Glen Mills: doe mij er nog maar een paar

Een student van Glen Mills

De naam doet eigenlijk denken aan een nieuw zoutje, of een dure ijssoort, zo eentje waar je na jarenlang honderden euro’s wegsmijten in de Postcode Loterij een bakje niet-te-vreten-ijs mee wint.
Ingewijden denken natuurlijk direct aan die school, of gevangenis, zo je maar wilt, in Wezep. De “School voor winnaars” is de afgelopen dagen veelvuldig in het nieuws vanwege vermeende ongeoorloofde praktijken. Men voedt daar jongens vanaf veertien jaar op ( ook hier al “Studenten” genoemd….. ), die “in bende-verband actief zijn en in groepsverband delinquent gedrag vertonen”.

De Glen Mills Universiteit…. De studentenvereniging ( ja ja, we gaan vanmiddag eens gezellig kantklossen en suikerzakjes verzamelen ) noemt zichzelf de “Bulls-club” en ontwikkelt positief studentenleiderschap en -gedrag. Je kunt zelfs “promoveren” middels de “sterkte/zwakte analyse van Lewin”. Het staat er allemaal echt. Ik moet even steun zoeken bij het meubilair, door ontroering overmand. Je zou haast denken dat we hier met het reguliere VMBO of MBO-onderwijs te maken hebben, waar dergelijke kretologie ook steeds meer haar intrede doet.

Wie Glen Mills met goed gevolg doorloopt, bezit “de trots een gerespecteerd mens te zijn”. Ahem. Effe respèct man, anders knal ik je kop eraf.

Dat opvoeden gebeurt met ouderwets harde hand, zeggern verontruste lieden. Er zijn huilende cliënten geconstateerd, die door de grote boze docent zijn geslagen of tegen de grond gedrukt . Wat een watje ben je dan: een beetje bendelid willen spelen, en je door de eerste de beste docent tegen de grond laten drukken.
„Ik ben geestelijk naar de kloten”, zei oud-student P.W. in Netwerk. Hij werd, naar eigen zeggen, meermalen hardhandig tegen een kast aangesmeten en ondervindt van zijn behandeling in de inrichting nog steeds psychische schade. Aldus het NRC, waarbij ik het woord ‘leerling’ natuurlijk geheel correct even heb vervangen door ‘student’.  Ze worden vastgepakt en tegen de grond gedrukt. Hoe vreselijk is dit alles.

Waar zijn de tijden dat een boef gewoon een boef was en geen cliënt. Dat je nog in een vochtige kerker met rammelende kettingen, aan je oor knabbelende ratten en een éénogige gebochelde cipier werd overgelaten, die je bij het licht van een walmende flambouw je dagelijkse aframmeling kwam geven…. Wèg zijn alle zekerheden. Je kunt niet eens meer fatsoenlijk ouderwets crimineel zijn.

Ik pleit voor meer Glen Mills-scholen, met ouderwets degelijke lijfstraffen, zweepslagen, echt water, echte roestige kettingen en echt beschimmeld brood. En ook maar weer gelijk wat galeien met slaven, die in plaats van roeien hun eigen energie opwekken. Respect man!

Koffie verkeerd

Weg met het oude koffiezet-apparaat

Er zijn  drie zaken die een docententeam – doorgaans hopeloos verdeeld – kunnen doen samensmelten tot een hechte, geoliede machine:  

  1. Vervelende leerlingen
  2. Gesprekken over vakantieplannen
  3. Geroddel over het management
  4. Gemopper over onderwijsvernieuwingen
  5. De kwaliteit van de koffie in de docentenkamer

Als deze vijf zaken maar geregeld aan de orde komen heeft niemand meer een duur onderwijs-adviesbureau nodig. Mag ik even vangen. Deze week voert in mijn docentenkamer het vijfde punt de boventoon. Niets wat in het leven van de doorsnee-docent er zo inhakt als een nieuw koffiezetapparaat. Totale ontreddering is in eerste instantie zijn deel, want docenten hechten – en zo hoort het ook – aan oude, onwrikbare waarden.

Wanneer dus op een dag iemand van de onderwijsondersteunende dienst met een direct als vertegenwoordiger in koffiezetapparaten herkenbaar gladgekleed manspersoon het sanhedrin betreedt, maakt zich van alle aanwezigen een knagend voorgevoel meester en stokken de gesprekken, in de hoop zo een glimp van de aanschafplannen op te kunnen vangen.
Een maand of twee geleden was het dan zover. Het oude koffiezet-aapparaat, dat naast een onbestemde substantie ook geregeld dikke, blauw glimmende vliegen uitbraakte had de toets der kritiek niet langer kunnen doorstaan en werd nu vervangen door werkelijk de crème de la crème onder de koffiezetmachines: de “Nestlé Weetikveel”. Nog meer knopjes ( maar helaas geen lichtjes voor de slechtzienden onder ons ). Keuze uit een groot aantal variaties, zodat nu een nieuwe opstopping van weifelend personeel dreigt te ontstaan.  Water en koffie werden nu apart naast elkaar getapt, zodat de enorme rijen, die eerst tot diep in de aula en ver na de pauze doorliepen, tot het verleden behoorden. 

We zijn dus nu een aantal weken verder, en het geween en tandengeknars is niet meer van de lucht. De koffie smaakt zurig, bitter, zoet, zout, is te sterk en te slap, te melkerig, te papperig, slijmerig, te koud en te warm. Petities worden ondertekent, men mort en dreigt met werkonderbrekingen en stakingen. De directie siddert in haar holen.

Nu dienen koffiezet-apparaten sinds het TU-Delft drama met de nodige argwaan te worden bekeken, dus ik hoef hier nu nog maar even te vermelden dat ik meen dat de koffie ook branderig smaakt, en het vonnis is geveld.

Vanaf volgende week zitten wij eendrachtig geschaard om een pruttelend comfoortje met daarop een pannetje kokend water, waarvan wij af en toe een scheutje in ons zelf geroerde kopje Nescafé gieten, begeleid door zwoele Braziliaanse muziek. Het vakantie- en campinggevoel is er al weer helemaal! En ook weer erg goed in het kader van teambuilding.

Afdansen (1)

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=UYjXm63DKQ0[/youtube]

Dramatische tijden. Binnenkort moet ik afdansen. Sinds één van onze dochters ons vorig najaar verblijdde met een tegoedbon voor een lesje stijldansen, heeft het dansvirus ons te pakken. Elke week wandelen wij trouw naar de loklae dansschool, gelegen in een desolaat industrieterreintje, om ons onder te dompelen in een wereld van glitter, glamour, waaierende rokken boven enorme pijlers en Dancing with the Stars ( waarvan de Nederlandse televisie een onuitputtelijke voorraad schijnt te bezitten). Nu zouden boosaardige geesten mogelijk verwachten dat wij als twee wederrrechtelijk aangeklede zeekoeien op de maat van de quickstep over de dansvloer strompelen, maar zo erg is het dus niet, want de juffrouw heeft besloten dat wij rijp zijn voor het afdansen.

Afgelopen weekend mochten we alvast een beetje oefenen en werd alles nagespeeld, temidden van andere zenuwachtige en meestal veel jongere kandidaten.  De heren begeven zich op de dansvloer, en vragen de beschroomd langs de kant zittende partner ten dans. Als je zoals ik nog in een staat van totale uitputting verkeert doordat je net de jive hebt geoefend, is zo’n uitnodigiging al een hele opgave. Gelukkig doe ik het altijd nog beter dan één der kandidaten in een andere groep, die op mij steevast de indruk wekt dat hij bezig is een ernstig tegenstribbelend dolgeworden varken in een veewagen te persen, wanneer hij met zijn vrouw de rumba danst. Steevast onderbreekt hij deze handeling dan ook nog eens om een oproepje op zijn mobieltje te beantwoorden – hoe kun je met zulke kolenschoppen trouwens die knopjes bedienen – zodat het varken kan ontsnappen.

Badend van het zweet werkten wij dus het programmaatje van zes verplichte nummers af, waarbij vooral de cha cha cha een dramatisch hoogtepunt vormde. Die vergt dus nog enige aandacht, maar gelukkig hebben we nog een week of twee voor het moment suprème. Er schijnt een soort enge en strenge inspecteur langs de kant te zitten die onverbiddelijk op een groot klembord al je misstappen noteert, en ook krijg je te maken met een toekijkend publiek wat al lang bezig is aan goud met diamanten, een niveau wat ik waarschijnlijk bij mijn leven niet meer zal halen. Als je dan ook nog bedenkt dat de dansen er één jaartje hoger werkelijk totáál anders uit zien kun je je afvragen of het dansleven nog wel zin heeft.

Maar goed, uiteindelijk zal Wauwel over twee weken als een jonge en weer bronstige hinde door de zaal zwieren, de partner luchtigjes een eindje boven de grond met zich meevoerend, om zó het brons in ontvangst te mogen nemen als kroon op een jaar van enorm transpireren en uitgeput hijgen, maar wèl met bijzonder veel plezier. En ja , we zijn geen twintig meer, dus een enkele misstapje mag. Kom ook dansen!
 

Nu exact leven volgens de Bijbel, kan dat?

Kun je in deze eeuw letterlijk, en dan ook echt let-ter-lijk nog leven zoals de Bijbel ons dat voorschrijft? Dat wilde de Amerikaanse journalist A.J. Jacobs wel eens weten.  Opgegroeid in een seculier gezin, van Joodse origine,  werkend voor het Amerikaanse blad Esquire, wat nu niet bepaald een bijbelvast imago heeft, leefde hij een jaar lang volgens bijbelse principes, schreef daar een boek over ( “The Year of living Biblically“, ook te koop bij Bol.com voor € 18,99) en hield een lezing die hieronder in het filmpje integraal te zien is.
Jacobs bereidde zich zorgvuldig voor: dat was hem wel vertrouwd, want hij had daarvoor ook al de volledige Ecyclopedia Brittannica doorgeworsteld, en hij omringde zich voor deze nieuwe klus met een heel team van deskundigen die hem bijstonden, zoals dominees, overtuigde atheïsten, rabbi’s, priesters, hoogleraren, noem maar op.
Wat hem intrigeerde was de vraag of alles wat de Bijbel ons aan regels voorschrijft, in deze moderne tijden nog uitvoerbaar is, of het nut heeft en of het zijn leven ten positieve of ten negatieve zou kunnen veranderen. Hij kwam tot de ontdekking dat er echt honderden regels en regeltjes zijn waar een modern mens, christelijk of niet, geen moment bij stil staat.

Nu woon ik in het dorpje B. op de Veluwe, en dat staat niet bepaald bekend als zijnde een nieuw Sodom en Gomorra. Ik schat dat 75 % van de bevolking op een of andere wijze religieus is, en dat uit zich in topdrukte op zondagmorgen, als men onderweg is naar de tientallen kerkgenootschappen die hier zijn. Wie van deze tienduizenden gelovigen leeft geheel volgens de bijbelse principes zoals de ongelovige Jacobs een jaar lang gedaan heeft? Ik schat ongeveer één of twee, waartoe ik mijzelf niet meereken. Misschien wel niemand. Wat dat betreft, kunnen we hier dus elk moment verwachten dat B. in een walmend vulkanisch landschap verandert, met hier en daar nog een enkele zoutpilaar.

Hebben zulke bijbelse regels zin? Jacobs kan het weten. Alle inwoners van B. zouden dit filmpje eens even op hun gemak moeten bekijken. Inclusief de beantwoording van vragen aan het einde van de lezing, kunt u zich 58 minuten lang vergapen aan de avonturen van Jacobs. Een hele zit, maar dat is voor de zware broeders onder ons natuurlijk geen enkel probleem. Pepermunt doet wonderen.

Net als vele voorgangers hier in B. komt Jacobs wat moeilijk op gang. Gelukkig beschikken de digitale kerkgangers op Wauwel over een pauzeknopje, waarmee men de preek even kan onderbreken voor een denk- of voor mijn part plaspauze. Kerkgang 2008.  Zo’n ononderbroken preek is zóóó 2007. Ik pleit voor een draaibare preekstoel, en knopjes in de kerkbanken, zodat de toehoorders bij verveling een duidelijk signaal kunnen afgeven. Staat zo’n dominee daar aan het einde van z’n preek te duizelen.
Maar goed, u zult merken dat de 58 minuten vrij vlot voorbij gaan. En of u daarna nog naar internet mag kijken, dat laat ik even aan Jacobs en de Bijbel over. En reacties zijn natuurlijk van harte welkom. In het bijzonder van onze ‘refo’-dorpsgenoten.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=4q-Oqpp4biE[/youtube]

Vies

Zo, het diner zit weer achter de kiezen. Met drie kritische dochters in huis is het altijd lastig een gerecht te vinden wat iedereen lekker vindt. ’t Is ook altijd lastig om ze de tafel te laten dekken en afruimen. Complete schema’s op de koelkastdeur moeten daarbij ondersteuning geven, maar die leiden dan soms weer tot immens gekrakeel, waardoor het gezin soms enigszins verhit aan tafel plaatsneemt.

Vandaag had ik de eer iets uit te mogen kiezen. Op tafel lag een reclamefolder van Tupperware – ja dat bestaat nog- , waarin mooie blijde mensen in een prachtige ambiance met zwembad in de aan zee gelegen tuin met felgekleurde plastic bakjes in de weer waren, want iets anders is het natuurlijk niet. Ik mag niet citeren, want het schrijfsel dreigt op de achterzijde met ernstige consequenties, en sinds ik het op Wauwel een keertje aan de stok kreeg met een dolgeworden directeur van een kwijnend prentbriefkaartfabriekje wegens inbreuk op het auteursrecht, ben ik wat voorzichtiger geworden in die dingen. Straks komen de stukjes van Wauwel nog vanuit de zwaarbewaakte penitentiaire inrichting in Vught of zo, en dat willen de lezertjes vast niet.

De Tupperware-folder belooft ons in elk geval dat wij deze zomer de sleur zullen doorbreken, dat onze dromen waar zullen worden en dat wij nieuwe inspiratie op zullen doen. Nu weet ik niet of mijn zintuigen dermate geprikkeld zullen worden door een siliconen keukenkwast van € 9,95 op een manier dat ik er ook nog van ga dromen, maar de fabrikant heeft er alle vertrouwen in dat ik het ongewone in elke dag zal vinden met behulp van het aangeboden keukengerei.

Ik dwaal een beetje af, want dit stukje zou over eten gaan. In het gidsje stond namelijk een recept, en dat leek mij wel lekker, en hoewel we het zouden moeten klaarmaken met de Dunschiller Universeel die we niet hebben en de hele mikmak zouden moeten doen in de U+Ovaal 3 liter die we ook niet hebben , vonden we het toch wel een poging waard.
Iets met kip en venkelknollen – ja dat leek wel een beetje eng en het kroost betrok al –  en een hoop ui.  Mijn vrouw toog aan de slag  en gaf mij opdracht de laatste twintig minuten af te maken, want zij moest een dochter van de trein halen.

Prompt vergat ik natuurlijk enkele kleine lettertjes uit het recept, waardoor we de maaltijd uiteindelijk zonder aardappelen moesten doen, hetgeen de stemming er niet beter op maakte, want “er drijven vreemde witte brokken in” ( de venkelknollen) en “die zwarte kringeltjes lust ik niet”( olijfringetjes) , waarna een ijverig gevis in de schaal volgde. Daar sta je dan een uur voor te klungelen, ernstig gehinderd door het gemis van de Dunschiller Universeel. Er schijnen gezinnen volledig in staat van razernij te zijn vervallen vanwege het feit dat men iets op het eten aan te merken had. Ik zie voor mijn geestesoog een ouder die de rest van het gezin met een Dunschiller Universeel te lijf gaat. Als ouders poog je dus het goede voorbeeld te geven en alles tegen heug en meug met opgewekte blikken naar binnen te werken, ook al is het nòg zo smerig. Maar ja, ook al ga je op je kop staan, je kinderen eten het tòch niet op.

Een enkele keer ben je met hen solidair. Ooit kregen wij hutspot voorgeschoteld, nu eens niet met gehakt ( fijn een vulkaan metselen en jus en een bal in de krater ), maar met stukjes cervelaatworst. Zoiets komt natuurlijk als een donderslag bij heldere hemel, want vaste gewoontes en zo. Na voorzichtig gekeken te hebben naar mijn kinderen en mijn vrouw, boetseerde ik al kauwend van mijn hutspot het woord “vies”. Dat hebben ze niet meer vergeten, en nu durf ik ook wel te zeggen dat het Tupperwasre-recept vanavond geen succes was. 

Meisje

Eerste schooldag na de meivakantie. Het is zeer warm, de leerlingen slaan dus qua kleding helemaal door, links en rechts glinsteren navelpiercings door vetkwabben heen en worden aarsgeweien aan mijn ontredderd oog getoond.  Ik heb een nieuwe klas, overgenomen van een collega. Paardenmeisjes, ze doen  “iets met paarden” en hopen later in een manege te mogen werken of Anky van Grunsven te worden, die met die tanden, ja.
Wat is belangrijk als je zestien- of zeventienjarig paardenmeisje bent? Vier dingen: paarden, je mobieltje, er mooi  uit zien en veel vrienden hebben, natuurlijk op Hyves, maar ook liefst nog een paar echte. Ik geef computerles, dus op de schermen voortdurend paardenplaatjes, Hyves en hunks. Ik kan op afstand meekijken, maar dat doe ik niet, dat heeft zoiets gluurderigs. Ik volsta met inbreken op hun computer en die knollenkop, of die nou van een paard of een gozer is, wegklikken. Ze weten er van, en soms denk ik dat ze expres ongeoorloofde zaken op hun beeldscherm tonen in de hoop dat ik dan ingrijp. Het blijft een spel, en ze werken ook nog wel enigszins.

“Meneer, mogen we even buiten roken?” blèrt er eentje, al half overeind, pakje sigaretten in een veel te diep decolleté gestoken.  “Ja toe maar kinderen”. ’t Is tenslotte bijna pauze en de stem moet ernstig wennen na twee weken rust. Alles vliegt naar buiten, en het is twijfelachtig of ze het uur na de pauze terug zullen komen. Tijd om de hormonen te luchten op het grasveld voor de school.

Beneden in de uitgestorven hal is er eentje achtergebleven, stil zittend op een muurtje. Zij glimlacht schichtig als ik langs loop voor een kopje koffie. Die wil dus iets kwijt, daar ontwikkel je in dertig jaar lesgeven een radar voor. En ja hoor, als ik terugkom zit zij er nog, een mooi meisje, eenzaam en alleen. Zoiets hoort natuurlijk niet.
“Moet jij niet lekker zonnen op het gras?”. Het ijs gebroken en een handvat om haar verhaal aan op te hangen, wat zij maar al te graag vertelt als ik naast haar op het muurtje zit. Ik weet nog niet eens hoe ze heet. Gepest wordt ze. De rest van de klas “mag haar niet zo”. Ze redt zich wel, zegt ze. Nou,  niet dus. Ze friemelt met haar handen, speelt met goedkope kermisringen. En langzaam komt een heel verhaal naar boven, daar in die lege, warme hal. Schooltijd zou toch de mooiste tijd van je leven moeten zijn, zeker als je zeventien bent en alles voor je open lijkt te liggen. Kinderen kunnen wreed zijn, ongewild wreder dan volwassenen soms. Eerst alles maar eens aanhoren dus.

De bel gaat. Vrijdag heb ik haar weer. Dan gaan we eens kijken hoe we haar weer een beetje gelukkig kunnen maken.

Ach ja…..

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=_iYBmAVuBns[/youtube]

Op mijn leeftijd gaat alles lubberen, uitdijen, hangen en ineenzakken. Nu breng ik mijn dagen door met vier vrouwen, waarvan er op dit moment drie ineens bezeten zijn van een fitness-rage. Bijna dagelijks gaan er een paar naar een obscuur bedrijfje, waar men hen de eerste keer op z’n onvoordeligst heeft opgemeten en de volgende keren – na een half uurtje oefeningen doen – nog een keer meet, maar dan op een wat gunstiger omtrek. “U heeft al 5 cm lichaamsomtrek verloren in een maand tijd!” juicht een met grafieken beladen papiertje hen toe. Als een kind zo blij, en hup, weer een half uurtje naar de fitness, samen met andere dames die zich ook een rad voor ogen laten draaien door een gelikt Amerikaans systeem.  Weer 40 euro per maand weg.

Nee, doe mij dan maar de Nintendo Wii met het nieuwe Wii Fit. Daarmee kun je afslanken voor de beeldbuis. Ideaal voor de man in de midlife-crisis. Dat mag ik dus niet kopen van mijn gezin. Zij wel een beetje zich laten oplichten door iemand die de centimeter op slinkse wijze hanteert, en vader mag niet voor een fractie van de prijs ècht aan zijn postuur werken. Nee, vader mag een beetje op een zonnige pinksterdag in de tuin liggen en krijgt dan voortdurend opmerkingen naar zijn hoofd als: “Die buik kan echt niet meer hoor!”. Wanneer ik dan dodelijk vermoeid mijzelf tot enige ongezonde opdruk- en buikspieroefeningen dwing, is hoon mijn deel. Iedereen let op mij. Ik mag dit niet, ik mag dat niet. Ik mag geen keelschraapgeluiden maken (“Achter de computer ben je ook doodstil!”) , ik mag niet met mijn vinger even aan mijn mondhoek kriebelen ( “Vinger uit je neus!” – men gaat daar maar voor het gemak van uit- ), ik mag niet nog een dropje pakken ( “Je hebt er vandaag al twee gehad!” ), ik mag niet eten zoals ik dat wil ( “Kun je even stoppen met die vork zo langs je tanden halen”), ik mag niet ontspannen iets zitten knutselen (“Wat adem je raar”).

Van vier kanten krijg ik te horen dat ik meer moet bewegen. Ga ik doen, morgen gezond naar de winkel wandelen. Wii Fit kopen. Dan maar als “een idioot in de kamer staan”. Kost slechts twee maanden fitness voor één vrouwspersoon.  Eens kijken wie straks meer centimeters kwijt is. Kom op mannen, volg mij!