevreden met mijn school. En met mij velen. En ik ben niet eens een schoolleider.

Afgelopen avond was ik op de spoedeisende hulp in het ziekenhuis. Niet voor mezelf, maar om mijn moeder ( 89 ) op te halen. ’s Middags was zij daar opgenomen wegens uitdrogingsverschijnselen en ondervoeding. In deze tijd, in deze welvaartsmaatschappij, in deze zorgzame samenleving. Waar je een kapitaal betaalt voor je ziektenkostenverzekering, inclusief kraamzorg op je negenentachtigste. In deze tijd waarin ouderen hinderlijk aanwezig lijken te zijn.
Rond het avondeten ging de telefoon. Of ik haar maar weer even op wilde halen, en liefst een beetje snel ook want het was open dag, er waren wachtende patiënten en er was eigenlijk niks aan de hand, meende de co-assistent. Gewoon flink eten voortaan. Maar ja, als alle eten tegen staat, als je een zwakke maag hebt, als je last hebt van je hart en elke hap vermoeiend is, als je op je eentje bent, nou, eet dan maar eens flink. Niet fijn, als je het idee hebt dat je de maatschappij tot last bent, dat je te lang lijkt te leven met al je kwalen.
Maar goed, wij reisden spoorslags af naar Apeldoorn, over van zwijnen vergeven snelwegen, op naar de open dag daar in het hospitaal, dat zich van zijn meest voordeligste kant presenteerde aan het overvloedig toegestroomde publiek.
“Die kant op, meneer”. Langs kraampjes en stalletjes, door een enorm tochtige hal die blijkbaar tot doel had de afdeling longziekten eens flink van patienten te bedienen. Bij de receptie van de spoedeisende hulp arriveerden net voor mij een meisje van een jaar of zestien, zwaar opgemaakte ogen, wankelend op haar benen, met naar ik eerst dacht haar moeder.
“Ik ben niet zo lekker”, klonk het tegen de zuster achter de balie. De moeder hield zich afzijdig, zei geen boe of ba, ergerde zich zichtbaar, deed geen poging tot toenadering tot het kind.
“Wat is er gebeurd dan?”vroeg de zuster.
“Ik heb teveel paracetamol geslikt”.
“Hoeveel dan?”
“Ik denk een stuk of dertig, ik weet niet meer, en nog een aantal ibuprofen”.
Zestien jaar, en dan een zelfmoordpoging, op de open dag nog wel. Terwijl ik mijn oude moeder van negenentachtig kwam halen, die eigenlijk uitgeleefd was. Zij was zestien…..het kon mijn dochter zijn. Ik stond erbij en ik keek er naar, had een arm om haar heen willen slaan, met haar praten over waarom en hoe nu verder. Haar moeder -het kon ook een begeleidster uit een gesloten inrichting geweest zijn, vermoed ik nu – gaf geen sjoege en bestudeerde haar mobieltje. Ik had haar kunnen slaan. Het meisje hing als een hoopje ellende tegen de muur nu. De zuster verdween en bleef erg lang weg, vond ik. Al die tijd wisselden de twee naast mij geen woord.
Nu mocht ik doorlopen. Mijn moeder lag als een heel klein hoopje in een groot wit bed. Waar is je waardigheid op zo’n moment.
“Hier is uw zoon, mevrouw. Hij neemt u weer mee”. Voor het eerst na uren kreeg zij een slokje water. Lopen ging niet.
“U mag de rolstoel wel even lenen, tot aan de voordeur, en hier is een plaid, maar die willen we wel dit weekend terug.”
Stel je voor dat je geen familie hebt, niet iemand die je met een auto komt halen. Daar ben je dan, alleen in je nachtgoed. Wegwezen graag, je bezet een bed en je bent beter, zegt de dokter. Zie maar hoe je thuis komt.
Onderweg naar de uitgang kwam ik langs de kamer waar het meisje naar binnen was gebracht. Men liep daar fluitend in- en uit met grote slangen en een schaal. Wat een narigheid. Wat een triestheid. Zestien.
O ja, mijn moeder is weer een beetje op de been nu. Maar…. hoe zou het nu met dat meisje zijn?
De komende week heb ik nogal wat vergaderingen. In dat licht wil ik graag even wijzen op de intrigerende resultaten van een boeiend onderzoekje, vandaag gepubliceerd. Eerst maar even lezen dus:
De kosten van vergaderen bedragen in Nederland ongeveer 60 miljard euro. De helft van dat bedrag gaat zitten in het vergaderen, een kwart aan reistijd en een kwart aan voorbereidingen.
Dat heeft Synovate/Interview NSS becijferd op basis van een steekproef onder 950 werkende Nederlanders. Bij de optelsom, gemaakt in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen, zijn alleen de loonkosten meegenomen. Bijna de helft van de werknemers (44 procent) betwijfelt het nut van de helft of meer van de vergaderingen. De grootste ergernissen tijdens de bijeenkomsten zijn collega’s die onderling kletsen, bellen en/of sms’en.
Negen op de tien vergaderaars kampen wel eens met concentratieproblemen. Vrouwen denken dan relatief vaak aan het huishouden, mannen meer aan seks en financiële zaken.
Even afgezien van het feit dat ik vrijwel nooit tot een groep ondervraagde Nederlanders lijk te behoren, vind ik dat de uitkomsten van het onderzoek tamelijk overeenstemmen met mijn eigen bevindingen. Nu ga ik de komende week eens flink opletten of dat ook voor mijn collega’s lijkt te gelden. Bijna de helft van de vergaderaars zal zich dus stierlijk vervelen, en de tijd bijvoorbeeld vullen met het maken van tekeningetjes op de agenda, spelen met het mobieltje ( of sms-jes versturen ), zogenaamd aantekeningen maken op de laptop ( je ziet steeds meer figuren met een laptop op vergaderingen ).
Het is ook aardig om te kijken hoe – en vooral wáár – iedereen erbij zit. We beginnen met een lege zaal, in ons geval meestal een wat killig lokaal. Het management is reeds aanwezig en laat zich door de systeembeheerder nog eens uitleggen welke knopjes er ook al weer voor de powerpoint-presentatie gebruikt moeten worden. De presentatie zelf loopt steevast een paar keer verkeerd, bijvoorbeeld niet meer weten hoe je nog een schermpje terug moet als een enthousiaste collega uit zijn dommelen ontwaakt en toch nog even wil weten waar het twee dia’s geleden ook al weer over ging.
Maar goed, op het moment suprème drentelen bijna alle genodigden wel zo’n beetje binnen, koffiebekertje en stapel nakijkwerk in de hand. De nakijkers gaan helemaal achterin zitten naast een tafeltje, de niet-nakijkers gaan ook helemaal achterin zitten, maar zo dat de benen goed gestrekt kunnen worden. Mobieltje binnen handbereik. Datzelfde geldt voor degenen die de agenda en de notulen vergeten zijn.
Er blijft dan nog een klein groepje over, wat meestal vooraan gaat zitten. Daar zijn slechtzienden of doofachtigen bij, of mensen die later graag in het management willen zitten. Die stellen ook de meeste vragen, vooral als het bijna pauze is. Ook zijn er, die bijna met pensioen gaan, dan maakt het niet meer zoveel uit waar je zit. Dan gaat de deur dicht. Er zijn twee ingangen, waarvan er eentje gesloten is. Laatkomers zullen dus helemaal voorin binnen moeten komen, en onder het priemend oog van de directie een plekje vooraan moeten vinden, want achterin is nergens plek meer. Dat wordt een notitie in het persoonlijk dossier.
Dan is het pauze, en stormt iedereen, de achterste groepen het eerst, naar de koffiekamer. Na de versnaperingen herhaalt zich het ritueel, maar dan blijkt een epidemie van ongekende omvang te hebben toegeslagen, daar het aantal aanwezigen ernstig is gedecimeerd. Dringende bezigheden elders.
Terug naar de resultaten van het onderzoek. Van de overgebleven aanwezigen kampt 90 % nu met een flink concentratieprobleem. Je ziet de vrouwelijke collega’s denken aan de nieuwe set keukenhandschoenen die vanmiddag zal worden aangeschaft, of aan de reclame voor de Tyson zakloze stofzuiger. Verder baren de stijgende supermarktprijzen hen duidelijk zorgen. En de mannen dan. Ja, dat zie je wel aan de toegeknepen oogjes, en de wazige blik: die zijn alleen nog maar met sex bezig. En met wat zo’n vergadering wel niet zal kosten.
Tot slot nog even een toepasselijk filmpje:
[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=saBTK5G-Ng4[/youtube]