MBO: Fantastisch gewoon

DE BILT – Het gemiddelde opleidingsniveau in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is tussen 2000 en 2005 gestegen. In die periode is het aantal mbo’ers met een opleiding op de twee hoogste niveaus met 6 procent gestegen, terwijl het aantal mbo’ers op de twee laagste niveaus met ruim 8 procent is gedaald. Dat blijkt uit het vrijdag verschenen Jaarbericht 2005 van de Bve Raad, de brancheorganisatie voor mbo en volwasseneneducatie. Een onderzoek door bureau Toppen in opdracht van de Bve Raad laat zien dat 96 procent van de mbo’ers binnen een half jaar na het behalen van hun diploma een baan heeft of met een vervolgopleiding is begonnen.

In 2005 volgden 485 duizend mensen een mbo-opleiding, de meesten aan een regionaal opleidingen centrum (ROC). Van hen was ruim een kwart allochtoon. Van de Nederlandse beroepsbevolking had vorig jaar 40 procent een mbo-opleiding. Het aantal leerlingen dat voortijdig met de opleiding is gestopt, is afgenomen. In het schooljaar 2004-2005 registreerden de Regionale Meld- en Coördinatiepunten 57 duizend nieuwe uitvallers, van wie ruim de helft mbo’ers. In 2002 was het aantal voortijdige schoolverlaters nog 71 duizend Dat zijn leerlingen die hun opleiding vaarwel zeggen zonder een diploma op minstens niveau 2 van het mbo te hebben behaald. De meeste nieuwe voortijdige schoolverlaters zijn 17 of 18 jaar. Ongeveer een derde is allochtoon. Ook een derde heeft geen baan. Bijna twee derde van de mbo’ers krijgt na het behalen van hun diploma een baan bij het bedrijf waar ze stage hebben gelopen. Dat geldt voor allochtone leerlingen evenzeer als voor hun autochtone medestudenten. De meeste mbo’ers komen terecht in gezondheidszorg en welzijn (34 procent), handel (19 procent) en bouwnijverheid (10 procent). Het aantal mbo’ers in de sector techniek is sinds 2002 met bijna 7 procent gedaald, terwijl dat in de sector dienstverlening en gezondheidszorg met 8 procent is gestegen. Die verschuiving weerspiegelt de ontwikkeling in de werkgelegenheid. Het aantal banen in de industrie is gekrompen, terwijl dat in de gezondheidszorg sterk is toegenomen. Ruim een derde van de vmbo-leerlingen stroomt door naar het mbo. Van de 130 duizend mbo’ers met een opleiding op niveau 4 stroomt weer de helft door naar het hbo. Van de ruim 110 duizend eerstejaars in het hbo kwam vorig jaar een kwart van het mbo. Van de hbo’ers met een mbo-vooropleiding haalt 57 procent binnen vijf jaar het bachelordiploma. Dat is meer dan de hbo’ers die van de havo komen. Bij hen ligt het percentage op 52.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *