Afdansen (1)

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=UYjXm63DKQ0[/youtube]

Dramatische tijden. Binnenkort moet ik afdansen. Sinds één van onze dochters ons vorig najaar verblijdde met een tegoedbon voor een lesje stijldansen, heeft het dansvirus ons te pakken. Elke week wandelen wij trouw naar de loklae dansschool, gelegen in een desolaat industrieterreintje, om ons onder te dompelen in een wereld van glitter, glamour, waaierende rokken boven enorme pijlers en Dancing with the Stars ( waarvan de Nederlandse televisie een onuitputtelijke voorraad schijnt te bezitten). Nu zouden boosaardige geesten mogelijk verwachten dat wij als twee wederrrechtelijk aangeklede zeekoeien op de maat van de quickstep over de dansvloer strompelen, maar zo erg is het dus niet, want de juffrouw heeft besloten dat wij rijp zijn voor het afdansen.

Afgelopen weekend mochten we alvast een beetje oefenen en werd alles nagespeeld, temidden van andere zenuwachtige en meestal veel jongere kandidaten.  De heren begeven zich op de dansvloer, en vragen de beschroomd langs de kant zittende partner ten dans. Als je zoals ik nog in een staat van totale uitputting verkeert doordat je net de jive hebt geoefend, is zo’n uitnodigiging al een hele opgave. Gelukkig doe ik het altijd nog beter dan één der kandidaten in een andere groep, die op mij steevast de indruk wekt dat hij bezig is een ernstig tegenstribbelend dolgeworden varken in een veewagen te persen, wanneer hij met zijn vrouw de rumba danst. Steevast onderbreekt hij deze handeling dan ook nog eens om een oproepje op zijn mobieltje te beantwoorden – hoe kun je met zulke kolenschoppen trouwens die knopjes bedienen – zodat het varken kan ontsnappen.

Badend van het zweet werkten wij dus het programmaatje van zes verplichte nummers af, waarbij vooral de cha cha cha een dramatisch hoogtepunt vormde. Die vergt dus nog enige aandacht, maar gelukkig hebben we nog een week of twee voor het moment suprème. Er schijnt een soort enge en strenge inspecteur langs de kant te zitten die onverbiddelijk op een groot klembord al je misstappen noteert, en ook krijg je te maken met een toekijkend publiek wat al lang bezig is aan goud met diamanten, een niveau wat ik waarschijnlijk bij mijn leven niet meer zal halen. Als je dan ook nog bedenkt dat de dansen er één jaartje hoger werkelijk totáál anders uit zien kun je je afvragen of het dansleven nog wel zin heeft.

Maar goed, uiteindelijk zal Wauwel over twee weken als een jonge en weer bronstige hinde door de zaal zwieren, de partner luchtigjes een eindje boven de grond met zich meevoerend, om zó het brons in ontvangst te mogen nemen als kroon op een jaar van enorm transpireren en uitgeput hijgen, maar wèl met bijzonder veel plezier. En ja , we zijn geen twintig meer, dus een enkele misstapje mag. Kom ook dansen!
 

Engelse wals op bergschoenen

 Al weer enige weken volg ik braaf met mijn gade de danslessen bij een dansschool hier in het dorpje B. Mijn aanvankelijke scepsis heeft inmiddels plaats gemaakt voor waar genoegen, dus zo wandelen wij elke week laat op de avond richting dansinstituut, dat gelegen is in een somber en verlaten ogend industriewijkje. Nu was ik de afgelopen keer een beetje laat. ’t Was mijn BAPO-dag, dan loop je er toch al niet op je voordeligst bij; normaliter wil je bijvoorbeeld middels een spetterend gekleurd oranje jasje of zo de nodige jeugdige indruk op je leerlingen maken, maar op zo’n vrije dag slof je dus met uitgezakte buik een beetje rond het huis en je geeft de geraniums maar weer eens water. En dat alles natuurlijk in een makkelijk passend gebeuren, en daartoe reken ik ook een paar stevige bergwandelschoenen, die mij toch erg makkelijk zitten.
Bij het betreden van de danszaal – ik had gelukkig wel mijn oranje colbertje weer aan – ontdekte ik mijn vergissing. De eerste danspassen deden vermoeden dat de vloer was ingesmeerd met lijm, en zo zwierde ik dan de zaal rond waarbij de buitenstaander de indruk had dat ik persoonlijk de Drentse heide met mijn schoenen aan het afplaggen was.

Een dodelijk vermoeiende bezigheid, zo’n wals op bergschoenen en voor de partner op redelijke stiletto-hakken een ernstige en bovendien bedreigende situatie. Ook aan het scherpe oog van de steeds slanker lijkende dansjuf was mijn schoeisel niet ontgaan, hetgeen me op een kritische beschouwing kwam te staan. Ik gaf haar nog in overweging een vrolijk Tiroler Alpendeuntje op te zetten, om daar vervolgens een Beierse horlepiep op te kunnen dansen – men moet toch wat daar op die steile berghellingen – maar een dergelijk minder fijnbesnaard deuntje zat niet in het bestand. Dat werd dus de rest van de avond peentjes zweten, in bovendien erg warme sportsokken, en uitgeput strompelde ik na afloop naar huis.
Er zitten ook nogal wat boeren hier op de dansles. Zij stijgen daardoor nog verder in mijn achting. Die kunnen zich denk met moeite één avond in de week aan de klei of gier ontworstelen en komen dan derwaarts, maar geen klompendans op de les hoor. Ik heb daar al visioenen van. Ik zou er met mijn bergschoenen trouwens niet voor onder hoeven te doen: “Gooi nu uw partner met een ferme zwaai door de lucht, en vang haar lichtvoetig huppelend een paar meter verder weer op!” Met mijn bergschoenen heeft dat wel een voordeel: je wordt niet zo snel door rondvliegende klompen getroffen.

Maar het walsvierkantje zit er inmiddels aardig in. Ook in de dansvloer, denk ik. Volgende keer maar eens open sandalen proberen, van die buine achteruitloopschoenen. Is wel een stuk luchtiger.

De groenteman, tsja tsja tsja!

“Tsja tsja tsja, wat zullen we eten? Wie is de man die ons dat zeggen kan? De groenteman, tsja,tsja,tsjaaaaaa!”

Mijn eerste kennismaking met de cha cha cha is denk ik al weer zo’n 45 jaar oud, en bovenstaande tekst kon je horen als je als kind ziek op bed lag en Hilversum 1 stond aan, met een wervend kookprogramma, met als intro bovenstaand liedje.
Wel, 45 jaar na dato heeft nu een tweede kennismaking plaatsgevonden. Mijn dochters vonden het toch wel hoog tijd geworden dat er eens iets aan dansles werd gedaan, en als je de illusie koestert ooit nog in sociale kringen te worden opgenomen – zelfs al zit je in het onderwijs –  dan hoort daar toch een goede beheersing van het stijldansen bij.
Nu heb ik altijd een redelijk hartgrondige afkeer gehad van alles wat met dit soort dansen te maken had, misschien ingegeven door de definitie van ballroom-dansen die ik ooit eens hoorde: “Droogneuken voor gefrustreerde Brabanders met een rugnummer op”. Lijkt me iets voor Youp van ’t Hek, die ik er stiekum van verdenk ook graag te willen leren dansen maar daar door zijn afstotelijk uiterlijk en manier van doen nooit aan toe zal komen.

Maar goed, op naar de dansschool dus, in grote vreze er een stel hitsige en lawaaiierige pubers aan te treffen of types als Ron Brandsteder, en hanige dansleraren met een zwarte terlenka broek om een veel te ver uitstekende kont gespannen. Dat viel dus mee. Mijn eerste blik viel op twee voortstrompelende bejaarden, waarvan de ene telkens na tien passen moest gaan zitten om enige tijd rust te nemen. Een hele troost voor mij. De ene bleek al tachtig te zijn; nou, dat zie ik mij op die leeftijd toch niet meer presteren, of men moet zoiets als rollator-wals hebben uitgevonden. Petje af dus.
Ook zag ik nergens stoere lieden die ernstige pogingen deden om hun gade met grote bogen door de lucht te smijten om haar daarna – enkele meters vererop – weer frisjes op te vangen. Eigenlijk heerste er een serene rust in de zaal. Er waren wel pubers, maar gelukkig waren er ook die de leeftijd des onderscheids reeds ruim bereikt hadden en iedereen was even bedeesd en bedremmeld. De dansjuf was een kordaat doch vriendelijk type die het beslist zonder Sonja Bakker kon doen, en zo werden wij op ontspannen wijze ingeleid in de eerste stapjes van de quickstep en de cha cha cha.  Wel was het gruwelijk schrikken toen de eerste muziek bleek te bestaan uit de galmende grafstem van André Hazes, maar het feit dat je vervolgens alles om je heen kon vergeten om lichtvoetig door de zaal te zwieren maakte weer veel goed en als dat zo door gaat begin ik die Hazes nog een sympathieke vent te vinden, ook al is dat wat laat voor hem. Zo was het eerste dansles-uurtje van mijn leven snel voorbij, en ergens was dat maar goed ook want ik kreeg de indruk dat ik een redelijke marathon achter de rug had en nu heb ik spierpijn in mijn schouders door het ernstig omvatten van mijn partner.
Dit weekend ga ik alvast op zoek naar een leuk rugnummer voor op mijn nog aan te schaffen rokkostuum, en ik overweeg een verhuizing naar Brabant, als daar tenminste net zo’n leuke dansschool is.