Waarom Sint nooit naar Barneveld komt

Het was winter. Al weken loeide een gure wind door de straten van Barneveld, een lieflijk dorpje op de Veluwe. Dat dorpje werd wel enigszins ontsierd door enkele hoge en vooral erg leegstaande gebouwen, zoals bijvoorbeeld het Transferium, of door enkele lelijke kale plekken in het landschap, zoals de plek waar ooit het Muziektheater zou verrijzen.
Maar dat deed er nu even niet toe, want de gehele bevolking – nou ja, een flink deel dan – verheugde zich heel erg op de naderende komst van de goedheiligman, en dan wil je natuurlijk niet je stemming laten bederven door allerlei zaken als een met belastinggeld smijtend gemeentebestuur.
Overal in het dorp rook je de heerlijke geuren van versgebakken speculaas en pepernoten: de hangjongeren, de hangboa’s ( door een lezer gesignaleerd ) en de hangouderen zongen stemmige sinterklaasliedjes,  de winkeliers hadden hun etalages mooi versierd, op het door te hoog gegrepen bouwplannen ernstig bedreigde Dijkje was zelfs een winkel met beha’s in Sinterklaasmotief, en in vele huizen waren kinderen  – moe geworden van het belagen van andere scholieren – bezig met het zetten van hun schoen, want het was bijna zover! Ze hadden wel tevergeefs geprobeerd bij de plaatselijke bibliotheek wat Sinterklaasliedjes te lenen, maar daar deed men er niet meer aan, omdat de hele Barneveldse bevolking zich op het internet helemaal suf kopieerde. Een kniesoor die daar op let.
Ook de Sint werd natuurlijk al zenuwachtig, want het was toch altijd een hele toer om in Barneveld te komen vanwege de wat geïsoleerde ligging. Dit jaar had hij zich voorgenomen om extra veel pakjes mee te nemen, omdat de bevolking toch al zo te lijden had onder allerlei zaken waar zij niks aan kon doen. Er was zelfs haast geen geld meer voor een eenvoudig biertje, de toekomst zag er somber uit, de coalitie vertoonde scheurtjes en ook op de vroeger zo knusse koopavonden meed men nu het centrum in toenemende mate, maar dat kon natuurlijk ook andere oorzaken hebben.

Nee, het waren barre tijden. Extra verwennen dus maar, dacht de bejaarde kindervriend. En zo brak de grote dag dan eindelijk aan. Zoals vanouds zou Sint de trein nemen, een degelijk en altijd betrouwbaar middel van vervoer.Hij had natuurlijk ook de auto kunnen pakken en die dan bijvoorbeeld kunnen parkeren in het Transferium, en dan met het openbaar vervoer verder, maar dat naargeestig blauw verlichte gebouw was zo’n eenzame en desolate plek, daar durfde je als bejaarde je voertuigje natuurlijk niet meer te stallen, zeker niet als je bijvoorbeeld vandaar door wilde naar Apeldoorn, want dan moest je eerst weer helemaal terug naar Amersfoort. En dan stond er ook nog eens een vreemd ijzeren gevaarte te stomen, maar daar was inmiddels iedereen wel een beetje aan gewend. Op naar Amersfoort dan maar, en vandaar richting verwachtingsvolle schare in Barneveld.

Het moment suprème was aangebroken: op het stationnetje had zich een grote menigte verzameld, het stond werkelijk helemaal volgepakt. Het was bijna zó druk, dat het wel een doordeweekse dag op station Barneveld na twee uur wachten leek. Hoog boven de menigte uit torenden enkele bussen, maar de chauffeurs daarvan wisten eigenlijk niet zo goed waarom zij daar stonden. Dat was tenslotte al vaker geschied.

Maar wat er ook gebeurde: er verscheen geen Sint. Het publiek werd wat onrustig, men keek op de horloges en luisterde of er misschien iets werd omgeroepen op de steeds drukker worden perrons. En in het zwerk pakten zich tot overmaat van ramp ook nog donkere wolken samen, dat werd geen maan schijnt door de bomen vannacht. Maar wacht! Daar in de verte doemde een grauwgeel, vrijwel geheel door graffiti bedekt vehikel op, iets wat vroeger een treinstel van de NS was geweest. Terwijl de spoorbomen vrolijk open bleven staan, sukkelde het wagonnetje rustig verder; geen probleem, want met zo’n snelheid kon er niks gebeuren, de nieuwe, snelle treinen waren kapot en bovendien is ook dit verhaal helemaal verzonnen. Toch was er wel iets mis, want dit treinstel kwam uit Ede en niet uit Amersfoort. Geen Sint als passagier dus; was trouwens ook geen plek meer voor. Terwijl het met argeloze forensen volgepropte voertuigje knerpend en rammelend stil viel, kwam ineens de omroepinstallatie op het perron krakend tot leven, voor het eerst in maanden, naar men zei:
“Wegens een technisch mankement rijden er vandaag verder geen treinen meer in alle richtingen. Onze excuses voor het ongemak en misschien staat er wel ergens een bus. We zullen het nooit meer doen – kijk maar in de krant –  maar u kunt wèl fluiten naar uw geld, maar misschien wil de provincie wat van de boete die wij krijgen aan u terugbetalen in plaats van het in onbestemde zakken te steken. Einde bericht!”

Wel, daar was men wel even stil van….. totdat na enkele ogenblikken een klagend gehuil losbarstte uit de vele duizenden kelen, die nu zo ernstig teleurgesteld waren. Wie had dat nu gedacht! Ook de burgemeester en zijn wethouders stonden er wat bedremmeld bij. Zij waren nog wel zó enthousiast geweest over de nieuwe trein, en ze hadden de eenvoudige bevolking zó blij gemaakt met mooie treinbeloften, èn nog een prachtig transferium, èn een station bij Stroe, glasvezelverbinding, Centrumplannen en noem maar op! En nu dit…..

Ondertussen, in Amersfoort, had de in vol ornaat getooide bisschop, temidden van een enorme stapel cadeautjes, hetzelfde nieuws ook zowaar uit de luidsprekers vernomen. Hij ontstak dan ook in schuimbekkende razernij en trok zich van pure frustratie de haren uit de baard, smeet zijn mijter op de grond en vertrappelde het voorwerp tot een onsamenhangend hoopje. Het was ook altijd wat daar! Hij bezwoer plechtig nooit meer naar Barneveld te komen zolang die verbinding niet in orde was.

Wel, beste lezer, nu begrijpt u hoe dit allemaal zo gekomen is en waarom de Sint Barneveld nooit meer zal aandoen. Niet omdat men daar niet gelovig genoeg is, o nee, alleen het gemeentebestuur al is het toppunt van goedgelovigheid. Maar misschien, heel misschien, is dat dit keer wel de reden.
Moraal van dit verhaal: er is er maar één die echt met cadeautjes kan strooien, ons echt lekkers kan beloven en echt onze harten vol verwachting kan doen kloppen. En dat is de Sint. Dank u, Sinterklaasje.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *