Personeelsuitje

potscherfOp ons boeiende onderwijsinstituut wordt de vakantie jaarlijks ingeluid met een personeelsdagje. Op het weer tijdens een dergelijke festiviteit rust al jaren “geen merkbare zegen”, om Simon Carmiggelt in “Alleman” even te citeren. Waar wij vorig jaar in gedurig neergutsende regen moesten schuilen in een winderige tent op een golfbaan in de polder, had het organiserend comité ons ditmaal naar de rustieke omgeving van Eibergen gedirigeerd.
In  het programma kon je kiezen uit activiteiten als fietsen heen en kanoën terug, uit kleiduiven schieten ( naar later bleek met een speelgoed lasergeweer ), steppen (!) en een wandeling naar het lokale streekmuseum.  Het weer indachtig koos ik voor het laatste, hopend op een snelle ontsnapping aan de gids. Dat laatste bleek echter een misrekening. Terwijl meer sportief aangelegde collega’s zich lieten doorweken door regen en slootwater tijdens de kanotocht, werden wij opgewacht door een zich zeer serieus van haar taak kwijtend wicht, dat zich voorstelde als de wandelgids.  Wij zouden gedurende een wandeling die “toch zeker wel  3 kilometer” lang was naar het potten- en pannenmuseum gevoerd worden, alwaar ons een rondleiding wachtte.  Daarbij werd ons vriendelijk doch dringend verzocht fel gekleurde oranje hesjes aan te trekken, want zo had het kind het op de opleiding geleerd en stel je voor dat wij op onze tocht door de uitgestorven bospaden en landweggetjes verrast zouden worden door enig snelverkeer. Vreemd genoeg besloeg de wandeling hetzelfde traject wat wij ’s ochtends na de koffie ook al met z’n allen hadden moeten afleggen.

Ik had wel enig medelijden met onze begeleidster. Niets kan erger zijn dan als puber leiding te moeten geven aan een stelletje jolige en bovenal eigenwijze didactici op hun verplichte personeelsdagje. Ze hield de moed er echter in en zo vervoegden wij ons bij een optrekje in het centrum van Eibergen, waar de tentoonstelling gehuisvest was. Daar verklaarde de bejaarde museumgids dat we toch zéker wel twee uur nodig zouden hebben voor het bezichtigen van oude leesplankjes, doopjurken, boekjes van Menno ter Braak, boerderijwerktuigen en gevonden bom- en potscherven; het Louvre viel er bij in het niet.

Gelukkig bevond zich in het pand ook een lift, zodat ik met enkele gelijkgestemden op slinkse wijze de gids kon omzeilen om zodoende bij de plaatselijke Hema te belanden, onder het genot van een kopje koffie kijkend naar wat moedeloos rondscharrelende en in regenjacks gehulde toeristen. Zo brachten wij de middag door, wachtend op het diner.

Op de terugweg verpletterden we met onze bus en passant nog een eend, die vermoedelijk een flink aantal radeloze kuikentjes achterliet. Het was een leuke dag.

Eén antwoord op “Personeelsuitje”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *