Het Agrarisch Onderwijs, jarenlang nu niet bepaald een bolwerk van vernieuwingsdrift, heeft nu toch ook gemeend mee te moeten gaan in de didactische vaart der onderwijsvolkeren. Er wordt gelijk stevig aangepakt, waarbij flink gebruik is gemaakt van hypermoderne begrippen zoals de computer, internet en het Engelse woordenboek. Men spreekt nu de taal der jeugd. Een docent is voortaan een aanbieder van ‘content’, of ‘accountmanager’, of ‘assessor’, of ‘budgetbewaker’ of ‘coach’, maar toch vooral geen leraar meer.
 |
|
Leerling, bezig met het formuleren
van leervragen
|
Leerlingen ( studenten ) werken met op maat gesneden leerarrangementen’.
Zo’n arrangement bestaat uit een computerprogramma, wat wordt aangeboden in de vorm van een ‘opschaalbare demo’. De leerling moet de zoek- en vindfunctie op de juiste manier leren hanteren en dan komt het allemaal wel goed.
We gaan uitdagende leersituaties creëren, waardoor de leerling zèlf leervragen gaat formuleren, zo juicht het blad ‘Unie-voor BVE en voortgezet onderwijs’ ons toe.
Een ander, zo mogelijk nóg swingender magazine, het ‘Vakblad Groen Onderwijs’, leert ons dat het rode potlood naar de prullenbak mag worden verwezen, en dat de ‘competentie gerichte assessor’ – ik dus – voortaan moet weten dat ‘fout niet verkeerd is’. Moge dat even duidelijk zijn. Tussen twee haakjes, wie op de link naar www.silo.nl klikt, waarnaar in het vakblad wordt verwezen, komt terecht op een domein wat te koop staat en waar je links vindt naar erotiek en 18+.
Anja van het CPS meldt mij in dit blad dat ik niet meer door mijn bril mag kijken, want dat levert maar vertekening op. Voortaan moet ik intersubjectief ( ik kan het niet goed lezen zonder bril, maar ik geloof dat het er zo staat ) oordelen over de competenties van de leerling. Nu is Anja van het CPS niet de minste. Deze begeleidster competentiegerichte onderwijsvernieuwing heeft kennis van zaken want haar man runt een tuinbouwbedrijf in de Noordoostpolder en ze heeft “ook veel contact met docenten”. Eens kijken, ik ben nu tweeënvijftig, even de rekenmachine pakken… ja,… ehm…nog drieëntwintig jaar geloof ik. Niet verkeerd, dacht ik.