Chaoot

Ik weet nu zeker dat ik een chaoot ben. Het is vanochtend definitief bewezen. Ook staat het vast dat kabouters bestaan; ook daar ben ik vanochtend achter gekomen. Een enerverend begin van de dag dus.

Er zijn mensen die trekken chaos aan, net als een koeienvlaai vliegjes. Geregeld ruim ik bijvoorbeeld mijn bureau op, zowel op mijn werk als thuis. Op de een of andere manier echter heeft zo’n redelijk leeg blad een enorme aantrekkingskracht op papieren, paperclips, cd-rommetjes zonder opschrift of doosje, twintig verschillende verbindings-snoertjes voor allerlei apparaten die alleen maar op dat ene aparaat werken , diverse adapters die in kleine lettertjes allemaal verschillende voltages en spanningen aangeven, en als je die in het verkeerde toestel stopt dan volgt er een ontploffing of zoiets.
Allerlei pennen met vreselijke opschriften ( Kalverstal-inrichting van Maanen ), en laatst vond ik een pen van de Freunde Deutscher Kriegsgrabe. Joost mag weten hoe zich dit allemaal rond mij heen heeft kunnen verzamelen; ik heb niet de indruk dat ik zelf ooit iets pak, zo’n Duitse pen, hoe kom ik daar aan?

Waar ik allerlei dingen aantrek, raak ik tegelijkertijd ook van alles kwijt. Blijkbaar is er een soort ruilhandel gaande buiten mijn medeweten om. Vanochtend had ik haast, dat is op zich al een veeg voorteken, want dan weet je dat er dingen fout gaan. Bij het opstaan tastte ik al vergeefs naar mijn leesbrilletje, wat ik op had toen ik mij naar de echtelijke sponde begaf, want ’s avonds lezen in bijvoorbeeld de avonturen van Bommel kan heel rustgevend zijn na een doorwaakte dag vol onderwijsvernieuwingen. Op de tast naar beneden dus, want het licht mag niet aan want alles slaapt nog, op zoek naar mijn andere brilletje om zodoende genoeg zicht te hebben om mijn verdwenen brilletje weer te vinden.

Een half uur verder, en inmiddels het hele huis in rep en roer, nog steeds niets gevonden, waarbij mijn humeur werkelijk tot ver beneden het nulpunt is gedaald en waarbij ik ernstig de behoefte gevoel om het brilletje – als het ooit nog gevonden wordt – met een bijl te lijf te gaan. Het is dus weg, voorgoed. In mijn huis wonen kabouters die dingen meenemen, en andere dingen daarvoor in de plaats terug leggen, want midden op een traptrede  vond ik tijdens mijn zoektocht een fietssleutel die ik al  anderhalf jaar kwijt was. Niemand weet hier ooit van iets.

Die zelfde kabouters zorgen er ook voor dat de tv-gids van deze week eeuwig weg is, en dat – nu we toch met tv bezig zijn – ook de afstandsbediening chronisch weg is. Die vind ik dan bijvoorbeeld terug in het kruidenkastje of onder het dekentje van het kattenmandje. Zelf maak ik nooit iets weg in ons gezin, het zijn altijd anderen, want ik ruim altijd alles keurig op. Tijdens het typen ontdek ik trouwens dat ook letters lijken te verdwijnen, terwijl ik die toetsen toch echt aan sla.

Ooit heb ik op mijn werk een prijzige cursus PEP gevolgd, wat staat voor: “Personal Efficiency Program” : hoe orden je je bureau, je email, je taken en vergadermomenten, dat soort dingen. Na afloop kregen wij een mooi goud-op-snee certificaat. Dat had ik even willen inscannen als plaatje bij deze overpeinzing, maar ik moet u de afbeelding schuldig blijven. Ik ben dat ding namelijk kwijt.

Kerst-treurnis

Vandaag keek ik eens even met een onbevangen oog ( dat zoiets nog kan op mijn leeftijd ) rond in mijn docentenkamer. Ik heb daar wat foto’s van gemaakt, en die zal ik de lezers, die natuurlijk allemaal hevig in kerstsfeer zijn, vanavond even voorschotelen. Natuurlijk ook voorzien van het nodige toepasselijke commentaar. Maar nu eerst naar de wachtende aardappelen met sjuu, want Barneveld, hè?

Komt u dus straks nog even lezen en huiveren.

Zo, de aardappelen zijn op hun weg door het lichaam. De docentenkamer nu. Die komt bij ons, net als op veel andere scholen in deze tijd van het jaar het geval is, langzaam maar dwingend tot kerstsfeer. Een eerste aanzet is er al:

Vroeger werd er in de pauzes door een vast clubje docenten nog wel eens gedart. Wegens grote drukte en daardoor toenemend gevaar aan een pijltje gespietst te worden, blijft het bord werkeloos hangen tot het leerlingenaantal wat terugloopt.
Er is ook voor wat groen gezorgd. Het standaard “docentenkamergroen”, zeg maar:

In onze docentenkamer is het heel gezellig toeven, vooral met de kerst. Je kunt er je boterhammetje eten:

En je kunt er ook koffie drinken, uit je mok, of een plastic of kartonnen bekertje naar keuze:

Op een tafeltje apart staan de zoetjes, de poedermelk, en de suiker ( in een Calimero-doosje… )

Soms morst er iemand wel eens wat op de vloer, vermoedelijk koffie. Niet erg, want het gebeurt vaker.

Als de pauze voorbij is, gooit iedereen zijn bekertje in de prullenbak:

Zo, u ziet, het is heel gezellig bij ons in de docentenkamer, zo rond kerst. Straks mogen wij ons ook nog verheugen op de kerstkaarten van de “relaties”. Dat wordt geheid een hoogtepunt. Ik verwacht bijvoorbeeld een rijtje trekkers met een giertank in de modder: een kaart van een loonwerkbedrijf.  Of een speelse creatie van met slingers en ballen versierde bezems: van ons schoonmaakbedrijf.  Iets met wolken, vlammen en hemels licht: van ons bestuur. Ik verheug me ook al op de Pasen. Dan hebben we vast paassfeer…..’t Is altijd feest in het onderwijs.

 

X-y positioning indicator for a display system

Bovenstaande titel is niets anders dan de oorspronkelijk benaming voor onze computermuis, die vandaag op de kop af veertig jaar bestaat. Tijdens negentig minuten durende demonstratie gaf Douglas Engelbart  veertig jaar geleden op de Universiteit van Stanford de mogelijkheden weer van een houten blokje met een wieltje eronder, een knop er op en een stroomdraadje verbonden met een flinke mainframe-computer en een twaalftal terminals. Alles bij elkaar mag je je toch wel iets ter grootte van een huiskamer voorstellen.

De muis maakt het leven makkelijker, maar is ook een bron van narigheid en zorg. Op een vierkante centimeter muis leven gemiddeld zo’n 20 bacteriën ( plaats dertig in de bacteriën-top-honderd), en de muisarm heeft de maatschappij inmiddels op miljardenkosten gejaagd. Zo zit ik op mijn werk op een bureaustoel, die zo’n 900 euro heeft gekost vanwege het feit dat mijn pink verdacht begon te tintelen met uitstralingen naar mijn elleboog.
De muis blijkt echter ook een gezellige gesprekspartner te zijn, want een flink percentage computergebruikers neemt de muis middels een goed gesprek in vertrouwen. Zo’n muis geeft steun en vertrouwen, geeft houvast.
Even een korte test: houdt u momenteel de muis vast tijdens het lezen van dit artikeltje? En hoe voelt het zonder? Onwennig, een leeg gevoel? Zit u nu wat bevreemd uw vingers te strekken, waar ze net nog de vertrouwde warme bolling van de x-y positioning indicator omvatten?
Als je van een paar miljoen muisgebuikers de rechterhand zou meten, en de resultaten daarvan vervolgens naast de meting van een paar miljoen niet-muisgebruikers zou leggen, zouden er dan al evolutionaire verschillen te constateren zijn?
We zijn op weg naar een bionische mens. Straks krijgen we naast het hielprikje als baby gelijk ook wat sensoren ingebouwd in onze muisarm of bijvoorbeeld een HUD in een van onze ogen. Een knip van de vingers en je computer start op, een snelle wenk en je schuift een scherm verder. De muis heeft zijn langste tijd gehad.

Verlaat Sinterklaasgedicht

Deze wilde ik u toch niet onthouden. Een dankbare collega vond dit gedichtje in de docentenkamer van een school:

Lieve Sinterklaas,

Ik wil helemaal geen cadeautje,
maar een heel klein bureautje,
in een land hier ver vandaan,
waar geen leerlingen bestaan…..

Schoolfeest

Woensdag is er op het eerbiedwaardige onderwijsinstituut waar ik werk, weer een schoolfeest. Althans, een feest waar wij in naam mee verbonden zijn, maar waar je als docent toch af en toe wat onwennig rondloopt. Het thema was in eerste instantie “Naughty Christmas”, vermoedelijk bedacht door enige hitsige mannelijke organisatoren, want op onze school zijn heel veel meisjes. Die doen allemaal “iets met dieren” . De ene wordt dierenarts-assistente, de andere gaat in de manege werken, en weer een ander wordt bijvoorbeeld dolfijnen-trainer. Slechts een enkele jongen doet iets met dieren. Er is wel een aparte afdeling waar jongens op zitten, maar die doen allemaal iets met koeien, kippen of varkens, en dat is nogal een verschil, ook als het gaat om gedrag op feesten. Als je de hele dag bezig bent met het vertillen van varkens of met een shovel een kuub zand heen en weer te scheppen, dan is het ’s avonds wel even wennen als je een danslustig deerntje moet aanvatten.

Hoe gaat zo’n schoolfeest is z’n werk? Vroegah begon zoiets om half acht, en stroomde de zaal direct vol. Toen ik zelf nog scholier was, veroorzaakte zo’n feest natuurlijk al enorme spanning vooraf, want daar zou ik het object mijner verliefdheid ontmoeten, in de vorm van de bevallige dochter van de schoolconciërge. Stijf van de brillantine, die echter niet kon verhullen wat voor monsterlijk brilmontuur met jampotglazen ik droeg, stond ik mij dan de hele avond op te fokken tot ik haar ten dans zou durven te vragen. Natuurlijk treuzelde en aarzelde ik, groen van spanning en jaloezie op de knullen die wél met haar dansten, veel te lang, zodat ik haar de laatste dans uit beeld zag schuifelen met zonder twijfel weer de mooiste jongen van de school.

Nu begint het feest voorzichtig binnen te druppelen vanaf half tien, de meiden direct vrolijk met elkaar dansend, de kippen- koeien- en varkensjongens op een rijtje langs de kant, met een biertje als enig houvast, onwennig toekijkend naar al dat deinende vlees uit de grote stad.  Na een uur of twee heeft de rijkelijk stromende alcohol de grenzen tussen de sexen wat doen vervagen en host en springt alles door elkaar, met grote zweetplekken onder de oksels en drankvlekken op de shirts, en met knalrode ogen en extra opvallende jeugdpuistjes onder het licht van de foto-flitslamp.  Dreigt er een foto, dan gaat men lodderig om elkaars nek hangen, in een poging er nog enigszins voordelig uit te zien wanneer je aan je achtste biertje bezig bent.

Ik zou met zo’n hoeveelheid al lang naar de delirium-kliniek zijn afgevoerd, maar de tijden zijn schrikbarend veranderd. Of ik ook mee kom dansen, meneer. Nou nee, hoe atletisch ik ook zou kronkelen, het zou toch iets weg hebben van een gedresseerde zeekoe, en een met een mobieltje gemaakte foto staat zó op internet. Een man moet z’n grenzen kennen, zeker als je de vijftig bent gepasseerd.

Toch vinden ze het allemaal heel leuk als je komt. Woensdag dus maar even m’n gezicht laten zien. Zou ik daar de dochter van de conciërge nog tegenkomen, dan zou ik haar nog niet herkennen, ook al stond ik op haar tenen. En het thema, dat is na het nodige gepruttel uit de docentenkamer gelukkig aangepast: het is nu “White X-mas”. En een rustig feest bovendien. Heel handig als je geen zestien meer bent….

Klimaat-opwarming

Ja, dat het klimaat opwarmt, is inmiddels wel bekend. Maar dat het zó snel ging, nee…..
[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Tqa9VqiaUgg[/youtube]

Chocoladekoekjes

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=TyRVHxFACyw[/youtube]

Het allerleukste en meest veelbelovende internet-initiatief van dit jaar is zonder twijfel het YouTube Symfonie-orkest. (Amateur)-musici uit de hele wereld kunnen op de site van YouTube de bladmuziek voor hun instrument downloaden en vervolgens helemaal losgaan in een zelf opgenomen filmpje. Dat zetten ze online en iedereen kan vervolgens stemmen. Het resultaat zal een orkest zijn, samengesteld uit spelers met de meeste stemmen.

Zo krijg je dus straks in Carnegie Hall een orkest van wereldspelers bijeen, waar niks geen sms-jes voor verstuurd zijn, niks geen dure betaalnummers en niks geen omhoog gevallen jury van het niveau van Henk Jan Smits. Nee, nu beslissen wij eens echt! Wij stemmen op spelers die ongedwongen, niet gehinderd door zenuwen, in de veilige intimiteit van hun huiskamer de sterren van de hemel spelen, en die uiteindelijk hun meest geslaagde opname op het internet hebben gezet. 

Wauwel zal niet mee doen. Als ik al een filmpje van mijn muzikale vaardigheden op internet gezet zou hebben, dan zou dat hooguit scoren op een niveau van lachwekkendheid en triestigheid. Hier in mijn dorpje heb ik  op de lokale muziekschool enkele jaren pianoles gehad van een juffrouw die doceerde volgens de methode Suzuki, wat inhield dat je de toetsen moest afvegen in plaats van aanslaan, en waarbij tevens een zeer langzame groei in moeilijkheid plaats vond. Voor mij was het echter nog een zeer steile leercurve, waardoor ik eigenlijk nooit verder kwam dan het liedje “Chocolade-koekjes”, wat dan ook nog op een uitvoering van alle deelnemers van de muziekschool ten gehore moest worden gebracht. 
” Na het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov, uitgevoerd op de vleugel door Pietje Puk, zal nu worden gespeeld het nummer ‘Chocoladekoekjes’  door muziekschool-leerling Wauwel”. Beleefd applaus uit de zaal, nog beleefder achteraf, waarna ik badend van het zweet en uiterst opgelucht mijn plekje weer mocht opzoeken. 
Dankzij mij zal het YouTube-orkest straks nóg voortreffelijker klinken!