Keuken

Als je een aantal jaren ergens woont, zoals ik sinds 1992 in dorpje B. op de Veluwe, begint je huis hier en daar wat sleetse trekjes te krijgen. In  het algemeen probeer ik die zelf aan te pakken, want docenten weten alles beter en denken dus ook verstand te hebben van het bouwen van bijvoorbeeld keukens.  De vorige bewoners hadden iets gruwelijks achter gelaten met veel bruin en wandtegeltjes waarop men peper en zoutstellen of een dode vis in een mandje kon ontwaren, maar goed, die tegeltjes hebben het nog tot vorige week volgehouden.

Zelf had ik nog allerlei staketsels aangebouwd, die in de loop der jaren met steeds meer gepiep en geknars open en dicht gingen, dus het moest er eindelijk maar eens van komen. als er een nieuw model computer op de markt komt, ben ik er als de kippen bij, maar een nieuwe keuken heb ik toch aardig weten te rekken. Op keukenjacht dus. Hier in het dorp waren enkele zaken die prat gingen op hun goede naam, het feit dat ze hier in B. zaten en goede service leverden, dus daar waren de prijzen dan ook naar. Met enige moeite konden we van de € 16000 nog € 500 afdingen, en we zouden met goedkopere apparatuur genoegen moeten nemen, dus nog maar even geshopt op zo’n grote meubelboulevard in het nabijgelegen A.

Daar zaten drie keukenzaken naast elkaar, waarin groepjes tobberige verkopers de crisis bespraken en hun nagelriemen bestudeerden, in panden met namen als “De Keukenknaller” en wat dies meer zij.  Na schandalig de een tegen de ander te hebben uitgespeeld kwamen we tot zaken voor de helft van de prijs bij ons in het dorp, en met mooie apparatuur. Het verschil schijnt te schuilen in het feit dat de ene keuken geschroefde achterwanden heeft en de andere gewoon met nietjes. Dat zal mij een zorg zijn, als de deurtjes er maar mooi zuit zien.

Enkele weken vooraf kregen wij allerlei strenge brieven met regels waaraan de te bouwen ruimte moest voldoen. Sinds een week is de woonkamer omgetoverd tot een chaos – je kunt je niet voorstellen hoeveel troep je in zo’n keuken bewaart- en elke hoekje is gevuld met dozen en kratten, die we in verband met de garantie absoluut niet open mochten maken. Buiten werd onder het afdak gekookt op een campingtafeltje, en de afwas pleegden we in de badkuip. Eergisteren zouden de werktroepen arriveren. Ik zag mijn geest al dwalen met allerlei ruw pratende lieden die Rinus of Sjaak heetten, met bouwvakkersdécolleté’s  en een shaggie achter het oor.
Voor de deur stond tenslotte een wat tobberige oudere man, die denkelijk lang in de file had doorgebracht: “O, deze keuken kan ik dus niet plaatsen!”, was het eerste wat hij kort en krachtig meedeelde, waarna een hele opsomming volgde van allerlei zaken die anders hadden moeten worden voorbereid. De toon was dus gezet. Ook werd me ernstig kwalijk genomen dat nog niets was uitgepakt. Ik maar blij en enthousiast blijven, want je bent wel van zo’n man afhankelijk, en gelukkig ontdooide hij al snel, vermoedelijk ook dankzij één van de katten, die hem de hele dag gezelschap houdt en bij hem op schoot klautert tijdens zijn rustpauzes. ’t Is wel een vakman, dus ik laat hem maar zo veel mogelijk ongestoord zijn gang gaan. Straks maar even een kopje koffie voor hem zetten, als ik tenminste de suiker en de melk kan vinden, want die verplaatsen zich lijkt wel door het gehele huis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *