Excellent

Dit stukje is geschreven door een excellente leraar. Althans, dat vind ik zelf, en als nu maar heel veel mensen op dit stukje reageren en dat ook zeggen, nou , dan ben ik het toch ook. Op mijn school werken zo’n 120 leraren. Het Ministerie van Onderwijs ( wat steeds meer op Ghadaffi begint te lijken die zijn onderdanen eens even stevig uitroeit )  ziet wel iets in het idee om per twintig docenten één docent tot excellente leraar uit te roepen. Dat betekent dat er op mijn instituut zo’n zes zullen excelleren, en daar ben ik er dus eentje van, want die andere schrijven geen weblog met geregeld iets aardigs of stekeligs over het onderwijs. Het leuke is dat me dat per jaar ook nog eens €2500 en een vrije dag per week oplevert. In die vrije dag mag ik dan collega’s die in de verste verte niet excellent zijn, leren hoe ze ook zo goed en fantastisch kunnen worden als ik.

Dat zal dus een gezellige sfeer worden op mijn school. Allemaal hopeloze docenten, die over elkaar heen buitelen om op mijn vrije dag door mij begeleid te worden om volgend jaar ook excellent te worden. Het zou mooi zijn als ik dat dan ook mocht bepalen. Maar ja, stel, ik wijs er eentje aan, dan betekent dat er ergens anders weer eentje weg moet van de lijst der uitverkorenen. Er mag tenslotte maar één uitblinker per twintig zijn.  Ik verwacht dus alle mogelijke geschenken, kleine bedragjes op mijn bankrekening , docenten vers van de Pedagogische Academie zonder bevoegdheid ( lekker goedkoop en ook snel weer weg ) zullen mijn tas willen dragen en zullen mijn kennis in zich op zuigen in de hoop een vaste aanstelling als excellent en dus door het management op handen gedragen persoon te worden. We krijgen verkiezingen,  we gaan heel vroeg op school komen en heel laat weg, we gaan vooraan zitten bij alle personeelsvergaderingen en we zuigen alle onderwijsplannen en papierwinkels in ons op. We gaan onze leerlingen overladen met hoge cijfers, we gaan voorbeeldig en juichend de competentie-gedachte uitdragen, want zo ziet men dat graag, daar bij degenen die over ons lot en onze bonus beslissen.  Het leven zal goed zijn,ook al is die vrije dag natuurlijk niet echt een vrije dag. Blijkbaar beschouwt men in Den Haag het niet geven van lessen als vrij. Hoe heerlijk toch, als er zo warm en fijn over je gedacht wordt.

Ik voorzie toch wel wat probleempjes: wat als er op een school nu echt geen excellente docenten zijn? Krijgen die dan straf, wordt hun salaris gekort en gaat dat naar het potje waar de exellente collega’s hun slijmbonus van krijgen? Oeps, wat zeg ik nou weer! Slijmbonus. Het flapt er zó maar uit. Of je met slijmen bij het management zoiets voor elkaar kunt krijgen. Nee, daarvoor missen wij eenvoudige docenten toch de helikoptervisie, en daarvoor is onze persoonlijke invloedscirkel te beperkt, ook al zijn wij misschien excellent in onze eigen optiek.

En scholen waar maar negentien docenten werken, of een basisschool met vijf zich uit de naad ploeterende collega’s, die zich zo’n vrije dag niet eens kunnen permitteren omdat ze veel te druk zijn met hun werk en te begaan met hun leerlingen. Die kunnen dus nooit excellent worden, want geen twintig personeelsleden en zo. Je zal toch op zo’n school werken, waar je tot in lengte van dagen in het zweet des aanschijns de onderwijsvernieuwingen en -ideeën over je heen voelt walsen. Dan had je maar geen docent moeten worden. Het onderwijs wordt een ratrace. Slecht één op de twintig zal excelleren, koste wat het kost. De rest, tja, die heeft gewoon te weinig aan uitbreiding van de persoonlijke invloedscirkel gedaan.

Vindt u mij nu al een irritant en zelfingenomen ventje? Ja hoor eens, er kan er maar één per twintig excellent zijn.

Correctievoorschrift

Binnenkort mag ik voor het vak Nederlands bij een aantal vierdejaars klassen een toets ‘Schrijven’ afnemen. Onze geliefde minster wil dat zo vanaf 2012 of 2013 en dan moet je als school er natuurlijk als de kippen bij zijn om dat alvast in orde te hebben. Wat namelijk enkel nog telt is de wil en de wet van de inspectie. Verder maakt het eigenlijk allemaal niet zo veel uit, als de papieren die de inspectie wenst te zien, maar kloppen. Ze moeten dus schrijven, de vier vierde klassen die ik heb. De toets bestaat uit een aantal onderdelen, reeds voorgedrukt, dat scheelt weer. Negentien kantjes, om precies te zijn.  Dat worden straks 1900 kantjes om na te kijken, graag volgende week de resultaten bij het examenbureau inleveren svp. Wel even nakijken naast de gewone volle les- en vergadertaak, en vergeet de open dag op vrijdag en zaterdag niet.

Het correctievoorschrift beslaat iets van negen kantjes . Wanneer een leerling bij een bepaald onderdeel bijvoorbeeld meer dan 550 of minder dan 275 woorden heeft gebruikt, moet ik per tien woorden één punt aftrekken. Ik moet dus ook gaan tellen, elk woord, want anders weet je niet wanneer de 275 begint en waar de 550 wordt overschreden. Krankzinnige taalfouten kosten maximaal drie punten per onderdeel. Staan er 100 krankzinnige taalfouten in, dan maakt dat dus niet zo veel uit, en is de tekst volslagen onleesbaar maar zijn er nog wel alinea’s te onderscheiden, dan kan dat tòch nog wat puntjes opleveren. Zo zie je maar. As de bootsgap maar over komp hè?

Zo zijn er nog enkele onderdelen: een notitie schrijven en een zakelijke brief. Die laatste mag ook weer een orgie van taalfouten bevatten, maar als de rest – indeling, aanhef enzovoort –  goed is, kan de leerling voor deze zakelijke brief toch nog zeven van de tien punten scoren.

Onze minister wil, om de aansluiting met het HBO te verbeteren, de duur van het MBO terugbrengen van vier naar drie jaar. De minister wil , om de werkdruk van de docenten te verlichten, de zomervakanties met één week verkorten. De minister wil, om de prestaties van docenten te verbeteren, hen allemaal een Master-titel laten halen. Op het HBO bijvoorbeeld, waar je straks met drie jaar MBO naar toe kunt. Wanneer je tenminste de bovenstaande toets Nederlands goed gemaakt hebt, dat wil zeggen, wanneer de boodschap goed over kwam.

Ik denk dat ik per leerling een uur aan het corrigeren ben, want ja, je wilt de inspectie en de andere over jou gestelde overheden binnen de school niet teleurstellen hè? Dat wordt dus vier uur per avond, van zeven tot elf, en als ik dan voorzichtig de zaterdagavond vrij neem, dan kan ik er vierentwintig in een week doen. Als er tenminste geen correctie van andere klassen tussendoor komt, want dit zijn er pas vier van de dertien verschillende klassen die ik dit blok les geef. Nou ja, wanneer ik hard doorbuffel, ben ik over twee maanden klaar, net op tijd voor de volgende toets.

Gelukkig is het allemaal op te brengen, want ik weet dat wij een minister hebben die strijdt voor haar levensdoel: onderwijs aantrekkelijk maken en tot een ongekend niveau brengen. Dat laatste lukt zeker.

Carnaval…..tja…

Het is carnaval in bepaalde delen van het land waarvan ik zou wensen dat die niet bij ons hoorden. Nu kan ik me bij Limburgers en Brabanders nog wel voorstellen dat die zich een paar dagen per jaar wat vreemd willen uitdossen en bijvoorbeeld op een toeter blazen, maar laat die folklore toch alsjeblieft ergens ver weg in het zuiden blijven.  Vooral niet in dorpje B. op de Veluwe bijvoorbeeld, want – dit gaat op heimelijke fluistertoon met schaamrood op de kaken –  daar woon ik namelijk.

Insiders weten het al: ik ben niet zo’n feestnummer. Ik trek ongeveer wit weg bij iets wat naar feest neigt. Vooral personeelsactiviteiten hebben nogal eens de onhebbelijke eigenschap in feestelijkheden te ontaarden. “En nu allemaal een cowboyhoed op en in polonaise door de zaal, mensen!”  Waarna men zich vol overgave op de vette steak werpt. Bedrijfsuitjes waarbij het personeel zich allemaal verplicht in een te strak t-shirt met jolige opdruk perst. Aangeschoten lieden die tegen je aan gaan staan, een arm om je heen slaan en met een stinkadem zeggen dat je een toffe peer bent. Dan liever een citroen. Geen peer.  Drie keer “Hoera” roepen, en uitbarsten in “Lang zal die leven”, ook zo wat.  Het wordt dan bij mij altijd zoiets als bij de troonrede van dat mens wat zonodig naar Oman moet om een vorkje te prikken: wanneer daar “Leve de Koningin!” geroepen moet worden, klinkt het altijd net of er iemand drie keer achter elkaar gecondoleerd wordt. Je moppelt maar wat en je geneert je suf.

Ben je asociaal wanneer je niet van uitgelaten meehost? Mist er iets in je genen? Moppen, ook zoiets. Sommige lieden moeten ongeveer steun zoeken bij het meubilair bij elke grap die bekende cabaretiers maken, en bij elke comedy die ze op televisie zien. Er zijn mensen die de ene na de andere grap  uit hun mouw schudden. Schaterlachen alom. Bij zoiets zou ik willen dat ik vuurtorenwachter op Rottumerplaat was. Er zou eigenlijk ook een soort carnaval voor zuurpruimen moeten zijn. Daar zou ik dus echt uit mijn dak kunnen gaan denk ik.

In dorpje B, wat zich hoogst origineel tot “Kiependaarp” heeft hernoemd, trekt op zaterdagmiddag een feeststoet door de straten met wat kleumende kindertjes, een blaaskapel en wat onvermijdelijke versierde tractoren.  Het echte feest wordt hier in een achteraf gelegen zaaltje op een industrieterrein gehouden. Om te lachen  moet je niet alleen zijn denk ik. Ik kan me zo voorstellen dat zelfs een winkel in feestartikelen op de lachspieren kan werken. Het hangt er van af met wie je daar bent, bijvoorbeeld. In  B. is zo’n winkel niet. Geen schetenkussen. Geen glimmend plastic politie-uniformpje met een guitig petje. Jammer allemaal toch. Men is hier niet zo van de feesten. Zo’n carnavalsoptocht, die douwt men zich met moeite door de strot, op zo’n kille zaterdagnamiddag, tegen sluitingstijd van de winkels. Een trekker met een kar. En daarop Prins Carnaval met zijn gevolg, die hier ook iets uitstralen van ‘wij zijn hier eigenlijk liever niet’. Het oogt ook allemaal een beetje treurig, zo’n stoetje wat door de winkelstraten en langs de lokale super trekt, begeleid door de lokale BOA. Het publiek bestaat uit toevallig passanten, allemaal op weg naar huis en de aardappelen met jus. Carnaval…. tja, voor een uurtje mag het.

Zonsondergang met Adriaan

Je bent boer en je bent verliefd. Althans, je hebt tijdens het gieren een gevoel wat zich een beetje als zodanig zou kunnen laten omschrijven. En terwijl je peinzend naar de rondvliegende strontklonten kijkt, stel je je een situatie voor waarin je je met een  – in jouw ogen – aantrekkelijke ADHD-kaasmaakster aan een romantisch strand bevindt, ergens op een Grieks ( ?) eiland (?)  in de Noordelijke IJszee (?)  en je door je ondoorzichtige zonnebril naar de zonsondergang kijkt.  Naast je zit zij dus, Annemarie, en ze heeft je net uitgelegd dat een aubergine een aubergine-kleurige vrucht is, en dat je bij de lokale tegelboer  in de zompige weilanden van Hollands-Midden mooiere plakken en klompen steen ziet liggen.
Je kijkt naar die grote glimmende bal vuur die daar in de IJszee zakt en je denkt: Hé, wat is dat nu? , waarna je gedachten wegdwalen naar de grote Landbouwtentoonstelling volgende week. En langzaam borrelt je ultieme liefdesuiting omhoog: “Mwah… we kunn’n noatuurliek altiet ’n sms-je sturen, nie?”

Hoe gaat zoiets. Bijna vijf miljoen Nederlanders volgen wekelijks de broeierige avonturen van onder andere het liefdeskoppel Adriaan en Annemarie, en de verwikkelingen zijn dermate dat de afleveringen van Big Brother er mee tot voorleesmomentjes van Frank Groothof in Sesamstraat verbleken. Boeren en liefde, dat is bijna een contradictio in terminis, wanneer je de zwoele bewoordingen hoort waarmee de hitsige geliefden elkaar benaderen.  Hoe ik ook mijn best doe, ik kan me geen voorstelling maken bij wat er zich  ’s nachts in die hotelkamer op dat rare eiland zo ver van huus  moet afspelen. Ik heb dan gruwelvisioenen van het uitbenen van een varken, het schoonspoelen van koeienuiers, een worstmachine die glimmende vleesslierten in vellen propt of van een pan borrelende balkenbrei.   Zoiets schreeuwt gewoon om een set camera’s zoals in Big Brother. We willen gewoon een jaar lang elke dag Annemarie en Adriaan volgen, vierentwintig uur lang, en geen seconde missen van hun diepe conversatie. Ik zie een wereldhit.

Nu geef ik les op een school waar ook een agrarische afdeling is gevestigd. Ooit kwam ik vanuit het Haarlemse Sodom en Gomorra naar deze wat eenvoudige  ven godvrezende streek in het midden des lands, naar dorpje B. op de Veluwe, met het idee dat al mijn vooroordelen over boeren nu eens zouden worden weggenomen.  Mijn eerste kennismaking met een veehouderijklas vond plaats in een morsig noodlokaaltje op donderdagmiddag het negende uur, op een grauwe dag in november. Er werd van mij verwacht dat ik hun enige basale taalvaardigheid zou bijbrengen. Zo ver mogelijk achterin hing daar wijdbeens onderuit gezakt , gehuld in dikke jassen en donkerblauwe of – groene bodywarmers een aantal knapen. Snorkende en snuivende geluiden, een schetenlucht producerend, harde rauwe kreten en gelach, en ook nog eens een haast onverstaanbaar dialect. Boeken – “Hebbe we niet m’neer! ” –  kwamen niet op tafel of werden überhaupt al helemaal niet meegenomen, en aantekeningen werden met frisse tegenzin op een of ander uit de zak gefrummeld voddig papiertje gekalkt. Wanneer  er buiten het geluid van een een opgevoerde brommer of – nog veel mooier – een trekker klonk, keken allen, of je op een knopje drukte, in de richting van het geluid en duurde het weer enkele minuten voordat men van de sensatie bekomen was.  Op slag werden al mijn vooroordelen nog eens bevestigd.

Inmiddels ben ik wat jaren verder en is gelukkig een deel van de vooroordelen weggenomen. Er zijn denk ik geen personen in Nederland die harder en langer werken dan onze boeren: tot diep in de nacht zie en hoor je ze in deze streken nog op hun trekkers heen en weer rijden, of zijn ze op het land of met het vee in de weer. Weinig vakantie, burgers die geen cent te veel uit willen geven voor een lapje vlees, weinig vertier en weinig uit, op mogelijk wat coma-zuipen in een tot keet omgebouwde oude caravan achter op het erf na.  Er is gewoon geen tijd voor, hooguit op vrijdagavond koopavond even met moeders naar de grote stad, naar dorpje B. op de Veluwe.

Wat blijft is de lomperigheid en de horkerigheid. Boer zoekt vrouw speelt daar handig op in, en we genieten massaal van de kale keukentafels en het zware Oisterwijkse eieknhouten meubilair, van de ouders die gezellig mee uit de dampende aardappelpannen komen eten. Adriaan wordt onze nieuwe hork-held. Annemarie blijkt zowaar wat menselijke en mogelijk vrouwelijke trekjes te vertonen, dus we willen allemaal dolgraag weten hoe dit af gaat lopen. Klompendansen wordt een nieuwe rage, en het strand op Cyprus wordt een bedevaartsoord voor de voltallige boerenstand in Nederland.  We  verwachten Adriaan de volgende keer in smoking op de knieën voor de deur bij Annemarie, het mag desnoods op klompen en met een bosje kunstbloemen ( of een zak stremsel uit de aanbieding bij de Welkoop ) , maar wat goed te maken hééft hij. Romantisch voor de buis bij Annemarie onder het neonlicht, met een dvd-tje van een mooie zonsondergang. En daarna vroeg te bedde, want om vijf uur roept het vee.

Man en roeimachine

In een opwelling heb ik een paar dagen geleden een roeimachine gekocht. Ik doe dat vaker, impulsaankopen. Je denkt aan iets, en enkele dagen later staat het in huis. Het zal door psychologen wel verklaard kunnen worden, en het past natuurlijk geheel in mijn tegen de hysterie aangrenzende ijver om ineens een sixpack en een lichaam als een jonge god te kweken, door middel van ijverig joggen – de inmiddels enorme afstand van een half uur voortzeulen- ongeacht het feit dat zoiets wel nooit meer zal ontstaan.

We gingen ooit eens een keer op een middag wat boodschapjes doen en toen we uit de stad terug kwamen, hadden we een keuken gekocht, die we slechts met heel veel moeite weer af konden bestellen. Dat zal de trend wel gezet hebben. Wanneer ik nu zie dat er een grotere flatscreen-tv  in aantocht is, kan mijn huidige niet snel genoeg kapot gaan. Naar trekje. Dus toen ik ergens op tv iets van een gespierd type op een roeimachine zag was het besluit genomen. Er moest en zou er eentje komen, én duur ook liefst. Mijn schoonzus had er eentje aangeschaft voor € 1100, veel te duur, vond ik. Ik dacht aan iets van hooguit de helft, op Marktplaats. En die van mijn schoonzus werkte op waterweerstand, nou dat was dus niks, veel klachten en zo, las ik, dus Wauwel ging voor ander type. Het eindresultaat is dat er nu eentje op waterweerstand staat, nog iets duurder type, voor maar liefst € 750 tweedehands aangeschaft.  Twee dagen daarvoor speelde het zelfs totaal nog niet door mijn hoofd.

De installatie was een krachtoefening op zich. Vijfennegentig kilo moest omhoog gezeuld worden, en dat lukte dus met de beste wil van de wereld niet. Pas twee dagen later, nadat er steeds meer onderdelen waren afgeschroefd, kon alles moeizaam twee trappen omhoog gesjord worden, waarbij ik doodsangsten uitstond om nog vóór de krachtsinspanningen door het apparaat onder aan de trap verpletterd te worden.  Ik bedacht later dat je eigenlijk net zo goed elke dag een paar keer dat ding omhoog en omlaag kon torsen, dan had je helemaal geen roeitrainer nodig.
Het roeien is echter een genot: soepeltjes glij ik over het water – nou ja, in mijn verbeelding dan – begeleid door het geluid van het water in de trommel, en in gedachten zie ik mijn glimmende torso zwellen en zwellen totdat de omvang groter is dan mijn buik. Na afloop telkens op de ook nieuw aangeschafte weegschaal met vetmeting, om te kijken of er al wat grammetjes verdwenen zijn.  Op een rommelmarkt kocht ik ook al eens een of ander Tell- Sell martelwerktuig voor een euro. De prijs had al genoeg moeten zeggen, maar op de reclame was aapmens Tony Little ( die met die foute paardenstaart ) toch wel erg enthouisiast. Op zich al heel gênant dat je er ook nog het halve dorp mee door moest lopen. Verder is hier in huis al eens een soort band van de Kijkshop geweest, die je vol moest smeren met ijskoude gel en die je dan al onderuit gezakt televisie kijkend en chips etend  het buikvet zou wegsidderen of zoiets.  De lezer kan mij dus niet verwijten dat ik er in de loop der jaren niet alles aan gedaan heb!

Ik hou het al drie dagen vol, en de plannen zijn groots. Vóór mij de tv – ja sorry –  met nieuws of andere boeiende uitzendingen; eigenlijk zou ik een dvd-tje moeten kopen met daarop van die langsglijdende rietkragen, en dan liefst in 3D, op een scherm van 1,65 meter. Hm… eens kijken, misschien is er op Marktplaats al eentje te vinden. Morgen direct kopen.

Man en Huishoudbeurs

Hoe prop je 10 tassen van 15 kilo in een kluisje?Het is er van de week dan toch een keer van gekomen. Voor het eerst van mijn leven bezocht ik – man van 57 – de huishoudbeurs. Mijn vrouw ook trouwens. Via iets kopen bij de Blokker of zo kon je gratis kaartjes krijgen wanneer je na zes uur ’s avonds het festijn betrad, dus togen wij met de trein derwaarts en pikten onderweg nog wat dochters op. Trouwe lezertjes moeten nu niet de conclusie trekken dat ik een huishouderig type ben. Ik heb een hartgrondige afkeer van alles wat daar mee te maken heeft, en verschuil mij liever achter de kreet: “Laat mij nou de technische klussen hier in huis opknappen, dan doe jij alles wat minder lastig is”. ( Alle vrouwelijke lezers haken nu  verbijsterd en razend van woede af ) Maar ja, op een gegeven moment valt er niks meer aan je huis te klussen, hoewel echtgenotes de uiterst onhebbelijk eigenschap hebben om aan het begin van weekend of vakantie met een hele lijst aan irritante dingen te komen die “je ook nog even af moet maken”. Plintje vastschroeven, eindelijk eens dat fotolijstje ophangen, de rondslingerende schroevendraaierset opruimen, het vergeten hoekje van het plafond schilderen en de gebarsten buitenwaterleiding repareren. Je wordt er soms niet goed van en je wilt als man toch ook wel eens een keertje niks doen en uitrusten  of computeren ( nog meer lezeressen zappen nu weg ) .

Maar goed, we naderden Amsterdam Rai in een soort afgeladen wagon die uit louter staanplaatsen leek te bestaan, en ik begon mij af te vragen hoe ik de trein zou kunnen verlaten zonder er uit te zien als een man die naar de Huishoudbeurs gaat. Ik heb ook al geen zakelijk ogend voorkomen, een iPhone in plaats van een Blackberry en ik wordt ook zelden gebeld voor gewichtig klinkende telefoongesprekken . Een enorme stroom toog richting beurs, en uit tegenovergestelde richting torsten groepen dames van die boodschappentassen op wieltjes mee, waar boven op toch zeker nòg eens voor vijftien kilo aan tassen lag. Alsof er wegens naderend onheil hele steden geëvacueerd werden en nu de vluchtelingenstroom pas goed op gang kwam.  Er waren inderdaad wel wat mannen in de stroom te ontwaren. Ze staken er meestal wat boven uit en ik probeerde mijn vooroordeel te bevestigen dat een man die een huishoudbeurs bezoekt eruit moet zien als het onnozelste jongetje van de klas, een sulletje van de bovenste plank, maar dan op leeftijd. Op computerbeurzen zie je vaak vrouwen die voor duizend procent uitstralen van “ik sta hier wel maar in ben hier niet”; zulke mannen waren hier schaars. Ik zocht dus wanhopig naar meelevende en veelbetekenende mede-slachtofferblikken maar nee, iedereen toog met blij gemoed derwaarts. Nu was er ook een 9 maanden-beurs, dus daar kon ik me mogelijk wat achter verschuilen, hoewel van mijn gezelschap ik er nog het meest uitzie of ik reeds in de negende maand ben. Misschien was er trouwens wel een discrete ingang alleen voor mannen of zoiets.

Binnen was het dus inderdaad vreselijk. Iedereen leek gratis kaarten te hebben, want je zou wel gek zijn om €18 euro te betalen om vervolgens te mogen winkelen. Op naar de vreethal. In een kakafonie van keukendampen, licht en herrie waren standhouders bezig om aan lange rijen wachtende bezoekers – met minihapjes gevulde plastic bordjes met een doorsnede van 5 centimeter te overhandigen. Voor een halve eetlepel kwak sta je dan tien minuten in de rij. De vloer bezaaid met prikkertjes, houten vorkjes, lege bakjes, noem maar op. De vrouwen opereerden vooral in vriendinnengroepen, mannen liepen solitair en geschokt rond of werden aan een jaspand meegevoerd.

Een oudere standhouder in een eenmans kraampje bracht er in eenzaamheid zijn beursdagen door met het verkopen van iets wat een handige draad-insteker moest zijn. Bij een ander kraampje kon ik mijn bril gratis laten poetsen door een rijzige dame, die mij al boenend  meedeelde dat ik dit produkt in een klein potje kon aanschaffen en dat ik nooit meer beslagen glazen zou hebben en dat het vanwege de beurs geen dertig maar slechts twintig euro kostte. En toen ik voorzichtig opperde dat ik dat wel een beetje duur vond brak ze nog net mijn montuur niet door midden en kijfde ze mij een prettige avond nog toe.
Ergens anders kon je binnen één minuut  je wimpers laten verlengen met toch tenminste wel één centimeter, en dat gebeurde dan door een wat uitgeleefd ogende juffrouw  die zo’n gerimpelde huid en afgezakte ogen had, dat haar eigen wimpers daar geheel in verborgen leken te gaan. Mijn eigen vrouwelijk gezelschap liet zich ondertussen de benen ontbossen met een of andere schuurspons, die ook weer twintig euro bleek te kosten. Ik denk dat ik een firma in ontharingsprodukten begin, het moet een miljoenenmarkt zijn, temeer omdat alle vrouwen wordt aangepraat dat ze er als de verschrikkelijke yeti bij lopen.  Toen mijn dochters nog thuis woonden, had je ook voortdurend de indruk in een bos te zijn beland waar bomen versnipperd werden, maar dat was dan het 24-uurs geraas van de Epilady.

De avond sleepte zich werkelijk voort, en gelukkig kon ik hier en daar profiteren  van een soort van massagekussentje, aangeboden door een onbestemde Duitssprekende firma, met zes jaar garantie en voor slechts € 149. Ik kon ook meestemmen op een man  ( Bordje A of B omhoog houden, dames ), of ik kon een lekker ding mee naar huis nemen: een soort kussentje in vergiftigde kleuren.
Helemaal moedeloos werd het toen ik ook nog een druk bezochte stand ontdekte ,  waar op de tafels heel veel roze plastic voorwerpen lagen, die dan weer gelardeerd werden met heel veel veren en ander onsmakelijk ogend ondergoed. Een groot bord prees de nering aan: “Erotische thuisparty’s!”. Achter de toonbank een gezelschap wat bestond uit een op een klapstoeltje gezeten breiende dame van in de zestig ( met leesbril op ), een andere juffrouw die reeds in verregaande staat van ontbinding leekt te verkeren maar de schijn van begin dertig poogde op te houden en een man van rond de vijftig, met drie onderkinnen, roze blozende wangen, een enorme vergrootbril en iets van wit gevlekte plakkerige haarbedekking op de zwetende kale schedel. Je zou haast zin in zo’n party krijgen, tenminste wanneer je niets meer van het leven lijkt te verwachten.

Zo werd het tien uur, en was de bevrijding nabij. Voor het laatst van mijn leven bezocht ik – man van 157  – de Huishoudbeurs.

Noodkreet

Een aangenaam oord om je in af te zonderenEr zijn momenten in je leven dat het water je tot de lippen stijgt. Bijvoorbeeld wanneer je kans hebt om eeuwige roem te vergaren doordat je elke maand een stukje ergens op een ander weblog mag schrijven, maar wanneer je ziet dat je aan de verliezende hand lijkt bij de stemronde. Zoiets kan voor Wauwel natuurlijk dramatische gevolgen hebben: een totaal writer’s block, in overspannen toestand het pand verlaten, op de PVV of de VVD gaan stemmen, naar een concert van de Toppers willen of mee sms-sen voor het winnende nummer van het songfestival of zoiets. Ik kan bijvoorbeeld ook besluiten de rest van mijn leven lallend in Lloret de Mar door te brengen. Ik kan mijn frustratie botvieren op de auto van de buurman.  Of een eeuwig durend abonnement op de Telegraaf nemen. Ik kan een potje met cyclamen voor mijn raam gaan zetten. Of een sticker achter op de auto plakken: “Ik rem voor lekkere wijven”.  Of iets van Jan des Bouvrie in huis neet zetten. Op zondagmorgen naar Harry Mens gaan zitten kijken.
Zulke afschuwelijke en lelijke dingen wenst u als trouwe lezer mij toch niet toe?  

Nooit meer zal de lezer kunnen genieten van mijn gemopper en gepruttel. Wauwel zal eenzaam dwalen door desolate landschappen, over sombere velden en stranden, en met fletse en lege blik staan staren over een grauwe zee, denkend aan vroeger.

Daarom, geheel tegen mijn principes in, maar ik heb ontdekt dat de concurrentie dit ook doet, een stemoproep om even op mijn blogje “Schoolfeest” te stemmen. Er staan natuurlijk ook andere leuke stukjes die genomineerd zijn, maar die van mij is natuurlijk veruit de leukste. Sowieso hoort heel onderwijzend Nederland op mijn blogje te stemmen, en verder iedereen die wel eens naar een schoolfeest is geweest en daar ook afschuwelijke en traumatiserende blauwtjes heeft gelopen.

Stemmen kan tot zondagavond 24:00 uur  op deze pagina, en wilt u echt weten of u wel op de juiste stemt, dan  kunt u hier het Schoolfeest nog eens nalezen. Misschien besluit u dan alsnog op een ander te stemmen. No hard feelings ( maar het gaat wèl tegen u gebuikt worden, dat spreekt vanzelf )

UPDATE: Helaas, helaas, mijn trouwe lezers hebben mij verlaten… de publieksprijs is gegaan naar “De koude kant” ( de naam zegt het al ), van  het weblog ” Trudy schrijft” . Een leuk verhaal, en de lezer beslist. Van hieruit dus mijn oprechte felicitaties aan de winnarers. Nu ben ik nog niet helemaal in zak en as, want de juryprijs van de Blogparel van 2010 moet op 15 maart nog uitgereikt worden, en de winnaar daarvan is nog onbekend.
Er bestaat dus nog een mogelijkheid dat schrijver dezes niet de rest van zijn leven als kluizenaar op Rottumerplaat zal doorbrengen.