Midden in een les werd onlangs de deur van mijn lokaal opengeworpen om ruimte te geven aan een leerling van een klas waar ik mentor van ben. Of ik maar even direct wilde komen, want er was iets ergs gebeurd. Als flexibel lesgevend docent, die zijn klassen een hoge mate van verantwoordelijkheid toedicht, liet ik natuurlijk direct alles uit de handen vallen en begaf mij spoorslags naar de aula, alwaar ik een roodbehuild en hevig snikkend weerloos meisje aantrof, daarbij gesteund door enkele dikke vriendinnen. Een collega had “trut” tegen haar gezegd. Vaderlijke gevoelens borrelden terstond omhoog, en ik gooide natuurlijk mijn volledige rustgevende en sussende arsenaal in de strijd, hoewel je tegenwoordig geen troostende hand meer op een schouder kan leggen, want je hebt zó een proces aan je broek. Steeds meer hevig geëmotioneerde klasgenoten verlieten ondertussen het lokaal van de bruut in kwestie, om het slachtoffer te steunen in de strijd en het misbaar bereikte ongekende hoogten. Na een half uurtje diplomatiek handelen en hevig heen en weer geloop tussen de diverse onderwijsbobo’s, was ook deze les weer voorbij en iedereen weer enigszins tevreden. Er is veel aan te merken op het leraarschap, maar dit soort zaken houdt de sjeu er toch wel in. Een leuk vak!
