Vaderdag

Na een heftige onderwijsweek mocht ik mij dan afgelopen weekend onder laten dompelen in de lafenis die Vaderdag heet, naar ik meen een uitvinding van Hitler trouwens. Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat vader nog allerlei prachtige knutsels kreeg: een knijpermandje, een versierd blik voor mijn penselen ( nog steeds in gebruik ), een gekleid en met waterverf beschilderd potje, enzovoort. Nu zijn mijn drie dochters bij vlagen irritante pubers, en de steunbetuigingen voor vader uiten zich in de vorm van opmerkingen over mijn buikomvang – “Niet zo met je handen in je zij naar achteren gedrukt staan, dan komt je buik nog meer naar voren!” – tot aanmerkingen over de hoogte waarop ik mijn sokken heb opgetrokken – “Dat ziet er niet uit!”-, en over het feit dat het flapje van mijn linkerpantoffel elke keer omgeklapt zit. Als docent is het natuurlijk hoogst belangrijk hoe je er voor de klas uit ziet, want ook mijn schoolpubliek is uitermate kritisch en steekt de mening niet onder stoelen of banken. Zo is het bijvoorbeeld een automatisme geworden dat ik – vòòrdat ik een klas binnenstap – altijd even voel of mijn gulp wel dichtzit, en jarenlang heb ik bij het zittengaan gecontroleerd of er geen punaise op mijn stoel lag, sinds ik een keer een uur lang emotieloos vol op een punaise heb gezeten om ze toch vooral die lol maar niet te gunnen. Deze vaderdag werd ik dus verwend met een mooie kaart en met sokken ( van het Braziliaanse voetbalelftal, terwijl ik een hekel aan voetbal heb ). Geen flesje Fresh Up van de Hema, en ook geen pantoffels dit keer. Als leerkracht hecht ik aan oude waarden, dus ook aan mijn pantoffels. Die vervang je niet snel. Mijn dochters vinden ze afgrijselijk, en daarin moet ik ze gelijk geven. Het zijn “opa-pantoffels”, met van die bruine ruitjes, en ze moeten gedragen worden tot ze uit elkaar vallen. Dan zitten ze namelijk het lekkerst. Geen nieuwe pantoffels voor vaderdag dus. Afgelopen maandag stapte ik dus met blij gemoed op de fiets, op weg naar een nieuwe uitdagende schooldag, gekleed in een hippe oranje broek en een snel colbertje. Op de hoek van de straat ontdekte ik het: ik had mijn pantoffels nog aan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *