Wij hadden een mezennestje in de tuin, in een kastje tegen de muur. Wekenlang stress, wekenlang heen en weer vliegen met takjes, pluisjes en later met rupsjes, wekenlang zorgen om zouden ze er nog wel zijn. Afgelopen zondag, na dagen slecht weer, verschenen de eerste mezenkopjes in de opening, en genoten wij, samen met enkele aanwezige dochters met aanhang, van het uitvliegen van het eerste exemplaar.
We waren bij elkaar om de laatste puntjes op de i te zetten voor de bruiloft van mijn middelste. Eentje die altijd blij is, altijd opgewekt, een open mind en het positieve in mensen ziet. Dat heeft ze niet van haar vader, nurksig schrijver dezes, maar van haar moeder, zonder wie haar vader nog véél nurkseriger en zwartgalliger zou zijn. Een van mijn dochters vloog dus gisteren uit, nadat haar man een jaar geleden op een regenachtige kille namiddag heel schuchter en ouderwetsch degelijk om haar hand was komen vragen. Nu ben ik ondanks mijn brompotterij een behoorlijk gevoelig typje, dus dat was wel even een moment om te slikken en te doen alsof je een kriebeltje uit je ooghoek moest vegen. De aanstaande schoonzoon was nogal afwijkend van hetgeen ik mij als aanstaand schoonvader had voorgesteld, maar na een lange periode van gewenning – ik wen moeilijk aan dingen – kostte het mij dit keer geen moeite om, zo gewichtig mogelijk, toestemming te geven, zowaar uit de grond van mijn hart. Een goeie jongen, die schoonzoon. Hij doet enge dingen, hard motorrijden en zo, maar mijn dochter zou dat er allemaal wel uitkrijgen. De rest van het jaar waren alle vrouwen in mijn gezin al ernstig druk in de weer met het bekijken en uitspellen van trouwbladen, het passen van astronomisch dure jurken en het zoeken naar locaties die je normaal alleen maar in Engelse romantische films ziet. Volgens mijn sombere kijk op de wereld overschreed de begroting van de bruiloft al snel meer dan een ton, maar ik zie nu eenmaal het liefst veel beren en donkere wolken op de weg.
Afgelopen maandag waren alle jonge meesjes gevlogen, het kastje was leeg. De ouders hadden het eerste deel van hun noeste arbeid succesvol afgerond Ik moest nog steeds een toepspraak bedenken, en dit was natuurlijk een ideaal aanknopingspunt en bood ideale beeldspraak. Naast de speech moest nog veel meer worden geregeld. Het bruidspaar hield veel in eigen hand, de planning was ingewikkeld voor een traditioneel persoon als ik, Uit allerlei archieven moesten foto’s worden gedigitaliseerd, en een heel 26-jarig leven trekt dan in een doorlopende voorstelling van 5 seconden per foto op het beeldscherm aan je voorbij. Een tijdmachine, een jeugd teruggebracht tot 10 minuten, vijf seconden voor de baby in je armen, voor het badderen in een afwasteiltje, voor de blutsen en pleisters na een valpartij, een verjaardag met slingers en taart en het uitblazen der kaarsjes, voor het slapend in je armen hangen na een lange en hete stranddag, voor de onbeholpen eind-musical in groep 8 van de basisschool, voor het diploma na de havo, de verre reizen met je grote dochter naar New York, samen roeiend in het bootje in de vijver in Central Park, quality time voor vader en kind. vijf seconden voor de vakantiefoto’s met de vriend die uiteindelijk haar man zou worden. Vijf seconden voor dingen die toen een gelukkige eeuwigheid leken te duren, en elke vijf seconden groeit je eigen mezenjong een stukje groter, dichter naar het moment waarop zij uiteindelijk het nest zal verlaten, niet meer aangewezen op de ouders, maar dan gericht op de man die zo lang mogelijk bij haar zal zijn, langer, hopelijk veel langer, dan ik nog kan.
Het trouwfeest kon niet mooier zijn: een stalende zon over een trouwprieeltje in de natuur, witte hartjes op het gras, zingende merels als orkest, een beeld van een bruid en een stralende bruidegom. Zó je dochter weg geven is geen last, en je weet dat je jouw deel goed hebt afgerond. De toespraak verliep uitstekend, ik veegde slechts een kriebeltje uit mijn ooghoek. ’s Avonds verdwenen zij, omgeven door spetterend vuurwerk en stralende sterren in een inktzwarte nacht, lopend over het bospad naar hun hotel. Een witte oplichtende fee in een donker dennenbos.
Vandaag dan ontbijt met alle gasten, nóg wat toespraakjes, de auto’s volgeladen met cadeaus in afwachting van het vertrek. Ik omhels nog één keer mijn dochter, voordat zij gaat. En opeens voel ik mij honderd jaar oud. Ik schrompel ineen, een zee van kriebeltjes verblind mijn ogen. Ik wil haar nooit meer loslaten. Maar zo hoort dat niet, dus verman ik mij, ik lach en zwaai. Daar gaat ze, definitief vliegt zij zingend de wereld in. Ik hip nog wat rond, maar er zijn geen rupsjes of torretjes meer te geven. Ze doet het nu zelf, en ik weet: dat gaat haar zeker lukken.


Wat een mooie vertolking van een geweldige dag.
Wauw, héél herkenbaar! En natuurlijk van harte gefeliciteerd 🙂
Mooi gesproken en geschreven 🙂 En gefeliciteerd.