Work that ass!

Dit is niet een kreet uit een of ander banga-lijstje, maar – en een beetje huisvrouw 2.0 weet dat – een schoonmaakterm. Trouwe lezertjes weten dat mijn gade de onhebbelijke gewoonte heeft om één keer per jaar een week op wintersport te gaan, en naarmate het moment van thuiskomst nadert, dient het huis ook weer in een staat gebracht te worden zoals die ongeveer bij vertrek was. Deze week sta ik er dus alleen voor, en mijn noodkreten op twitter hebben er toe geleid dat ik ineens door allerlei lieden werd gevolgd, die mij op grond van mijn tweets blijkbaar een ernstige staat van geestelijke en lichamelijke ontreddering en vervuiling toedichtten. Zo werd ik gevolgd door een bureau voor rechtshulp, door een instantie die zich bezig hield met crisisbeheersing, een makelaar, een verhuurbedrijf, een dating-site, een belastingadviesbedrijf, een aardige juffrouw die zich bezighoudt met het woest wegrukken van overvloedige lichaamsbeharing, de fanclub van Dokter Deen, en, schrikt u niet, een twitter-account wat zichzelf “Bescherm een wrak” noemt.

Alom leeft dus blijkbaar de idee dat ik mij hier in een deplorabele toestand bevind, te midden van bergen vuil, verwikkeld in rechtszaken, ongeschoren en gelijkenis vertonend met de verschrikkelijke sneeuwman, mij ongans etend aan Napoleonnetjes, kant-en-klaar Noodles en restanten kattevoer. Een wrak dus, wat tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Velen haken al snel weer teleurgesteld af, want waarschijnlijk valt aan mij toch niet veel eer meer te beleven.
Eigenlijk heb ik mij wel kostelijk vermaakt, deze week. Braaf elke ochtend mijn sinasappeltjes geperst, de afwasmachine in- en uitgeruimd, slechts één keer de afhaal-Chinees geconsumeerd, heul veul correctiewerk gedaan, naar salsales geweest, de vuilnisbak buiten en binnen gezet, de buurvrouw wegens verjaardag met bloemen overladen en mijn belasting betaald. Nu rest mij nog één dag om het huis wat aan kant te maken, en op het moment van schrijven draait dus was nummer 2, die bestaat uit een akelige hoeveelheid gruwelijk in elkaar gestrengelde miniscule dameslingerie. Niet dat ik in een vlaag van eenzame wanhoop tot het dragen daarvan ben over gegaan, maar zo af en toe is één der dochters nog in huis om hier de nodige rommel rond te laten slingeren, dus vandaar. Het allerergste van de was doen, vind ik dat je al die spullen ook weer uit elkaar moet pluizen en enigszins in model over zo’n droogrek heen wurmen. Nee, doe mij dan maar een lange flanellen Jansen en Tilanus., en daarvan tien of zo.

Straks staat dus nog een derde was op het programma, daarna de kattenbak schoonmaken, dweilen en stofzuigen. Er dient beslist een enorm standbeeld te worden opgericht voor alle huisvrouwen van de hele wereld, die het – net als mijn eigen vrouw meestal naast een gewone baan – op zich nemen om ’s avonds doodmoe thuis ook nog eens zonder al te veel morren op zich nemen om ’s mans troep op te ruimen. Ik las laatst trouwens, dat vrouwen ook nog eens gemiddels drie uur in de week kwijt zijn aan het herstellen van alle door hun man gemaakte fouten.

Nu word ik sinds deze week op twitter ook gevolgd door een dame die de met hoofddoek getooide en in sjofel peignoir en krulspelden gehulde ploeterende huisvrouw in één klap doet vergeten, en die ook de zwoegende huismannen waarvan de vrouw zo nodig op wintersport moet het perspectief op een schoon en opgewekt huis biedt, en hen daarnaast nog eens van alle overtollig lichaamsvet afhelpt (en misschien ook wel overtollioge beharing, wanneer je maar hard genoeg boent ). Een zorgvuldige bestudering van haar avatar laat zien dat we hier te maken hebben met een tattoo op haar rechterboezem en daarnaast met een soort Lara Croft, alias Tombraider, niet gewapend met pistolen maar met twee flessen Spic en Span om alle onreinheid in en om de woning met een afgetraind lijf te bestrijden. Nu ben ik niet zo van de tattoo’s, zelfs niet wanneer die op een boezem zit, maar ik ben wel een ernstig bewonderaar van Lara Croft, en vermoedelijk veel huismannen met mij zullen zich nog de aangename uren achter de computer herinneren, waarbij we Lara gedurende het spel van hot naar her konden sturen met een klik op de muisknop, bij vlagen gebiologeerd naar haar voorgevel starend. Zoiets wekt natuurlijk nieuwsgierigheid op, en een klik bracht mij dit keer naar de website van deze juffrouw, waar ons met behulp van instructieve filmpjes wordt uitgelegd hoe je huishouden 2.0 kunt aanpakken. Dat laat een gadgetman en techneut als ik zich geen twee keer zeggen.

 [youtube]YggwUIUbnJQ[/youtube]

Zo weet ik nu, dat waneer ik maar flink genoeg dweil volgens de instructies in het “Work that Ass” filmpje, volledig van mijn mogelijk te dikke achterwerk af raak, en dat ik met stofzuigen volgens de Muscle Definer mijn  buik geheid ga kwijtraken. Ik heb dat laatste geprobeerd, met – om het zwaarder te maken – de borstel uit; ze waarschuwde nog dat ik moest blijven ademen, maar dat laatste ontaardde bij mij in een gierend gefluit, dus dat vergt nog wat oefening. Wèl heb ik net zo’n houten vloer en zo’n schoonmaakdinges als in het Work that Ass-filmpje, dus daar verheug ik me straks al op.

Wanneer mijn vrouw dan zondag thuis komt, staat daar ineens net zo’n afgetrainde en gebruinde skileraar voor haar als in het echt daar in de Franse Alpen. Hoeft ze volgend jaar tenminste niet wéér die kant op. Met dank aan juffrouw Zamarra!

“Mijn spreekbeurt gaat over eh.. sexueel misbruik”

Een veel gehoorde klacht over het beroepsgerichte onderwijs ( eerst heette dat ‘competentiegericht onderwijs’ maar dat mocht niet meer omdat het teveel werd geassoicieerd met allerlei gefröbel, dus nu is er hier en daar nog steeds veel gefroöbel maar dat duurt dan weer een tijdje voordat men het in de gaten heeft ) is dat de leerlingen zich alleen maar bezighouden met geknutsel in het portfolio en spreekbeurten en presentaties. Deels gebeurt dat ook wel zo, maar soms blijkt een dergelijke activiteit nog wel wat toe te voegen.

Ik ben niet zo van de starre, dus de leerlingen van mijn klasje mochten zelf kiezen waar ze een 10 minuten durend betoog over mochten houden, wat dan ook weer volgens een stappenplan met argumenten onderbouwd moest worden, Powerpoint erbij ( de ideale spiekbrief ) en losbranden maar.

Nu zijn de meeste leerlingen niet bepaald onbekwaam wanneer het gaat om luidkeels kakelen – bij voorkeur door de docent heen – , maar een degelijk verhaal voor een klas pubers bezorgt toch menigeen ernstig vlekken in de nek en zenuwachtig gefrummel met handen, balpennen en blaadjes.

Voor de klas nu een leerlinge die was opgevallen door regelmatige afwezigheid, en daardoor al een aardige achterstand had opgelopen. Je kunt natuurlijk stug volhouden dat wie ook een inhaaltoets heeft gemist,  gewoon pech heeft, maar af en toe ga je op je intuïtie af en gun je een select clubje nog een extra herkansing. Een school dient leerlingen voor te bereiden op een harde maatschappij, maar wanneer we de draconische ideologie van de heer Wientjes nu ook hier al rigoureus gaan toepassen, schop je sommige leerlingen, die toch al weinig kansen hebben, helemáál de goot in.

“Mijn spreekbeurt gaat over eh… sexueel misbruik, wat zwaarder bestraft moet worden”. Op  zo’n moment wordt in een klap duidelijk waardoor het vele verzuim is veroorzaakt, en waarom die leerlinge vaak als een stil en ineengedoken vogeltje in de les zat. Stille wateren hebben soms wel gruwelijk diepe gronden.  Na een wat hakkelend begin komt dan het gruwelijke verhaal van een martelgang langs onwillige instanties, vernederende confrontaties, het zich desondanks schuldig voelen, wantrouwen jegens alles en iedereen en het zelfs wegblijven bij bepaalde lessen omdat de collega  die dat vak verzorgde, in alles zo sprekend op de dader leek. Een gebroken jeugd ontrolt zich daar in 10 minuten, in een omgeving die blijkbaar zó veilig werd geacht dat deze spreekbeurt ook een voorzichtige stap was in de lange weg terug omhoog. Eindelijk ook een beetje terugkerend vertrouwen blijkbaar, want ik zat daar tenslotte wel als man, een eigenschap waarvoor je je soms bijna zou gaan generen wanneer je hoort wat dit soort leerlingen namelijk allemaal heeft meegemaakt.

Nu was op de presentatie zelf nog wel het nodige aan te merken: te veel tekst op het scherm, een wat rammelend stappenplan, de mimiek. Allemaal zaken waarbij je tegenwoordig een door de inspectie goedgekeurd en landelijk geborgd protocol van drie kantjes moet afvinken, volgens de eisen van de Kwalificerende toetsen Nederlands “Spreken en Gesprekken voeren”, waarbij de deelnemer in staat wordt geacht op eenvoudige wijze een gesprek te kunnen voeren en zich te uiten op een niveau wat voldoet aan de vastgestelde Europese referentiekaders op 2F-niveau.

De boom in met je referentiekaders en je beroepskwalificaties. In Den Haag en bij de vele onderwijsbegeleidende instanties vergeet men nog wel eens dat leerlingen geen klanten zijn, maar mensen; dat in cijfers uitgedrukte eindresultaten soms minder belangrijk zijn dan de manier waarop je daar naar toe werkt; dat docenten en leerlingen geen robots zijn die volgens eindeloos vastgelegde programma-code klakkeloos en eenduidig in de maat lopen, met als hoogste doel: het eindcijfer voor een kwalificatiedossier.

Helaas werken we niet meer met stempeltjes en snoepjes als beloning voor leerlingen in het MBO. Het effect zou soms verbluffend kunnen zijn. Eigenlijk zou ik deze leerling naast een dikke voldoende – die ik dan ook genoteerd heb – ook nog een grote taart of een bos rozen willen geven, wanneer we toch aan het belonen zijn. In de kabinetsplannen voor het toekomstige onderwijs, waar je tot over je oren in het werk met minder leerkrachten, minder tijd en minder geld klassen van 40 pubers moet gaan bolwerken, is helaas alleen nog maar tijd voor een volgens de regels opgesteld mager vijfje en een uitgedroogd biskwietje, in plaats van een taart. Om over de ( figuurlijke) bloemen, die een leerling soms nodig heeft, nog maar te zwijgen.

Voor nu in elk geval: Knap gedaan, meisje!

Alleen

Achter deze tragische titel schuilt vanzelfsprekend groot leed. De vrouw des huizes is dit weekend namelijk afgereisd naar haar jaarlijkse wintersportvakantie, en aangezien ik van het type ben dat een dergelijke risicovolle activiteit liever dik ingepakt vanuit een warme arreslee met Glühwein bedrijf, is zoiets niet aan mij besteed. Vroeger had je nog kinderen in huis die de nodigde zorg vergden, waarbij het meest vreselijke toch wel de onvoorstelbare berg wasgoed en afwas vormde die drie dochters elke dag leken te produceren, maar aangezien die nu het grootste deel van hun tijd uitstedig zijn,  staat Wauwel er alleen voor.

Oplettende lezertjes zullen ook weten dat ik in een vlaag van hebberigheid en verstandsverbijstering enkele maanden geleden ben overgegaan tot de aanschaf van een trouwe viervoeter ( dan is er tenminste nog eentje in huis die je kunt commanderen en die enigszins naar je luistert ), maar ook deze mocht ik voor een aantal dagen op een logeeradres afleveren. Dat adres werd gevormd door een vrouwspersoon in een landelijke omgeving, die ons huisdier temidden van woedend hondengeblaf, geproduceerd door een gemêleerd gezelschap, in ontvangst nam. Deze hoeveelheid brokjes graag elke dag, dit is z’n bench, daar moet-ie ’s avonds in, en dit is zijn kluif, daar kauwt hij op om rustig te worden. Eigenlijk net of je je kind voor de eerste keer naar de kleuterschool brengt, maar dan zwaar behaard en kwispelend en aan achterwerken van andere logé’s ruikend.  Nadat mij door Fiedel geen blik meer waardig werd gekeurd, reed ik wat onwennig naar huis, de vrijheid tegemoet.

Die vrijheid heeft voor- en nadelen. Je kunt je favoriete muziek loeihard door het pand laten schallen, je kunt redelijk snel vervuilen ( zo ontdekte ik bij een blik op de gootsteen ) , je kunt de snoeppot leegeten en zappen tot je er een kromme duim aan over houdt. Op afstand word ik in de gaten gehouden, en via WhatsApp verblijd met foto’s van copieuze maaltijden, schitterende besneeuwde en zonnige vergezichten en met berichtjes over lang uitslapen en in de watten gelegd worden.
Een écht groot voordeel is dat ik voor één keer weer ongegeneerd kan twitteren over #DokterDeen, daar schijnt een markt voor te zijn.  Maar het is een gevaarlijke markt. Ik vraag mij oprecht af in hoeveel relaties er geruzied wordt over het getwitter van – meestal – manlief. Wie twittert, praat met anderen, en niet met degene naast je op de bank. Vrouwen zijn tamelijk veeleisende wezens, en voor een man is het uiten van gevoelens een stukje veiliger wanneer je dat vrij anoniem op je mobieltje in 140 tekens kunt doen, dan wanneer je dat moet doen tegenover een persoon van vlees en bloed. Bovendien zit daar geen knop op die je wanneer het allemaal wat ongemakkelijk wordt laat overschakelen naar een ander Appje.  “Schat, geef mij de suiker even aan!” past makkelijk in 140 tekens. Goed gesprek 2.0 is bij voorbaat een mislukt gesprek 2.0, dus wij mannen zullen in de agenda’s van onze iPhones even een momentje moeten inplannen voor een diepgaande conversatie op de canapé, en dan even een herinnering op twee uur van te voren instellen.

Gelukkig kan ik mijn gade geregeld allemaal hartjes en kusjes toesturen, dat is dan weer makkelijk op zo’n afstand. Of een foto van mijn “Diner voor de eenzame man 2.0” om even wat tegenwicht te bieden aan opnames van rijkelijk gedekte tafels die vanuit de Franse Alpen worden toegezonden. Dan toch maar liever met z’n tweeën en een kwijlende hond er bij. Komend weekend weer. Ik kan niet wachten.

Even weer wat kunst

Vroeger deed ik er op dit blog meer aan: in de weekends eens even wat heel anders om de onderwijsbeslommeringen en andere kwellingen des levens wat te vergeten: aandacht voor een stukje kunst, anders dan anders. Hier dus maar weer eentje. Dit maal kunstenaar Dain Fagerholm, die gewoon met balpen verbluffende 3d-tekeningen maakt. Dan krijg ik ook weer zo’n zin om de kwast ter hand te nemen 🙂

De iPad-school. Dokt u maar.

Maurice de Hond heeft iets nieuws bedacht, nadat de aandacht voor zijn Newconomy en de Deventer moordzaak weer een beetje is verslapt. Maurice heefdt een dochtertje van drie, en vermoedelijk heeft het kind van vader een iPad cadeau gekregen, en dat heeft geleid tot een geheel nieuw onderwijsconcept wat mogelijk nog veel meer weerstanden gaat oproepen dan het idee wat ik afgelopen week op VK-Opinie lanceerde.  Ik heb ook een iPad. Beetje ouderwets, want dit is een iPad 2, en inmiddels is er een Nieuwe iPad, die om duistere redenen geen iPad 3 mag heten. Hiervoor ( nog geen jaar geleden) had ik een iPad 1, en dat illustreert mijns inziens precies mijn gevoel dat de iPad-school een vroege dood gaat sterven.

Een school opzetten die zich geheel afhankelijk verklaart van één bepaalde lesmethode uit één bepaald boekje, is geen toekomstbestendig initiatief, ook al noem je hem naar Steve Jobs, die de tand des tijds ook niet heeft doorstaan en aan wiens ideeën ook binnen Apple wordt geknaagd, getuige de toch wat tegenvallende reacties op de nieuwe iPad.   Hierna komt namelijk wèl de iPad 3, en daarna de iPad 4, en zo verder. Hoe mooi ook, in dit geval lijkt de iPad de functie over te nemen die vroeger ( en dat is nog maar kort geleden ) een computerlokaal had op een Open Dag: “Kijk ons eens mooie spullen hebben, het komt dus helemaal goed met ons onderwijs!” Je raakt de dure investering, in een tijd waar steeds meer scholen nadenken over het begrip “Bring Your Own Device” ( BYOD) aan de straatstenen niet meer kwijt. De iPad-school is eigenlijk een school die 25 jaar teruggaat in de tijd en die eigenlijk aan de weg timmert met de kreet: “Kom bij ons, want wij gebruiken als eerste de Commodore 64!”

Schoolbesturen, en ouders die zich laten verblinden door dure bling bling om daarmee de ultieme school neer te zetten, hebben blijkbaar geen visie op alle andere aspecten van onderwijs, en vergeten gemakshalve dat de wereld wordt overspoeld met soortgelijke apparaten die allemaal meer of minder hetzelfde doen, die allemaal in een steeds hoger tempo verouderen, maar die uiteindelijk niets meer dienen te zijn dan een hulpmiddel bij het geven van onderwijs aan een steeds diversere groep van afnemers met steeds diversere eisen.

Ik vind het een leuk ding, die iPad, ik ben er behoorlijk aan verslaafd, maar in het najaar wordt het er toch eentje met een heel ander besturingssysteem, namelijk Windows 8, om de eenvoudige reden dat daarmee ook nog een enorme hoeveelheid reeds lang bestaande onderwijsprogramma’s tot je beschikking komt, misschien zelfs wel uit de tijd van de Commodore 64. Niet alles wat oud is, is namelijk verkeerd. € 479 is voor veel kinderen en ouders toch een hoop geld voor iets wat in feite de functie heeft van een stukje schoolbordkrijt. Je kunt er trouwens wèl leuk mee tekenen, maar sommigen doen dat toch nog steeds liever op een echt stuk papier. Geef hun dan ook die ruimte.

Disco!

Het leven van de gemiddelde huisman is zwaar. Het wordt nog zwaarder wanneer de echtgenote besloten heeft dat het weer tijd is voor de jaarlijkse week wintersport. Zo komt dit berichtje nu tot u vanuit een wachtende stapel wasgoed, boodschappen, plantjes water geven, hond uitlaten, etc. Onvoorstelbaar hoe snel een mens kan vervuilen en tot een staat van lichtelijke barbarij kan vervallen.
Gelukkig is daar dan – en dat is inmiddels traditie – de afhaal-Chinees die de eerste vrijdagavond dragelijk maakt.  Er zijn meer voordelen: je kunt een week lang eindeloos zappen, je eigen muziek zo hard mogelijk draaien, je sokken laten rondslingeren en ongegeneerd met de auto naar je werk omdat er even niemand is die er op toe ziet of je wel voldoende beweging krijgt, en je dus vriendelijk doch dringend aanraadt dat kleine afstandje even met de fiets te doen.
Nadeel is wel weer dat bepaalde activiteiten uitsluitend in tweetallen kunnen worden gepleegd. Ik doel hier op de wekelijkse dansles, die gevolgd wordt hier in dorpje B. op de Veluwe; niet bepaald een bruisend plaatsje waar men zich overgeeft aan wufte bezigheden als een potje salsa-dansen, maar gelukkig bestaat deze mogelijkheid hier wel, en dat zorgt voor een wekelijkse ontsnapping uit alle beslommeringen van het drukke onderwijsleven.
Wauwel gaat dan met partner een uur lang uit z’n dak op zwoele Zuid-Amerikaanse ritmes. Zoiets vergt oefening, zeker met mijn teer gestel, want reeds ernstig de pensioengerechtigde leeftijd naderend. Die oefening schiet er geregeld bij in. Elke keer weer nemen wij ons plechtig voor het geleerde de komende week flink door te nemen, wat nooit lukt, maar gelukkig hebben wij een zeer geduldige en meelevende dansjuf, die zich door al het stram gestrompel op de dansvloer nooit uit het veld laat slaan.

Nu ben ik een vrij eenkennig tiepje, en de aankondiging van een Classic 80’s Disco Party werd door mij dan ook met de grootst mogelijke argwaan ontvangen. Dansen en ouderwetsch degelijk  losgaan, prima, maar dan wel in de veilige beslotenheid van de woonkamer en met de gordijnen dicht, liefst ook nog zonder verdere aanwezigen. Wanneer een en ander opgenomen met een verborgen camera op YouTube geplaatst zou worden, zou ik ongetwijfeld een kijkcijferkanon zijn. Ik weet echter zeker dat er meerdere lotgenoten zijn die zich ’s avonds met behulp van de afstandsbediening als microfoon, een ster op de disco-dansvloer wanen. Een mens moet – ook als hij of zij wat ouder is – altijd wat te dromen en te fantaseren hebben, anders wordt het leven wel erg saai.

Na zachte drang door een van de dansgenoten via Social Media, besloot ik met licht frisse tegenzin toch maar af te reizen naar de dansschool, want geen andere smoes te verzinnen en er was toch niks op tv. Het aanvangstijdstip was redelijk te noemen, rond 22:30 uur, eigenlijk een garantie dat er niet te veel jong grut aanwezig zou zijn. Een van mijn dochters kondigde laatst aan nog even naar een verjaardagsfeestje in Amsterdam te gaan. “Hoe laat begint dat dan? ”  “O, om 01:00 uur, duurt tot een uur of vijf”. Zo gaat dat.

Op schoolfeesten, waar ik uit hoofde van mijn functie nog wel eens moet vertoeven, probeer ik altijd zoveel mogelijk mijn snor in de danszaal te drukken om te voorkomen dat een of andere jolige leerlinge je op je ouwe dag nog de dansvloer optrekt, om daar ten aanschouwen van alle klassen de clown uit te hangen. Afgelopen week kon ik ook al niet aan de examenstunt ontsnappen ( meestal probeer je zo’n ochtend aangenaam verpozend op het docententoilet door te brengen ) dus moest ik gruwelijkheden ondergaan in de vorm van het verplicht de Kabouter Plop-dans doen. De schrik zat er dus nog goed in.

Nu is het zo dat de beste muziek in mijn optiek nog steeds in de jaren ’80 gemaakt werd, dus de ambiance was aangenaam ontspannend, en het gemis van mijn gade werd daardoor iets minder wrang. Gewoon even gezicht laten zien, en na een half uurtje weer beleefd naar huis. Met behulp van een goed gesprek ( je kon elkaar gewoon verstaan zelfs ) en een glaasje rum werd mijn weerstand dan toch uiteindelijk overwonnen en het resultaat was dan ook dat uw geliefde blogger toch maar de dansvloer opzocht, en zowaar geheel in John Travolta-sferen geraakte. Een wit pak met wijde pijpen ontbrak er nog aan, maar muziek is altijd een feest van herinnering en herkenning, dus zo was ik weer even een aantal uurtjes(!) de persoon die ik was in de jaren die gisteren leken, maar toch al weer zo eindeloos lang geleden.  Tijd is een kostbaar goed, geniet er dus van. Volgende keer graag ook nog de Seventies!

Hollands next top school!

Het onderwijs maakt barre tijden door. Her en der storten kolossen met donderend geraas ineen, hordes docenten, waardeloze diploma’s  en radeloze studenten met zich meenemend. Een enkeling, die de toorn van het Haagse  en die van Elias heeft doorstaan, grijpt nog naar een laatste strohalm die onlangs in de hysterische tombola van onderwijsideeën werd gelanceerd: de excellente school. We hadden al excellente leerkrachten, dus nu ook een school die blijkbaar al die lieden in zich dient te verenigen. Wanneer je dan de pech hebt om ergens in een achterstandswijk met moeite een redelijk veilig plekje aan een groepje hangleerlingen te bieden, en hun mogelijk ook nog een bescheiden plekje op de arbeidsmarkt in het vooruitzicht kan stellen, dan heb je wel pech, want ook wanneer je als school voor een dubbeltje geboren bent word je nooit tot de Haagse adelstand verheven. Om een en ander allemaal ordentelijk te laten verlopen heeft onze minister ook al vast een onafhankelijke jury in het leven geroepen. Ik zie daar naast de voorzitter, een heuse professor nota bene, een panel van deskundigen aanschuiven, lieden die natuurlijk ook iets met de jeugd van doen hebben. Marco Borsato, Jeroen van der Boom, Zanger Rinus bijvoorbeeld; allemaal aansprekende lieden die in meer of mindere mate een soort van schoolopleiding hebben gevolgd, dus al snel ter zaken kundig. Misschien kunnen Sterretje en Barbie uit Oh Oh Cherso ook nog even als mistery-guest aanschuiven, en dan sms-en maar mensen, de lijnen blijven nog een kwartier open, de kanshebbende directeuren en Colleges van Bestuur staan in innige omstrengeling, hand en hand en in angstige afwachting tot het publiek en de vakjury het verlossende woord hebben gesproken.  Het onderwijs u aangeboden door John de Mol. Het wordt een harde strijd, en de opdrachten voor de kandidaten zijn dan ook haast onmenselijk te noemen: prop bijvoorbeeld 45 leerlingen met allerlei gedragsstoornissen in een klas en probeer met zo weinig mogelijk geld en zo min mogelijk begeleiding de hoogste score van de CITO-toets of de PISA-ranglijst te halen in de snelste tijd tot nu toe. Afvallers worden genadeloos door de vakjury neergesabeld en verlaten in overspannen toestand het pand, gedoemd tot eeuwig competentiegericht lesgven in een achterstandswijk aan onwillige slagersleerlingen die tot hun eenentwintigste op school moeten blijven. De winnende school krijgt een contract, een hippe en kekke inrichting met veel ict-gadgets en jonge, flitsende en lekker  uitziende excellente docenten en docentes.

Dit kabinet lijkt er langzamerhand een halszaak van te maken om elke week wel weer met een wild plan op de proppen te komen, dat net als alle andere ten doel heeft onze positie op de wereldkennisranglijst te verstevigen en daarnaast de wat minder bedeelden nog verder in de modder te trappen. Men is verblind door resultaten, harde cijfertjes en nog hardere euro’s, en gaat daarbij over onderwijslijken. Scoren, scoren, of we de Olympische spelen op onderwijsgebied dan maar binnen proberen te halen, nu er inmiddels al 188 miljoen is weggegooid aan geldvretende lobby voor de echte Spelen.  School is geen sport, mevrouw Bijsterveldt, het gaat niet alleen maar om presteren, bijvoorbeeld tot je 21e terwijl je daar absoluut niet geschikt voor bent. En het geld wat men aan de excellente scholen besteedt, gaat dat bij de verliezers vandaan? Gaan we alleen nog met doping werken in deze tak van sport? Ook in de sport zijn er deelnemers die nooit hoger komen dan de eerste tree van het klimrek, of die de eerste de beste toegeworpen bal finaal door de vingers laten glippen, gewoon, omdat hun kwaliteiten elders liggen. Sport verbroedert en is goed voor lijf en leden, maar topsport kan verdwazen en leidt tot blessures. Dat kost nog veel meer.