Wijs?

In mijn postvakje lag vandaag een nieuw blad, een vakblad voor onderwijsprofessionals in het MBO. Het heet “Wijszer”. Je zou haast zeggen dat wie dat bedacht heeft, doodgeschoten zou moeten worden, maar laat ik dat maar niet doen want je hebt tegenwoordig voor minder een proces aan je broek. Gelukkig nemen de uitgevers er een flinke kolom voor om hun hersenkronkel toe te lichten, en ik begrijp nu na herhaald lezen dat het een combinatie moet voorstellen van “Wijs”en “Wijzer”. Leuk hè?

Op de voorpagina een voorbeeld van het bekende euvel waar ongeveer alle onderwijsbladen aan lijden, namelijk een foto van een begrijpende docent, die – losjes op de rand van de tafel gezeten – met de hand op de schouder van een blijde leerling  op het punt lijkt te staan om bepaalde ontuchtige handelingen te plegen.
Enge dictators laten zich ook altijd zo fotograferen: Hitler, Mao, Saddam Hoessein. Het kind grijnst krampachtig want het vermoed dat er daarna iets vreselijks gaat gebeuren. De docent op de foto is erg hip trouwens: veel gel en blond geverfde plukjes. Ooit liet ik mijn haar met permanent veranderen in een kapsel zoals Robert Long dat in de jaren ’70 droeg.  Zo’n bol van schapenvacht op je hoofd.  Stelt u zich even de de angsten die ik uit stond voor, in de momenten vlak voordat al mijn huishoudschoolmeisjes voor het eerst sinds mijn nieuwe kapsel het lokaal zouden betreden. Hun hilarische gegil galmde nog lang door tot in de aula.

Het blad wil ons een hart onder de riem steken, “een imagoboost voor docenten”, en weet te melden dat “mensen meer waardering hebben voor het lerarenberoep”. We mogen weer met elkaar trots zijn. Kijk, zoiets lees ik graag. Het blad staat vol met getuigenissen van blije en trotse docenten, die bijna allemaal eerst een baan hadden in het bedrijfsleven en nog maar kort voor de klas staan. Er is liefde voor de baas ( en dat op een ROC ), men slijpt ruwe diamanten, men geeft laatste duwtjes en bouwt ijverig vertrouwensbanden op. Men coacht er wat af. Men schrijft ook lovend over het VMBO, hoewel hier en daar wel redelijk veel uitvallers: van de tachtig eerste jaars stopten er twintig……. Waar blijven die trouwens?

Er is ook een stukje over de “MBO-Marshals”” (……..) Dat zijn – ja, het kan ook hier niet uitblijven – bekende Nederlanders die het MBO positief in de markt willen zetten. De nood moet wel heel erg hoog zijn als je Jan des Bouvries of Willem Nijholt ( “Wie is die meneer? “) daarvoor aantrekt. Maar in tijden van economische crisis kun je ze vrij voordelig inhuren denk ik.
En zo keuvelt het blad nog een aantal pagina’s door, over bijvoorbeeld het competentieleren in optima forma en over hippe straattaal. Het heeft allemaal een hoog Amsterdam-en-buiten-de-randstad-is-er-niets-gehalte. Maar goed, het is gratis en over een jaar heeft er nooit meer iemand van gehoord. Leuk geprobeerd.

Stop de kernraketten

Een ingescande foto uit het boek "Kruisraketten ongewenst"

Vandaag precies 25 jaar geleden, op 29 0ktober 1983 vielen wij uitgeput maar uiterst voldaan voor de televisie neer, om maar niets van het journaal te hoeven missen. En tot onze grote vreugde vertoonde het allereerste beeld onszelf met ons demonstratiebord, dat ik in de vorm van een raket had gezaagd met daarop de woorden “Lubber op!”. Dat was een verbastering van een citaat van een politicus die kritiek had op het pro-kernwapenstandpunt van de toenmalige CDA-premier Lubbers. Tussen het CDA en mij is het trouwens nooit goed gekomen, verder zijn mijn standpunten in die vijfentwintig jaar wel veranderd.

Het was een schitterende dag, precies hetzelfde weer als vandaag, en met ons stroomde het Malieveld die windstille zonovergoten ochtend al vroeg vol met nog 549.999 demonstranten, in een opmaat tot de grootste demonstratie die ooit in Nederland werd gehouden. Ik beschouw het nog steeds als een eer daaraan deelgenomen te hebben.

Over het veld schalde en weerkaatste de muziek, om precies te zijn het nummer “Human Nature” van Michael Jackson, uit de tijd toen hij nog een neus had. Zelden heb ik mij zo rielekst ( in eigentijdse vertaling: “relaxed” ) gevoeld, en zelden heb ik zo’n enorm saamhorigheidsgevoel beleefd met al die andere demonstranten, die een uiterst gevarieerd publiek vormden: van punkers tot bejaarde vrouwtjes, allen verbroederd in hun bezwaar tegen de mogelijke plaatsing van kernraketten in ons kleine lage landje.
Er zijn van die dagen die je nooit meer vergeet in je leven, en deze staat in de top-tien.

En nu, nu zijn we vijfentwintig jaar verder. Zouden al die 550.000 mensen nog net zo fanatiek tegen kernwapens zijn en er vanavond, moe maar voldaan, onder het ophalen van oude herinneringen nog een wijntje op drinken? Waar zijn de idealen gebleven? Gaan we ooit nog met zo’n zelfde aantal demonstreren tegen een nieuwe dreiging, bijvoorbeeld de opwarming van de aarde? Of hebben we ons inmiddels een totaal andere kijk op het leven en de wereld eigen gemaakt, eentje waarin geen plaats meer is voor saamhorigheid en eensgezindheid, waar geen plaats meer is voor idealen behalve die van een dikke portemonnee en een vette auto onder de kont en de vrijheid ‘je ding te kunnen doen”? Ik vrees een beetje dat dit het geval is.  De tijd zal het leren. Ik neem er vanavond een wijntje op, en ik groet al die andere demonstranten van toen…..

 

Populair

De ideale docente

Sommige docenten worden ernstig gekweld door de vraag of ze wel populair zijn bij hun leerlingen of juist niet. Vooral als je jong bent, en wat meer gevoelig voor uiterlijk vertoon dan een afgetrapt en doorleefd bejaard model als ik, kan het behoorlijk schelen of je in je taalgebruik nog een beetje aansluit bij je doelgroep, of je niet al te zeer uit de toon valt door een geruit colbertje met kunstleren elleboogstukken, of je niet al te veel last hebt van uitstekend neus- en oorhaar en of je je sokken niet te hoog hebt opgetrokken. Opletten ho maar, tenzij het om het uiterlijk van de persoon voor de klas gaat. Zo dien je als jong docent natuurlijk een Hyves-pagina te hebben, een mobieltje zonder antenne en op schoolfeesten moet je natuurlijk al dansend helemaal uit je dak gaan.

De site Beoordeelmijnleraar.nl, waarover ik al eerder in wat ongeruste bewoordingen berichtte, mailde mij vandaag de uitslag van een enquête waaruit bleek dat een mannelijke leraar in elk geval altijd nog populairder is dan een vrouwelijke. Er werden 8700 collega’s beoordeeld. Men kon een cijfer geven voor “Favoriet” en eentje voor “kwaliteit”. Welke criteria voor dit laatste oordeel werden gehanteerd is mij niet geheel duidelijk. Ik pleit hierbij voor een soort keurmerk-sticker voor docenten. Wie vèr over de houdbaarheidsdatum heen is, wordt door de school in de aanbieding gedaan of in de derde wereld gedumpt.

Hoe populair zijn we dus?



Gemiddeld punt voor

Favoriet/ populariteit

Kwaliteit

Leraar

7,0

7,1

Lerares

6,5

6,7

Aantal: 8700 waarvan leraar: 5270 en leraressen: 3430

 

Vrouwelijke leerling

leraar

 

7,1

7,2

Mannelijke leerling

7,0

7,2

Vrouwelijke leerling


lerares

6,8

7,1

Mannelijke leerling

6,3

6,6

Wat maakt iemand vervolgens tot een goede docent?
De lerares moet vooral goed uit kunnen leggen; bij haar mannelijke collega gaat het vooral om humor. Uit het feit dat de mannen het meest gewaardeerd worden zou je dus af kunnen leiden dat je met humor het onderwijs tegemoet moet zien. Dat levert de meeste resultaten op. Humor èn goed uit kunnen leggen vormen de ideale combinatie.

Goede eigenschappen

Lerares

 

leraar

Legt goed uit

49%

 

Heeft humor

51%

Is eerlijk

48%

 

Legt goed uit

49%

Kan orde houden

44%

 

Maakt goede sfeer

47%

Luistert goed

42%

 

Is eerlijk

46%

Maakt goede sfeer

42%

 

Kan orde houden

46%

Heeft humor

39%

 

Luistert goed

40%

Kan goed motiveren

39%

 

Kan goed motiveren

39%

Het vak geschiedenis wordt om ondoorgrondelijke redenen het meest door onze mannelijke pupillen gewaardeerd: mogelijk worden daar ouderwets spannende verhalen verteld, misschien omdat daar nogal in gevochten wordt, en dat roept mogelijk associaties met een potje World of Warcraft op. In de trend om alles wat maar enigszins naar onderwijs riekt te hernoemen naar Engelse hippe kreten, zou je dus een vak als “World of Warcraft” of “Battlefield Online” op de cijferlijsten kunnen opvoeren. Heel verwonderlijk trouwens dat muziek laag scoort. De hele dag zitten ze met een MP-3 speler in de geteisterde oren gepropt, maar zodra een goedwillende docent daar wat achtergrondinformatie bij wil geven, lijden ze ineens aan ernstige doofheid.
Bij de meisjes gaan we Maatschappijleer dan hernoemen naar “The Sims”, dat hapt iets lekkerder weg. Zelf geef ik les op een instituut waar men de richting “Animal Friends” aanbiedt, dus we zijn op de goede weg.

leraar/ lerares

Vak*

score

Mannelijke leerling

meest favoriete leraar

Geschiedenis

7,7

meest favoriete lerares

Geschiedenis

7,3

 

minst favoriete leraar

Muziek

6,1

minst favoriete lerares

Frans

5,4

Vrouwelijke leerling

meest favoriete leraar

Maatschappijleer

8,4

meest favoriete lerares

Geschiedenis

7,5

 

minst favoriete leraar

Techniek

6,1

minst favoriete lerares

Tekenen

5,8

*alleen vakken met meer dan 100 beoordelingen zijn meegenomen in de berekening

Meisjes wilen trouwens niets van techniek weten, alle promotiecampagnes ten spijt. Vroeger werkte ik op een school waar de docenten techniek in een grijze of blauwe stofjas rondliepen, met achter het ene oor een shaggie en achter het andere een timmermanspotlood; ik kan er dus wel een beetje inkomen. En wat ze her en der tegenwoordig bij techniek moeten: een uur lang een stekkertje uit en in elkaar prutsen en daar vervolgens een verslag over schrijven waarin de zojuist verworden competenties tot uitdrukking komen, ja, daar word je als leerling niet echt vrolijk van.

Maar goed, ik geef wat informatica en Nederlands, vakken die beide niet genoemd worden. Ook de leeftijd van de docenten wordt niet vermeld, daar was ik eigenlijk wel benieuwd naar, of jij of je vak minder populair worden naarmate je de rigor mortis nadert. Er zijn van die docenten trouwens waar je je als leerling kunt afvragen of die reeds is ingetreden, zó doodstil hangen die achter hun bureau. Zo ver is het gelukkig bij mij nog niet.

 

Robot

Dit moet ik nog even snel kwijt! Op het nieuws en in de krant is een item over het ontwikkelen van een robot. Een bebrilde onderzoeker verklaart ernstig: “Over een jaar of veertig hebben we een robot die het huishouden kan doen”.  Ik zeg tegen mijn vrouw: “Gunst, ze kunnen zó veel tegenwoordig, en zoiets moet nog veertig jaar duren?”, waarop zij antwoordt: “Ja, dat snap ik ook niet, jij hebt al dertig jaar zo’n robot in huis!

Dat moet niet kunnen

Ouderavond voor één van mijn dochters, die sinds september Middelbaar Hotelonderwijs volgt op een enorme ROC in Amersfoort. Wij worden om zeven uur verwacht, en opgewacht door keurig in mantelpak of pak gestoken jongeren, waarvan een enkele nog snel even wat kauwgum weg slikt. Ordnung muss sein.

Plaats van handeling: een voormalig klooster, waar ergens in het doolhof van frisgeverfde kamers en gangen nog enkele stokoude nonnen en monniken schijnen te vertoeven. Het ware geloof is lastig te vinden tegenwoordig. Tussen pilaren en voormalige altaren worden wij blij toegesproken door een eerst onbekend persoon, die later meedeelt de directeur van het gebeuren te zijn. De lof van het moderne onderwijs wordt bezongen. Vooruit, moet nog kunnen.

Dan mogen wij met enkele collega’s mee naar een lokaal, voor nadere uitleg en vragen. Beiden keurig in pak, hoewel vraagtekens kunnen worden gezet bij de strik van de stropdassen. Er wordt wat zenuwachtig op spiekbriefjes gekeken voor het programma, want beiden zijn invallers voor de mentoren, die ziek of afwezig zijn, of die misschien in overspannen toestand het pand hebben verlaten.

In de ruimte ook een enkele leerling, wijdbeens onderuitgezakt in vrijetijds plunje, maar wèl op de voorste rij, dat zie je niet vaak. De docenten draaien het bekende verhaal af van zelfverantwoordelijk leren, competenties, studiebegeleiding, coaches enzovoort. We mogen vragen stellen.

“Mijn dochter verveelt zich zo, krijgt zij geen uitdaging?” klinkt het. Ik ben het niet, maar ik denk hetzelfde. 
“Ze zouden Engelstalig onderwijs krijgen, maar de docent is ziek en nu krijgen ze pas eind februari Engels als ze terugkomen van stage, blijft het niveau dan wel gewaarborgd?” Ik ben het niet, maar denk het zelfde.
“Mijn kind moest laatst voor één uur les drie uur reizen, is dat normaal?” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Op de schoolrekening die wij laatst kregen, stonden ineens twee laptops opgevoerd, klopt dat wel?” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Er wordt helemaal geen theorie meer gegeven, is er niet wat veel praktijk? ” Ik ben het niet, maar denk hetzelfde.
“Ik begrijp dat ze nog al ruim in de gelegenheid worden gesteld om te MSN-nen, komt dat door de lesuitval?” Dat ben ik, en anderen denken hetzelfde. 

Zo gaat het nog even door, de sfeer in de ruimte wordt een beetje obstinaat en een van de twee coaches raakt geprikkeld. Het antwoord is steevast: “Dat moet niet kunnen”. Er kan blijkbaar niet veel meer in het huidige onderwijs. Hoe herkenbaar. Er zijn gelukkig dus meer ouders die zich zorgen maken.
“Wij gaan dit terugkoppelen”, stamelen de twee collega’s. Dan worden de beide zwetende onderwijsaanbieders gered door een leerling achterin, die een goed gevoel voor timing heeft: “Nou, ik vind het een hele leuke opleiding hoor!”. Dat breekt gelukkig de steeds onbehaaglijker wordende opstand der ontevreden ouders.

Een keurig meisje uit het tweede jaar verzorgt na afloop nog een rondleiding door de school, waar her en der nog leerlingen ijverig aan het werk zijn, de een nog gedienstiger dan de ander. Het meisje heeft er blijkbaar de wind onder. Er wordt dus toch wel wat geleerd, alle vernieuwingen ten spijt. Dat moet kunnen.

Tips voor leerkrachten: de Mac Burger

Op mijn bureau lag vanmiddag tussen een enorme berg nog af te handelen werk een nieuw stukje leesvoer. Het betrof hier een aantal blaadjes met tips over hoe om te gaan met autistische leerlingen. Op het eerste blad viel direct een onderstreepte regel in het oog: de docent moet zich aan de leerling aanpassen. Nu krijg ik de indruk dat ik mij al dertig jaar lang aan de leerling aanpas, en dat van enige aanpassing andersom steeds minder sprake is, maar blijkbaar kan er nog een schepje bovenop. Waar een leerling vroeger kon kiezen uit een keur van onderwijstypes, afgestemd op en ingericht voor diens capaciteiten, worden nu alle leerlingen al weer geruime tijd in enkele grote pedagogisch verantwoorde en didactisch onderbouwde gehaktmolens gegooid, waar na enige jaren moeizaam draaien een grauwe doorsnee McDonalds-weghapmassa uit komt. De Mac Burger, klaar voor de consumptiemaatschappij, is geboren. De docent is degene die aan de zwengel mag slingeren, onder toeziend oog van schoolbesturen die het liefst een zo groot mogelijke productie zien.

Het is natuurlijk heel lief dat deskundigen op het gebied van bijvoorbeeld autisme met ons meedenken, maar de adviezen die zij ons opleggen zijn met de beste wil van de wereld niet in de dagelijkse schoolpraktijk te verwezenlijken; de steeds doormalende gehaktmolen laat daar gewoon geen ruimte toe. Het aangeboden vlees is tè divers van smaak en kwaliteit om daar nog met de beschikbare bescheiden middelen nog een stukje haute cuisine van te maken.

Zo heb ik hier in een reguliere MBO-klas leerlingen die dus lijden aan dyslexie, dyscalculie, zelfmutilatie, borderline, autisme, Gilles de la Tourette, epilepsie, ADHD , suïcidale neigingen, ongecontroleerde woedeaanvallen en tussen al deze te beklagen wezens zitten dan ook nog enkele leerlingen waarvan je er vroeger standaard een klas vol had, de ‘normale’ leerling zeg maar, die tegenwoordig langzamerhand een abnormaal verschijnsel dreigt te  worden. Tussen alle uitingen van genoemde ziektebeelden door wordt de docent geacht ook nog iets van lesstof aan de leerlingen bij te brengen.

Ik citeer even wat stukjes : “De schoolse vaardigheden komen op de tweede plaats —-beperk groepsactiviteiten en samenwerking ( Daar kan ik me trouwens wel in vinden )—maak in het klaslokaal een ruimte voor werken en een ruimte voor spelen ( ….. ) —ondersteun de stappen van een opdracht met zelfinstructiekaartjes —leer wachten op bijvoorbeeld een wachtkruk aan — zo min mogelijk overdrachtelijk taalgebruik en ook geen uitdrukkingen of spreekwoorden — houd toezicht tijdens de pauzes — luisteren en tegelijk aantekeningen maken is te complex — geef de leerling een prikkelarme werkplaats, eventueel een tafel met zijschotten en koptelefoon”

Ik zie mijn geest al dwalen: een lokaal vol tafels met zijschotten en koptelefoons, hier en daar een speelplaats en een wachtkruk waarop een leerling met zelfinstructiekaartjes in de weer is. En, hééél sporadisch, een enkele leerling die nog gewoon z’n werk probeert te doen, namelijk iets leren. En voor die klas een docent die zijn dolgeworden kop tegen de muur staat te bonzen…..

Hoe failliet kan het huidige onderwijs verder nog raken….. ik wil graag probleemkinderen helpen, hen begeleiden naar een diploma, want elk probleemkind is op zijn manier een stukje haute-cuisine en een Michelin-ster waard. Ik wil er voor zorgen dat ze hun plekje in de maatschappij kunnen vinden.  Ik weet alleen niet meer hoe.

YouTube juweeltjes ( 1)

Zondagmiddag, regen en landerigheid. Hoogste tijd voor een juweeltje van YouTube, in de vorm van onderstaand filmpje. Voor wie goed kijkt, de partij klopt ook nog!

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=YXM3wrIhcwY[/youtube]