
Afgelopen week waren wij een paar dagen afgereisd naar onze oosterburen, om precies te zijn naar Cochem aan de Moezel, zo’n 306 kilometer volgens de navigatie-juffrouw.
Wie Moezel zegt, denkt in het algemeen aan busreizen, 65+, 8-daagse vaarvakanties aan boord van een luxe cruiseschip met faciliteiten voor minder-validen, wijnproeverijen en aan schnitzels in soorten en maten. Nu roep ik wel eens dat ik wel eens acht dagen op zo’n schip de Rijn en de Moezel zou willen afzakken; ik krijg er langzamerhand de leeftijd voor. In het blaadje van onze kerk staat geregeld een oproep voor een gezellige middag van de 55-plusclub: een kopje thee, lekker koekje en soms als hoogtepunt van alle wilde festiviteiten een bustocht naar de Betuwe met koffie en gebak, waarbij dominee aan het einde van de middag nog een stichtelijk woord tot ons zal richten. Die middagen zijn om onnavolgbare redenen altijd op een doordeweekse donderdag gepland, hetgeen het aantal aanwezige 55-plussers drastisch zal reduceren. Nog even en het is zo ver. Volgende week om deze tijd zal ik die gezegende leeftijd van 55 bereikt hebben, en voor mijn geestesoog doemt het schrikbeeld op van de jarige, zittend in een mooi versierde stoel, geruite pantoffels aan, een glaasje besuikerde jenever met lepeltje in de ene hand, en met de andere hand aan het oor luisterend naar de burgemeester die de felicitaties in het hardhorende oor buldert. Daarna de feestdis ( patatjes, appelmoes, kipfilet in stukjes en twee pakjes Saroma-pudding chocoladesmaak met veel slagroom toe. Aan die pudding mag verder niemand komen, want anders heb ik zelf te weinig, en dat geldt ook voor de crème de la crème van alle lekkernijen, namelijk arretje-cake.) Rennies bij de hand en om tien uur ’s avonds uitgeput maar voldaan naar bed.
Langs de kaden van de Moezel lopen veel van dat soort lieden; hele bus- en scheepsladingen worden er uitgebraakt om zich te laven aan weerhuisjes, hysterisch tikkende koekoeksklokken, kerststallen, Sachertorte, bierpullen met opdruk, Duitse schipperspetjes ( zo lijk je nèt James Last of Derrick met pensioen ), of slabestek van gebeeldhouwd plastic hertshoorn. En niet te vergeten een grijze vilten hoed met een veertje. Erg mooi allemaal, erg Duits ook, erg 55-plus.
En overal herrliche Stuben waar je grote hoeveelheden Bratwurst, Kartoffelsalat en natuurlijk Schnitzels tot je kunt nemen, bij het licht van zo’n keramieken jaren zestig-hanglamp met gaten er in.
Na etenstijd laten de schepen hun hoorns loeien en verdwijnen alle gasten weer na-hikkend en -boerend aan boord of in de bus, voor nog een gemütlich Abendchen kaartspelen of zo.
Zo’n dag of drie is zoiets prima uit te houden. Heerlijk toch als je je even ongegeneerd kunt gedragen alsof je echt al 65 bent; niemand die op je let, geen kritische dochters. Waarom zie je daar geen pubers eigenlijk, zelfs geen inheemste pubers? Bij ons voorstel om met ons mee te gaan gruwde men al van het idee. Een beetje kastelen kijken, zeg. Dat durf je toch niet aan je vrienden te vertellen. Al die restaurants, alleen maar schitzels en bij hoge uitzondering een pizza. Nee, doe mij maar Club Med of feesten en beesten aan de Costa’s.
Hoe kom je als plaats van een bepaald oubollig imago af? Niet dus. Nog tien jaar, dan ben ik vijfenzestig. Dan kan ik met goed fatsoen tegen al mijn leeftijdgenoten vertellen dat ik de eerste week van mijn pensioen een Moezel-cruise naar Cochem ga maken. Met elke avond bingo. Hoofdprijs: een kilo ingevroren schnitzels. Het aftellen kan beginnen.
