Ramp

Dit jaar is er – naar ik meen – voor 65 miljoen euro aan vuurwerk verstookt. Mijn euro’s zitten daar niet bij. Sinds lang geleden gillende keukenmeiden tussen mijn broekpspijpen doorschoten heb ik een gezonde angst voor vuurwerk ontwikkeld, die nog eens stevig werd aangewakkerd door mijn moeder, want die was werkelijk overal bang voor. Wilde je op een avond in november nog even langskomen met de auto, dan was het steevast: “O nee, doe maar niet, in Rusland ligt al een dik pak sneeuw en hier kan het ook dus ook  zo maar glad worden!””  Mocht er mogelijk ergens een boom of een beer op de weg staan, dan werd die ook direct gesignaleerd. Overal bang voor dus, als kind. Daar kom je maar moeizaam van af. Nog steeds maak ik mij veel meer zorgen over allerlei zaken dan mijn vrouw; die is in mijn ogen ronduit roekeloos, waar een ander haar niet anders dan voorzichtig zal vinden.
IJs is ook zoiets. Nooit op het ijs lopen na een paar dagen vorst!  Stel je voor dat je er door zakt! Die enkele keer dat ik het nog deed, toen er na dooi al weer een aardig laagje water op stond, ging het dan ook prompt mis: ik speelde, samen met een vriendje, op de eendenvijver bij ons in de buurt, dat ik de ijsbreker “Dr. Vedemius” was. Dat was de naam van een schooldokter, en die vond ik wel toepasselijk klinken voor een reusachtige ijsbreker die zijn rondjes op de eendenvijver voer. Het staat op mijn netvlies geschreven. Plotseling zakte ik met één been tot aan mijn lies door het ijs. Gruwelijke momenten, begrafenissen  en huilende ouders schoten door mijn hoofd. In ontreddering mee naar het huis van mijn vriendje, die een moeder had die – voor zover ik mij kan herinneren – eeuwig aan het wassen en strijken was, dus daar kon nog wel een natte broek bij. Mijn ouders hebben het nooit geweten, dat ik daar de rest van de middag Donald Ducken heb zitten lezen tot mijn broek weer droog was. Waren ze er wel achter gekomen, dan had ik waarschijnlijk alle andere winters gedurende de rest van mijn leven binnen moeten blijven vanwege het gevaar van mogelijk door het ijs zakken, mogelijk uitglijden en een pols breken ( ook gebeurd trouwens ) , of vanwege mogelijk lawinegevaar in Overveen.

Enge dingen zijn dus niet aan mij besteed, en in pretparken zal men mij niet aantreffen in toestellen die zich meer dan één meter boven de grond verheffen. Wat een overbezorgde opvoeding met het plezier in je leven kan doen. Ik kom daar nog wel eens op terug, op zo’n dagje pretpark. 

Nu weer naar naar de titel van dit stukje, want we dwalen af. Dat geld voor dat vuurwerk, wat heeft dat met de ramp in Haïti te maken. De nationale hulpactie heeft op het moment van schrijven  een moeizame € 6,5 miljoen  opgebracht. Daar gaat nog wat bij komen met de onvermijdelijke tv-avond, waaraan vermoedelijk weer een groot aantal – veelal uitgerangeerde of in de nadagen van hun carrière –  bekende Nederlanders “geheel belangeloos” zal meewerken. Ik verwacht Jody Bernal, Ben Cramer, Peter Koelewijn, wat sporters, de Toppers ( Koop onze nieuwe single!) , mogelijk zal Patricia Paay haar rollator even loslaten en voor het goede doel een stukje nipple-gate doen, Chiel Beelen natuurlijk, de cast van GTST, Brigitte Kaandorp, en een afvaardiging van het kabinet: Balkenende en Bos zullen een duet ten gehore brengen. Veel herrie, veel popmuziek, veel sms-sen , en alles wordt gepresenteerd door Tooske of zoiets. We sluiten af met polonaise op de tonen van een nieuwe carnavalskraker: op “Haïti”  kun je heel wat rijmen.

Waarom kunnen we wel 65 miljoen aan zinloos en milieuvervuilend vuurwerk de lucht in knallen, waarom kopen we wel een recordbedrag aan staatsloten, en waarom gaan we pas serieus geven als er eerst een nationale actie wordt gorganiseerd en we door een stel derderangs artiesten worden opgepept?
We hebben het niet zo op die derde wereld. Het past niet zo bij ons luxe leefpatroon. Als wij een paar duizend euro spenderen aan een luxe zomervakantie, een borstvergroting, een luxe stereo-installatie met  3D-entertainment, dan willen we niet herinnerd worden aan slachtoffers van burgeroorlogen, aids, een tsunami of een aardbeving.  Alleen als zoiets via een actie kan , dan kunnen we er ook tijdens de koffie of bij de kapper of  de uitgaansavond met anderen over kletsen zonder voor geitenharen-sokken-milieufreak uitgemaakt te worden. “Hee, heb jij ook al gegeven? En gaan jullie deze zomer weer door de USA toeren?”

Die derde wereld, die narigheid, herinnert ons pijnlijk aan onze overdaad-cultuur, aan onze drive-in gewoonten. We willen doorgaan met vuurwerk af steken, met botox-behandelingen, met roken, drinken en excessief uit ons dak gaan. Prima ! Moet kunnen. Nationale tv-actie is ook goed. Het levert geld op, het is een mooi initiatief. Maar het vergroot niet onze betrokkenheid bij hen die al die luxe moeten missen. Het is slechts een moment van betrokkenheid, en morgen hebben we weer andere, belangrijker zaken aan ons hoofd.

Op een pakje sigaretten wordt belasting geheven, op muziekdragers wordt belasting geheven. Soms staat er een sticker op: Roken  is dodelijk.  Misschien wordt het tijd om op meer producten, zoals sigaretten, drank, vuurwerk, theaterkaartjes, staatsloten, Mona-toetjes, auto’s, vliegvakanties,  noem maar op, een andere sticker te plakken, de ramptax-sticker : “Een deel van het aankoopbedrag van dit product is bestemd voor een betere leefwereld voor hen die het allemaal veeeel minder hebben dan wij”. Zo worden we dagelijks betrokken en sparen we mee voor een potje  voor bijvoorbeeld Haïti. Een beetje eerlijker zullen we alles delen. Heal the world, spread the word.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *