Klussen

 Het is een paar dagen vakantie. Meestal krijg ik dan een moedeloos makende lijst voorgeschoteld, waarmee ik dan aan de slag moet. Klussen vind ik niet erg, alleen het afmaken van iets is nog een hele opgave en het opruimen van mijn gereedschap – wat ik tijdens het werk steevast kwijt ben –  is zo mogelijk nog erger.  De lijst bestaat ook zeker voor de helft uit opdrachten van vorige vakanties, soms zelfs tot twaalf jaar terug, zoals enkele plintjes die ik na aankoop van dit huis nog steeds niet heb aangebracht, want ja, het zit gedeeltelijk toch achter het bankstel en zo. Waarom nemen die vrouwen toch niet eens zelf het gereedschap ter hand zodat ik rustig kan computeren.
Het blijkt een mannenzaak te zijn. Veel onbestemde bestelbusjes van zwartwerkende loodgieters buiten, binnen veel kerels die hurkend bij een bak met aanbiedingen een gruwelijk bouwvakkers-decolleté tonen, veel sterk naar zweet ruikende mannen met pakjes shag in de borstzak,  veel buurmannen die samen een kant-en-klaar schuttinkje aanleggen. Er wordt wat afgeklust. Ook nu weer, want mij is dringend van vier kanten verzocht de kamer van mijn jongste dochter een schilderbeurt te geven, en het is al donderdag en ik zou zaterdag begonnen zijn, weet je nog wel, maar toen heb ik de hele dag verdaan met spelletjes spelen en ja het regende inderdaad maar dat was nog geen excuus om dan binnen niet te kunnen schilderen en of ik ook nog even mijn sokken en onderbroeken die overal rond slingerden in de slaapkamer nu eens op wilde ruimen of in de was wilde gooien want denk je dat ik daar een beetje aan ga ruiken om te kijken of ze schoon of vuil zijn nee dat doe je zelf maar.
In de Karwei lopen dan ook allemaal klusachtige mannen rond, die met een kennersblik een half uur lang de diverse varianten op het gebied van knelkoppelingen staan te bestuderen. Heb ik ook geen moeite mee trouwens, want toen ik afgelopen voorjaar een nieuw toilet moest aanleggen – “moest”, ja –  heb ik meer tijd in de afdeling koperwerk, aan- en afvoer van de bouwmarkt doorgebracht dan in het te bouwen toilet zelf; ik bleek natuurlijk weer allerlei afwijkende maten te hebben, want toegeven dat ik mogelijk iets verkeerd heb gemeten, dat nooit. Hoogspanning tijdens de eerste keer doortrekken van mijn zelf aangelegd hangend toilet. In de pot verscheen niets, maar uit de aansluiting op mijn versgetegelde muurtje des te meer. Dus duidelijk weer een cruciaal buisje nèt een centimeter te kort afgezaagd, en natuurlijk was ook net de bouwmarkt voor de rest van het weekend gesloten, dus nog niet ontspannen de krant lezen op mijn nieuwe toilet, want ook alle vloertegels waren door dit waterballet weer losgekomen. 
Nu een jaar verder, moet ik trouwens nog steeds een handdoekhaakje wat steviger bevestigen en er moet nog een likje verf om de aansluiting van de wastafelsifon heen. Voor de meelezende dames: een sifon is zo’n uitsteeksel aan de onderkant van de wastafel.
Valt me mee dat ze nog niet over dat haakje begonnen zijn. En tijdens het schrijven van dit stukje had ik boven al weer een wandje kunnen sauzen.

Elke dag anders

Het is genieten in de vakantie. Even niks doen. Beetje surfen op internet. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: onderwijsfilmpjes kijken dus, door leerlingen stiekum gemaakt met het mobieltje. Zo makkelijk is dat tegenwoordig. Er is een nieuwe site, “Beoordeelmijnleraar.nl.” Leerlingen kunnen daar hun school én hun docenten beoordelen op een aantal hippe criteria, kunnen een cijfer geven en ook hun leraar fijntjes van commentaar voorzien. De makers van de site, ongetwijfeld twee gehaaide zakenjongens, vermoedelijk mbo-dropouts, beloven het taalgebruik in de gaten te houden en er voor te zorgen dat er niet gescholden wordt. Een gymnasium-leerling vindt zijn school een “retesaaie kutsgool”. Ach ja, als de boodschap maar duidelijk is. Correct taalgebruik op het gymnasium tegenwoordig. Heel Nederland mag meegenieten. Er zouden ook filmpjes op zo’n site geplaatst moeten kunnen worden. Om het beeld een beetje te complementeren. Nog meer hits. You Tube staat er al vol mee.  Ik ben benieuwd wanneer ik op YouTube en Beoordeelmijnleraar verschijn. Dan ga ik er flink op klikken, om zo mijn score een beetje op te krikken, mocht die onverhoopt negatief uitvallen.
Hoe fijn is het als je orde hebt. Hoe vreselijk zal het zijn als dat niet zo is. Oordeel zelf:

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=8UGGz1QUCGo[/youtube]
[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=VsN5FkTpgXU&feature=related[/youtube]
[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=_iFcWZCsbKw&feature=related[/youtube]

Gelukkig is er echter hoop. Docenten kunnen tegenwoordig in een rustgevende omgeving een agressietraining volgen. Hieronder een werkelijk hilarische impressie om weer even van de schrik te bekomen na bovenstaande filmpjes.

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=_-WrJ6BmweU&feature=related[/youtube]

Voorjaarsvakantie

“Wacht, ik haal even de kaart met de ski-pistes”.
“Ja, en dan zal ik je op de mijne even laten zien waar wij dit jaar naar toe gaan”.
Moeder en dochter voeren een enthousiast gesprek over de verschrikkingen van wintersport, waar ik mij, àls ik al mee zou gaan, toch het liefst de hele week in een arreslee, deken over de schoot, zou laten vervoeren. Dochter is nèt terug, met enorm blauwe knie, en moeder gaat over twee weken; er wordt hier dus nergens anders meer over gepraat. Doe mij maar sjoelen of dammen. Of sigarenbandjes verzamelen. Iedereen schijnt zich tegenwoordig in de vakantie te buiten moeten gaan aan een of ander sportief exces. Fun. Abseilen, raften, en nu zag ik weer in de krant een soort ski’s op luchtbanden waar je en passant nog even voor vijfhonderd euro passende outfit bij koopt en dan hup, de natuur in.
Ga je een dagje wandelen op je eerste voorjaarsvakantiedag, komt daar zo’n groepje felgekleurde, schreeuwende  terreinrijders aan, met van die moddersporen op hun achterwerk, glazige ogen en grote slierten snot aan de neus hangend. Waarom moeten die kerels zich zo uitsloven, hoe raak je je overvloed aan testoseron kwijt. En de maandag daarop tijdens de koffiepauze, de lunchpauze en de theepauze de hele fietstocht, of de voetbalwedstrijd, of de skilaupe of de schaatstocht nog eens tot vervelens toe nabespreken.
Een hele week vakantie gelukkig, even geen sport.

Wie in het onderwijs zit, heeft veel vrij, althans, zo denkt de buitenwereld, want ik moet me hier natuurlijk wèl even verdedigen tegen de hardnekkige misvatting dat wij docenten dus van vakantie naar vakantie leven en bijvoorbeeld ook dat wij maar één boek lezen, namelijk Elseviers Belastinggids.
Ik heb leesvoer genoeg mee.  De “Reflectiematrix” van het APS bijvoorbeeld. Die moet ik nog invullen, ik weet eigenlijk niet meer waarom: ik moet volgens de matrix kruisjes zetten of ik tijdens, vooraf, of na mijn les gevoelens heb die te maken hebben met hoofd, hart of buik. Het zou zómaar een kijkersonderzoek geweest kunnen zijn naar de effecten op het onderwijsproces tijdens het kijken naar Deep Throat. Niet gezien trouwens.
Het APS bedenkt – zoals altijd – méér boeiends, bijvoorbeeld een lijst met “Socratische vragen” die ik mijzelf moet stellen tijdens “het scheppen van een goed klimaat voor het denken”. Tegen de tijd dat ik alle 30 vragen heb gesteld – “Weet je zeker dat je jezelf niet tegenspreekt?”- ben ik vermoedelijk meer dan rijp voor een gesticht en kom ik helemaal niet meer aan normaal denken toe.

Maar ik ben er nog niet. Een andere instantie, het Groene Lab, waar men zich ook suf piekert over hoe hou je jezelf aan het werk, heeft mij van een waslijst documenten voorzien, die bijvoorbeeld gaan over het “backward mapping script van de denkorganizer” of over het “coachen van dikke en dunne vragen”. Het is reflecteren vóór en na in het onderwijs.

O ja, het APS wil ook graag dat ik weer ga stickeren , de laatste twintig minuten van mijn les, zodat ik met behulp van flaps ( ze hebben ze daar in de jaren ’70 blijkbaar groot ingekocht )  en gekleurde stickertjes met al mijn leerlingen plenair mag nabespreken. Is de les eenmaal klaar, dan moet ik nog de brillentest doen: kijk door de bril van mijzelf, de leerling, de coach, de vakdocent, de directrie en de ouder/verzorger, en dan mag ik vertellen wat ik zie.
Waarschijnlijk niks, alleen nog maar een stekende hoofdpijn door al die brillen en stickers. 

Gezellig: Dia’s met een terminaal hapje en drankje

Ik was op bezoek bij mijn moeder, die haar laatste momenten moet doorbrengen in een verpleegtehuis in Apeldoorn. Wie daar door de gangen loopt laveert tussen een gevarieerd aanbod van lichamelijke hulpmiddelen door. Rollators natuurlijk, verder po-stoelen, brancards, apparaten waaraan allemaal banden en kussens hangen, toestellen waarmee men in bad kan afzinken, en natuurlijk staan ook overal karretjes met schalen, steken, spuugbakjes, emmers, doosjes met medicijnen en allerlei onaangeroerde etenswaren, meestal in pap-vorm.

De kamerdeuren staan open, en daar ontwaar je dan menselijke gedaanten, die uitgemergeld op bedden liggen, met ingevallen mond starend naar het plafond; een enkeling heeft bezoek. Velen -want je loopt er vaker-  lijken nooit iemand aan het bed te hebben. En weer een dag later lijken sommigen sinds de vorige keer niet bewogen te hebben of is zo’n bed dan leeg.
In de recreatiezaal weerklinkt onderdrukt gemompel en gemummel, en het gerammel van lepeltjes in kopjes die enorm bevend naar de mond worden gebracht. Men hangt daar in groteske houdingen in de stoel of rolstoel, als woordeloze lappenpoppen die een trage moderne dans uitvoeren op een bizar theaterpodium. Oud worden, en dan je waardigheid behouden of moeten verliezen, beide vormen een kunst die heel veel vraagt.

Mijn moeder wees mij op een brief die in de lade van haar kastje lag. Die had zij gekregen van de activiteitenbegeleider van het tehuis.  Wie dagelijks activiteiten voor stervenden moet begeleiden, dient wel te beschikken over een creatieve geest. Wel, dat was hier duidelijk het geval. In samenwerking met uitvaartverzorger Monuta werden alle patiënten hartelijk uitgenodigd eens na te denken over de dood, en over welke mogelijkheden er wel niet waren om op een unieke manier de pijp uit te gaan.
Alle vragen zouden beantwoord worden op een speciale avond op 27 maart over “Gaan zoals je bent”. Nog even volhouden dus, nog even rekken. Een gastspreker zal op de bewuste avond aan een ongetwijfeld enthousiast publiek dia’s vertonen – van zijn laatste reis wellicht –  en vertellen over allerlei ontwikkelingen in de uitvaartzorg.
Ook de eigen inbreng in de vormgeving komt daarbij aan bod.  Na afloop van de avond kan iedereen nog even napraten “onder het genot van een hapje en een drankje”, ja, het staat er echt.
Ik zie zo’n avond al voor me: alle kamers leeggehaald, de zaal moet vol tenslotte, vooraan de lammen, blinden, doven en zij die nog slechts als plant liggen te vegeteren, zodat ook zij toch maar niets van het intrigerende schouwspel zullen missen. Op de tweede rij alle rolstoelen – al dan niet met ingebouwde po – en op de derde rij de wat gezonderen van lichaam en geest, die nog zelfstandig om een plekje in de uitpuilende zaal hebben kunnen vechten. Her en der torenen staketsels waaraan een infuus hangt.
Het geluidsvolume op tien, de presentator krijsend in de microfoon, laat de dia’s tot mij komen. Meneer, u daar in die rolstoel op de tweede rij, wel even bij blijven hè? Wilt u een kist van gewoon fineer of ons De Luxe model? Zal ik de dia nog een keertje laten zien? O, u bent blind, pardon.
De hapjes en drankjes gaan er ook nog in na afloop ja, al dan niet via de sondevoeding. Doe mij nog een scheutje pinda’s in de slang graag. En nu allemaal rap naar de kamer, want het is de hoogste tijd voor de nachtelijke dosis morfine. Vergeet u niet even dit contract te tekenen, ik hou uw hand wel vast als het wat moeilijk gaat.

Ik zal niet verder gaan, want ik word steeds kwader….
Verpleegtehuis, wat is dit hier? Voor mij geen Monuta meer, en voor mijn moeder ook niet als er nog aan te ontsnappen valt.

Mooi…..

’t Is weer weekend, dus tijd voor een mooi ontroerend filmpje. ‘Lieder ohne Wörte’ zullen we maar zeggen, dit keer op de muziek uit de prachtige film van Amélie Poulain.

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=-ZJDNSp1QJA[/youtube]

Dutch Bloggies

Ik word nog beroemd. In een vlaag van onbezonnen jeugdigheid heb ik mij eens opgegeven voor de Dutch Bloggies, de jaarlijkse verkiezingen voor de beste weblogs van Nederland. Nu zie ik dat ik daar met nog 284 weblogs ben overgebleven  van 1126 nominaties en inmiddels ben doorgedrongen tot de tweede juryronde, en dat Wauwel in de categorie Onderwijs is geplaatst, waar ik nog 19 concurrenten moet zien te verslaan. Ik koester geen illusies  omtrent de uitslag op 19 maart, want ze kijken behalve naar originaliteit en schrijfstijl ook nog naar ontwerp en inzet van nieuwe technieken. Nu ben ik altijd hoogst geïnteresseerd in nieuwe technieken, maar inzetten, ho maar! Eens een docent, altijd een docent.  Met plaats 284 ben ik dus  wel tevreden eigenlijk en ik heb ook geen miljoenenverslindende campagne gevoerd om kiezers te trekken in de Primaries.  ’t Is ook allemaal zo’n gedoe. Straks moet ik nog naar de grote stad voor een prijsuitreiking; nee, ik ben al genoeg gevleid zo. En wat moet een verzuurde vijftiger tussen de hippe incrowd ( ook al zo’n jaren zestig-kreet )?
Toch had ik liever in de categorie ‘Persoonlijk’ gezeten. Samen met Wim de Bie dan. Of zo. Onderwijs, is dat niet altijd persoonlijk? Ik had het er vandaag met een klas over. Over ordeproblemen, en docenten die geen orde kunnen houden.  Net zo lang doorgaan tot er eentje in huilen uitbarst, daar voor die klas….en waarom kan de ene leraar het wel en de andere niet. En hoe verschrikkelijk het is als je als leerling of leraar gepest wordt. en je ziet dan sommige leerlingen denken: Hij heeft het over mij, hij weet in wat voor hel ik jaren heb geleefd. En zo heb je het belangrijkste gedaan wat je in een les kunt doen: niet iets leren, maar een persoon zijn en je in een andere persoon kunnen verplaatsen.
Het hangt van je persoonlijkheid af, zeiden ze. Gelukkig maar, ik heb orde, zonder te hoeven schreeuwen, of met vuisten op tafel te slaan; dus persoonlijkheid blijkbaar. En het is nog leuk ook. Ik ben blij met mijn nominatie. 

Tom Tom Rollator

Net op het journaal. Een beetje vooruitstrevende vijftigplusser kan nu een rollator met ingebouwd navigatie-systeem aanschaffen.  Gat in de markt. Ik hoor een enthousiaste verkoper uitleggen: “Kijk, en als u dan hier op dit schermpje tikt, ziet u vanzelf waar het eerste openbare toilet in de buurt is.” Een wegwijs-vrouwenstem klinkt: “U bent gearriveerd op de bestemming!”. Open die gulp dus, en plassen maar. En het lang nadruppelen wordt in de totale route-duur meegerekend. Zo kun je dus met Tom Tom een handige schuifelroute uitstippelen, van toilet naar toilet, en ik zou daar dan gelijk ook wat incontinentie-luierautomaten in de database laten opnemen. Denkend aan Holland, zie ik een trage stoet rollators van plee naar plee gaan. ’s Nachts allemaal van die gezellig rond dolende verlichte schermpjes rondom de openbare toiletten, als trage vuurvliegjes tijdens de paringsdans. Maar geen vijftigplusser meer die ooit nog verdwaalt. Tenzij de Tom Tom het geestelijk contact met de satelliet even verliest, dan kun je maar zo een stel bejaarden aatreffen die met hun rollators een blinde muur aan het rammeien zijn omdat het systeem stug blijft volhouden dat hier de ingang van het urinoir is.

Wel, de lezertjes zullen begrijpen wat morgenochtend mijn eerste gang wordt. Eerst nog dwalend richting Thuiszorgwinkel, maar dan ferm voortschuifelend, de rest van mijn leven geleid door de hogere machten van Tom Tom.