384 vrienden

“Vrienden voor het leven” is meen ik een stukje tekst wat door een would-be zangeresje bij een of andere soap-serie wordt gekweeld. Vrienden zijn heel belangrijk, de mens blijft een kudde-dier en hoe meer schaapjes bij elkaar hoe beter. Het hebben van vrienden is voor de meeste pubers ook een must, met positieve maar soms ook negatieve effecten: in je eentje ga je geen autospiegels kapot trappen of bushokjes van graffiti voorzien. Daar heb je vrienden voor nodig. Wel eens één hangjongere gezien? Die bestaat niet. Die gaat z’n moeder helpen met het strijkgoed of een kathedraal van luciferhoutjes in elkaar lijmen.

Waarom bestaat een klas vol zeventienjarigen de eerste dagen van het nieuwe schoolopleiding uit enkel doetjes en goedwillende sulletjes? Omdat ze nog geen vrienden hebben. Waarom schrijven ze nog enigszins leesbaar in een maagdelijk schrift en lopen ze nog met een enorme tas vol boeken als de eerste de beste brugpieper? Er zijn er zelfs bij die trekken bij erbarmelijk rotweer zelfs nog een jas aan of die hebben nog een werkend lampje op de fiets.
Dat wordt allemaal anders zodra ze vrienden hebben. “Ik ga daar een beetje voor paal lopen met een dikke jas aan, met een boekentas, ja, ik ga daar een beetje op zitten letten in de les. Wat zouden mijn vrienden daar van zeggen?”

Gisteravond ontdekte ik dat één van mijn dochters 384 vrienden heeft op Hyves, uit een totaal van – op het moment van schrijven – 7531517 Hyvers. Ze zit er nu zo’n anderhalf jaar op denk ik. Zó organiseer je een verjaardagspartijtje voor vijf vriendinnetjes die zoet cakejes komen versieren en enthousiast een puzzeltocht door het dorp maken, en zó zit je je zorgen te maken over waar je 384 vrienden moet laten en hoeveel cakejes, bier en breezers je dan in huis zou moeten halen. Je wordt ouder papa.

Nu zit ik zelf ook op Hyves, uit beroepsmatige interesse, zal ik maar zeggen, al ongeveer vanaf het begin van dit vrienden-netwerk, toen alle vrienden van mijn dochter nog zo’n beetje in de Holle Boom bij Kraantrje Lek zaten. Ik heb al 71 ( ! ) vrienden, hoewel ik er niet over zou piekeren om die allemaal op mijn partijtje uit te nodigen. Voor een puber moet dat een vreselijk aantal zijn. Wat moet een vijftiger op Hyves? Of je bij de discotheek naar binnen probeert te komen. Dat lijkt een beetje griezelig, een beetje sneu wellicht. Maar je leert er veel over pubers, tenslotte mijn doelgroep op school. Nu ben ik gelukkig niet de enige van die leeftijd. Jan Peter Balkenende zit er ook, met 149944 vrienden, ook weer op het moment van schrijven. Of ik ook vriend van Jan Peter wil worden. Uhm… nee, nog even niet. Dan had ik er toch maar weer een vriend bij gehad.
Ik kan allerlei enge dingen met Jan Peter doen: ik kan hem tikken, ik kan hem crushen, ik kan mijn profiel speciaal voor hem pimpen of een testimonial schrijven. Komt hij thuis, ziet hij dat hij door mij gecrusht is. Lijkt me vreselijk. Ik durf niet eens op het knopje te drukken, straks tikt hij mij of zo.

Even terug naar mijn dochter. Die is ook al twee keer gespot zie ik. En haar profiel is 132 keer bekeken. Het mijne zowaar 1038 keer, ontdek ik nu, maar ik ben daarentegen weer nergens gespot. Misschien loop ik daardoor gelukkig minder kans om gecrushed te worden.
Nu kan ik haar  ook toevoegen als vriend, dat levert mij en haar weer een puntje op. Weer een extra plakje cake op de verjaardag. Laat ik eerst maar even aan haar vragen. Misschien schrikt het andere vrienden van haar af anders. Je ontleent als puber je status aan het aantal vrienden op Hyves. In de klas heb je geen schoolpsycholoog meer nodig om de zielebouten er uit te pikken. Je kijkt gewoon naar de aantallen vrienden op Hyves. Over veertig jaar krijg je een nieuw soort bejaardenprobleem: de bejaarden die weinig Hyves-vrienden hebben. Daar komt de Hyves-geriater op bezoek. 

Even naar mijn vrienden: de meesten zijn oud-leerlingen, ik ben blijkbaar enorm populair geweest. Die willen graag allemaal hun oude docent op hun lijstje zien.  Een beetje schooldirecteur gaat dus even op mijn Hyves kijken, als ik ooit nog ergens solliciteer. Een groot deel van de werkgevers doet dat trouwens sowieso al bij een nieuwe sollicitant. Dat gaat in de toekomst een nieuw probleem opleveren. Vroegàh had je vervalste diploma’s, nu krijg je vervalste Hyves. Zorg dat je veel vrienden hebt, zet er foto’s van jezelf op in allerlei zakelijke en hardwerkende situaties, werken wordt je grootste hobby.
Hm, 71 vrienden heeft die Wauwel maar, dat moet wel een a-sociale collega zijn. Dan liever de Docent van het Jaar. Even zoeken…..maar wat is dat? Die heeft geen Hyves! Er is dus nog hoop voor mij. Ik hoef mijn Hyves niet te vervalsen.

Feest in B.

Gezellie in de legbatterij, want wij produceren toch maar een Wereldei!

Vandaag ben ik maar extra vroeg opgestaan, want hier in het dorpje B. op de Veluwe zal een feestelijke gebeurtenis plaatsvinden die in de geschiedenis zijn weerga niet kent, en die Koninginnedag in Amsterdam in de schaduw zal stellen. Het zijn hier namelijk de Wereld Eidagen !!!!!! ( Dat het elders in de wereld internationale “Coming Out-dag is, is een beetje hinderlijke en op de Veluwe wat onsmakelijke bijkomstigheid, die mogelijk de Wereld Eidagen wat in de schaduw zal zetten )
Voor de Eidagen is een heuse commissie in het leven geroepen, met de missie om B. de “wereldstad van het ei” te maken. Ook is er een website in elkaar geknutseld die helaas qua layout het ergste voor het voortbestaan van het ei doet vrezen en die associaties oproept met step-ins, steunkousen, corsetten, sokophouders, overvloedig oorsmeer, pedicures, gehoorapparaten, spataderen, lang nadruppelen, steenpuisten waar een bosje zwarte haren uitgroeit, kalknagels, dyslexie, de ambachtschool, Ot en Sien, doorliggen, kunstgebitten, sputums, kantklossen, klederdracht, de veenkoloniën, de watersnoodramp, Balkenende, Staphorst, de verwoesting van Dorestad door de Noormannen en ach, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het geheel wordt financieel gesteund door de Fortisbank, dat is ook al niet echt bemoedigend, en nu is het mij ineens duidelijk waardoor de wereldwijde kredietcrisis ontstaan is.

Maar goed, terug naar het feest, want zoiets gebeurt niet vaak in het dorpje B. Een commissielid heeft de grammatica- en de hoe-leer-je-ook-al-weer-schrijven-boekjes nog maar eens van stal gehaald om het programma van de Wereld Eidagen in de plaatselijke huis- aan huiskrant te kunnen zetten.  Het resultaat is een te verwachten feestgedruis waar menig hart sneller van zal gaan kloppen, en nu al voel ik in het dorp een opgewonden sfeer.
Het programma – en af en toe citeer ik even: Ouders kunnen met hun kinderen drie keer naar een ei-lezing, “over het ei en het maken/proeven van hapjes”. Dat kost wel vier euro per volwassene, en twee euro per kind, dus een beetje Veluws gezin ( toch al gauw vier kinderen ) is voor zo’n lezing 16 euro kwijt, maar zoiets is, vooral voor de kinderen, natuurlijk wèl een onvergetelijke ervaring als je de rest van je leven nooit meer van het erf wordt losgelaten. Er is ook een kunstexpositie van namaak-eieren en eierdozen. Daar hebben hordes schoolkindertjes met de tong uit de mond dagen lang op zitten frutselen, met als resultaat vrolijk beschilderde grote klonten door een gloeiend heet lijmpistool aanéén gekitte peuters, eierdozen en eieren. Interessant.
We mogen de inhoud van een reuzenei raden en er zijn standwerkers. Er zijn enkele ei-bedrijven die hun deuren opengooien. Zo kunnen we een “skybox opfokstal” en “legsystemen” bekijken, wat ook voor de allerkleinsten toch een niet te versmaden attractie moet zijn, en bij een ander bedrijf lezen we “Te bezichtigen: Biologische Legpluimveehouder”. Ja, hoe zou zo’n houder er nou toch uit zien?  

Het knallend hoogtepunt van deze orgie van vermakelijkheden wordt echter toch wel het “Eigooien” vanaf de plaatselijke kerktoren. “Nee niet met echte eieren natuurlijk, dat zou zonde zijn en een enorme smeerboel geven. Maar wel met soft kunststof, dus ongevaarlijke raketeieren”. Nadere lezing van deze feestelijkheid leert dat “iedereen die op eigen houtje de toren kan beklimmen mag één ( ! ) keer meedoen en vier raketeieren werpen”.
Ik kan haast niet wachten. Kom je daar totaal buiten adem op de torentransen aan, mag je één keer vier schuimrubberen eieren over de rand knikkeren, die je vermoedelijk vervolgens door de wind weer in het gezicht geblazen worden. Heb ik nu mijn hele leven al willen doen, vier eieren van piepschuim of zo van de toren mikken. Gooi dan gelijk die hele kist omlaag, en spring er desnoods net als Jan van Schaffelaar zelf achteraan, dat geeft nog een beetje effect. Ik voorzie tot diep in de nacht lange rijen wachtenden daar beneden bij de toren.

Feest in B. dus. Wat zal ik ‘ns aantrekken, iets met geel en wit maar.

De relativeringstheorie van Reinstein

Vandaag had ik – nota bene op mijn BAPO-dag – een gesprekje met een redelijke gezaghebbend persoon ( nee, niet mijn directeur ) over het ICT-gebruik van de bloem der natie, onze pubers dus. Er is namelijk sprake van een regelrechte generatiekloof als het gaat om digitale vaardigheden en interesses. Voor onze leerlingen zijn wij, eenmaal de dertig gepasseerd, mastodonten uit de steentijd, die al jaren lid zijn van de Commodore 64– hobbycomputerclub, die een mobieltje gebruiken om te bellen en die nog prehistorisch emailen. Sterker nog, de meeste jongeren hebben denkelijk nog nooit van een Commodore 64 gehoord en denken dat het hier om een automerk uit het voormalige oostblok gaat.

Ik weet nog goed: toen ik als een kind zo blij mijn Commodore 64 aan de huiskamertafel uitpakte, verkondigde ik met ernstige zekerheid aan mijn wat moedeloos toekijkende vrouw ” Nu zal ik nóóit meer iets anders hoeven. Dit apparaat kan alles!”. Ik was deelgenoot geworden van een andere wereld, van de nieuwe wereld. Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Avonden bracht ik door met cassettebandjes, die na een half uurtje knerpende en piepende geluiden ( de “machinetaal” ) een nieuw programma op het beeldscherm toverden, bijvoorbeeld een balletje wat van links naar rechts en vice versa over de beeldbuis stuiterde, onder het voortbrengen van een spannend “Bliep”! Het vliegen met de Flightsimulator over een uit witte lijntjes op een zwart scherm bestaand landschap, het was allemaal nèt echt.

Uren lang verlustigde ik mij aan het spelen van de Olympische Spelen ( u kunt het hier wel ergens online spelen ), waarbij je met een bomvrije joystick als een bezetene heen en weer bewegend een atleet, bestaande uit een aantal blokjes, over het gravel kon laten rennen. Na afloop had je meer spierpijn dan de echte atleet. In de ogen van mijn vrouw leed ik waarschijnlijk toen al aan ernstige geestelijke vergrijzing, iets waar het onderwijs heden ten dage flink onder te lijden heeft, al gaat het dan meer om lichamelijke aftakeling van het personeel. Dat was nog geen dertig jaar geleden.

Intussen begint elk ICT-congres wat ik bezoek, steeds meer op een uitje van het geriatrisch instituut te lijken, waarbij wij allen hebberig led-sleutelhangers, muismatjes en nòg meer USB-stickjes met reclame-opdruk bij elkaar proberen te sprokkelen, en waarbij wij ijverig bij elke prijsvraag onze visitekaartjes in een vissenkom doen, in elk geval in ruil voor een pepermuntje en hopend op zo’n mooie iPhone of een digitaal lespakket. Daar schamen we ons natuurlijk wèl een beetje voor, dus doen we dat quasi ongeïnteresseerd op de manier van “ach, laat ik in vredesnaam dat prijsvraagformuliertje dan ook nog maar even invullen”. En we zorgen dat we ten tijde van de uitslag toch vooral wèl een beetje in de buurt van de stand staan. En zo’n hinderlijke vertegenwoordiger, die je na een paar weken opbelt dat je helaas geen prijs gewonnen hebt maar die wèl een interessante aanbieding voor je heeft, ach, die wimpel je met een smoes wel af. Het zijn een soort doldwaze dagen van de Bijenkorf.
De schaarse aanwezige jongeren zien het allemaal geamuseerd aan, want die hebben al lang een iPhone en die hebben allemaal oneindig veel meer vrienden op Hyves dan wij, voorstrompelende digitale achterblijvers.

Maar goed, tijdens ons gesprek kwam ook de enorme hoeveelheid hardware ter sprake die in het onderwijs is gepompt, met het doel een voor de jongeren aangenaam digitaal klimaat te scheppen, want tegen alle flitsende multiplayergames, social communities en andere online werelden denken de onderwijsbeleidsmakers ( vaak zijn dat door dure adviesbureaus aangestuurde schoolbesturen ) toch het nodige tegenwicht te moeten bieden, in de vorm van hippe websites en zoekmachines, met smartboards, digiboards, electronische leeromgevingen en laptops, om zo de begeerde leerlingen te lokken, want al die uitgaven moeten natuurlijk wèl weer ergens bekostigd worden.
Zo wordt er dus in de voorlichtingsfoldertjes kwistig gestrooid met Engelse kreten en met mooie spullen die “in een uitdagend leerlandschap” zijn geplaatst.

Mijn vrouw werkt part-time, samen met nog een stuk of zes part-time dames op een heel klein basisschooltje met een groot aantal probleemleerlingen. Gemiddelde leeftijd van het team is rond de veertig. Haar schoolbestuur had met een of ander ICT-bedrijf een dealtje gesloten over de aankoop van digitale schoolborden van een onbekend merk, in de trend van “drie halen, twee betalen”. Vóór de grote vakantie werden die vervolgens als zijnde het Ei van Columbus in de klas opgehangen, met als extraatje twee laptops.
Een jongetje uit groep acht heeft nu, uiteindelijk na maanden, één der laptops aan de borden weten te koppelen, met als resultaat een enthousiaste leerkracht die meende nu met het digitale schoolbord te werken waar het in deze opstelling slechts een veredeld diascherm betrof. Het schoolbestuur slaat zich naar de blije ouders toe op de borst, want “moderne leermiddelen”, het toverwoord wat alle les- en bekostigingsdeuren opent.

Vanmiddag stond hier in het plaatselijke sufferdje een klein stukje over een groep kinderen uit Tsjernobyl. Die komen hier elk jaar een beetje aansterken en in de watten gelegd worden. Zes kinderen  kregen van de plaatselijke Blitz-optiek ( ik noem gewoon de naam maar even, want hun actie verdient lof! ) een brilletje; ze bleken ongeveer geen steek te kunnen zien, laat staan een digitaal schoolbord op een schooltje ergens in de buurt van Pripyat waar men al dolgelukkig zou zijn met een door het westen afgedankte Commodore 64……

Ik wil maar zeggen, waar maken we ons in het Nederlandse onderwijs eigenlijk druk om. Leren doen de scholieren toch wel, dat zit hem in de leeftijd. En als het om ICT gaat, leren we meer van hèn dan zij van ons. Alles is relatief.

Rein ( Wauwel )

Dag van de leraar, deel 2: Docendo Discimus

Om mijn school is het gebruikelijk de week te beginnen in de personeelskamer, alwaar één der collega’s vervolgens enige overpeinzingen op ons los laat. Even een moment van contemplatie en bezinning in de tredmolen des levens, zouden boosaardige tongen kunnen beweren.
Sinds kort hangt daar ook  – heel modern – een beeldscherm, dat nogal slordig tegen de muur aangetroffeld lijkt. Ergens bovenuit steekt een stuk stevig betonijzer waaraan een olifant nog een onbezorgde oude dag zou kunnen doorbrengen. Blijkbaar acht men de mogelijkheid aanwezig dat een tegendraadse docent het appraat een keer met grof geweld te lijf gaat als het getoonde lesrooster niet geheel naar wens is.
Vandaag prijkten in het kader van de weekopening op het scherm de woorden “Docendo Discimus”, vrij vertaald: “door te onderwijzen leert men”.
Nu heb ik vandaag onderwezen ( Dat je een sollicitatiebrief niet met “Hallo, na aanleiding van” moet beginnen, bijvoorbeeld ). Ik heb dus ook wat geleerd. Er was een vervelende knaap, lollig doen met een petje en zo, tijdens een belangrijke uitleg. Het raam open en bij kop en kont naar buiten zeilen zou een ideale oplossing zijn. Schuimbekkend van woede het joch de deur wijzen kon ook. Dat geeft een hoop sensatie en doet het goed op YouTube. Dus onderbrak ik hem even in zijn geestigheden en zei: “Ik vind je een aardige knaap, even goede vrienden, maar je gaat nu wel even naar de Duplo-hoek in de aula, en héél misschien mag je er volgende keer weer in als je het eerst netjes komt vragen.”
Doodse stilte gelijk in de klas, en daarin hoorden we hem duidelijk en welgemeend stamelen “O, sorry meneer, dit was niet mijn bedoeling”. Dat had ik niet direkt verwacht van zo’n doorgeschoten puber. Niet te snel oordelen dus, en de volgende keer mag hij dus braaf weer naar binnen. Van hem zal ik geen last meer hebben, en hij van mij niet meer. Een pluimpje kan hij van mij krijgen. Docendo Discimus.

Verder was het een leuke en leerzame les. En omdat het Dag van de Leraar was, had het management gelukkig tijdig voor taart gezorgd. Daar kan geen onderwijsvernieuwing of vergadering tegenop.

Dag van de leraar

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=zPMm5RE6rj0[/youtube]

Vanochtend bij het ontwaken doorstroomde mij een warm gevoel: het is vandaag de Dag van de Leraar! Terwijl buiten de regen met bakken uit de lucht viel en een gure westerstorm de dakpannen deed rammelen mochten wij ons verheugen op een dag vol festiviteiten, waarvoor wij onlangs gratis toegangskaartjes voor het Openlucht Museum hadden ontvangen. Met ons eenvoudig salaris is zoiets natuurlijk een enorme financiële meevaller, maar we zijn- gezien de barre weersomstandigheden – toch maar niet gegaan en bovendien hadden we het nog druk met correctie en lesvoorbereiding.
De feestlocatie – het Openlucht Museum – is trouwens treffend gekozen; temidden van bouwsels uit de oertijd, versteende gebruiken en andere lang vervlogen zaken mogen moderne lesgevenden gezellig met elkaar en met de minister in een hopeloze discussie. Zoals tegenwoordig gebruikelijk is er natuurlijk een swingende Engelstalige benaming: “World Teacher’s Day”, en worden wij ook uitgenodigd om deze gebeurtenis morgen op school uitbundig te vieren, bijvoorbeeld door het uithangen van een speciale vlag. Het thema is dit jaar heel vermoeiend “Inspiratie”. We mogen in het museum gaan schilderen en zingen, goochelen en we mogen ons verlustigen aan “speeddates” (?). Er is ook een workshop “Loyaliteit”; ik durf er niet te aan te denken waarop die loyaliteit gericht zou moeten zijn. Mocht het ons allemaal wat te uitbundig en te loyaal worden, dan is er nog plek voor reiki, paarden en coaching, hatha yoga en stoelmassage ( …. ) Allemaal typische bezigheden van de moderne docent.

Natuurlijk vindt ook weer de verkiezing van de “Leraar van het Jaar” plaats. De MBO-leraar van het afgelopen jaar, die zijn enthousiasme voor het competentie-onderwijs niet onder stoelen of banken steekt,  houdt ook een weblog bij. Een ieder die dit leest, zal helaas tot de conclusie komen dat het hier zeker niet om een docent Nederlands gaat ( “wat meer als bij de andere”) . Wie zich een beetje inspant en zich niet al te zeer aan zijn grote hoeveelheden gruwelijke taal- en stijlfouten ergert, zal de boodschap nog enigszins kunnen ontcijferen. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar het taalniveau van de komende MBO-leraar van het Jaar, maar fatsoenlijke beheersing van het Nederlands schijnt tegenwoordig in het MBO in veel gevallen een hinderlijk bijkomstige competentie te zijn, voor zowel leraren als leerlingen, zeker als het gaat om grote ROC’s.

Mijn jongste dochter zit sinds kort ook op zo’n hip en vooruitstrevend ROC, en brengt de dag daar in het algemeen door met veelvuldig MSN-nen: een vrije vertaling van het begrip “aan je competenties werken”. Leerkrachten ( ‘coaches’ ) ziet ze daar niet veel; denkelijk zijn die allemaal met een weblog of vergaderen bezig. Die willen vast allemaal Leraar van het Jaar worden.

Morgen word ik dus als eenvoudige leraar vermoedelijk flink in het zonnetje gezet door mijn management. Dat wordt een tijdje stevig handenschudden. En buiten regent het steeds harder……dan nu maar wat stoelmassage.

Naaktdeskundige

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=MNGBa26nJGM[/youtube]

Even een waarschuwing vooraf: in bovenstaand filmpje is BLOOT te zien. Het is dan wel een stukje uit het journaal, maar dat is tegenwoordig ook al één grote vieze linkse zooi. Vooral niet klikken dus. En onderaan staat een schilderij van mij met BLOOT ( voor de gelegenheid maar even afgeplakt want het internet is een openbare ruimte. O ja, het is ook onafgeplakt te koop )

Het dorpje B. op de Veluwe staat in den lande nu niet bepaald bekend als een bolwerk van progressitviteit en modernistische denkbeelden. Een groot deel van de bevolking hecht nog aan oude, degelijke normen en waarden zoals men die ook in de tijd van Calvijn koesterde. De grote boze wereld houdt men maar het liefst vèr buiten de deur, en men ziet graag dat de jeugd zich bezig houdt met onschuldig vermaak zoals het zich tot zaterdagavond 24.00 uur klemzuipen in “drankketen”, die ergens op een steelse plek op het erf achter de boerderie zijn neergeplempt, of met nuttige denksporten. Zo organiseert een lokaal kerkgemeenschap in een der buurdorpen binnenkort weer een verkoopmarkt, met kraampjes waar men knutselarijen voor naast de voordeur en echte boeken kan kopen, en – ik citeer even –  “de jongelui kunnen daar gezellig een potje dammen, schaken of sjoelen” als ze even geen zin hebben om de kleurplaat af te maken.
Ik zou zeggen: zet daar een stel X-Boxen neer zodat de jongelui even vèt buitenaardse monsters kunnen afknallen, maar nee, dat is blijkbaar wat àl te heftig vermaak.
Men houdt hier niet zo van te veel opwinding, de hele week is al heftig genoeg en op zondag heerst hier dus een nadrukkelijke rust.
Zo af en toe halen wij het nieuws als een verlopen tv-persoonlijkheid op het dorpsplein ten overstaan van snorrende camera’s en likkebaardende toezichthouders een stukje bikini laat zien. Maar niet met de “wereld-eidagen”, een aanstaand lokaal evenement waar de gehele bevolking zich blijkbaar buitengewoon op moet verheugen en waarvoor hele schoolklassen worden gecharterd om “eierkunst” te produceren. Zo werden op het schooltje waar mijn vrouw werkt maar liefst 1400 plastic eieren gedropt  die door het ontredderde kindervolkje tot een eikunstwerk moesten worden omgesmeed. Ik voorzie daar een door gloeiend hete klodders uit het lijmpistool aanééngekoekte massa kinderen en eieren, tentoongesteld in een lokaal kippenmuseum.
Nee, B. en kunst, dat bijt mekaar een beetje, terwijl alles wat ook maar enigszins aan huisvlijt doet denken hier tot kunst wordt verheven. Een grote houten stoel, eerst reclame-uiting van een failliete meubelzaak, heet nu kunst. Een rotsblok, afschuwelijk beschenen door gekleurde lampen en veilig geplaatst naast een bejaardenhuis, is ook kunst. Een beschilderde plastic kip is omgedoopt tot kunst. Een beeld van een vent in een ridderkostuum die van pure narigheid van de toren sprong is kunst. Het lokale museum toont een fikse verzameling kantkloskunst. Erg heftig allemaal. De gehele bevolking lijkt de donkere maanden van het jaar televisieloos door te brengen met figuurzagen en het snijden van pijpekoppen tot in de late uurtjes.

Eén keer per jaar vindt in het dorp een “kunstmanifestatie” plaats, waar voornamelijk huisvrouwen met dubbele achternamen hun emoties van zich af plakken, schilderen, knippen en kleien, resulterend in tientallen beschilderde dakpannen, melkbussen, lepelrekjes, macramé-werkjes, boekenleggers en brooddeegfiguurtjes. Het loopt storm daar.

Zo af en toe worden er echter initiatieven ontwikkeld die iets dieper pogen te gaan. Eén daarvan bestaat uit een serie bijeenkomsten waarin voor- en tegenstanders van een bepaalde stelling met elkaar in discussie kunnen. De eerstvolgende avond gaat over “Bloot in de kunst”, in het bijzonder als dit in een publieke ruimte wordt tentoongesteld. Men heeft daar een begenadigd spreker uitgenodigd die tegen dit soort perverse uitingen is. Maar- nu komt het – er moest ook iemand gevonden worden die er wel pap van schijnt te lusten. En hierbij dacht het organiserend comité om ondoorgrondelijke redenen aan de auteur van Wauwel. Nu schilder ik wel eens wat, en ook wel eens iets bloots, maar om mij nu gelijk tot de Spencer Tunick van het dorpje B. te bombarderen, dat was toch wel even een schok. Voor hèn, die niet weten dat er ook wel eens iets bloots in de kunst wordt getoond en dat dat bijvoorbeeld wordt gedaan door Spencer Tunick, hier even een linkje naar een recent project gewoon op straat in Amsterdam, maar ja dat is dan ook wel het Sodom en Gomorra van de wereld. Wat dààr kan, is hier de eerstkomende paar honderd jaar nog uitgesloten. Wat dat betreft, leeft men hier dus nog in de middeleeuwen.

Ik moet mij dus nog even ernstig beramen op de uitnodiging; ik geef mij nog niet bloot, want vòòr je het weet roep je hier een volksgericht met gierwagens, pek en rondvliegende veren over je af. Ook wat dàt betreft, houdt men zich aan oude normen en waarden. Op 17 november weten we meer. Komt allen. Degelijke kleding graag.

P.S. Dit stukje gaat weer een hoop hits op leveren op Google. Want op bloot wordt toch nog het meest gezocht.

Autoloze zonde

Waar op Autoloze Zondag in veel plaatsen in het land verkeersregelaars worden ingezet om auto’s uit het centrum te houden, zullen hier in het dorpje B. op de Veluwe deze lieden straks hun best doen om grote stromen automobilisten – tegen de verboden inrijrichting nog wel –  het dorpscentrum in te krijgen. Dat gaat straks gebeuren als één der nieuwe Refo-dome’s uitgaat, een kerkgebouw met de afmetingen van het Vogelnest in Bejing, en een dienovereenkomstige parkeerplaats die momenteel gevuld is met 700 auto’s van het type MPV of ruime gezinswagen. Gelukkig is het begrip “car-sharing” in deze kringen wèl ingeburgerd, want niet zelden komen er een stemmig geklede man of zeven uit zo’n voertuig geduikeld, waar ze eerst een half uurtje in hebben zitten wachten op het begin van de dienst, met draaiende motor en een lekker sigaretje erbij.

Is na twee uur de dienst weer voorbij, dan kunnen ook heidense heilige koe-vereerders hier in B. nog een half uurtje straffeloos de verbodsborden negeren. Daarna gaan ze onverbiddelijk op de bon ( mag ik aannemen, als het gemeentebestuur zich tenminste niet helemaal in een onmogelijke spagaat van bevoordeling wil wringen ) , net als doordeweeks, want de Heere straft hier in deze streken direkt en zonder aanzien des persoons. Nou ja, afhankelijk van de kerkelijke gezindte dan.
Autoloze zondag in B., dat kan natuurlijk niet. Je reinste zonde. Scheuren maar, mensen. Hier is iedereen welkom.