Herfstvakantie-weekend

De herfstvakantie is weer aangebroken en het is vrijdagavond, het mooiste moment van de vakantie, en nog een hele week te gaan…. Al eerder toonde ik hier wat timelapse-filmpjes: een hele serie foto-opnamen snel achter elkaar afgespeeld, met soms verbluffende effecten. Hieronder een hele mooie, illustratief voor het gevoel van vrijheid wat je aan het begin van je vakantie kunt hebben. “Wolken in de herfst”

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=slnsz6Xk7xk[/youtube]

Waarom Sint nooit naar Barneveld komt

Het was winter. Al weken loeide een gure wind door de straten van Barneveld, een lieflijk dorpje op de Veluwe. Dat dorpje werd wel enigszins ontsierd door enkele hoge en vooral erg leegstaande gebouwen, zoals bijvoorbeeld het Transferium, of door enkele lelijke kale plekken in het landschap, zoals de plek waar ooit het Muziektheater zou verrijzen.
Maar dat deed er nu even niet toe, want de gehele bevolking – nou ja, een flink deel dan – verheugde zich heel erg op de naderende komst van de goedheiligman, en dan wil je natuurlijk niet je stemming laten bederven door allerlei zaken als een met belastinggeld smijtend gemeentebestuur.
Overal in het dorp rook je de heerlijke geuren van versgebakken speculaas en pepernoten: de hangjongeren, de hangboa’s ( door een lezer gesignaleerd ) en de hangouderen zongen stemmige sinterklaasliedjes,  de winkeliers hadden hun etalages mooi versierd, op het door te hoog gegrepen bouwplannen ernstig bedreigde Dijkje was zelfs een winkel met beha’s in Sinterklaasmotief, en in vele huizen waren kinderen  – moe geworden van het belagen van andere scholieren – bezig met het zetten van hun schoen, want het was bijna zover! Ze hadden wel tevergeefs geprobeerd bij de plaatselijke bibliotheek wat Sinterklaasliedjes te lenen, maar daar deed men er niet meer aan, omdat de hele Barneveldse bevolking zich op het internet helemaal suf kopieerde. Een kniesoor die daar op let.
Ook de Sint werd natuurlijk al zenuwachtig, want het was toch altijd een hele toer om in Barneveld te komen vanwege de wat geïsoleerde ligging. Dit jaar had hij zich voorgenomen om extra veel pakjes mee te nemen, omdat de bevolking toch al zo te lijden had onder allerlei zaken waar zij niks aan kon doen. Er was zelfs haast geen geld meer voor een eenvoudig biertje, de toekomst zag er somber uit, de coalitie vertoonde scheurtjes en ook op de vroeger zo knusse koopavonden meed men nu het centrum in toenemende mate, maar dat kon natuurlijk ook andere oorzaken hebben.

Nee, het waren barre tijden. Extra verwennen dus maar, dacht de bejaarde kindervriend. En zo brak de grote dag dan eindelijk aan. Zoals vanouds zou Sint de trein nemen, een degelijk en altijd betrouwbaar middel van vervoer.Hij had natuurlijk ook de auto kunnen pakken en die dan bijvoorbeeld kunnen parkeren in het Transferium, en dan met het openbaar vervoer verder, maar dat naargeestig blauw verlichte gebouw was zo’n eenzame en desolate plek, daar durfde je als bejaarde je voertuigje natuurlijk niet meer te stallen, zeker niet als je bijvoorbeeld vandaar door wilde naar Apeldoorn, want dan moest je eerst weer helemaal terug naar Amersfoort. En dan stond er ook nog eens een vreemd ijzeren gevaarte te stomen, maar daar was inmiddels iedereen wel een beetje aan gewend. Op naar Amersfoort dan maar, en vandaar richting verwachtingsvolle schare in Barneveld.

Het moment suprème was aangebroken: op het stationnetje had zich een grote menigte verzameld, het stond werkelijk helemaal volgepakt. Het was bijna zó druk, dat het wel een doordeweekse dag op station Barneveld na twee uur wachten leek. Hoog boven de menigte uit torenden enkele bussen, maar de chauffeurs daarvan wisten eigenlijk niet zo goed waarom zij daar stonden. Dat was tenslotte al vaker geschied.

Maar wat er ook gebeurde: er verscheen geen Sint. Het publiek werd wat onrustig, men keek op de horloges en luisterde of er misschien iets werd omgeroepen op de steeds drukker worden perrons. En in het zwerk pakten zich tot overmaat van ramp ook nog donkere wolken samen, dat werd geen maan schijnt door de bomen vannacht. Maar wacht! Daar in de verte doemde een grauwgeel, vrijwel geheel door graffiti bedekt vehikel op, iets wat vroeger een treinstel van de NS was geweest. Terwijl de spoorbomen vrolijk open bleven staan, sukkelde het wagonnetje rustig verder; geen probleem, want met zo’n snelheid kon er niks gebeuren, de nieuwe, snelle treinen waren kapot en bovendien is ook dit verhaal helemaal verzonnen. Toch was er wel iets mis, want dit treinstel kwam uit Ede en niet uit Amersfoort. Geen Sint als passagier dus; was trouwens ook geen plek meer voor. Terwijl het met argeloze forensen volgepropte voertuigje knerpend en rammelend stil viel, kwam ineens de omroepinstallatie op het perron krakend tot leven, voor het eerst in maanden, naar men zei:
“Wegens een technisch mankement rijden er vandaag verder geen treinen meer in alle richtingen. Onze excuses voor het ongemak en misschien staat er wel ergens een bus. We zullen het nooit meer doen – kijk maar in de krant –  maar u kunt wèl fluiten naar uw geld, maar misschien wil de provincie wat van de boete die wij krijgen aan u terugbetalen in plaats van het in onbestemde zakken te steken. Einde bericht!”

Wel, daar was men wel even stil van….. totdat na enkele ogenblikken een klagend gehuil losbarstte uit de vele duizenden kelen, die nu zo ernstig teleurgesteld waren. Wie had dat nu gedacht! Ook de burgemeester en zijn wethouders stonden er wat bedremmeld bij. Zij waren nog wel zó enthousiast geweest over de nieuwe trein, en ze hadden de eenvoudige bevolking zó blij gemaakt met mooie treinbeloften, èn nog een prachtig transferium, èn een station bij Stroe, glasvezelverbinding, Centrumplannen en noem maar op! En nu dit…..

Ondertussen, in Amersfoort, had de in vol ornaat getooide bisschop, temidden van een enorme stapel cadeautjes, hetzelfde nieuws ook zowaar uit de luidsprekers vernomen. Hij ontstak dan ook in schuimbekkende razernij en trok zich van pure frustratie de haren uit de baard, smeet zijn mijter op de grond en vertrappelde het voorwerp tot een onsamenhangend hoopje. Het was ook altijd wat daar! Hij bezwoer plechtig nooit meer naar Barneveld te komen zolang die verbinding niet in orde was.

Wel, beste lezer, nu begrijpt u hoe dit allemaal zo gekomen is en waarom de Sint Barneveld nooit meer zal aandoen. Niet omdat men daar niet gelovig genoeg is, o nee, alleen het gemeentebestuur al is het toppunt van goedgelovigheid. Maar misschien, heel misschien, is dat dit keer wel de reden.
Moraal van dit verhaal: er is er maar één die echt met cadeautjes kan strooien, ons echt lekkers kan beloven en echt onze harten vol verwachting kan doen kloppen. En dat is de Sint. Dank u, Sinterklaasje.

Orgie

 

Ik doe heel veel met ICT, mag me dus wel ICT-er noemen. ICT-ers zijn per definitie puisterige, slecht geklede, contactgestoorde, bebrilde, van het mannelijk geslacht zijnde computernerds van een jaar of twintig, die tot diep in de nacht met vierkante oogjes achter hun beeldscherm bivakkeren in een klein bedompt kamertje.
Op de leeftijd na voldoe ik volgens mijn gezin grotendeels aan dat profiel, maar gelukkig is er nu op mijn school een geschokte manager opgestaan, die mij – vergezeld door enkele waarschuwingen en dreigementen – een aardig krantenartikeltje deed  toekomen, met de stuitende titel: ICT-er zoent en drinkt vaker.
Uit onderzoek is namelijk gebleken dat deze lieden veel minder saai zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Op mijn werk blijk ik bovengemiddeld vaak met collega’s te zoenen ( er staat niet bij of dat vrouwelijke of mannelijke betreft, dus dat maakt het nog erger ). Ook drink ik overmatig alcohol in de baas z’n tijd; dat weet ik slim te ondervangen door mijn zwalkende gang te wijten aan mijn rijpere leeftijd en mijn onwelriekende adem aan de kwaliteit van de koffie in de personeelsautomaat. Tot overmaat van gemak val ik tijdens mijn bezigheden ook nog eens geregeld in slaap achter mijn tafel en moeten leerlingen of collega’s grote moeite doen om mij aan mijn sluimeringen te ontrukken. Eenmaal wakker geworden spring ik dan natuurlijk direct overeind, op zoek naar een collega om hinderlijk af te lebberen.
Met zo’n stel ICT-ers haal je dus als school wel een complete orgie van sex en drank binnen je muren.  Nog meer reden om de kwaliteit van ons huidige onderwijs met grote achterdocht te bezien.

Wat genoemde manager trouwens misschien over het hoofd heeft gezien, was een ander artikeltje direct onder het stukje over de zuipende ICT-ers, met als intrigerende kop: “Depressie door slecht management”: werk-gerelateerde stress bij werknemers wordt in hoge mate veroorzaakt door het niet ondersteunen door het management van hen die de druk niet aankunnen. Misschien begrijpt mijn baas nu waardoor ik mij zo verlustig aan allerlei sexueel getinte uitspattingen als het zoenen van collega’s en mijn heil zoek in de fles en de alles vergetende slaap. Leve de ICT-er.

Beestjes in de regen

In B, het dorpje op de Veluwe waar ik woon, hecht men nogal aan oude gewoonten. Zo was daar jarenlang een grote tentoonstelling, waar leek het heel de bevolking maanden lang in blijde verwachting naar toeleeft. Kern van de tentoonstelling was een grote verzameling kippen en konijnen, die volgens mij allemaal de eerste of tenminste toch de ereprijs gewonnen hebben, hen toebedeeld door een groep ernstig kijkende controleurs in witte stofjassen, met zo’n map in de handen geklemd waarin allerlei aantekeningen gemaakt worden. Of zo’n beest goed op de poten staat bijvoorbeeld, of de vleugelvoering goed is en of de krop wel helderrood is. Dat soort dingen die een leek als ik totaal niet opvallen. Mooi,  zo’n  fantasierozet, met “Eerste Prijs”erop. De winnaars lijken niet onder de indruk en blikken de bezoeker vanuit hun hokjes stoïcijns aan. Ik onderscheid alleen maar een groot of klein konijn, en een bruine of een witte kip. De tentoonstelling wordt aangevuld met een aantal boeiende onderafdelingen: een drukbezochte hal met Johannes-orgels, waar de bezoekers vooral psalmen op hele noten met dreunende klank de ruimte in doen galmen; een afdeling met roestvrij stalen kalverdranghekken en drinkbakken, likstenen, schrikdraad-installaties en andere aanverwante artikelen; een grote stand waar het Reformatorisch Dagblad aan de man gebracht wordt. Veel kramen met knutselarijen voor de komende winter, bijvoorbeeld 3D-ansichtkaarten, knipvellen, origami. Men verwacht veel sneeuw en lange winteravonden. En oliebollen natuurlijk, die krijg je om ondoorgrondelijke redenen in B. het hele jaar door aangeboden. Is er een goed doel, dan staat er midden in de zomer geheid wel ergens een kraam met oliebollen in de zinderende hitte. Ik pretendeer dan altijd volslagen verbijsterd te zijn als men mij op zo’n moment een zak wil verpatsen.
Zo’n tentoonstelling is hèt uitje voor de hele familie, en iedereen die ook maar enigszins van het erf gemist kan worden, spoed zich derwaarts. Na drie dagen, op zaterdagavond, is het weer voorbij.

Wat rest is de wekelijkse kleindierenmarkt. Elke woensdagmorgen verzamelt zich een groot aantal onbestemde lieden in onbestemde voertuigen met onbestemde dozen en kratten rond een gammele, tochtige markthal, om deze vervolgens te vullen met kooitjes en kistjes in allerlei soorten en maten, waaruit een kakafonie van geluiden opstijgt. Ook vanuit de kofferbakken in de her en der geparkeerde voertuigen wordt al driftig en vooral steels gehandeld. Geen pottenkijkers graag. De hal wordt vooral gevuld met een schier ondoordringbaar rookgordijn, geproduceerd door voornamelijk zeer dikke mannen die er haast allemaal uitzien als een wederrechtelijk aangeklede zeekoe ( ik citeer even Bordewijk ). Vale en verschoten overhemden, dwars over dikke buiken die in bruine, sleetse terlenka broeken worden gepropt. Petten in allerlei soorten en maten, geklos van klompen, (kunst) gebitten waaruit diverse tanden ontbreken, haast allemaal een bungelende sigaret of sigaar in de mondhoek, uitpuilende portemonnees in achterbroekzakken gepropt, bouwvakkers-decolleté’s. Ze hieten Piet en Rinus of Teunis en ze kennen mekaar allemaal. Met geroutineerde gebaren bekijken ze de konten van konijnen en cavia’s of plukken ze een ontsnapte kip van het plaveisel. Her en daar dwaalt dromerig een klein kind, alles om zich heen vergetend, pozend bij de konijntjes die als haringen in een ton bijeengepakt zitten in een sinaasappelkistje.
Er wordt enorm veel koffie gedronken en buiten vormen zich al vroeg lange rijen voor Piet’s Viskraam, waarvan de eigenaar zijn klanten ook allemaal lijkt te kennen. De argeloze bezoeker die na een uur weer buiten staat heeft tranende ogen van de rook en tuitende oren van de herrie die beest en mens produceren.  Een aardige ervaring is het wel, een anachronisme ook,  je waant je na een reisje in de tijdmachine terug in het B. van in de jaren ’50. Dat dat maar zo mag blijven, ook met al die mannen, het hoort bij B. , en er verdwijnt al zoveel.

Vandaag was de hal bezet. Iets met paarden daarbinnen. De markt was voor de gelegenheid naar buiten verhuisd: een doorweekte verzameling kleumende beestjes in van nattigheid uiteenvallende kartonnen dozen, lege kramen en mopperende handelaren in de gietende regen. Niks aan dus. Het moet maar gauw weer droog worden, en gauw weer in die hal.

Kwaaaak

Dit is weer even tussendoor iets anders waar ik tegenaan liep. Steeds weer nieuwe aparte mogelijkheden op internet. Nuttig? Nee, natuurlijk niet. Leuk wel. Gewoon met je muis rustig over het plaatje bewegen. Het beestje volgt je dan zoet. Totdat er een vliegje in beeld komt, dat gaat natuurlijk even voor.

Herfst

Een late namiddag in het bos, met stil, afwachtend weer. Tussen de groen bemoste eeuwenoude stammen drijft een lichte kille nevel langs je heen, en als je omhoog kijkt zie je, terwijl ritselende gele bladeren als donsveren omlaag cirkelen, een bleke zon door wolkenflarden tussen steeds kaler wordende takken.
Het is heel stil, zelfs geen vogel klinkt, alleen heel hoog, onzichtbaar in de lucht, hoor je het ijle zoemen van een vliegtuig op weg naar verre oorden. Er is geen wind….
Misschien straks als het schemer wordt, is daar beweging, steels en vlug. Een donkere stam wordt als een schaduw, van je af of naar je toe. Je hart kan bonzen, van blijdschap of van schrik. Kabouters, elfjes, er scherrelt iets. Een dwaallichtje in de nacht. Je zou daar zelf voor één keer tussen willen dwalen, in een wereld vol geheimen, vol verwondering. Weg! Vluchten in je fantasie….

Je voeten ruisen door de bladeren, en af en toe komt er een vleug van natte bosgrond in je neus. Een herinnering aan vroeger. Aan een wandeling samen door een ander bos, lang geleden, in een andere wereld lijkt wel. Aan glanzende kastanjes. 
Jaren zijn voorbij gegaan, vele herfsten heb je zien komen, in vele herfsten heb je terug gedacht. De tijd tikt door. Dat blad wat valt, het valt voorgoed . Het teert zacht en stil weg, net als een herinnering, Alles verdwijnt in diepe , donkere lagen. Steeds maar door als de seizoenen.
Tijd is als die bladeren, die alles bedekken.
Je zou weer kind willen zijn. Je weer willen verwonderen, misschien wel alles over doen, anders doen, beter doen. Het heeft geen zin, toch.Dat weet je. Kwel je er niet mee.
De bomen staan stil en roerloos, ze kijken, ze luisteren, ze oordelen niet en ze veroordelen niet, ze nemen alle jaren met zich mee. Steeds hoger groeien zij, steeds ouder, rijper worden zij. Jij groeit met hen mee…
Ook wij, net als bomen, met als voedsel onze herinnering. Een mens kan daar lang op teren. Zonder die seizoenen vallen er geen bladeren, zijn er geen herinneringen. Zonder tijd staat alles stil. Geen herinnering, geen fantasie….

En daarom, koester die herinnering, koester je fantasie. Verwonder je, verblijd je en blijf dwalen door dat bos. Want daar, tussen al dat neergevallen blad, daar woekert en daar groeit het, daar gist en bruist het, daar vind je vast een schat, die straks als het weer voorjaar wordt, zal glinsteren in al z’n pracht.

Kiribatisch

 Niet alleen onderwijsgevenden hebben het zwaar in het moderne onderwijs. Sterker nog, zo’n beetje lesgeven stelt eigenlijk helemaal niets voor als je het vergelijkt met de problemen waarmee staf en management te maken hebben. Zo kreeg ik een mailtje toegespeeld met de cryptische titel : “Mailbericht 2007 -8: Technische oplossingen aanvulservice, ter info, m.b.t de spuitlicenties”. Toch al snel zo’n 60 personen bleken dit mailtje ook te ontvangen. Allemaal belangrijke onderwijsadviseurs, stafmedewerkers, onderwijsondersteuners, noem maar op.

Wie denkt dat we hier met een geheim genootschap te maken hebben met als doel het ten val brengen van de monarchie, heeft het ernstig mis. Er blijkt namelijk een studieochtend voor genoemde personen te zijn geweest, waar men zich boog over het probleem dat licentienummers , beginnend met een “0” niet in de aanvulservice uitgelezen konden worden. Verder heeft men van gedachten gewisseld over het aantal nationaliteiten dat vermeld moest kunnen worden in het examenformulier. Dat waren er te weinig. Daarom werd een lijst bijgevoegd met 206 “meest waarschijnlijke nationaliteiten”, zoals bijvoorbeeld de Kiribatische en de Barbadaanse. Laat ik altijd gedacht hebben dat het hier om buitenaardse wezens handelde, die met zacht wiegelende voelsprieten door de gangen van onze school zweefden.
Het moge duidelijk zijn dat de doorsnee-docent een hoop belangrijk werk uit handen genomen wordt door zo’n studie-ochtend.

Ik vond ook al dat er de laatste tijd erg veel Kiribatiërs en Barbadanen door de gangen wandelen. Wel gezellig zo.